Johannes Paulus II was als paus betrekkelijk jong, 58, toen hij verkozen werd.
Zijn pontificaat werd het op twee na langste in de geschiedenis (na dat van Petrus en Pius IX).
Bij zijn aantreden was hij in een goede lichamelijke conditie en was een actieve sporter.
Hij wandelde, zwom en skiede. Na de eerste aanslag op zijn leven ging zijn gezondheid achteruit.
In 1989 schreef hij een brief waarin hij aangaf dat hij zou aftreden als zich bij hem een ongeneeslijke ziekte of een andere vergaande verslechtering van zijn gezondheid had gemanifesteerd die hem het werken onmogelijk zou maken.
In dat voorkomende geval zou hij het overlaten aan de deken van het College van Kardinalen, de Romeinse Curie en aan de vicaris van Rome wanneer zijn ontslag geaccepteerd zou worden.

In 1992 werd er bij Johannes Paulus II een tumor verwijderd.
In 1993 had hij een schouderoperatie, een jaar later brak hij een dijbeen en op hoge leeftijd, in 1996, kreeg hij een blindedarmontsteking en moest zijn blindedarm verwijderd worden.
In 2001 werd door een arts onthuld dat de paus aan de ziekte van Parkinson leed, wat in 2003 door het Vaticaan bevestigd werd.
Johannes Paulus II kreeg steeds meer moeite met zijn motoriek en spreken in het openbaar ging hem steeds slechter af.
Johannes Paulus II begon door deze toenemende lichamelijke problemen een steeds fragielere indruk te geven bij openbare optredens.
In 2005 kreeg hij zware ademhalingsproblemen, waardoor hij op 24 februari een tracheotomie moest ondergaan.
Op 31 maart 2005 kreeg de paus “zeer hoge koorts die door een urinebuisinfectie werd veroorzaakt”, maar de paus werd op zijn uitdrukkelijk verzoek niet naar het ziekenhuis gebracht, waarschijnlijk overeenkomstig zijn wens in het Vaticaan te sterven als zijn tijd gekomen was.
Later die dag meldden bronnen in het Vaticaan dat de paus de laatste sacramenten had ontvangen.
Op 1 april verslechterde zijn toestand en kreeg hij orgaanuitval.
De paus werd gevoed door middel van een neussonde.
In een officieel communiqué werd gesproken van een “ernstige, maar stabiele toestand”. Rapporten uit het Vaticaan vroeg in de ochtend berichtten dat de paus een hartaanval had gekregen, maar bij kennis was gebleven.
Op 2 april om ongeveer half één in de ochtend bevestigde het Vaticaan dat de paus de laatste sacramenten had ontvangen.
De daaropvolgende ochtend was er om 11.30 uur een persconferentie waarin de woordvoerder van het Vaticaan, Joaquín Navarro-Valls, meldde dat de paus steeds minder bij bewustzijn was.
Navarro-Valls vertelde dat de paus de woorden “Ik denk aan jullie” had uitgesproken, volgens hem waarschijnlijk refererend aan de jongeren die op het Sint-Pietersplein verzameld waren.

Dezelfde dag schreef de paus een afscheidsbriefje aan zijn naaste Poolse medewerkers (drie nonnen en twee secretarissen) met de tekst: “Ik ben gelukkig, laten jullie ook gelukkig zijn.”
Uiteindelijk overleed paus Johannes Paulus II in zijn privéappartement op 2 april om 21.37 uur op de leeftijd van 84 jaar aan de gevolgen van een scepsis en bijbehorende infecties, waardoor zijn nieren en andere vitale organen, waaronder uiteindelijk zijn hart, het lieten afweten.
In zijn laatste bericht, aan de jongeren op het Sint-Pietersplein, zei hij: “Ik kwam voor u, nu bent u naar mij gekomen. Ik dank u.”
Volgens de officiële lezing van het Vaticaan waren zijn laatste woorden, uitgesproken in het Pools: “Laat mij gaan naar het huis van de Vader”.
Zes uur later kwam na 26 jaar, vijf maanden en zestien dagen een eind aan zijn pontificaat.
Op 1 mei 2011 werd hij door zijn opvolger, paus Benedictus XVI, zalig verklaard.
Op 27 april 2014 werd hij door paus Franciscus heilig verklaard.
De kerk gedenkt hem op 22 oktober, de dag waarop hij in 1978 als paus werd geïntroniseerd. (Diverse bronnen en Wikipedia, Foto 3 bezoek aan Ieper 17 mei 1985).



















