150 jaar geleden, Gentse geschiedenis over de rol van de penshuisjes, die in de zestiende eeuw tegen het Groot Vleeshuis werden gebouwd.

Hier werd vlees verkocht dat nog net eetbaar was, maar niet meer voldeed aan de strenge kwaliteitsnormen voor de rijkere consument.

Dit was dus vooral bedoeld voor de armere bevolking, die zich geen vers vlees kon veroorloven.

De pensmarkt, zoals deze plek later werd genoemd, was een belangrijke bron van inkomsten voor de stad.

Er werd niet alleen pens verhandeld, maar ook andere soorten vlees en gevogelte, zoals kalfs-, lam-, os- en rundvlees.

Vanaf 1664 kon men daar ook kalkoenen, kippen en ganzen kopen.

De pensmarkt was een levendige en kleurrijke plaats, waar de klanten konden kiezen uit een verscheidenheid aan producten naar hun smaak en eetlust (foto van 1874 en afkomstig uit het Stadsarchief)