Drieënveertig jaar geleden scoorde de Britse meidengroep The Belle Stars een gigantische hit met ‘Sign of the Times’ .

Wat dit opzwepende nummer extra bijzonder maakt, is dat de zeven getalenteerde groepsleden het helemaal zelf schreven.

Stella Barker, Clare Hirst, Miranda Joyce, Jennie Matthias, Sarah-Jane Owen, Judy Parsons en Lesley Shone vormden destijds een opvallende en stoere verschijning in de muziekwereld.

Een leuk detail is dat de groep deels voortkwam uit de as van The Bodysnatchers, een toen bekende ska-band. Stella Barker, Miranda Joyce, Sarah-Jane Owen en Judy Parsons maakten de overstap vanuit die groep en bundelden hun krachten met de nieuwe leden Clare Hirst, Jennie Matthias en Lesley Shone om The Belle Stars compleet te maken.

De meiden stonden erom bekend dat ze al hun instrumenten zelf bespeelden, wat in de vroege jaren tachtig voor een voltallige vrouwenband nog altijd uitzonderlijk en behoorlijk vooruitstrevend was.

De aanstekelijke mix van pop en new wave, met een stevige knipoog naar hun ska-roots, werd feilloos vastgelegd door producer Peter Collins.

Hij was een bijzonder veelzijdige vakman die zijn sporen in de internationale muziekindustrie ruimschoots heeft verdiend.

Het bleef voor hem overigens niet bij Britse meidengroepen, want zijn productiewerk omvat een opvallend breed scala aan artiesten en stevige genres.

Zo verzorgde hij later het geluid voor uiteenlopende namen als Alice Cooper, Bon Jovi, Suicidal Tendencies, Indigo Girls, Jane Wiedlin, October Project, The Cardigans en Tracey Ullman.

De samenwerking tussen The Belle Stars en Collins bleek een absoluut schot in de roos, want de single vloog overal de hitlijsten in.

In Vlaanderen was het nummer goed voor een indrukwekkende tweede plaats in de toenmalige BRT Top 30, en ook in Nederland was het een enorm succes met een zesde plek in de Top 40.

In hun thuisland, het Verenigd Koninkrijk, piekte de plaat zelfs op de derde positie. Hoewel Sign of the Times wereldwijd hun grootste succes bleef, stonden The Belle Stars aan het eind van de jaren tachtig toch nog een keer onverwacht in de schijnwerpers.

Hun vrolijke cover van het nummer Iko Iko werd toen namelijk prominent gebruikt in de geprezen film Rain Man, wat de groep flink wat jaren na hun hoogtijdagen alsnog een grote hit opleverde in Amerika.

Dit onverwachte succes kwam overigens op het moment dat de groep feitelijk al niet meer bestond, want in 1986 waren The Belle Stars officieel uit elkaar gegaan.

Zangeres Jennie Matthias, die ook bekendstaat als Jennie McKeown, is de muziekwereld echter wel altijd trouw gebleven en treedt tegenwoordig nog af en toe solo op in het retrocircuit.

Hoe een lokaal carnavalslied uit New Orleans de hitlijsten veroverde.

Het nummer Iko Iko van de Britse meidengroep The Belle Stars is een aanstekelijke popklassieker met een rijke en complexe geschiedenis.

Hoewel The Belle Stars er in de jaren tachtig een grote hit mee scoorden, liggen de oorspronkelijke wortels van het lied tientallen jaren eerder in de kleurrijke straten van New Orleans.

De originele versie werd in 1953 geschreven door de Amerikaanse rhythm-and-bluesartiest James Sugar Boy Crawford en begin 1954 uitgebracht onder de titel Jock-A-Mo.

Crawford haalde zijn inspiratie uit de straatcultuur van de Mardi Gras Indians.

Dit zijn groepen Afro-Amerikaanse feestvierders in New Orleans die zich tijdens het carnaval kleden in weelderige, op de inheemse Amerikaanse klederdracht geïnspireerde pakken.

De tekst van het nummer beschrijft een speelse maar stoere confrontatie tussen twee rivaliserende stammen tijdens de parade.

De zang in het refrein is gebaseerd op de traditionele kreten die deze carnavalsgroepen naar elkaar riepen.

De exacte betekenis van de woorden is door de jaren heen vaak besproken, maar taalkundigen en historici gaan er doorgaans van uit dat het een mengsel is van Louisiana Creools Frans, inheemse talen en West-Afrikaanse dialecten.

Het refrein is in essentie bedoeld als een plagerij of een overwinningkreet richting de andere groep.

In 1965 blies de Amerikaanse meidengroep The Dixie Cups het nummer nieuw leven in.

Ze pasten de titel aan naar Iko Iko en scoorden er een enorme hit mee.

De leden van The Dixie Cups dachten destijds dat het een traditioneel volksliedje was dat ze van hun grootmoeder hadden geleerd.

Tijdens de opname improviseerden ze de percussie in de studio door met drumstokjes op asbakken en aluminium flessen te tikken.

Omdat ze het nummer samen met hun producers als hun eigen compositie registreerden, ontstond er later een stevige juridische strijd met James Crawford over de auteursrechten.

Uiteindelijk werd er een schikking getroffen waarbij Crawford deels werd erkend, al moest hij een groot deel van de publicatierechten afstaan.

De versie van The Belle Stars, met een herkenbaar en typisch jaren tachtig synthesizergeluid, werd in 1982 opgenomen en uitgebracht.

Destijds was het vooral een bescheiden succes in het Verenigd Koninkrijk en in enkele Europese landen.

Bij ons in Vlaanderen en Nederland bereikte de single toen niet de hitparade.

Het grote succes kwam pas veel later.

Dat omslagpunt vond plaats eind 1988, toen hun energieke cover op de soundtrack verscheen en werd gebruikt in de opening van de immens populaire film Rain Man met Tom Cruise en Dustin Hoffman.

Door het enorme bioscoopsucces van de film werd het nummer in 1989 opnieuw uitgebracht in de Verenigde Staten, waar het dit keer piekte in de hoogste regionen van de Billboard-hitlijsten.

Wat in 1954 begon als een lokaal carnavalslied over botsende parades in New Orleans, is op die manier via The Dixie Cups en de filmindustrie uitgegroeid tot een wereldwijd bekend popfenomeen.

Daarnaast bleek de aantrekkingskracht van de melodie onweerstaanbaar voor vele andere muzikanten.

Artiesten als Rolf Harris, Warren Zevon, Dr. John, John Baldry en zelfs Hugues Aufray coverden het nummer al in de jaren zestig en zeventig.

Maar ook artiesten als Cyndi Lauper, Ringo Starr, Captain Jack en Zap Mama namen het nummer op in hun repertoire.

Het nummer ‘The Clapping Song’ is bij velen vooral bekend door de aanstekelijke cover van de Britse meidengroep The Belle Stars uit 1982, maar de oorsprong van het lied gaat terug tot 1965.

Het werd geschreven door Lincoln Chase en oorspronkelijk uitgebracht door de Amerikaanse zangeres Shirley Ellis.

Haar versie was een enorm succes, verkocht meer dan een miljoen exemplaren en bereikte hoge posities in de Amerikaanse en Britse hitlijsten.

De tekst en het ritme zijn gebaseerd op een kinderversje en een bijbehorend klapspelletje.

De bekende openingsregels “Three, six, nine, the goose drank wine” zijn bovendien deels geleend van een veel ouder nummer uit de jaren dertig genaamd Little Rubber Dolly van de Light Crust Doughboys.

In de zomer van 1982 bliezen The Belle Stars het nummer nieuw leven in met hun opzwepende mix van pop en ska, uitgebracht op het bekende Stiff Records-label .

Hun cover sloeg enorm aan bij het grote publiek.

Het bereikte de elfde plaats in de Britse hitlijsten en klom in Australië na een verblijf van maar liefst zeven maanden zelfs naar de vierde plek.

Het was een nummer dat perfect de vrolijke, energieke sfeer van de vroege jaren tachtig wist te vangen.

Naast de versie van The Belle Stars hebben door de jaren heen vele andere artiesten The Clapping Song gecoverd.

Artiesten als Anita Harris, Gary Glitter en de Franse groep Les Surfs coverden het nummer al in de jaren zestig en zeventig.

Maar ook artiesten als Pia Zadora, Black Lace, Toto Coelo en Carmel namen het nummer op in hun repertoire.

Zo bracht Aaron Carter het uit in 2000 en nam Queen-drummer Roger Taylor in 2021 nog een versie op, terug te vinden op zijn album Outsider.

In Vlaanderen kennen we het nummer bovendien dankzij de Championettes.

40 jaar geleden, reclame voor het album You Broke My Heart In 17 Places van Tracey Ullman.

Tracey Ullman is een Britse actrice, comédienne en zangeres die in de jaren tachtig bekend werd met haar debuutalbum You Broke My Heart In 17 Places.

Op het album kreeg ze steun van Kirsty MacColl en dit dankzij twee nummers die ze schreef, namelijk They Don’t Know en You Broke My Heart In 17 Places.

Het album werd geproduceerd door Peter Collins en bevatte ook verschillende covers van bekende nummers uit de jaren zestig, zoals Bobby’s Girl, Breakaway en Move Over Darling.

Deze laatste was een hit van Doris Day, die Ullman bewonderde en aan wie ze het nummer opdroeg.

Het nummer Move Over Darling is geschreven is door Hal Kanter, Jack Sher en Bella Spewack.

Ze schreven dit nummer voor de film Move Over, Darling uit 1963, een komedie met Doris Day, James Garner en Polly Bergen in de hoofdrollen.

In Vlaanderen bereikte haar cover de vijftiende plaats in de Brt Top 30.

In Nederland was het nummer goed voor een dertiende plaats in de Top 40.