Peter Townsend was een Britse piloot (officier van de Royal Air Force) en auteur.
Van 1944 tot 1952 was hij stalmeester van koning George VI, en nadien ook van diens dochter koningin Elizabeth II.
In 1944 kwam hij in dienst aan het Brits koninklijk hof als ere-stalmeester van koning George VI.
In die periode leerde hij ook de prinsessen Elizabeth en Margaret kennen.
Prinses Margaret werd verliefd op hem en wilde met Peter trouwen.
Ze vroeg hiervoor de goedkeuring aan haar zus, die ondertussen haar vader had opgevolgd als koningin en hoofd van de Engelse Kerk.
Omdat Peter Townsend op dat moment (1953) een gescheiden man was, oordeelde de Britse regering dat de prinses niet met hem kon trouwen.
Omdat koningin Elizabeth II haar zus het geluk wou gunnen, werd een toevlucht genomen tot een clausule in de wet waardoor een huwelijk wel mogelijk zou zijn vanaf de 25e verjaardag van de prinses.
Om de RAF-officier nog twee jaar uit de schijnwerpers van de media te houden, werd hij verbannen naar een diplomatieke post als ambassadeattaché in Brussel, van 1953 tot 1956.
Margaret en Peter schrijven elkaar elke dag en bellen elkaar urenlang.
In 1956 ging hij weg bij de RAF.
Op 31 oktober 1955 uitte prinses Margaret haar voornemen om toch af te zien van een huwelijk met Peter.
Margaret verdrinkt zich in gin en sociale uitjes.
Ze verliest de controle, terwijl Peter in zijn gedwongen ballingschap geniet van het leven.

De rede van zijn genot, is natuurlijk Marie-Luce Jamagne die hij leerde kennen in Brussel, toen ze pas 13 jaar was.
Marie-Luce Jamagne dochter van een miljonair en sigarettenfabrikant uit Brasshaat.
In 1959 trouwde hij met Marie-Luce Jamagne, in het gemeentehuis van Watermaal-Bosvoorde.

Het echtpaar krijgt drie kinderen: Marie-Françoise, Pierre en Marie-Isabelle, die een supermodel zal worden voor Ralph Lauren.
Het huwelijk bleef stand houden tot de dood van Peter.
De familie verhuisde vervolgens naar de regio Parijs, “La Bullière”, een eigendom waar ze de nodige rust vinden en vooral privacy.
Peter Townsend begon toen een leven als auteur, voornamelijk van non-fictie boeken.

Tot zijn oeuvre behoren titels als “Earth My Friend” (rond het thema van solo-wereldreizen midden de jaren 50), “Duel of Eagles” (over de slag om Groot-Brittannië), “The Odds Against Us” (Duel in the Dark, over zijn oorlogstijd als gevechtspiloot), “The Last Emperor” (een biografie van koning George VI), “The Girl in the White Ship” (over de Vietnamese bootvluchtelingen eind jaren 70) en “The Postman of Nagasaki” (over de kernbom op Nagasaki).
In 1978 schreef hij zijn autobiografie “Time and Chance”, die een groot succes zou worden.
Hij stierf op 19 juni 1995 op 80-jarige leeftijd op zijn eigendom in Saint-Léger-en-Yvelines en dit aan de gevolgen van darmkanker (Foto’s januari 1959).




