Vandaag is het precies een eeuw geleden dat het museum in het Kasteel van Gaasbeek voor het eerst zijn deuren opende voor het publiek (11 februari 1924)

Het Kasteel van Gaasbeek werd oorspronkelijk gebouwd als een verdedigingsburcht rond 1240 door Godfried van Leuven, om het hertogdom Brabant te beschermen tegen het graafschap Henegouwen.

Doorheen de eeuwen werd het kasteel verschillende keren verwoest en heropgebouwd, en kwam het in handen van verschillende adellijke families, zoals de Hornes, de Egmonts en de Arconati Visconti’s.

De bekendste eigenaar was graaf Lamoraal van Egmont, die het kasteel kocht in 1565, maar drie jaar later onthoofd werd op bevel van de Spaanse koning.

In de 17de en 18de eeuw werd het kasteel omgevormd tot een luxueus zomerverblijf, met flamboyante parkgebouwen zoals de gloriëtte.

De laatste markiezin, Marie Peyrat, gaf het kasteel zijn huidige romantische uitzicht, geïnspireerd door de middeleeuwen.

Gisteren nog vandaag

Zij schonk het domein in 1921 aan de Belgische Staat.

Op 11 februari 1924 werd in aanwezigheid van de ministers Pierre Nolf (Kunsten en Wetenschappen) en Fulgence Masson (Justitie) het kasteel, dat al sinds de 13e eeuw bestaat, officieel ingehuldigd als een cultureel erfgoed (zie foto 3).

Het museum toont de rijke geschiedenis van het kasteel, dat verschillende eigenaars en verbouwingen heeft gekend, en de kunstcollectie die er door de eeuwen heen is verzameld.

Bezoekers kunnen genieten van schilderijen, meubels, wandtapijten, porselein en andere voorwerpen die getuigen van de levensstijl en smaak van de vroegere bewoners.

Sinds 1980 is het kasteel een museum van de Vlaamse Gemeenschap.

Vandaag 90 jaar geleden, de Gentse universiteit als eerste van België, definitief vernederlandst.

Na de Belgische Revolutie in 1830 nam het Frans de plaats in, van het Latijn als voertaal van de Gentse universiteit.

Het Frans was toen de voertaal van de Belgische administratie.

Tegen het einde van de negentiende eeuw begon de Vlaamse Beweging, onder impuls van Lodewijk de Raet, pogingen te ondernemen om de Gentse universiteit te vernederlandsen.

In de Eerste Wereldoorlog richtte Moritz von Bissing in 1916 de Vlaamsche Hoogeschool of Von Bissinguniversiteit op, wat deel uitmaakte van zijn verdeel en heerstactiek, de Flamenpolitik.

Het overgrote deel van de Vlaamse beweging, de zgn. ‘passivisten’ zoals Frans Van Cauwelaert, Camille Huysmans en Louis Franck (welke steeds gestreefd hadden voor hoger onderwijs in ’t Nederlands), kantte zich vanaf het begin tegen deze Duitse inmenging in Belgische binnenlandse aangelegenheden en boycotte de Vlaamsche Hoogeschool.

Ook het overgrote deel van de Vlaamse bevolking was ertegen gekant.

De Vlaamsche Hoogeschool was een mislukking en werd gesteund door slechts een kleine minderheid flaminganten.

Deze Vlaamsche Hoogeschool werd ongedaan gemaakt na de oorlog en als activisme of collaboratie met de Duitse bezetter beschouwd.

De vernederlandsing van de Gentse universiteit bleef de gemoederen beroeren en het kwam dikwijls tot hardhandige conflicten.

Onder de tegenstanders bevond zich onder andere de Franstalige Gentse bourgeoisie.

Op 27 juli 1923 werd een wetsontwerp tot gedeeltelijke vernederlandsing, ingediend door de toenmalige minister van Kunsten en Wetenschappen Pierre Nolf, door beide Kamers aangenomen.

De in feite tweetalige universiteit zou voortaan zowel een Nederlandstalige als een Franstalige afdeling kennen.

Wie aan een Nederlandse afdeling was ingeschreven zou één derde van de lessen in het Frans krijgen, de overige twee derde in het Nederlands.

En vice versa voor de Franstalige afdeling.

Deze omslachtige regeling leverde de RUG al snel de schertsende bijnaam Nolfbarak op.

In 1930 werd, op initiatief van de Waalse eerste minister Henri Jaspar, de universiteit, als eerste van België, definitief vernederlandst.

De eerste rector van de eentalig Nederlandse Universiteit was August Vermeylen (tot 1933)

Vandaag 90 jaar geleden, de Gentse universiteit als eerste van België, definitief vernederlandst.