
Gisteren nog vandaag
Foto's, en reportages en voor 95 % niet terug te vinden op Google uit ons ver verleden, over Gent, Vlaanderen, film, muziek, sport, politiek en zoveel meer uit tijdschriften en kranten en jaarboeken. Vanaf de jaren 1900 tot en met gisteren. Meer foto's en artikelen terug te vinden op onze Fb groep Gisteren nog vandaag en de Fb groep Weetjes over popmuziek

Gisteren nog vandaag
Deze ondernemende apotheker bouwde aan het begin van de twintigste eeuw zijn zaak in Oostende uit tot een succesvol bedrijf, waarbij hij niet alleen als apotheker maar ook als industrieel actief was met de productie van mineraalwater en limonades.
Het product staat symbool voor de tijd waarin lokale specialisten hun eigen specifieke mengsels samenstelden om veelvoorkomende kwalen te bestrijden, waarbij de bakermat in West-Vlaanderen lag, maar de populariteit zich over het hele land uitstrekte.
In deze reclameboodschap uit februari 1936 wordt de maag gepresenteerd als het belangrijkste orgaan van het menselijk lichaam, omdat deze verantwoordelijk is voor het omzetten van voedsel in verteerbare stoffen die leven brengen naar het gehele organisme.
Volgens deze advertentie is het noodzakelijk om de maag zeer ernstig te controleren en bij de minste afwijkende symptomen direct in te grijpen.
Als specifieke klachten waarvoor het middel ingezet kan worden, noemt de tekst oprispingen, een branderig gevoel, zwellen, slapeloosheid en geeuwen na de maaltijden.
De samenstelling van dergelijke poeders was vaak gebaseerd op een combinatie van stoffen die de spijsvertering ondersteunden of pijn verzachtten.
Poeders De Cock werd specifiek gepresenteerd als een geneesmiddel dat was aangenomen door specialisten voor maagziekten.
De advertentie beloofde een onmiddellijke uitwerking met de stellige uitspraak: beproef en gij zult genezen.
Destijds was het product in nagenoeg alle Belgische apotheken verkrijgbaar voor een prijs van 9,50 frank per doos, wat aantoont hoe groot de commerciële impact van de onderneming uit Oostende was geworden.
Vandaag de dag roept de naam bij veel mensen een gevoel van nostalgie op.
De illustratie van een man met een hamer die op een object op zijn hoofd slaat, die vaak bij de advertenties te zien was, onderstreepte destijds de krachtige en directe werking die men aan de bereidingen van Achille De Cock toeschreef.


Wie denkt aan de gouden jaren van de vinylrevolutie, denkt vaak direct aan de iconische kofferplatenspeler.
In menig Nederlandse en Belgische huiskamer stond in die tijd een apparaat van Melovox.
Dit merk was van origine Frans en produceerde diverse modellen elektrografen die als wonderen van techniek, precisie, geluid en stereofonie werden gepresenteerd.
Het merk wist als geen ander in te spelen op de behoefte van een generatie die muziek niet alleen wilde luisteren, maar ook wilde meenemen.
Vooral in Frankrijk was Melovox enorm beroemd en geliefd; het was daar een van de toonaangevende namen voor draagbare elektronica.
De kracht van Melovox zat in de slimme combinatie van eigen ontwerp en ingekochte techniek.
In plaats van zelf complexe loopwerken te ontwikkelen, maakte het merk gebruik van de expertise van specialisten zoals BSR en Melodyne. BSR, oftewel Birmingham Sound Reproducers, was een Britse gigant die verantwoordelijk was voor een enorm deel van de wereldwijde productie van draaitafels.
Ze stonden bekend om hun onverwoestbare wisselaars waarmee je een hele stapel platen achter elkaar kon afspelen.
Melodyne leverde eveneens cruciale mechanieken voor de motor en de toonarm.
Door deze betrouwbare onderdelen te combineren met hun eigen versterkers en luidsprekers, kon Melovox een betaalbaar en degelijk product aanbieden dat voor bijna iedereen bereikbaar was.
De ontwerpen van Melovox waren een schoolvoorbeeld van de retro-esthetiek met robuuste koffers en diverse compacte uitvoeringen.
Het was de voorloper van de boombox; je klapte de koffer open, sloot de luidspreker aan en het feest kon beginnen.
De platenspelers waren voorzien van naalden die volgens de fabrikant een bewijs waren van technische perfectie, waardoor zowel oude microgroove-platen als moderne stereofonische platen afgespeeld konden worden zonder aanpassingen.
Dit maakte de apparaten zeer gebruiksvriendelijk voor de consument.
Vandaag de dag bestaat het oorspronkelijke Franse bedrijf niet meer in zijn oude vorm, maar de naam Melovox is bezig aan een tweede leven in de verzamelwereld.
Liefhebbers van vintage design zoeken stad en land af naar goed bewaarde exemplaren uit de jaren zestig en zeventig.
Het is niet alleen de nostalgische look die trekt; de specifieke, warme klank van een oude Melovox brengt de sfeer van klassieke pop- en rockplaten op een unieke manier tot leven.
Het is het geluid van een tijdperk waarin muziek luisteren nog een bewuste handeling was.
Met een nieuwe naald en wat liefde voor het mechaniek van BSR of Melodyne kan zo’n klassieker nog steeds de ster van de kamer zijn.




Het verhaal van Quality Street begint in 1890 in het Engelse Halifax, waar John Mackintosh en zijn vrouw een snoepwinkel openden.
Ze hadden een uniek product ontwikkeld: een mix van harde toffee en zachte karamel, gemaakt van eenvoudige, lokale ingrediënten.
De snoepjes waren zo populair dat ze in 1898 ’s werelds allereerste toffeefabriek openden.
Het succes kende echter een flinke tegenslag toen deze fabriek negen jaar later, in 1909, volledig afbrandde.
Het echtpaar liet zich niet ontmoedigen, kocht een oude tapijtfabriek en bouwde deze om tot een nieuwe, succesvolle productielocatie.
Na de dood van John nam zijn zoon Harold het bedrijf over. Harold had grotere ambities en wilde de snoepjes ook nationaal en internationaal verkopen.
In 1936 lanceerde hij de snoepmix daarom onder een nieuwe, pakkende naam: Quality Street.
Die naam was slim geleend van een populair toneelstuk van J.M. Barrie, de schrijver van Peter Pan. De snoepjes – een mix van verschillende chocolaatjes, toffees en fruitvullingen – werden verkocht in de iconische, kleurrijke verpakking.
Het merk kreeg al snel een nostalgische en feestelijke uitstraling en wordt tot op de dag van vandaag sterk geassocieerd met Kerstmis en speciale gelegenheden.
Tegenwoordig maakt Quality Street deel uit van het Zwitserse voedingsconcern Nestlé





Dolly Davis, geboren als Julienne Alexandrine David stond bekend om haar rollen in films als Le Chauffeur de Mademoiselle en werd geprezen om haar gratie en charme door de filmpers van die tijd.
Tijdens haar carrière werd ze meermaals geportretteerd in schilderijen door kunstenares Jacqueline Marval.
Jacqueline Marval (1866–1932) was een spilfiguur in de Parijse kunstwereld rond 1900.
Als Franse kunstschilderes, graficus en beeldhouwster was ze een van de vrouwelijke pioniers van de avant-garde.
Ze werd geboren als Marie-Joséphine Vallet in Quaix-en-Chartreuse.
Haar vroege leven kende een tragische start: na het verlies van haar kind verliet ze haar echtgenoot en trok ze naar Parijs om een nieuw leven op te bouwen.
Om in haar levensonderhoud te voorzien, begon ze daar als ‘giletière’ (een maakster van vesten).
Al snel ontwikkelde ze echter haar artistieke talent en nam ze het pseudoniem Jacqueline Marval aan, een samentrekking van haar voor- en achternaam.
In Parijs bouwde ze een leven op in het hart van de kunstscene, waar ze bevriend raakte met prominente kunstenaars als Henri Matisse, Albert Marquet en haar levensgezel Jules Flandrin.
Haar doorbraak kwam in 1901, toen ze voor het eerst exposeerde op de Salon des Indépendants.
De invloedrijke kunsthandelaar Ambroise Vollard was direct onder de indruk en kocht maar liefst tien van haar schilderijen, waaronder het geruchtmakende naakte zelfportret “Odalisque au guépard”.
Marval bleef de kunstwereld opschudden.
Haar schilderij “Les Odalisques” (1902-1903) zorgde voor opschudding op de Salon van 1903.
Niet alleen was het avant-gardistisch, maar het onderwerp – een bordeelscène geschilderd door een vrouw waarin ze bovendien zichzelf meermaals afbeeldde – was zeer gedurfd voor die tijd.
Haar werk kenmerkt zich door een levendig kleurgebruik en een heel persoonlijke lijnvoering.
Ze schilderde uiteenlopende onderwerpen, van portretten en bloemstillevens tot het moderne strandleven in Biarritz en interpretaties van ballet.
In 1913 ontving ze de prestigieuze opdracht om de foyer van het nieuwe Théâtre des Champs-Élysées te decoreren, waarvoor ze panelen creëerde rond het ballet Daphnis et Chloé.
Marval werd bewonderd door tijdgenoten als Guillaume Apollinaire en stond bekend om haar flamboyante persoonlijkheid, wat haar de bijnaam ‘fee van de belle époque’ opleverde.
Tijdens haar leven werd haar werk veelvuldig getoond in heel Europa en de Verenigde Staten, onder meer op de beroemde Armory Show in New York (1913) en de Biënnale van Venetië.
Na haar dood in 1932 raakte ze wat in de vergetelheid, maar recentelijk is er weer volop aandacht voor haar belangrijke rol als vrouwelijke pionier in de moderne kunst.


