80 jaar geleden, reclame voor cognac van het merk Staub

Cognac Staub was een historisch drankenmerk dat zijn oorsprong vond in de negentiende eeuw, toen het werd opgericht door Auguste Staub.

Het huis vestigde zich in de beroemde Franse Charente-streek en groeide al snel uit tot een gerespecteerde naam binnen de wereld van de distillaten.

Wat dit merk destijds zo bijzonder maakte, was niet alleen de zorgvuldige rijping van de drank zelf, maar vooral de vooruitstrevende manier waarop de producent de cognac aan de man bracht.

In de late negentiende en vroege twintigste eeuw investeerde Auguste Staub namelijk stevig in opvallende en kleurrijke reclamecampagnes.

Deze artistieke posters en postkaarten bepaalden destijds het straatbeeld tijdens de Belle Époque en vormden later waardevol materiaal voor archivarissen en verzamelaars van historische documenten.

Ook na de woelige oorlogsjaren zette het drankenmerk zijn marketingtraditie voort, zoals bleek uit een specifieke reclameboodschap uit juni 1946.

Op deze publicatie prijkte een Brussels adres in de Van Lintstraat nummer negenendertig, gelegen in de gemeente Anderlecht.

Dit was toen de hoofdzetel van de exclusieve Belgische importeur.

Grote Franse drankhuizen werkten in die periode vrijwel altijd met nationale agenten die de verdeling voor het hele land op zich namen.

Vanuit dit centrale depot in de hoofdstad vertrokken de flessen en het bijbehorende promotiemateriaal naar lokale wijnhandelaren, slijterijen en horecazaken in heel België.

De advertentie bevatte tevens een hoopvolle Franse slagzin die verwees naar een dag die ooit zou komen.

In de vroege zomer van negentienzesenveertig, vlak na de Tweede Wereldoorlog, waren luxeproducten zoals Franse cognac immers nog uiterst schaars en streng gerantsoeneerd door hardnekkige logistieke problemen aan de grenzen.

Met deze melancholische woorden speelde de Brusselse distributeur slim in op het diepe verlangen naar betere tijden, waarin de consument weer vrijuit kon genieten van de vertrouwde luxe van voor de oorlog.

Het was een doordachte manier om de merknaam warm te houden in het bewustzijn van het publiek, terwijl men wachtte tot de bevoorrading vanuit de Charente weer op volle toeren draaide.

Hoewel het cognachuis de tand des tijds uiteindelijk niet op dezelfde schaal doorstond als de grootste giganten in de sector, bleef de rijke geschiedenis van Auguste Staub nog lang voortleven via de zeldzame flessen en antieke affiches die geliefde objecten werden op internationale veilingen.

80 jaar geleden, reclame voor de winkel La Voix de son maître

De winkel van La Voix de son maître, vaak beter bekend onder de Engelstalige naam His Master’s Voice of HMV, bevond zich destijds op huisnummer veertien in de Koningsgalerij in Brussel.

Het merk zelf vond zijn oorsprong eind negentiende eeuw, toen de Amerikaan William Barry Owen in Londen The Gramophone Company oprichtte en in 1899 een befaamd schilderij van de Britse schilder Francis Barraud kocht.

Dat schilderij, waarop het hondje Nipper in de hoorn van een fonograaf kijkt, werd in 1909 het officiële logo voor de platenlabels van het bedrijf.

In 1921 opende de allereerste eigen HMV-winkel in de Londense Oxford Street, waarna al snel internationale filialen volgden.

Het Britse moederbedrijf gebruikte in Franstalige gebieden steevast de vertaling La Voix de son maître om de lokale markt beter aan te spreken.

Uit oude Brusselse tijdschriften en archieven blijkt dat het filiaal in de Galerie du Roi al in de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw een grote aantrekkingskracht uitoefende op muziekliefhebbers en verzamelaars van geluidsdragers.

In de chique setting van de galerij verkocht de winkel niet alleen de allernieuwste 78-toerenplaten van hun eigen label, maar ook van concurrenten zoals Columbia, Polydor en Brunswick.

Daarnaast was het een belangrijke verdeler van de destijds zeer moderne grammofoons en radiotoestellen.

De zaak pakte regelmatig uit met advertenties waarin ze gratis thuisdemonstraties aanboden, zodat klanten in hun eigen luisteromgeving overtuigd konden raken van de geluidskwaliteit.

Naast deze prestigieuze winkel in de Koningsgalerij had het merk in diezelfde periode overigens nog een tweede Brussels filiaal aan de Maurice Lemonnierlaan.

Het specifieke pand in de Koningsgalerij heeft na het vertrek van La Voix de son maître nog lang een muzikale bestemming behouden.

Vele jaren later, tijdens de hoogtijdagen van de elpee en de cd, was op exact hetzelfde adres de platenzaak Music Way gevestigd.

Toevallig is de naam HMV sinds april van dit jaar na lange afwezigheid weer terug in het Brusselse straatbeeld, ditmaal met een ruime nieuwe vestiging in het winkelcentrum City2.

Gisteren nog vandaag

45 jaar geleden, reclame voor de verzamelaar Hit Singles Volume 8 (mei 1981)

Het nummer ‘Stars On 45’ was een legale bewerking van een illegale 12-inch-single van Alto Passion, waarop originele opnamen van diverse artiesten, waaronder The Beatles, tot een medley waren gesmeed.

Toen Willem van Kooten deze illegale plaat in handen kreeg, gaf hij producer Jaap Eggermont de opdracht om er een officiële versie van te maken.

Voor de zangpartijen werd een indrukwekkend team samengesteld.

Smile-zanger Bas Muys nam de stem van John Lennon voor zijn rekening, en hij deed dat zo overtuigend dat Julian Lennon ooit opmerkte dat de stem van Muys meer op die van zijn vader leek dan die van hemzelf.

Hans Vermeulen kroop in de huid van George Harrison, terwijl Okkie Huysdens te horen was als Paul McCartney.

Daarnaast leverden ook Albert West, Tony Sherman, Arnie Treffers, Okkie Huysdens, en Jody Pijper een bijdrage aan het project.

Het resultaat was een ongekend wereldwijd succes.

In 1981 werden er van deze eerste single meer dan 5 miljoen exemplaren verkocht.

Op 20 juni 1981 bereikte de plaat de eerste plaats in de Amerikaanse Billboard Hot 100, een prestatie die werd beloond met een platina-status voor de verkoop van meer dan een miljoen stuks in de Verenigde Staten alleen al.

Uiteindelijk voerde de single de hitlijsten aan in minstens een dozijn landen, waaronder Nederland, Duitsland, Canada en Australië.

Het succes breidde zich dat jaar razendsnel uit met een volledig album en verschillende vervolgsingles.

Het eerste album, in de VS uitgebracht als Stars on Long Play, was een internationaal fenomeen waarvan meer dan 2,5 miljoen exemplaren over de toonbank gingen.

Na de Beatles-medley volgden in 1981 nog meer hits, zoals de Abba-medley, Stevie Wonder-medley en Frank Sinatra-medley.

Deze opvolgers domineerden eveneens de hitlijsten en droegen bij aan een indrukwekkend totaalplaatje.

De totale verkoop van alle Stars on 45-releases in 1981 wordt wereldwijd geschat op ruim 10 tot 15 miljoen eenheden.

Gisteren nog vandaag

45 jaar geleden, reclame voor Chu Pops

De geschiedenis van de muzikale kauwgom Chu Pops, in Amerika bekend als Chu-Bops, begon aan het begin van de jaren tachtig, toen producent Amural Products Company een unieke verzamelrage ontketende.

Tussen 1980 en 1983 bracht dit bedrijf miniatuurversies uit van destijds razend populaire lp-hoezen.

Het succes waaide al snel over naar Europa, waar importeur Ets Charlier uit Antwerpen de distributie voor de Lage Landen op zich nam.

Onder de enthousiaste slagzin dat de hit uit Amerika nu ook bij ons verkrijgbaar was, veroverde het product in mei 1981 de markt in onder andere Nederland, Luxemburg, Duitsland en Frankrijk.

Het concept was even eenvoudig als doeltreffend. Voor een klein bedrag kochten jongeren bij kiosken en platenzaken een kartonnetje van vierenhalve vierkante centimeter dat exact leek op een echte vinylplaat.

Binnenin dit miniatuur-album zat een felroze stuk kauwgom in de vorm van een grammofoonplaat, inclusief nagemaakte groeven.

Een extra verrassing wachtte aan de binnenzijde van het openklapbare hoesje, waar de songtekst van de grootste hit van het album stond afgedrukt.

Wie bijvoorbeeld het album Voulez-vous van ABBA bemachtigde, vond daarin de complete tekst van het bekende nummer ‘Does your Mother know’.

De marketing achter de kauwgom speelde perfect in op de verzamelwoede van de jeugd.

Er werd gewerkt met opeenvolgende reeksen die telkens acht nieuwe albums van actuele sterren bevatten.

De allereerste serie die in onze regio op de markt kwam, bestond uit een gevarieerde mix van wereldberoemde pop- en rockacts, waaronder Dire Straits, Kiss, Roxy Music, Billy Joel, Blondie, Sheila en twee verschillende albums van ABBA.

Later volgden nog speciale thematische series rondom iconen zoals Elvis Presley en The Beatles.

Om al deze schatten netjes te bewaren, konden fans een speciaal Chu Pops-verzamelalbum aanschaffen, waarin precies zestien hoesjes overzichtelijk konden worden opgeborgen.

Verzamelaars werden destijds al gewaarschuwd dat ze snel moesten toeslaan.

Zodra er na twee maanden een nieuwe reeks verscheen, stopte de fabrikant direct met de productie van de vorige serie.

Hierdoor veranderden oude hoesjes in korte tijd in schaarse rariteiten.

De advertenties uit die tijd gaven de jeugd dan ook de tip om dubbele exemplaren goed te bewaren voor ruilhandel, met de belofte dat de waarde van dag tot dag zou stijgen.

Die voorspelling is decennia later werkelijkheid geworden. De nostalgische hoesjes, en dan met name de zeldzame exemplaren die na al die jaren nog ongeopend zijn, inclusief de originele kauwgom, zijn tegenwoordig gezochte en waardevolle objecten onder verzamelaars van popmemorabilia.

Vandaag 40 jaar geleden, Michael Jackson en Pepsi-Cola, een bruisende combinatie

In mei 1986 tekende Michael Jackson een historisch contract met Pepsi, waarbij bronnen variëren tussen 5 mei voor de formele ondertekening en 6 mei voor de grootschalige bekendmaking tijdens een persconferentie in New York.

Gehuld in een zwart paillettenjasje presenteerde de zanger zich aan de wereldpers om de grootste individuele sponsordeal uit de geschiedenis van de reclamewereld te bevestigen.

De overeenkomst had een waarde van ongeveer 15 miljoen dollar en vormde een vervolg op het eerdere succes van de campagne uit 1984.

Het contract verplichtte de zanger om in drie commercials te verschijnen en legde vast dat Pepsi de hoofdsponsor zou worden van zijn komende wereldtournee, de Bad World Tour.

Een opvallend detail aan deze samenwerking was dat Michael Jackson de frisdrank in de reclamespotjes nooit daadwerkelijk hoefde te drinken of vast te houden.

De focus lag volledig op zijn artistieke imago en zijn dansstijl om het merk te profileren onder de slogan the choice of a new generation.

De tournee die door dit contract werd ondersteund, de Bad World Tour, ging van start op 12 september 1987 in Tokio en eindigde op 27 januari 1989 in Los Angeles.

Het was de eerste solotournee van Michael Jackson en werd een fenomenaal succes.

De tour omvatte 123 concerten verspreid over 15 landen op 4 continenten. In totaal trok de tournee ongeveer 4,4 miljoen fans aan, wat leidde tot een recordopbrengst van circa 125 miljoen dollar.

Hiermee werd het de best verdienende en drukst bezochte tournee van de jaren 80.

Een bijzonder feit is dat Michael tijdens deze tournee een reeks van zeven uitverkochte concerten gaf in het Wembley Stadium in Londen, waar hij in totaal voor 504.000 mensen optrad.

Dit leverde hem een vermelding op in het Guinness World Records. Ook doneerde hij aanzienlijke delen van de opbrengst aan diverse goede doelen, waaronder ziekenhuizen en weeshuizen.

Wat betreft de catering en de exclusiviteit tijdens de optredens was de invloed van de sponsor zeer merkbaar.

Als onderdeel van de overeenkomst had Pepsi de exclusieve rechten, wat betekende dat op de concertterreinen en in de VIP-ruimtes alleen Pepsi-producten verkrijgbaar waren.

Concurrenten zoals Coca-Cola waren volledig verbannen uit het zicht van het publiek en de media rondom de tourlocaties.

Bezoekers konden tijdens de concerten dan ook alleen cola van het merk Pepsi nuttigen.

Hoewel de eerdere samenwerking in 1984 werd overschaduwd door een ernstig ongeval waarbij het haar van de zanger vlam vatte tijdens opnames, markeerde de nieuwe deal uit 1986 een periode van ongekende commerciële macht.

De resulterende reclamespots, waarin Michael vaak samen met jonge dansers te zien was, werden wereldwijd iconisch.

Hiermee werd de basis gelegd voor een van de meest invloedrijke partnerschappen tussen de muziekindustrie en het bedrijfsleven

Weltruf: Gentse radio’s en televisies uit de Zinniastraat

De geschiedenis van Weltruf in de Zinniastraat in Gent is nauw verbonden met de opkomst van de radio en het modernisme in de twintigste eeuw.

In het pand op nummer 1, gelegen in de wijk Brugsepoort-Rooigem, was de firma Etablissements Van Den Weghe gevestigd.

Dit bedrijf combineerde houtbewerking met de assemblage van elektronica.

Omdat Weltruf in de Zinniastraat hoofdzakelijk fungeerde als een assembleur en verdeler, gebruikten zij vaak chassis en onderdelen van grotere fabrikanten uit die tijd, zoals Barco, Siera of Philips.

In het eigen atelier werden houten kasten vervaardigd waarin deze onderdelen werden ingebouwd, om vervolgens als complete radiomeubels en platenspelers onder de eigen merknaam Weltruf te worden verkocht.

Later werd het aanbod uitgebreid met televisietoestellen.

Naast het atelier op nummer 1 diende de locatie op nummer 37 als een bijkomend verkooppunt en toonzaal waar klanten rechtstreeks de geassembleerde toestellen konden aanschaffen.

Ook de nabijgelegen firma Supermoderne aan de Boerderijstraat 85 fungeerde als toonzaal en officieel verkooppunt voor de apparatuur uit het atelier.

De sterke lokale verankering van deze zaken bleek onder meer uit de betrokkenheid bij de wielersport.

Een feitelijk bewijs hiervan is de overwinning van Rik Van Steenbergen en Emile Severeyns in de Gentse Zesdaagse van 1956 in ’t Kuipke.

Deze foto waarop Van Steenbergen een Radio-Pick-up van Weltruf in ontvangst neemt bij Supermoderne in de Boerderijstraat, bevestigt dat deze toestellen als prestigieuze prijzen werden geschonken.

Ook op de Gentse Jaarbeurs in het Floraliënpaleis was het merk aanwezig met eigen presentaties van modellen zoals de Weltruf Super.

Het atelier in de Zinniastraat bood naast de vervaardiging ook technische ondersteuning voor het onderhoud van de apparaten.

De geschiedenis van de firma Van Den Weghe en het merk Weltruf blijft herkenbaar door de bewaarde objecten, zoals radio’s, televisies en luciferetiketten, die rechtstreeks naar deze locaties in Gent verwijzen. (Met dank aan Dirk Peeters voor de reclame)