Dit blijkt uit een artikel in De Post van 12 januari 1990, dat berichtte over de problemen met de mobilofoon, de logge voorloper van de huidige smartphone.
Deze apparaten, vaak in de vorm van een zware koffer, waren allesbehalve handzaam en werden daarom meestal in auto’s ingebouwd.
De mobiele telefonie stond in België nog in de beginfase en Proximus heette toen nog de RTT (Regie voor Telegraaf en Telefoon) en later Belgacom.
Een mobilofoon was een peperdure aangelegenheid, een echt statussymbool.
Het toestel zelf kostte maar liefst 150.000 Belgische frank, wat omgerekend naar de huidige waarde ongeveer 3718 euro is.
Om gebruik te kunnen maken van het analoge mobiele netwerk, waar gesprekken eenvoudig konden worden afgeluisterd en de geluidskwaliteit vaak te wensen overliet, moest men eerst 6000 Belgische frank (150 euro) aan inschrijvingskosten betalen.
Vervolgens betaalde men een tweemaandelijks abonnement van 3750 Belgische frank (93 euro).
Bellen zelf was ook niet goedkoop: per 20 seconden tikte men 5,95 Belgische frank (0,15 euro) af.
Een telefoongesprek van 5 minuten kostte je dus al snel 45 Belgische frank, ofwel ruim 1,10 euro!
Als je dit vergelijkt met de huidige prijzen voor mobiel bellen, besef je pas hoe duur het toen was en waarom de mobilofoon vooral populair was bij zakenmensen, politici en andere welgestelden.
Bovendien was de netwerkdekking in 1990 nog lang niet wat het nu is.
Er waren veel “witte vlekken” waar geen bereik was.
Door de hoge kosten en de beperkte dekking was de mobilofoon in die tijd vooral populair bij mensen die het zich konden veroorloven om altijd en overal bereikbaar te zijn.
Pas met de introductie van de GSM (Global System for Mobile Communications), een digitaal netwerk, kwam de revolutie in de mobiele telefonie echt op gang.
In België werd het eerste gsm-netwerk in 1994 opengesteld door Proximus met het prefix “075”.
Dit is in België de derde generatie mobiele telefonie en ze werd in haar begindagen dan ook soms aangeduid met de aanduiding MOB3 naar analogie met haar twee voorlopers MOB1 en MOB2.
Toestellen werden ook kleiner, goedkoper en toegankelijker voor een breder publiek.
Volgens onderzoek van Deloitte in 2023 bezit minstens 92 procent van de Belgen een smartphone.

