Vandaag is het ook al vijftig jaar geleden dat Francisco Franco y Bahamonde, en beter bekend als generalísimo Francisco Franco is overleden

Francisco Franco werd op 4 december 1892 geboren in El Ferrol, Galicië, in het noordwesten van Spanje.

Zijn jeugd was moeilijk. Zijn vader, een marineofficier, was vooral bezig met gokken, drinken en vreemdgaan, wat thuis tot voortdurende ruzies leidde.

Uiteindelijk verliet zijn vader het gezin voor een jonge maîtresse in Madrid.

Getekend door deze ervaringen koos Franco zelf een radicaal ander pad: hij was een sober man die roken, drinken, gokken en het bezoek aan kroegen of bordelen meed.

Hoewel hij de marine ambieerde, koos hij in 1907 noodgedwongen voor het leger. Hij was een middelmatige student, maar maakte carrière in het Spaanse protectoraat Marokko.

Zijn optreden tijdens de Rifoorlog (ca. 1921-1926) was meedogenloos.

Nadat hij in 1916 gewond raakte, werd hij bevorderd. Een sleutelrol speelde hij in het Spaanse Vreemdelingenlegioen dat hij omvormde tot een geduchte eenheid.

Het redden van de stad Melilla in 1921 maakte hem tot een nationale held.

In 1923 trouwde hij met Carmen Polo, met wie hij één dochter kreeg.

Toen in 1931 de Tweede Spaanse Republiek werd uitgeroepen, hield Franco zich aanvankelijk afzijdig.

Wel ontstond er frictie toen de republikeinen zijn Militaire Academie sloten.

In de onrustige jaren dertig sloeg hij in 1934 een linkse opstand neer.

Toen het linkse Volksfront in 1936 de verkiezingen won, werd Franco overgeplaatst naar de Canarische Eilanden, wat hij zag als een verbanning.

Dit was de opmaat naar de Spaanse Burgeroorlog, die op 17 juli 1936 uitbrak.

Franco en andere rechtse generaals probeerden de macht te grijpen om te voorkomen dat Spanje ‘links-anarchistisch’ zou worden.

De staatsgreep slaagde deels, wat leidde tot een bloedige oorlog. Franco kreeg cruciale militaire steun van Hitlers Duitsland en Mussolini’s Italië; de republikeinen werden gesteund door Stalins Sovjet-Unie.

De invloed van de communisten binnen het republikeinse kamp zorgde echter voor interne spanningen.

Eind 1938 trok Stalin zijn steun terug, wat het lot van de republiek bezegelde.

Op 1 april 1939 claimden de nationalisten de overwinning.

De nationalisten traden hard op; alleen al in Barcelona werden in enkele dagen 10.000 mensen zonder proces geëxecuteerd.

De oorlog was desastreus, met naar schatting 320.000 doden en 114.000 blijvend vermiste republikeinen.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog bleef het fascistische Spanje officieel neutraal.

Hitler en Franco ontmoetten elkaar in 1940, maar naar verluidt had Hitler een hekel aan de Spaanse leider.

Hoewel Franco een lijst met Joodse namen doorspeelde aan Duitsland, diende het neutrale Spanje ook als toevluchtsoord voor ongeveer 200.000 Joden.

Na 1945 bouwde Franco zijn dictatuur uit, wat leidde tot een internationaal isolement.

Hij herstelde in 1947 op papier de monarchie en wees in 1969 Juan Carlos I aan als zijn opvolger.

Francisco Franco stierf op 20 november 1975.

Tot verrassing van velen leidde de nieuwe koning Juan Carlos Spanje naar een democratie.

De erfenis van Franco blijft echter gevoelig; in 2022 werd in Spanje een wet aangenomen die het verheerlijken van Franco en het fascisme verbiedt.

De waaier komt terug, het doeltreffende wapen in de hand van een vrouw.

De Spaanse waaiers zijn een symbool van de Spaanse cultuur en traditie.

Ze werden oorspronkelijk gebruikt om zich te verkoelen in de hete zomers, maar ze kregen al snel een andere functie: die van een geheim communicatiemiddel.

De waaiers werden gebruikt om boodschappen over te brengen zonder woorden, vooral tussen vrouwen en hun aanbidders.

De geschiedenis van de waaiertaal gaat terug tot de 16e eeuw, toen de waaiers in Spanje werden geïntroduceerd door de Moren.

De waaiertaal bestond uit verschillende gebaren en posities van de waaier, die elk een betekenis hadden.

Zo kon men bijvoorbeeld uitdrukken of men getrouwd was, of men interesse had in iemand, of men boos of blij was, of men wilde afspreken of niet, enzovoort.

De waaiertaal was een subtiele en elegante manier om te flirten en te converseren in een tijd waarin de sociale normen streng waren (De Post 17 januari 1954).

Gisteren nog vandaag

Een tunnel onder de Straat van Gibraltar is al lang een droom van velen die de verbinding tussen Europa en Afrika willen verbeteren.

Het idee dateert al uit 1933, maar werd nooit gerealiseerd door verschillende obstakels.

De wereldwijde economische crisis en de Tweede Wereldoorlog maakten een einde aan de eerste plannen.

In 1979 werd het project nieuw leven ingeblazen, omdat Spanje en Marokko hun handelsrelaties wilden versterken en de scheepvaart in de straat te druk werd.

Een Spaans en een Marokkaans bedrijf voerden studies uit voor een dubbele spoorwegtunnel die de baai van Tanger in Marokko met het Spaanse schiereiland Tarifa zou verbinden.

De tunnel zou 38,5 km lang zijn, waarvan 28 km onder water en op een maximale diepte van 475 m.

Het project liep echter veel vertraging op, onder meer door politieke spanningen tussen de twee landen en de financiële crisis in Spanje in 2008.

In 2013 werd het ontwerp voorgelegd aan de Economische en Sociale Raad van de Verenigde Naties.

In 2021 kwam het Verenigd Koninkrijk met een alternatief plan om een tunnel te bouwen tussen Gibraltar en de Marokkaanse stad Tanger.

Dit plan zou het Spaans-Marokkaanse project kunnen overbodig maken.

De grootste uitdaging voor de bouw van een tunnel onder de Straat van Gibraltar is echter de geologische structuur van de zeebodem, die wordt beïnvloed door de beweging van de aardplaten.

Dit kan leiden tot grote technische problemen en hoge kosten voor de aanleg.

Het is daarom nog steeds onzeker of de tunnel economisch haalbaar zou zijn. Daarom is er tot op heden nog geen tunnel gebouwd.(Ons Land november 1933)

Vandaag 60 jaar geleden, de ontvoering van voetballer Alfredo Di Stéfano (Panorama 8 oktober 1963)

In 1963 werd Di Stéfano het slachtoffer van een ontvoering in Caracas, Venezuela, waar hij met Real Madrid een vriendschappelijke wedstrijd zou spelen.

Hij werd op (volgens sommige bronnen op 24 augustus) meegenomen door twee gewapende mannen die zich voordeden als politieagenten.

Ze eisten losgeld en politieke concessies van de Venezolaanse regering.

Di Stéfano werd twee dagen vastgehouden (sommige bronnen hebben het over 25 uur) in een afgelegen huis, maar bleef ongedeerd. Hij kreeg zelfs te eten en te drinken en mocht naar de radio luisteren.

De ontvoerders behoorden tot een linkse guerrillabeweging die zichzelf de Gewapende Revolutionaire Beweging (MRA) noemde.

Ze wilden met hun actie aandacht vragen voor de sociale ongelijkheid en de onderdrukking in Venezuela.

Ze hadden ook contact met Fidel Castro, de leider van Cuba, die hen steunde in hun strijd tegen het regime van president Rómulo Betancourt.

Castro zou zelfs hebben bemiddeld om Di Stéfano vrij te krijgen, volgens sommige bronnen.

Op 26 augustus werd Di Stéfano vrijgelaten in de buurt van de Spaanse ambassade.

Hij werd opgevangen door zijn ploeggenoten en kon al snel weer voetballen.

Hij speelde zelfs mee in de uitgestelde wedstrijd tegen São Paulo, die Real Madrid met 2-1 won.

Di Stéfano zei later dat hij geen wrok koesterde tegen zijn ontvoerders en dat hij begrip had voor hun idealen. Hij schonk ook een deel van zijn gage aan een Venezolaans weeshuis.

Alfredo Di Stéfano was een van de grootste voetballers aller tijden. Hij speelde als aanvaller en was vooral bekend om zijn successen met Real Madrid in de jaren 50 en 60.

Hij won vijf keer de Europacup I en scoorde in elke finale. Hij was ook vijf keer de topscorer van Spanje en werd twee keer verkozen tot Europees voetballer van het jaar.

Di Stéfano begon zijn carrière bij River Plate in Argentinië, waar hij in 1947 de Copa América won.

Hij speelde ook voor Huracán en Millonarios in Colombia, voordat hij in 1953 naar Real Madrid ging.

Hij nam de Spaanse nationaliteit aan en speelde 31 interlands voor Spanje, nadat hij eerder ook voor Argentinië en Colombia had gespeeld.

Di Stéfano maakte nooit zijn debuut op een WK, omdat Spanje zich niet kwalificeerde of zich terugtrok.

Na zijn voetbalcarrière werd hij trainer van onder andere Elche, Boca Juniors, Valencia, Sporting CP, Rayo Vallecano, Castellón, River Plate en Real Madrid.

Hij won als coach onder meer de Argentijnse titel met Boca Juniors en River Plate, de Spaanse titel en de Europacup II met Valencia en de Spaanse Supercup met Real Madrid.

Hij was ook een filmacteur en speelde in vier films: Con los mismos colores (1949), Saeta rubia (1956), La batalla del domingo (1963) en Once pares de botas (1968).

Di Stéfano overleed in 2014 op 88-jarige leeftijd in Madrid. Hij wordt beschouwd als een legende van het voetbal en een icoon van Real Madrid.

Vandaag 45 jaar geleden, de ramp van Camping Los Alfaques in Spanje.

Rond half drie die dag reed een tankwagen met een capaciteit van ongeveer 45 m3 op de weg ter hoogte van de camping.

De wagen was beladen met ongeveer 25 ton vloeibaar gas (propeen), hoewel slechts 19 ton geladen had mogen worden.

Er zijn verschillende hypothesen over wat er vervolgens gebeurde:

De tankwagen is eerst tegen een muur gereden, waarna de tank is gescheurd.

De tank scheurde spontaan door overdruk.

De tankwagen lekte vloeibaar gas, dat verderop is ontbrand, waarna het vuur de tankwagen bereikte en deed exploderen.

Mogelijk heeft de bestuurder de tankwagen zelf bij de camping tot stilstand gebracht, om de tank te inspecteren.

De tankwagen kreeg ter hoogte van de camping duidelijk hoorbaar een lek, waarna de bestuurder de tankwagen zelf bij de camping tot stilstand heeft gebracht, om de tank te inspecteren.

Het gas (dat zwaarder is dan lucht) ontsnapte uit de tank en verspreidde zich over het campingterrein.

Ergens op het terrein heeft zich een ontstekingsbron bevonden, waarna het gas ontbrandde.

De vlammen bereikten de tankwagen, die vervolgens ontplofte (mogelijk trad hierbij een zogenaamde bleve op).

Een vuurzee verspreidde zich over het campingterrein.

Rond de vrachtwagen blies de explosie alles weg en in het midden van de camping werd een diepe krater geslagen.

Delen van de vrachtwagen werden over een gebied van honderden meters teruggevonden.

De hitte veroorzaakte een reeks andere ontploffingen, vooral van gasflessen die op de camping gebruikt werden.

Niet alleen mensen op de camping vonden de dood, maar ook zij die zich in de zee bevonden of op een luchtbed dobberden.

Vooral het gedeelte ten zuiden van de ingang van de camping werd getroffen, maar ook aan de overkant van de weg, waar zich een dancing-restaurant en een paar appartementen bevinden, vielen slachtoffers.

Het brandende wrak van de tankauto blokkeerde aanvankelijk de weg; zwaargewonden aan de ene kant van de tankwagen werden naar Barcelona gebracht en ontvingen onderweg in ziekenhuizen, medische zorg in dichtbijgelegen ziekenhuizen in Amposta en Tortosa; slachtoffers aan de andere zijde werden voor het grootste deel direct naar Valencia gebracht, een rit van 160 km, vaak zonder enige medische zorg.

Ondanks de betere medische zorg die de slachtoffers op weg naar Barcelona ontvingen, was het uiteindelijke sterftecijfer onder beide groepen vergelijkbaar, wat erop wijst dat de meeste van deze slachtoffers hoe dan ook te zwaar verbrand waren om te kunnen overleven.

Het aantal slachtoffers was zeer hoog en bleef onzeker.

Men sprak van 180 doden, onder wie 36 Belgen en 10 Nederlanders, maar veel zwaargewonden overleden in de dagen na de ramp.

Enkele weken later meldden de Spaanse autoriteiten meer dan 270 slachtoffers en tientallen vermisten en gewonden.

Andere bronnen spraken van 215 of 216 slachtoffers en een zestigtal vermisten.

Uit het officiële onderzoek na de ramp bleek dat de tankwagen overbeladen was.

Deze overbelading is mogelijk (mede) de oorzaak geweest van het scheuren van de tank: bij verwarming van de tank is er dan onvoldoende ruimte voor het gas om te verdampen en uit te zetten, en de druk loopt te hoog op.

De ramp bij Los Alfaques was in verschillende landen directe aanleiding om voor het eerst op politiek niveau maatregelen te bespreken voor een betere regulering van het vervoer van gevaarlijke stoffen, het zgn ADR.

Zo werd in Spanje het vervoer van gevaarlijke stoffen door woonwijken verboden, voerde men in Duitsland een diplomaplicht in voor chauffeurs die met gevaarlijke stoffen rijden, en werd de relatief brosse staalsoort waarvan de tank gemaakt was, uiteindelijk verboden voor dergelijk vervoer.

De plek van de ramp ziet er nu weer idyllisch uit.

De sfeer is er rustgevend en bedrukkend tegelijk.

Op de zijgevel van een van de vroegere bungalows op de camping zijn 270 sterren aangebracht, symbool voor elk verloren leven.(Diverse bronnen, Wikipedia en De Post)

60 jaar geleden, te gast bij ex-koningin Victoria Eugénie van Spanje in Lausanne in Zwitserland (juni 1962)

Prinses Victoria Eugénie werd geboren in Balmoral Castle als het tweede kind en enige dochter van prins Hendrik van Battenberg en zijn vrouw prinses Beatrice, de jongste dochter van koningin Victoria van het Verenigd Koninkrijk en prins-gemaal Albert van Saksen-Coburg en Gotha.

De prinses was in haar familie bekend onder de naam ‘Ena’. Omdat haar ouders bij koningin Victoria woonden, groeide Victoria Eugénie op aan het Britse Hof op Windsor Castle, Balmoral Castle en Osborne House op het Isle of Wight.

Toen de prinses negen jaar oud was, stierf haar vader en verhuisde ze met haar moeder. Ze woonden afwisselend in het Osborne House en Kensington Palace.

In 1905 was Victoria Eugénie aanwezig op een diner, dat door haar oom koning Eduard VII gegeven werd ter ere van koning Alfons XIII van Spanje.

Victoria Eugénie en Alfons werden verliefd op elkaar, maar velen zagen een huwelijk tussen de twee niet zitten.

Vooral Alfons’ moeder Maria Christina protesteerde tegen een huwelijk. Zij vond dat de afkomst van de prinses niet goed genoeg was om tot de hoge adel van Spanje toe te treden (Victoria Eugénie had slechts de aanspreektitel ‘Haar Doorluchtige Hoogheid’ en was een afstammeling uit een morganatisch huwelijk binnen het groot-hertogelijke huis Hessen.

Bovendien waren veel leden van haar familie, als afstammelingen van Victoria van het Verenigd Koninkrijk, waaronder haar broers Leopold en Maurits, dragers van de erfelijke bloedziekte hemofilie.

Toch werd op 9 maart 1906 hun verloving aangekondigd.

Er was veel protest onder het volk, vooral omdat ze protestants en van lage afkomst was.

Daarom bekeerde Victoria Eugénie zich tot de Rooms-Katholieke Kerk, waarbij ze de naam Maria Christina kreeg.

Ook gaf haar oom Eduard VII haar op 3 april de aanspreektitel ‘Hare Koninklijke Hoogheid’.

Op 31 mei 1906 trouwden in Madrid Victoria Eugénie en Alfons, waardoor de prinses koningin Victoria Eugénie (informeel: koningin Ena) werd.

Toen het paar na de trouwerij in een koets terugreed naar het Koninklijk Paleis, vond er een aanslag plaats op de koning en nieuwe koningin: iemand gooide vanaf een balkon een bom naar de koets. Koningin Ena overleefde het omdat ze het op het moment van de aanslag haar hoofd de andere kant op had gedraaid om de kerk van de Heilige Maria te zien.

Vanwege de aanslag werd Ena nog meer afgezonderd van het Spaanse volk dan ze al was, waardoor ze zich niet populair maakte.

Op 10 mei 1907 werd het eerste kind geboren: Prins Alfons, erfgenaam van de Spaanse troon. Tijdens zijn niet-noodzakelijke, maar door zijn moeder gewenste besnijdenis stopte hij niet met bloeden, waaruit de artsen opmaakten dat hij hemofilie van zijn moeder had geërfd, iets wat koning Alfons zijn vrouw nooit heeft kunnen vergeven.

Na prins Alfons kreeg het paar nog zes kinderen, van wie ook de jongste zoon aan hemofilie leed.

Hun kinderen waren:

Alfons (1907-1938), trouwde twee keer, stierf bij een auto-ongeluk

Jaime (1908-1975), trouwde twee keer, was doofstom

Beatrix (1909-2002)), trouwde met prins Alessandro Torlonia

Fernando (doodgeboren in 1910)

Maria Christina (1911-1996), trouwde met graaf Enrico Marone

Juan (1913-1993), trouwde met prinses Maria de las Mercedes van Bourbon Gonzalo (1914-1934), leed ook aan hemofilie, stierf bij een auto-ongeluk

Na de geboorte van de kinderen ging het bergafwaarts met de relatie van de koning en koningin.

Alfons had veel affaires, zelfs met prinses Beatrice, een nicht van koningin Ena en dochter van Alfred van Saksen-Coburg en Gotha en echtgenote van zijn eigen neef Alfons van Orléans-Bourbon.

Door zijn affaires had koning Alfons een aantal buitenechtelijke kinderen.

In 1923 ontsloeg koning Alfons de regering en ging op voorstel van generaal Miguel Primo de Rivera met behulp van het leger regeren.

Toen hij Rivera later ook nog ‘mijn Mussolini’ noemde, werden er veel samenzweringen tegen de koning ontmaskerd en kwamen er protesten tegen de monarchie.

De koning werd gedwongen gemeenteraadsverkiezingen toe te staan, waarin de republikeinen overweldigend wonnen.

Het volk ging de straat op en eiste zijn aftreden, waarna de Spaanse koninklijke familie op 14 april 1931 in verbanning ging.

De familie vestigde zich in Frankrijk en later in Italië.

Koningin Ena en koning Alfons gingen uit elkaar, waarna zij deels in Engeland en Zwitserland en uiteindelijk voor vast in Zwitserland ging wonen.

Toen Alfons voelde dat zijn einde naderde, stond hij op 15 januari 1941 zijn rechten op de Spaanse troon af aan zijn zoon Juan de Bourbon, graaf van Barcelona.

Op 12 februari kreeg Alfons zijn eerste hartaanval; hij stierf op 28 februari.

Koningin Ena stierf op 15 april 1969 in Lausanne, Zwitserland, precies 38 jaar na haar verbanning uit Spanje.

Ze werd begraven in de plaatselijke kerk, maar haar lichaam werd op 25 april 1985 bijgezet in de Koninklijke Grafkelder in Madrid bij haar echtgenoot en twee zonen.

Ondanks de verbanning was het niet gedaan met de Spaanse monarchie: haar kleinzoon Juan Carlos, zoon van Juan de Bourbon, was van 1975 tot 2014 koning van Spanje.

Ze was de doopmeter van koningin Fabiola.(Diverse bronnen, Wikipedia en Ons Land 30 juni 1962)

60 jaar geleden, te gast bij de laatste koningin Victoria Eugénie van Battenberg van Spanje in Lausanne in Zwitserland (Ons Land 30 juni 1962)

60 jaar geleden, te gast bij de laatste koningin Victoria Eugénie van Battenberg van Spanje in Lausanne in Zwitserland (Ons Land 30 juni 1962)
60 jaar geleden, te gast bij de laatste koningin Victoria Eugénie van Battenberg van Spanje in Lausanne in Zwitserland (Ons Land 30 juni 1962)

Vandaag 50 jaar geleden, huwelijk van Franco’s kleindochter Carmen Martínez-Bordiú met Alfonso, hertog van Anjou en Cádiz (8 maart 1972)

Hij was de kleinzoon van koning Alfonso XIII van Spanje, een potentiële erfgenaam van de troon in het geval van herstel van de Spaanse monarchie, en een legitimistische eiser aan de ter ziele gegane troon van Frankrijk als Alphonse II.

Op 8 maart 1972 trouwde Alfonso in het paleis van El Pardo in Madrid met Doña María del Carmen Martínez-Bordiú y Franco, dochter van Don Cristóbal Martínez-Bordiú, 10e markies de Villaverde, en van zijn vrouw, Doña Carmen Franco y Polo (De enige dochter van Franco.

De getuigen van het huwelijk waren de moeder van Franco en de broer van Alfonso.

Op 22 november 1972 verleende generaal Franco Alfonso de Spaanse titel Duque de Cádiz met de waardigheid Grandee van Spanje , en hij ontving de aanspreektitel van Koninklijke Hoogheid.

De titel van Cádiz was in handen van Alfonso’s betovergrootvader, de Infante Francisco de Asís.

Doña Carmen kreeg in 1975 een titel en werd de 1e hertogin van Franco na de dood van Franco).

Het koppel kreeg twee zonen:

Francisco de Asís, hertog van Bourbon (Madrid, 22 november 1972 – Pamplona, ​​7 februari 1984).

Don Luis Alfonso Gonzalo Víctor Manuel de Borbón en Martínez-Bordiú (geboren in Madrid , 25 april 1974).

Gen. Franco stierf op 20 november 1975 en de familie verloor hun politieke macht.

Alfonso en Carmen gingen uit elkaar in 1979, kregen een burgerlijke echtscheiding in 1982 en een kerkelijke nietigverklaring in 1986.

In januari 1989 stierf Carmen’s eerste echtgenoot, de hertog van Anjou, bij een ski-ongeluk in Colorado.

Hij had de voogdij over hun zoon, prins Louis Alphonse, en Carmen raakte verwikkeld in een juridische strijd met haar voormalige schoonmoeder om de voogdij over haar zoon.

Ze verloor de strijd en haar schoonmoeder kreeg de voogdij.

Nadat ze gescheiden was van de hertog van Anjou, had Carmen een relatie met de Fransman, Jean-Marie Rossi (geboren in Parijs, 18 november 1930), die 20 jaar ouder was dan zij.

Carmen en Rossi trouwden tijdens een burgerlijke ceremonie op 11 december 1984 in Rueil-Malmaison.

Carmen was tegen die tijd al ongeveer vijf maanden zwanger.

In februari in 1984 stierf de zoon van Carmen, Francisco de Asís, bij een auto-ongeluk.

Op 28 april beviel Carmen van haar dochter María CynthiaFrancisca Matilda Rossi en dit amper vier maanden na haar huwelijk.

Carmen en haar tweede echtgenoot Rossi gingen in 1994 uit elkaar en scheidden in 1995.

Na de scheiding woonde ze daarna samen met de Italiaanse Roberto Federici. Maar ook deze relatie eindigde.

Op 18 juni 2006 trouwde ze in Cazalla de la Sierra , Sevilla , voor de derde keer met de Spanjaard, José Campos García (geboren in Santander en 13 jaar jonger dan zij).

Ze is op 6 maart 2007 oma geworden van kleindochter Eugenia.

In 2006 nam ze deel aan het tv-programma ” Mira quién baila!” De Spaanse versie van ” Strictly Come Dancing “.

Op 28 mei 2010 kreeg Carmen twee kleinzonen, Luis en Alfonso.

Op 1 februari 2019 volgde nog een kleinzoon, Henri.

Vandaag 50 jaar geleden, huwelijk van Franco’s kleindochter Carmen Martínez-Bordiú met Alfonso, hertog van Anjou en Cádiz (8 maart 1972)
Vandaag 50 jaar geleden, huwelijk van Franco’s kleindochter Carmen Martínez-Bordiú met Alfonso, hertog van Anjou en Cádiz (8 maart 1972)
Vandaag 50 jaar geleden, huwelijk van Franco’s kleindochter Carmen Martínez-Bordiú met Alfonso, hertog van Anjou en Cádiz (8 maart 1972)
Vandaag 50 jaar geleden, huwelijk van Franco’s kleindochter Carmen Martínez-Bordiú met Alfonso, hertog van Anjou en Cádiz (8 maart 1972)

50 jaar geleden, Juan Carlos I van Spanje krijgt van Franco zijn koningstitel.

In 1969 ratificeerde de regering Franco’s voorstel om aan Juan Carlos de koningstitel te verlenen en legde hij de eed op de grondwetten af.

Hij nam de functie als staatshoofd waar onder het regime van Franco.

Na diens dood werd hij, door te zweren op de Bijbel en de wetten van de Movimiento, opvolger van de fascistische en franquistische Falange, tot koning uitgeroepen op 22 november 1975 en velen zagen in hem een marionet van de dictator.

Tot verbazing van velen sloeg hij echter al snel een democratische koers in, al heeft hij het franquisme nooit in gesproken of geschreven woord veroordeeld.

Hij sprak al vrij snel na zijn aantreden verzoenende woorden met de (tijdens Franco verboden) socialistische en communistische partijen.

De koning heeft daarmee een belangrijke rol gespeeld in de grotendeels geweldloze overgang naar een modern democratisch bestel in het land.

Op 28 december 1978 werd de nieuwe democratische grondwet van Spanje aangenomen.

Tijdens de poging tot een staatsgreep in 1981 van enkele conservatieve militairen en kolonel Antonio Tejero van de Guardia Civil verscheen de koning binnen een dag op de televisie waar hij, gekleed in het uniform van opperbevelhebber van de strijdkrachten, de coup veroordeelde, onder andere door de militairen uitdrukkelijk te bevelen zich van anticonstitutionele daden te onthouden.

Vooraf had hij zich wel verzekerd van de steun van het merendeel van het leger.

Hiermee verloor de couppoging snel de steun van potentiële sympathisanten en mislukte uiteindelijk.

Ook hiermee verwierf Carlos veel respect van zijn eigen onderdanen en ook buiten Spanje.

Hierdoor kwam de weg vrij voor een pseudo-verzoening tussen de strijdende partijen van de Burgeroorlog en voor toetreding van Spanje tot de Europese Unie.

Het verzekerde ook de positie van de constitutionele monarchie in Spanje.