Vandaag, precies 25 jaar geleden, op 30 maart 2000, vond de opening voor genodigde plaats van de opmerkelijke kunstmanifestatie ‘Over The Edges’ in Gent.

Het publiek kon de tentoonstelling bezoeken van 31 maart tot en met 29 juni 2000.

Voor mijn horecazaak, de Hotsy Totsy, waren het topdagen.

Bijna elke avond kwam Jan Hoet langs met een van de kunstenaars, wat voor een bruisende sfeer zorgde.

De expositie werd tot ver over de landsgrenzen besproken, en maar liefst 250.000 bezoekers trokken naar Gent voor ‘Over The Edges’.

De openluchttentoonstelling, die een beetje de voorloper van ‘Track’ was, schreef geschiedenis met Jan Fabres opzienbarende hamzuilen.

Fabre bekleedde de acht Corinthische zuilen van de universiteitsaula in de Voldersstraat met 600 kilogram gerookte ham, waardoor ze op gevilde poten leken.

Het werk zorgde direct voor opschudding en haalde de voorpagina’s, met protesten als ‘Terwijl mensen honger lijden, wordt hier met eten gemorst’ en ‘Geen kunst maar wansmaak’.

Jan Hoet verdedigde de artistieke vrijheid en legde uit dat de ham een metafoor was voor de vergankelijkheid van het vlees, en dat Fabre de relatie tussen vlees en skelet wilde onderzoeken.

De discussie over de hamzuilen barstte los in heel Gent, waarbij iedereen, van slagers tot juweliers, en zelfs bekende Vlamingen en de gemeenteraad, zich in het debat mengde.

De zuilen, gehuld in Ganda-ham, waren een maand lang het gesprek van de dag.

Speciale bewakers werden ingezet om de zuilen te beschermen tegen vandalen, maar uiteindelijk wonnen bacteriën en bederf het van de ham.

Naast de hamzuilen waren er nog tal van andere opmerkelijke kunstwerken te zien in de stad.

Wim Delvoye’s ‘Transparity’, een indrukwekkend glas-in-loodraam in de Norbertijnenkapel, trok veel bekijks.

Op het Sint-Michielsplein stond een naakte reus, een cycloop met één oog, gecreëerd door de Italiaan Marco Boggio Sella.

Op de Korenlei werd elke drie minuten een bord op de grond gegooid, en in een kamer op de eerste verdieping was een ruziënd koppel te zien.

Uiteindelijk sneuvelden er 10.000 borden.

Dit ‘huishoudtafereel op de hoek van de straat’, zoals de Franse kunstenaar Patrick Lebert zijn werk noemde, zorgde eveneens voor de nodige discussie.

Vandaag 45 jaar geleden, opening van de tentoonstelling Kermesse Heroique in het Centre Pompidou in Parijs.

Voor deze grote retrospectief van Salvador Dalí over de overdracht van voorwerpen in een wel of niet schaalverandering.

De bezoeker kreeg een installatie te zien van tientallen gerechten, worstjes en een theelepel op een andere schaal dan in de werkelijkheid.

Zo was de lepel 38 meter lang en goed voor een gewicht van 1600 kg.

Dali gaf de opdracht aan Kim Hamisky om dit kunstwerk te maken.

Gedurende meer dan zes weken hebben een twintigtal arbeiders metalen platen gesneden en gelast om dit kunstwerk samen te stellen.

De Theelepel kreeg een plaats in de hal, naast een rots die begroeid is met regenschermen.

De Theelepel en de rots kregen ook nog een andere functie.

Een pompsysteem pompte water uit de lepel en spoot die dan eens per uur over de rots.

Zo waren de beide kunstwerken verbonden als een soort fontein. (Diverse bronnen en De Post van 30 december 1979)