Vandaag is het ook al 15 jaar geleden dat Amy Winehouse is overleden.

Amy vormde op haar tiende al met haar vriendin Juliette het duo Sweet ‘n’ Sour dat vooral door Salt ‘n’ Pepa beïnvloed werd.

Op haar 14de schaft ze zich een gitaar aan en begint ze eigen liedjes te schrijven.

Nadat ze (wegens een neuspiercing) van de Sylvia Young Theatre School werd gegooid, zette Amy haar opleiding voort aan de befaamde BRIT School.

Dankzij de bevriende soulzanger Tyler James komen haar demo’s terecht bij Simon Fuller, de ex-manager van The Spice Girls.

Amy debuteert in 2003 met het album ‘Frank’.

De eerste single ‘Stronger Than Me’ levert haar in 2004 de Ivor Novello Award op. Dat is de prijs voor de beste song en compositie die jaarlijks in Groot-Brittannië wordt uitgereikt.

Datzelfde jaar staat ze op Glastonbury en het Montreal International Jazz Festival.

In tegenstelling tot het eerder jazzy ‘Frank’ kiest ze in 2007 voor de opvolger ‘Back In Black’ voor een combinatie van soul, rhythm ‘n’ blues en de 60s-pop van meidengroepen als The Ronettes en The Shirelles.

Ze huurt de befaamde Sharon Jones en haar Dap-Kings in als backinggroep.

In de lente van 2006 draait DJ/producer Mark Ronson de eerste demo’s in zijn programma op een Amerikaans radiostation.

Amy had een inventieve manier om haar songs te promoten.

Ze stak een cd in de taxi van haar vader Mitch, zodat veel mensen kennismaakten met haar muziek.

Het door Ronson geproduceerde ‘Back In Black’ is een doorslaand succes. Het wordt het best verkochte album van 2007 in Groot-Brittannië.

Op de uitreiking van de Grammy Awards wordt ze de eerste Britse zangeres die 5 Grammy’s wint.

Ze mag de prijs voor o.a. beste popalbum en beste song in ontvangst nemen en ze wordt genomineerd voor beste album.

De plaat levert 5 hitsingles op en gaat wereldwijd meer dan 13 miljoen keer over de toonbank.

Alleen al in de UK worden er 3,5 miljoen stuks van verkocht.

Het was gedurende een tijd de bestverkochte plaat van de 21ste eeuw, totdat ‘21’ van Adele in 2011 deze passeerde.

‘Valerie’, een cover van The Zutons, is in veel landen haar grootste hit.

Het nummer staat op ‘Version’, het tweede studioalbum van Mark Ronson.

In Nederland wordt het een n°1-hit, in Vlaanderen komt ze niet verder dan n°18.

Later wordt de single ook toegevoegd aan de deluxe-editie van de plaat. In de Ultratop 50 is ‘Rehab’ het succesvolst.

Het is bij ons haar enige top 10-hit.

De 3de single ‘Back To Black’ gaat over Amy’s tumultueuze relatie met Blake Fielder-Civil.

En vooral de nasleep van hun breuk nadat hij haar liet zitten voor een ander.

De term “back to black” verwijst naar haar terugval in een depressie en de bijbehorende drank- en drugsverslaving.

De single werd vooral een groot succes in de Duitstalige landen (top 10) en Griekenland, waar het een n°1-hit werd.

Amy kan het succes echter moeilijk plaatsen en verliest zich steeds meer in de drank. In relaties kent ze ook bitter weinig geluk.

Optredens moet ze meer en meer afzeggen of vroegtijdig stopzetten, omdat ze niet in staat is om op een podium te staan.

Ze komt dan ook steeds meer op een negatieve manier in het nieuws.

Plannen voor een nieuw album worden vanwege haar toestand steeds weer uitgesteld.

Totdat het licht definitief uitgaat op 23 juli 2011.

Er worden postuum nog twee singles uitgebracht, ‘Our Day Will Come’, een Amerikaanse n°1 voor Ruby & The Romantics, enkel in IJsland en Japan een hit, en ‘Body & Soul’, haar laatste opname en een duet met Tony Bennett.

Daarna volgt het postume album ‘Lioness: Hidden Treasures’ (n°3 in de Ultratop Album Top 100) met vroegere opnames, geselecteerd door Mark Ronson.

Tony Bennett en Amy Winehouse met hun nummer Body and Soul

Hun paden kruisten elkaar in maart 2011 in de beroemde Abbey Road Studios in Londen voor de opname van de klassieke jazzstandaard Body and Soul.

Dit legendarische nummer heeft zelf ook een rijke geschiedenis die teruggaat tot 1930.

Het werd gecomponeerd door Johnny Green, met tekst van Edward Heyman, Robert Sour en Frank Eyton.

Oorspronkelijk werd het geschreven in Londen voor actrice Gertrude Lawrence, maar het groeide in de Verenigde Staten al snel uit tot een ware sensatie na de uitvoering door Libby Holman in de Broadway-revue Three’s a Crowd.

Al in de jaren dertig omarmde de jazzwereld het stuk gretig; grote namen als Louis Armstrong en het Benny Goodman Trio maakten er vroege opnames van.

De absolute mijlpaal voor het nummer kwam in 1939 met de legendarische instrumentale uitvoering van saxofonist Coleman Hawkins, die met zijn grensverleggende improvisaties de basis legde voor de moderne jazz en van Body and Soul de ultieme jazzklassieker maakte.

Deze samenwerking in 2011 bleek achteraf een historisch en emotioneel moment te zijn, aangezien het de allerlaatste studio-opname van Winehouse werd voor haar vroegtijdige overlijden in juli van datzelfde jaar.

Tijdens de sessie toonde Bennett zich een geduldige mentor, wat Winehouse hielp om haar zenuwen te overwinnen en een adembenemende prestatie neer te zetten.

De chemie tussen de ervaren veteraan en de jonge vocaliste was voelbaar in elke noot, waarbij hun stemmen naadloos samensmolten in een melancholische vertolking.

Het nummer werd uiteindelijk uitgebracht op het album Duets II van Bennett en won later een Grammy Award.

De opbrengst van de single ging naar de Amy Winehouse Foundation om jongeren te ondersteunen.

Body and Soul blijft hierdoor niet alleen een muzikaal hoogtepunt, maar ook een blijvend monument voor de verbinding tussen twee generaties topmuzikanten.

Vanaf vandaag 35 jaar geleden, ligt het album The Art Of Excellence van Tony Bennett in de platenwinkel.

The Art Of Excellence is het eerste album in de muziekgeschiedenis dat eerst op CD wordt uitgebracht, en waarvan pas later ook een vinyl versie van verschijnt.

Het album van Tony Bennett komt op 21 juni 1986 de albumlijst van Billboard binnen, en bereikt een 166ste plaats als hoogste notering.

Vandaag vijf jaar geleden, brengen Tony Bennett en Lady Gaga hun album Cheek To Cheek uit

Cheek to Cheek bevat klassieke jazzstandards gezongen door Lady Gaga en Tony Bennett in zowel duet- als solo-uitvoeringen. Van het titelnummer via But Beautiful tot I Will not Dance laat het album de chemie horen tussen de twee artiesten, die 60 jaar in leeftijd verschillen. De klassieker van Cole Porter ‘Anything Goes’ is de eerste single van het album dat een ode is aan ‘The Great American Songbook’, een verzameling van de beste jazz en lichte popnummers uit de eerste helft van de vorige eeuw.Het is niet de eerste keer dat Bennett samenwerkt met Lady Gaga. Op zijn succesvolle plaat ‘DUETS II’ uit 2011 – de eerste uit Bennett’s lange carrière die direct op de eerste plek van de Billboard albumlijst terechtkwam – zingen ze samen ‘The Lady Is a Tramp’. Het succes van deze single smaakte beide artiesten naar meer en een samenwerkingsproject kon niet uitblijven. Zoals Bennett zegt: “Wat ik echt leuk vind aan jazz zanger zijn, is dat jazzartiesten zeer creatief zijn, erg eerlijk, van frase tot frase.” Lady Gaga voegt daaraan toe: “We wilden iets maken dat perfect klinkt vanwege de kwaliteit van de emotie, de eerlijkheid.” Op Cheek to Cheek staat als solonummer van Lady Gaga Lush Life, terwijl Tony Bennetts een uitvoering brengt van Sophisticated Lady. De nummers vullen elkaar aan, legt Lady Gaga uit: “Ik vond het geweldig om Lush Life op te nemen, Tony heeft me emotioneel door het proces begeleid.” Bennett vult aan: “Ik zong Sophisticated Lady als antwoord op haar Lush Life. En omdat Duke Ellington het nummer schreef; hij werkte samen met Billy Strayhorn, de componist van Lush Life”. Cheek to Cheek werd in ruim een jaar tijd in New York opgenomen. Op het album spelen jazzmuzikanten mee die verbonden zijn aan beide artiesten. Zoals de leden van Bennett’s kwartet: Mike Renzi, Gray Sargent, Harold Jones en Marshall Wood, alsmede pianist Tom Ranier. Ook de jazztrompettist Brian Newman, een oude vriend en collega van Lady Gaga, doet op het album mee met zijn New Yorkse kwintet. Jazzsolisten op de verschillende nummers zijn onder anderen tenorsaxofonist Joe Lovano, trompettist George Rabbi en de in juli overleden fluitist Paul Horn.(diverse bronnen, Wikipedia)