Vandaag is het precies een jaar geleden dat actrice Claudia Cardinale overleed.

Haar volledige naam was Claudia Joséphine Rose Cardinale, geboren in Tunesië uit ouders van Italiaanse afkomst.

Haar entree in de filmwereld verliep bijzonder toevallig: in 1955 won ze een Tunesische schoonheidswedstrijd waaraan ze niet eens officieel deelnam, nadat de organisatie haar stomweg uit het publiek had geplukt.

Eigenlijk droomde ze er als jong meisje van om lerares te worden, maar het lot besliste anders.

De hoofdprijs van de verkiezing was een reis naar het filmfestival van Venetië.

Daar begon ze een relatie van een jaar met een tien jaar oudere Fransman en raakte ze ongewenst zwanger.

Hoewel de vader aandrong op een abortus, besloot Cardinale haar zoon Patrick te houden.

Om in haar levensonderhoud en opvoeding te voorzien, koos ze alsnog voor het acteursvak, een carrièrepad dat ze tot dat moment steeds had afgewezen.

Filmproducent Franco Cristaldi, met wie ze later zou trouwen, ontfermde zich over haar en zorgde ervoor dat ze in alle discretie in Londen kon bevallen.

Om haar reputatie te beschermen, werd Patrick in de eerste jaren aan de buitenwereld voorgesteld als haar jongere broertje, iets wat pas veel later bekendgemaakt werd.

In haar jonge jaren sprak Cardinale vooral Frans, Arabisch en Siciliaans, waardoor ze pas rond haar twintigste vloeiend Italiaans leerde spreken.

Vanwege haar opvallende Franse accent en haar kenmerkende, hese stemgeluid werd ze in haar eerste Italiaanse producties nagesynchroniseerd door andere actrices.

Pas in de film 8½ werd geëist dat zij volledig met haar eigen, kenmerkende stem te horen zou zijn.

Haar filmdebuut maakte ze in 1958 met de Franse productie ‘Goha’, in hetzelfde jaar opgevolgd door ‘I soliti ignoti’, een van de vroegste mijlpalen binnen de commedia all’italiana.

Gedurende de jaren zestig bouwde Cardinale een indrukwekkende staat van dienst op in talloze klassiekers. Z

Ze speelde mee in ‘Rocco e i suoi fratelli’ uit 1960 en het historische epos ‘Il gattopardo’ uit 1963 en de wereldberoemde spaghettiwestern ‘Once Upon a Time in the West’ uit 1968.

Nadat haar relatie met Cristaldi in 1975 op de klippen liep, deelde Cardinale tot 2001 haar leven met regisseur Pasquale Squitieri.

Ze leerden elkaar kennen op de set van de film’ I guappi’ uit 1974, en daarna verscheen Cardinale regelmatig in zijn producties.

Hoewel Cardinale aanvankelijk vaak als sekssymbool werd gezien, groeide ze uit tot een veelzijdige actrice met een rijk oeuvre van ruim honderdtwintig titels.

Haar prestaties werden veelvuldig bekroond, onder meer met verschillende David di Donatello-onderscheidingen en meerdere Zilveren Linten voor beste actrice.

Later in haar loopbaan ontving ze ook grote oeuvreprijzen, waaronder de Gouden Leeuw in Venetië in 1993 en de Gouden Erebeer in Berlijn in 2002.

In 2000 verbond ze haar internationale uitstraling aan een goed doel toen ze werd aangesteld als UNESCO Goodwill Ambassadeur voor de rechten van vrouwen.

Hoewel Claudia Cardinale haar leven en carrière vrijwel volledig wijdde aan het witte doek, dook ze heel af en toe toch de opnamestudio in.

Haar eerste stappen op vinyl zette ze aan het begin van de jaren zeventig via haar filmwerk.

Zo verscheen in 1971 de single ‘Popsy-Pop Song’, afkomstig uit de film Popsy Pop uit 1970.

Een jaar later volgde ‘Prairie Woman’, geschreven door Francis Lai voor de westernkomedie Les pétroleuses.

Haar meest opmerkelijke muzikale uitstap bewaarde ze echter voor het einde van dat decennium.

Midden in de hoogtijdagen van de discorage bracht ze in 1977 bij het label Disques Ibach het nummer ‘Love Affair’ uit.

De productie lag in handen van Léo Carrier en Gilbert Di Nino, die in de jaren zeventig en tachtig achter talloze disco-, synthpop- en dance-projecten zaten.

De track sloot met zijn stuwende vierkwartsmaat, weelderige strijkers en zwoele ritmes naadloos aan bij de populaire Eurodisco van die tijd. Cardinale probeerde niet geforceerd te zingen als een geschoolde vocalist, maar maakte juist slim gebruik van haar beroemde hese spreekstem.

Een gigantische wereldhit werd het niet, maar ‘Love Affair’ groeide door de jaren heen wel uit tot een gewild curiosum onder vinylverzamelaars en liefhebbers van vergeten discoparels.

Het blijft een charmant sluitstuk in de imposante loopbaan van een filmster die voor heel even de dansvloer opzocht.

90 jaar geleden, een wandeling door het Begijnhof in Kortrijk

Negentig jaar geleden, nam het Vlaamse tijdschrift ABC zijn lezers mee op een wandeling door het Begijnhof van Kortrijk.

Dit prachtig bewaard middeleeuws stadsdeel, gesticht in 1238 door Johanna van Constantinopel, beslaat 0,7 hectare en combineert de unieke structuren van een plein- en straatbegijnhof.

Strategisch gelegen tussen het grafelijk kasteel, de stadswallen en het Sint-Maartenkerkhof, en dicht bij de Onze-Lieve-Vrouwekerk en de Sint-Maartenskerk, heeft het Begijnhof door de eeuwen heen diverse verwoestingen ondergaan, met name door Franse troepen in 1302 (tijdens de Guldensporenslag), in 1382 (na de Slag bij Westrozebeke) en in 1684.

De 41 huisjes die het hof sieren, dateren uit de 17e eeuw. Een opvallend gebouw is het huis van de grootjuffrouw, herkenbaar aan zijn dubbele trapgevel uit 1649.

De merkwaardige traptoren is een overblijfsel van de voormalige Sint-Annazaal, gebouwd in 1682.

De oorspronkelijke gotische kapel, opgericht in 1464, werd in de 18e eeuw verbouwd.

In de 19e eeuw leidde Clementia Hiers meer dan vijftig jaar lang het Begijnhof. Tijdens haar periode werd het standbeeld van Johanna van Constantinopel, vervaardigd door Valère Dupont, geplaatst.

Het huis van de grootjuffrouw diende tot de zomer van 2008 als Begijnhofmuseum. In juli 2014 opende een belevingscentrum zijn deuren in de gerestaureerde Sint-Annazaal, en in 2015 werd een authentiek kijkwoning ingericht op nummer 41, naast de hoofdingang.

Het Begijnhof van Kortrijk was ook de thuisbasis van Marcella Pattyn (1920-2013), het laatste begijntje ter wereld.

Zij kwam in januari 1941 binnen in het begijnhof van Sint-Amandsberg, en verhuisde eind oktober 1960 naar het hof van Kortrijk.

De laatste jaren van haar leven verbleef ze in een Kortrijks verzorgingstehuis, waar ze op 14 april 2013 overleed.

Een jaar voor haar dood werd ze geëerd met een standbeeld in het Begijnhof.

Sinds 2 december 1998 behoort het Begijnhof van Kortrijk tot het cultureel en natuurlijk werelderfgoed van UNESCO, als deel van de groepsinschrijving van Vlaamse begijnhoven.

Gisteren nog vandaag

Gisteren nog vandaag

Vandaag 60 jaar geleden, prins Albert en prinses Paola te gast in Bergen voor de Ducasse van Bergen.

De oorsprong van het feest gaat terug tot in de middeleeuwen.

Op 7 oktober 1349, toen er in de streek de pest heerste, organiseerden de autoriteiten een processie van de relieken van Sint-Waltrudis, de beschermheilige van de stad en van de collegiale Sint-Waltrudiskerk.

Deze werden in een schrijn gedragen tot aan het woud van Casteau en werden daar verenigd met de relieken van de heilige Vincentius van Zinnik, de echtgenoot van Sint-Waltrudis.

De pest hield op en het mirakel werd toegewijd aan de heilige Waltrudis.

Er werd besloten om elk jaar een processie te organiseren en in 1352 werd de datum definitief vastgelegd op Drievuldigheidszondag.

Vanaf 1380 neemt de broederschap van de heilige Joris deel aan de stoet. Deze werd aan het einde van de 14e eeuw opgericht door Willem III van Henegouwen en bestaat uit de adellijke inwoners, de burgemeester en de schepenen van de stad.

Zij voeren in de stoet een mysteriespel op, een wedersamenstelling van het gevecht van de heilige Joris tegen de draak.

De populariteit van Sint-Joris in de streek is te danken aan het samengaan van de geschiedenis van de heilige met een plaatselijke legende, namelijk deze van Gillis van Chin.

Er wordt beweerd dat deze laatste in de 11e eeuw een monster doodde in de moerassen van Wasmes.

Dit gevecht werd in de 19e eeuw niet meer opgevoerd in de processie wegens de minder religieuze oorsprong.
De enige keren dat de processie niet doorging, was tijdens de Franse Revolutie tot 1803 en de periode tijdens de twee wereldoorlogen.

Het is vanaf 1930, onder impuls van kanunnik Edmond Puissant, dat de processie weer aan belang won door de creatie van nieuwe folkloristische groepen en een vernieuwing van de kostuums.

Op 25 november 2005 werd de Ducasse van Bergen toegevoegd in de rubriek Stadsreuzen en drakenfiguren in processies in België en Frankrijk, aan de Lijst van Meesterwerken van het Orale en Immateriële Erfgoed van de Mensheid van de UNESCO.(Diverse bronnen, foto 1 12 juni 1960)

Vandaag 60 jaar geleden, prins Albert en prinses Paola te gast in Bergen