Karel Miry: de Gentse componist van de Vlaamse Leeuw en wegbereider van het Nederlandstalig muziektheater

Karel Miry werd op 23 maart 1823 in Gent geboren als Carel Franciscus Leopoldus Stepman, de onwettige zoon van Francisca Stepman.

Pas twee jaar later, bij het huwelijk van zijn ouders Francisca en François Xaverius Miry in 1825, werd hij officieel erkend en kreeg hij de familienaam Miry.

Hij kreeg zijn eerste muziek- en vioollessen van zijn oom, Pieter Jan Miry, waarna hij vanaf 1835 studeerde aan het Toonkundig Conservatorium in Gent.

Gedurende zijn leven hanteerde hij verschillende varianten van zijn voornamen, zoals Carolus Franciscus Leopoldus en de Franstalige versie Charles François Léopold.

Hij trad in het huwelijk met Stephanie Joanna Elisa De Clercq en bouwde een indrukwekkende loopbaan op die hem uiteindelijk de onderscheiding van officier in de Leopoldsorde opleverde.

Binnen het Gentse muziekleven speelde hij een centrale rol als veelzijdig musicus die zowel als violist, dirigent en docent actief was.

Hoewel hij in 1840 als tweede violist solliciteerde bij het operaorkest van Gent, werd hij aanvankelijk als slagwerker aangenomen.

Pas in 1843 werd hij tweede violist en klom daarna op tot tweede concertmeester in 1849.

Van 1855 tot 1870 was hij concertmeester in het grote theater van Gent. Dit Grand Théâtre, de huidige Opera Gent, was destijds het prestigieuze centrum van het culturele leven voor de burgerij en fungeerde als een Franstalig bastion.

In 1857 werd hij door de gemeenteraad benoemd tot dirigent van de concerten en docent van de orkestklas, harmonieleer en compositie aan het Koninklijk Conservatorium Gent, waar hij in 1871 onderdirecteur werd.

Tot zijn leerlingen behoorden bekende namen als Florimond Van Duyse, Dorsan Pierre Norbert Van Reysschoot, Karel Roels, Hendrik Waelput, Jozef Van der Meulen en Leo Van Gheluwe.

Verder was hij muziekleraar in het Sint-Barbaracollege en inspecteur van het muziekonderwijs in de stadsscholen.

Zijn oeuvre is omvangrijk en omvat ruim 1000 werken in alle genres.

Een belangrijk instrumentaal werk is zijn Symfonie in sol-groot uit 1854, die vaak de Gentse symfonie wordt genoemd omdat hij het stuk opdroeg aan de magistraten van de Société royale des Beaux-Arts et de Littérature in zijn geboortestad.

Miry was een van de eerste Belgische componisten die opera’s schreef op Nederlandstalige libretto’s.

Al in 1841 componeerde hij de muziek voor Keizer Karel en de Berchemse Boer op tekst van Hippoliet Van Peene, mogelijk het eerste Nederlandstalige zangspel na 1830.

Hij won diverse prijzen, waaronder medailles van de Gentse Société royale des Beaux-Arts et de Littérature in 1849 en 1850.

Na een verblijf in Parijs tussen 1850 en 1852 won hij bij zijn terugkeer opnieuw prijzen van het Nederduitsch Taelverbond voor drie koorwerken.

Zijn stijl sloot nauw aan bij de romantische traditie, waarbij hij vaak putte uit lokale thema’s en volksverhalen.

Hiermee droeg hij aanzienlijk bij aan de emancipatie van de Nederlandstalige muziek in een tijd waarin het Frans domineerde.

Vandaag is hij bij het grote publiek vooral bekend als de componist van De Vlaamse Leeuw, waarvoor hij de muziek schreef in 1847 op een tekst van Hippoliet Van Peene.

Als eerbetoon aan hun samenwerking bevinden zich aan de Vlaamsekaai in Gent de naast elkaar gelegen Villa Karel Miry en Villa H. Van Peene.

Aan zijn voormalige woning in de Twaalfkamerenstraat is een gedenkplaat aangebracht.

Op het Casinoplein staat bovendien een monument van de hand van Hippolyte Leroy.

Dit gedenkteken bestaat uit een hoge witstenen zuil met zingende kinderen in halfverheven beeldhouwwerk en een Vlaamse leeuw die de vlag verdedigt aan de voet.

Bovenop staat het borstbeeld van Miry, die glimlachend naar het publiek kijkt.

Zijn beeltenis is eveneens vastgelegd op een olieverfschilderij van Gustave Vanaise in het Museum voor Schone Kunsten Gent.

De naam van de componist leeft voort in de Karel Miryzaal van het Gentse conservatorium aan de Hoogpoort en in een vergaderzaal in het Virginie Lovelinggebouw.

Ook buiten Gent wordt hij geëerd met straatnamen in Brugge, Antwerpen en Edegem.

Gisteren nog vandaag

Vandaag 50 jaar geleden, Flor Grammens voorvechter van de Nederlandse taal voor de zevenentwintigste keer voor de rechtbank (1 september 1972)

Florimond Grammens werd in 1899 in Bellem geboren als zoon van Frederick Grammens en Maria Gelaude, beiden van boerenafkomst.

Hij studeerde aan het College van Eeklo en daarna aan de Normaalschool van Sint-Niklaas.

In 1918 dook hij onder en werd bij de bevrijding door de Belgische troepen vrijwillig brancardier bij het veldleger.

In 1920 werd hij leraar in Ronse, wat hij bleef tot 1929.

Flor Grammens werd actief flamingant, vooral doordat hij als leraar aan de taalgrens de onrechtvaardige en onwettelijke toestanden leerde kennen en in 1927 een voetreis langs de hele taalgrens maakte.

Dit resulteerde in de oprichting van de taalgrensactie.

In 1931 begon hij zelf voor tweetaligheid te zorgen in die taalgrensgemeenten die bleven weigeren de taalwetten toe te passen.

Dit leidde tot processen die gevoerd werden in de provincies Luik en Henegouwen, waar hij als eerste voor Waalse rechtbanken rechtspleging in het Nederlands eiste.

Een nieuwe periode in de taalgrensactie begon toen Flor Grammens op 9 januari 1937, in witte schilderskiel, de Franstalige straatnaamborden en wegwijzerplaten in de taalgrensstad Edingen overschilderde.

Deze en andere acties genoten veel bijval en talrijke Vlaamse studenten sloten zich aan bij wat zij de nieuwe Vlaamse schildersschoolnoemden.

Overal waar ze maar konden, voerden ze actie en organiseerden ze meetings en andere manifestaties. In de pers en het parlement ontstond daarover heel wat rumoer.

De campagne duurde drie jaar tot uiteindelijk de eentaligheid van Vlaanderen werd verkregen.

Grammens verbleef nog maar eens in de gevangenis toen hij in 1939, bij een onvoorziene parlementsverkiezing, als onafhankelijk kamerlid werd verkozen.

Grammens, die in deze periode (1937-1940) de Raad der Daadstichtte, wou nooit lid van een partij worden om zo onafhankelijk mogelijk en met zoveel mogelijk Vlaamsgezinden te kunnen optreden.

Hij kantte zich tegen politieke collaboratie in de Tweede Wereldoorlog, maar aanvaardde lid en daarna voorzitter te worden van de Commissie voor Taaltoezicht.

Onder zijn leiding werden door die Commissie onderzoeken ingesteld naar de toepassing van de taalwetten in de taalgrensgemeenten en de hoofdstedelijke agglomeratie.

Zo bleek dat in de Brusselse gemeenten talrijke Vlaamse kinderen onwettig in Franstalige klassen waren ondergebracht.

Veel kinderen werden overgeplaatst naar Nederlandstalige klassen, wat na de bevrijding voor een groot deel weer ongedaan werd gemaakt.

Grammens, die argumenteerde dat hij alleen de taalwetten toepaste, werd na de bevrijding, ondanks zijn parlementaire onschendbaarheid, opgesloten.

Zijn woning werd geplunderd.

Hij kreeg een gevangenisstraf van zes jaar, waarvan hij er vier heeft uitgezeten.

In 1956 hielp hij de Vlaamse Volksbewegingheroprichten en trad hij onder meer op tegen de eentalig Franse opschriften op de wereldtentoonstelling in Brussel en later tegen de Franstalige reclameteksten aan de kust en elders in Vlaanderen.

Ook was hij betrokken bij de oprichting van de stichting van het Taal Aktie Komitee.

In 1962 werd hij hersteld in zijn burgerrechten.

Grammens bleef actief voordrachten geven en was pleitbezorger van een politieke integratie van Vlaanderen en Nederland, in een eengemaakte Europa.

Ook wendde hij overal waar hij kon zijn invloed aan om mistoestanden te signaleren en te verhelpen.

Voor zijn verdiensten in verband met de taalstrijd, ontving hij in 1971 de Marnixring-André Demedtsprijs van de Kortrijkse Marnixkring.

Hij was de vader van journalist Mark Grammens.

In 1975 kocht het Grammensfonds het geboortehuis van Flor Grammens en schonk het aan het gemeentebestuur van Bellem.

Hij overleed in Deinze in 1985.

Na zijn dood werd het persoonlijk archief van Flor Grammens, in het bezit van het Grammensfonds, overgedragen aan de bibliotheek van de Campus Kortrijk van de KU Leuven. (Diverse bronnen, Wikipedia, gemeente Aalter en De Post van 3 september 1972)

Vandaag 50 jaar geleden, Flor Grammens voorvechter van de Nederlandse taal voor de zevenentwintigste keer voor de rechtbank (1 september 1972)

Vandaag 50 jaar geleden, Flor Grammens voorvechter van de Nederlandse taal voor de zevenentwintigste keer voor de rechtbank (1 september 1972)

Vandaag 50 jaar geleden, Flor Grammens voorvechter van de Nederlandse taal voor de zevenentwintigste keer voor de rechtbank (1 september 1972)

60 jaar geleden, te gast bij de Vlaamse componist, dirigent, muziekpedagoog en organist Renaat Veremans

Met het patriottisch lied Vlaanderen werd hij in 1910 als componist beroemd. Maar hij schreef muziek voor vele genres, bijvoorbeeld opera’s, operettes, cantates, film- en toneelmuziek.

Rustig leeft hij, als een waar zoon van zijn volk. In een zetel met een goed boek of voorlezend aan kleinzoon Michel. (geschreven door zijn vriend Felix Timmermans)

60 jaar geleden, te gast bij de Vlaamse componist, dirigent, muziekpedagoog en organist Renaat Veremans
60 jaar geleden, te gast bij de Vlaamse componist, dirigent, muziekpedagoog en organist Renaat Veremans
60 jaar geleden, te gast bij de Vlaamse componist, dirigent, muziekpedagoog en organist Renaat Veremans
60 jaar geleden, te gast bij de Vlaamse componist, dirigent, muziekpedagoog en organist Renaat Veremans