Vandaag is het ook al 60 jaar geleden dat de Amerikaanse acteur Ed Wynn overleed.

Ed Wynn werd op 9 november 1886 in Philadelphia geboren als Isaiah Edwin Leopold, zoon van Joodse immigranten.

Zijn vader, oorspronkelijk afkomstig uit Bohemen, runde een bloeiende hoedenzaak en hoopte dat zijn zonen het familiebedrijf zouden overnemen.

De jonge Isaiah had echter een heel andere toekomst voor ogen.

Al op vijftienjarige leeftijd liep hij van huis weg om zich aan te sluiten bij een theatergezelschap.

Om zijn familie de schande van een zoon in de amusementswereld te besparen, besloot hij zijn middelste naam in tweeën te splitsen en zo de artiestennaam Ed Wynn aan te nemen.

Zijn carrière begon in het vaudevillecircuit, waar hij de kunst van de visuele komedie al snel in de vingers kreeg.

In 1921 boekte hij een enorm succes met de Broadway-voorstelling The Perfect Fool, een show die hij zelf schreef, regisseerde en produceerde.

In deze periode perfectioneerde hij zijn kenmerkende typetje, dat opviel door een giechelende stem, fladderende handgebaren en een absurde garderobe van honderden grappige hoedjes en slecht passende jassen.

Zijn visuele humor en cartooneske verschijning maakten hem tot een geliefde ster op het podium.

Tijdens de jaren dertig veroverde Wynn ook de radio met zijn populaire programma The Fire Chief.

Hoewel hij enorme successen vierde, kende zijn leven eveneens flinke tegenslagen.

Een mislukte poging om in 1933 een eigen radiostation op te richten, liep al na enkele weken uit op een faillissement, wat hem zowel financieel als emotioneel zwaar trof.

Toch wist hij zich in de daaropvolgende jaren sterk te herpakken. In juni 1946 maakte hij een triomfantelijke comeback in de openbaarheid.

Destijds werd hij geprezen als de gekke clown die de Engelsen massaal vreugde bracht.

Als een bekende naam voor alle luisteraars van de Engelse radio trad hij op voor de toeschouwers van het Texaco Star Theatre in Londen, waar hij zorgde voor een daverende lach met zijn parodieën op enkele grote opera’s.

Hij leek toen goed op weg om een van de grote Engelse clowns te worden, een opvallende prestatie in een land dat van oudsher als het vaderland van de clown werd gezien.

Clowns waren er immers een vast onderdeel in alle stukken van het oude repertoire, met historische grootheden in de annalen van het circus zoals Footit en Chocolat of Billy Hayden als onbetwiste internationale sterren.

De clowneske persoonlijkheid van Ed Wynn viel in deze periode vooral op door de uiterst komische mimiek van zijn gezicht.

Hij verzon onophoudelijk nieuwe gags en burleske absurditeiten. Met een opvallende, verbijsterde blik voerde hij allerlei zelfbedachte trucs uit.

Zelfs als het publiek besefte hoe waanzinnig het allemaal was, was een lachbui simpelweg niet te onderdrukken en had de clown de zaal volledig voor zich gewonnen.

Naast zijn optredens stond hij ook bekend om zijn waanzinnige en ingenieuze uitvindingen die zijn humoristische reputatie versterkten.

Zo bedacht hij een aansteker met een onfeilbaar effect: zodra men deze activeerde, wees een windwijzerpijltje feilloos de dichtstbijzijnde persoon aan die lucifers op zak had.

Een andere opmerkelijke creatie was een kaars die precies acht uur brandde, om vervolgens met het vlammetje de oorlel van de slaper te kietelen als wekker.

Hij ontwierp tevens een speciale scharnierschoen die uitglijden onmogelijk maakte en overtollig water moeiteloos afvoerde, wat rubberen overschoenen volstrekt overbodig maakte.

Voor reizen in de drukke metro droeg hij een op maat gemaakt kledingstuk bezaaid met stalen punten om zich tegen het geduw te beschermen, gecombineerd met een afneembare hoedrand om bekenden beleefd te kunnen begroeten zonder risico op een verkoudheid.

Zijn destijds meest recente vondst was een kolossale bamboestok van ruim elf voet lang, met als enige specifieke doel het opmeten van mensen die langer dan tien voet waren.

Aangemoedigd door zijn zoon, de acteur Keenan Wynn, maakte hij in de jaren vijftig een verrassende en zeer succesvolle overstap naar serieus acteerwerk.

Voor zijn dramatische rol in de televisieproductie Requiem for a Heavyweight ontving hij in 1956 een Emmy Award.

Niet lang daarna kreeg hij lovende kritieken en een Oscarnominatie voor zijn ontroerende bijrol als Albert Dussell in de filmverfilming van The Diary of Anne Frank uit 1959.

Bij een jonger publiek is Ed Wynn vooral bekend gebleven door zijn vele samenwerkingen met Walt Disney.

Hij leende in 1951 zijn stem aan de Mad Hatter in de animatiefilm Alice in Wonderland.

Later was hij in levende lijve te zien in familiefilms zoals Babes in Toyland en Mary Poppins, waarin hij de rol van de vrolijke, zwevende Uncle Albert speelde.

Ed Wynn bleef nagenoeg zijn hele leven actief in de showbusiness, tot aan zijn overlijden aan slokdarmkanker op 19 juni 1966 in Beverly Hills.

Deze avond op het 48e editie van het Film Festival in Gent, kreeg het nummer Call me Cruella van Florence + the Machine de prijs voor Best Original Song.

Het nummer is geschreven door Florence Welch, Taura Stinson, Steph Jones, Nicholas Britell en Jordan Powers.

De muziek komt uit de Disneyfilm “Cruella”.Een akoestische gitaar en bombastische drums zorgen voor een interessante spanningsboog, die plots ontploft in iets euforisch. Florence speelt haar hoge, herkenbare stem perfect uit tot het middelpunt van de belangstelling, waarna “Call me Cruella” groots losbarst.

Zowel in Vlaanderen als in Nederland kwam de single niet verder dan de Tipparade.

Vandaag is het 75 jaar geleden dat de Oostenrijkse schrijver Felix Salten is overleden.

Zijn bekendste werk is Bambi, Eine Lebensgeschichte aus dem Walde, dat hij schreef in 1923.

Het werd vertaald in het Engels in 1928 en werd een boek-van-de-maand-clubhit.

In 1933 verkocht hij de filmrechten voor 1000 dollar aan de Amerikaanse filmregisseur Sidney Franklin, die deze later overdroeg aan The Walt Disney Company.

In 1939 schreef Salten een vervolg: Bambis Kinder: Eine Familie im Walde.

Hoewel Bambi bedoeld was als een waarschuwing voor “terug-naar-de-natuur”-aanhangers die in zijn ogen de natuur te veel idealiseerden, werd het tot Saltens verdriet door de Disney-studio’s “geïnfantiliseerd” tot een kinderverhaal.

Met dit filmscript verscheen in 1942 de succesvolle animatiefilm Bambi.

Salten is hoogstwaarschijnlijk ook de auteur van de satirische, maatschappijkritische, erotische roman Josefine Mutzenbacher, die Geschichte einer Wienerischen Dirne von ihr selbst erzählt, de fictieve autobiografie van een Weense prostituee, die anoniem verscheen in 1906.

Verondersteld werd dat Salten en Arthur Schnitzler het boek samen geschreven hadden, maar Schnitzler ontkende zijn aandeel categorisch.

Salten heeft zijn auteurschap nooit bevestigd of ontkend, maar het half-pornografische verhaal Die Gedenktafel der Prinzessin Anna (ook wel Die Bekentnisse einer Prinzessin), dat in 1902 onder zijn eigen naam verscheen, is te beschouwen als een voorstudie voor Josefine Mutzenbacher.

Ook in andere werken, waaronder de beide Bambi-boeken, nam hij beeldende verwijzingen naar seksuele handelingen op, die Disney’s scenaristen Perce Pearce en Larry Morey niet overnamen voor hun film.

Leven in Oostenrijk in de jaren dertig werd levensgevaarlijk voor een prominente jood.

In 1933 ontbrak hij nog op de “lijst van schadelijke en ongewenst geschriften” van de nazi’s van Adolf Hitler, maar in 1935 werd hij daar wel op geplaatst.

In 1939 ontvluchtte hij zijn land, toen Oostenrijk een deel was geworden van Duitsland.

Salten kreeg een Amerikaans visum aangeboden door de Amerikaanse consul “uit persoonlijk respect voor Bambi”.

Maar Salten wees dit aanbod af en koos voor Zwitserland, waar zijn dochter Anna woonde.

Hij verhuisde naar Zürich waar hij woonde tot zijn dood.

Felix Salten was een enthousiast jager, maar hij zag zichzelf niet als een ‘schieter’.

De plezierjacht van de Oostenrijkse adel was hem een gruwel.

Wel kwam hij er ruiterlijk voor uit dat hij in zijn leven zeker zo’n 200 ‘Bambi’s’ had omgelegd

Hij was getrouwd met de actrice Ottilie Metzl.

Zij hadden een zoon Paul en een dochter Anna-Katherina, die werk van haar vader geïllustreerd heeft.

Van al zijn werk worden in onze tijd alleen nog Bambi en Josefine Mutzenbacher herdrukt.

Felix Salten
Felix Salten