Foto's, en reportages en voor 95 % niet terug te vinden op Google uit ons ver verleden, over Gent, Vlaanderen, film, muziek, sport, politiek en zoveel meer uit tijdschriften en kranten en jaarboeken. Vanaf de jaren 1900 tot en met gisteren. Meer foto's en artikelen terug te vinden op onze Fb groep Gisteren nog vandaag en de Fb groep Weetjes over popmuziek
Gimondi werd geboren in Sedrina, nabij Bergamo, en liet als amateur al zijn talent zien door onder andere de Ronde van de Toekomst te winnen.
Zijn grote doorbraak volgde in 1965, toen hij als neoprof meteen de Ronde van Frankrijk op zijn naam schreef.
Zijn succes in de Grote Rondes bleef groeien.
Twee jaar later won hij de Ronde van Italië, een prestatie die hij in 1969 en 1976 herhaalde. Door in 1968 ook de Ronde van Spanje te winnen, trad hij toe tot een exclusief gezelschap.
Gimondi is namelijk een van de slechts zeven renners die alle drie de Grote Rondes hebben gewonnen, samen met Jacques Anquetil, Eddy Merckx, Bernard Hinault, Alberto Contador, Vincenzo Nibali en Chris Froome.
De renner, die de bijnamen de buizerd van Bergamo en de aristocraat droeg, blonk uit in constantheid; in al zijn vijf deelnames aan de Ronde van Frankrijk eindigde hij in de top tien.
Zijn minste resultaat was een zevende plaats, en hij pakte in totaal zeven Touretappes.
Naast zijn successen in rittenkoersen was Gimondi een specialist in eendaagse klassiekers.
Hij won tweemaal de Ronde van Lombardije, in 1966 en 1973.
Daarnaast schreef hij Parijs-Roubaix in 1966 en Milaan-San Remo in 1974 op zijn naam, en kroonde hij zichzelf in 1973 tot wereldkampioen.
Zijn carrière kende ook een schaduwzijde toen hij tijdens de vijftiende etappe van de Ronde van Frankrijk in 1975 positief testte op doping.
Dit kostte hem tien minuten straftijd in het algemeen klassement, een boete van duizend Zwitserse frank en een voorwaardelijke schorsing van een maand.
Gimondi overleed in 2019 op 76-jarige leeftijd aan de gevolgen van een hartaanval, die hem trof tijdens het zwemmen in zee aan de oostkust van Sicilië.
De 25e editie van de Ronde van Frankrijk, verreden in de zomer van 1931, staat bekend als een van de meest slopende en heroïsche edities uit de vroege geschiedenis van de wielersport.
Met een totale afstand van maar liefst 5091 kilometer, verdeeld over 24 etappes, was deze editie een ware uitputtingsslag, waarbij de renners tegen de klok en elkaar streden op loodzware wegen.
Dit enorme aantal kilometers staat in schril contrast met de moderne wielersport.
Waar de renners in 1931 nog 5091 kilometer moesten overbruggen, is de huidige Ronde van Frankrijk, de editie van 2026, een totale afstand van 3320,7 kilometer.
Destijds was het bovendien het tweede jaar dat de Tour met nationale ploegen reed in plaats van individuele sponsors, wat zorgde voor een felle strijd tussen de grote wielerbuurlanden Frankrijk, België en Italië.
In 1931 stonden er slechts 6 officiële nationale ploegen aan de start, aangevuld met een grote groep individuele renners.
De vier grote wielerlanden Frankrijk, België, Italië en Duitsland stuurden elk een ploeg van 8 renners. Daarnaast was er een gecombineerd team van Australië en Zwitserland met elk 4 renners, en nam Spanje deel met slechts 1 enkele renner.
Nederland schitterde in die tijd door afwezigheid en had geen nationale ploeg aan de start.
In deze beginperiode van de Tour met landenploegen was het wegwielrennen in Nederland nog lang niet zo populair of professioneel ontwikkeld als in de omringende landen.
De sportieve focus lag in Nederland destijds vooral op het baanwielrennen, waar wel grote successen werden geboekt.
Het zou nog tot 1936 duren voordat er voor het eerst een Nederlandse afvaardiging aan de start van de Tour verscheen, destijds met renners als Albert van Schendel en Theo Middelkamp, die toen direct de allereerste Nederlandse etappezege wisten op te eisen.
Dit alles bracht het deelnemersveld van 1931 op 41 ploegrenners, die werden vergezeld door 40 onafhankelijke renners, de zogenaamde touriste-routiers, wat zorgde voor een bescheiden peloton van 81 renners in totaal.
Hoe anders is dat in de editie van 2026, waar 23 professionele merkenteams aan de start verschijnen met elk 8 renners, wat resulteert in een gigantisch en strak georganiseerd peloton van 184 renners.
In het begin van de ronde domineerden de sprinters in de vlakke ritten, maar het spektakel begon pas echt toen de bergen opdoemden.
Een gedenkwaardig moment vond plaats in de tweede etappe, toen de Oostenrijkse individuele renner Max Bulla geschiedenis schreef.
Hoewel de individuele renners tien minuten later waren gestart dan de nationale ploegen, slaagde Bulla erin om iedereen in te halen en de etappe te winnen.
Hierdoor pakte hij als enige onafhankelijke renner ooit in de geschiedenis de gele trui.
Het klassement kreeg zijn definitieve vorm in de loodzware Pyreneeën.
Tijdens de negende etappe van Pau naar Luchon ontbond de Franse renner Antonin Magne zijn duivels.
Hij viel aan op de flanken van de legendarische Tourmalet, nam de leiding in de wedstrijd en veroverde de gele trui. Magne, die bekendstond om zijn tactische inzicht en methodische manier van rijden, werd gesteund door een ijzersterke Franse ploeg met onder anderen Charles Pélissier.
Na deze slopende ritten was er voor de renners van de luxe van moderne hotels absoluut geen sprake.
Hoewel ze na een etappe ergens moesten slapen, was de realiteit uiterst sober.
De ploegen huurden meestal eenvoudige kamers in goedkope lokale herbergen of kleine familiehotels langs de route.
Omdat er vaak niet genoeg bedden waren, moesten renners de kamers en soms zelfs de bedden met elkaar delen.
Na een rit van driehonderd kilometer kropen twee renners dan samen in een krap bed.
Ook de hygiëne liet te wensen over, want kamers met eigen warm stromend water waren er amper.
Renners moesten zich vaak behelpen met een teil koud water op de binnenplaats of een gedeelde kraan op de gang. Van een echt sportdieet was evenmin sprake; men at gewoon de zware kost die de lokale herberg serveerde.
Niet alleen het comfort, maar ook het prijzengeld was van een heel andere orde dan vandaag de dag. In 1931 bedroeg de eerste prijs voor de eindwinnaar van het algemeen klassement 25.000 Franse frank, uit een totale prijzenpot van 650.000 Franse frank.
Gecorrigeerd naar de huidige koopkracht was die hoofdprijs toen ongeveer 15.000 tot 20.000 euro waard.
Dit staat in schril contrast met de editie van 2026, waarin de totale prijzenpot ruim 2,3 miljoen euro bedraagt en de uiteindelijke winnaar maar liefst 500.000 euro mee naar huis neemt.
In de Alpen en tijdens de latere vlakke ritten werd de Franse leider constant bestookt door zijn naaste belagers.
Vooral de Belg Jef Demuysere en de Italiaan Antonio Pesenti gaven zich niet zomaar gewonnen.
Demuysere bleef aanvallen opzetten en won meerdere zware ritten, maar Magne gaf geen krimp.
In de voorlaatste etappe, die over de gevreesde kasseien in het noorden van Frankrijk voerde, probeerden de Belgen een beslissende slag te slaan.
Magne wist echter stand te houden door constant aan het wiel van Demuysere te blijven kleven.
Uiteindelijk eindigde de loodzware koers op 26 juli 1931 in het legendarische Prinsenpark, oftewel het Parc des Princes in Parijs.
In die tijd stroomde de wielerbaan van dit stadion traditiegetrouw bomvol met tienduizenden enthousiaste toeschouwers om de helden van de weg na weken van afzien te huldigen.
Na alle kilometers over onverharde wegen en kasseien konden de renners nog een paar laatste rondjes over de houten piste rijden voor het oog van de massa.
Het was in deze historische ambiance dat Antonin Magne als grote triomfator werd binnengehaald, met een voorsprong van bijna dertien minuten op Demuysere en ruim tweeëntwintig minuten op Pesenti.
Het betekende de eerste van zijn twee Tourzeges en een groot feest voor het Franse publiek.
De Belgen grepen met Demuysere, Gaston Rebry en Maurice De Waele weliswaar net naast de individuele hoofdprijs, maar zij namen wel de troostprijs mee naar huis door het ploegenklassement op hun naam te schrijven
In 1976 vocht hij in de bergen een felle strijd uit met Joop Zoetemelk.
Hoewel Zoetemelk de rit op Alpe d’Huez op zijn naam schreef, stelde Van Impe zijn eindzege definitief veilig in de Pyreneeën op de flanken van de Pla d’Adet.
Het was sowieso een memorabele editie voor de Belgische renners, die destijds enorm schitterden.
Freddy Maertens bleek onstuitbaar en verzamelde maar liefst acht ritzeges.
Hij won de proloog in Saint-Jean-de-Monts, de eerste etappe naar Angers en de derde etappe in Le Touquet-Paris-Plage.
Later voegde hij daar nog de zevende etappe naar Mulhouse, beide delen van de achttiende etappe naar Langon en Lacanau-Océan, de eenentwintigste etappe naar Versailles en het eerste deel van de slotrit in Parijs aan toe.
Ook andere landgenoten droegen bij aan het Belgische succes. Willy Teirlinck won de dertiende etappe naar Saint-Gaudens,
Lucien Van Impe pakte zelf de veertiende etappe naar Saint-Lary-Soulan, Michel Pollentier zegevierde in de zestiende etappe naar Fleurance en Ferdinand Bracke won een dag later de rit naar Auch.
Ook Nederland presteerde dat jaar buitengewoon goed.
Hennie Kuiper opende de Nederlandse successen in de vierde etappe met aankomst in Bornem.
Joop Zoetemelk toonde zijn klasse in het hooggebergte en won drie zware ritten: de negende etappe naar L’Alpe d’Huez, de tiende etappe naar Montgenèvre en de twintigste etappe naar de Puy de Dôme.
Tot slot pikte Gerben Karstens zijn ritten mee door het derde deel van de achttiende etappe in Bordeaux te winnen, om vervolgens ook het tweede deel van de slotrit in Parijs op zijn naam te schrijven.
De Nederlandse TI-Raleigh-equipe won de 5e etappe, deel A: de ploegentijdrit van Leuven naar Leuven.
Het verschil tussen Eddy Merckx en Joop Zoetemelk, die tweede eindigde, bedroeg 9 minuten en 51 seconden.
Op de derde plaats eindigde Lucien Van Impe.
In totaal namen er 35 Belgen en 21 Nederlanders deel aan de Tour van 1971.
Belgische etappezeges
Eric Leman won de 1e etappe, deel A van Mulhouse naar Bazel, de 6e etappe, deel A van Roubaix (Robaais) naar Amiens en de 7e etappe van Rungis naar Nevers.
Albert Van Vlierberghe won de 1e etappe, deel C van Freiburg im Breisgau naar Mulhouse.
Eddy Merckx won de 2e etappe van Mulhouse naar Straatsburg, de 13e etappe van Albi naar Albi, de 17e etappe van Mont-de-Marsan naar Bordeaux en de 20e etappe van Versailles naar Parijs.
Walter Godefroot won de 9e etappe van Clermont-Ferrand naar Saint-Étienne.
Herman Van Springel won de 16e etappe, deel B van Gourette/Les Eaux Bonnes naar Pau.
Nederlandse etappezeges
Gerben Karstens won de 1e etappe, deel B van Bazel naar Freiburg im Breisgau.
Rini Wagtmans won de 3e etappe van Straatsburg naar Nancy.
Jan Krekels won de 19e etappe van Blois naar Versailles.
Terwijl wielerjournalist Mark Vanlombeek voor zijn werk de Tourkaravaan door het Franse landschap volgde, verbleven zijn vrouw en kinderen aan de Belgische kust, een menselijk contrast dat het tijdschrift Story destijds mooi optekende in de editie van 8 juli.
Het peloton kleurde dat jaar behoorlijk in de Lage Landen, met een sterke afvaardiging van 32 Belgische en 19 Nederlandse renners aan de startlijn.
Onze landgenoten lieten zich in die 73ste editie bijzonder goed opmerken en wisten de Tour extra glans te geven met vijf indrukwekkende ritzeges.
Pol Verschuere opende het Belgische succesverhaal met winst in de allereerste etappe van Nanterre naar Sceaux. Ludo Peeters triomfeerde in de zevende rit van Cherbourg naar Saint-Hilaire du Harcouët, waarna Eddy Planckaert meteen een dag later het goede voorbeeld volgde en de achtste etappe naar Nantes op zijn naam schreef.
Ook Rudy Dhaenens en Frank Hoste mochten juichen na overwinningen in respectievelijk de elfde rit vanuit Futuroscope naar Bordeaux en de vijftiende etappe van Carcassonne naar Nîmes.
De Nederlandse eer werd succesvol verdedigd door Johan van der Velde, die in de vijfde etappe van Evreux naar Villers-sur-Mer de tegenstand te slim af was en als eerste over de streep kwam.
Naast de successen uit de Lage Landen staat de Tour van 1986 in de internationale wielergeschiedenis vooral gegrift als de ronde van een van de meest beklijvende interne ploegduels ooit.
Binnen het dominante La Vie Claire team vochten de Amerikaan Greg LeMond en de Franse vijfvoudige winnaar Bernard Hinault een psychologische en fysieke slijtageslag uit.
Hoewel Hinault een jaar eerder had beloofd LeMond aan de eindzege te helpen, viel hij zijn jongere ploegmaat meermaals aan onder het mom dat hij hem wilde dwingen de zege echt te verdienen.
Deze zinderende en soms verwarrende tweestrijd leverde iconische televisiebeelden op, met als absoluut hoogtepunt de etappe naar l’Alpe d’Huez waar beide rivalen hand in hand over de finish kwamen. Uiteindelijk trok LeMond aan het langste eind in het algemeen klassement.
Hij kroonde zich zo tot de allereerste Amerikaanse, en bij uitbreiding niet-Europese, winnaar van de Ronde van Frankrijk, een mijlpaal die de wielersport wereldwijd een enorme impuls gaf.
De geschiedenis van Weltruf in de Zinniastraat in Gent is nauw verbonden met de opkomst van de radio en het modernisme in de twintigste eeuw.
In het pand op nummer 1, gelegen in de wijk Brugsepoort-Rooigem, was de firma Etablissements Van Den Weghe gevestigd.
Dit bedrijf combineerde houtbewerking met de assemblage van elektronica.
Omdat Weltruf in de Zinniastraat hoofdzakelijk fungeerde als een assembleur en verdeler, gebruikten zij vaak chassis en onderdelen van grotere fabrikanten uit die tijd, zoals Barco, Siera of Philips.
In het eigen atelier werden houten kasten vervaardigd waarin deze onderdelen werden ingebouwd, om vervolgens als complete radiomeubels en platenspelers onder de eigen merknaam Weltruf te worden verkocht.
Later werd het aanbod uitgebreid met televisietoestellen.
Naast het atelier op nummer 1 diende de locatie op nummer 37 als een bijkomend verkooppunt en toonzaal waar klanten rechtstreeks de geassembleerde toestellen konden aanschaffen.
Ook de nabijgelegen firma Supermoderne aan de Boerderijstraat 85 fungeerde als toonzaal en officieel verkooppunt voor de apparatuur uit het atelier.
De sterke lokale verankering van deze zaken bleek onder meer uit de betrokkenheid bij de wielersport.
Een feitelijk bewijs hiervan is de overwinning van Rik Van Steenbergen en Emile Severeyns in de Gentse Zesdaagse van 1956 in ’t Kuipke.
Deze foto waarop Van Steenbergen een Radio-Pick-up van Weltruf in ontvangst neemt bij Supermoderne in de Boerderijstraat, bevestigt dat deze toestellen als prestigieuze prijzen werden geschonken.
Ook op de Gentse Jaarbeurs in het Floraliënpaleis was het merk aanwezig met eigen presentaties van modellen zoals de Weltruf Super.
Het atelier in de Zinniastraat bood naast de vervaardiging ook technische ondersteuning voor het onderhoud van de apparaten.
De geschiedenis van de firma Van Den Weghe en het merk Weltruf blijft herkenbaar door de bewaarde objecten, zoals radio’s, televisies en luciferetiketten, die rechtstreeks naar deze locaties in Gent verwijzen. (Met dank aan Dirk Peeters voor de reclame)
Freddy Maertens, een naam die synoniem staat voor de wielersport in de jaren 70, kende een carrière met immense pieken en diepe dalen.
Na een uiterst succesvolle periode, waarin hij onder andere twee keer wereldkampioen werd (1973 en 1976) en etappes en de groene trui in de Ronde van Frankrijk won, leek zijn ster te verbleken.
In 1979 en 1980, op amper 28-jarige leeftijd, won hij enkel nog enkele criteriums.
Zijn carrière leek vroegtijdig ten einde te lopen, een lot dat wel meer wielrenners in die tijd trof, toen de carrières doorgaans korter waren dan nu.
Deze sportieve tegenslag werd nog verergerd door financiële problemen.
Door verkeerde investeringen verloor Maertens een aanzienlijk deel van zijn kapitaal.
Hij was toen destijds bekend om zijn dure levensstijl en hij hield van mooie auto’s en kleding, een eigenschap die hem in contrast bracht met de vaak soberder levende wielrenners van die tijd.
De schulden stapelden zich op, hij moest zijn villa in Lombardsijde verkopen en werd achtervolgd door de belastingsadministratie.
Een pijnlijk hoofdstuk voor de man die ooit op het hoogste podium had gestaan.
In de zomer van 1981 leek er echter een wonder te gebeuren, want Maertens kende een opmerkelijke heropleving, een comeback die in de wielergeschiedenis als een van de memorabelste wordt beschouwd.
Zijn oud-ploegleider, de legendarische Briek “Lomme” Driessens, een man die bekend stond om zijn harde, maar rechtvaardige aanpak en een neus voor talent, haalde hem naar de Boule d’Or-ploeg.
Driessens geloofde in Maertens, ook al dachten velen dat zijn beste jaren voorbij waren.
Dat vertrouwen werd beloond, want Maertens reed een ijzersterke Ronde van Frankrijk, pakte maar liefst vijf etappezeges en veroverde opnieuw de groene trui.
Als kers op de taart werd hij dat najaar in Praag voor de tweede keer wereldkampioen, een prestatie die de wielerwereld met verstomming sloeg.
Maertens stond bekend om zijn explosieve sprint, maar ook om zijn vermogen om, als hij echt in vorm was, in ontsnappingen mee te gaan en dit bewees hij in 1981 opnieuw.
Helaas bleek deze comeback van korte duur. In de seizoenen die volgden, kon Maertens geen grote overwinningen meer aan zijn palmares toevoegen.
Na nog een jaar bij Boule d’Or, reed hij voor verschillende kleinere ploegen en privésponsoren, een periode waarin hij meer dan ooit afhankelijk was van zijn wilskracht en doorzettingsvermogen.
Hij hing zijn fiets in 1987 definitief aan de haak.
Na zijn wielercarrière bleef Maertens actief, maar in andere rollen, zo werkte hij een tiental jaren als vertegenwoordiger en van 2000 tot 2007 als arbeider in het Nationaal Wielermuseum (nu KOERS. Museum van de Wielersport) in Roeselare.
Daar werd hij een vertrouwd gezicht voor de bezoekers en kon hij zijn passie voor de koers delen.
Sinds februari 2008 is hij gastheer en pr-medewerker voor het Centrum Ronde van Vlaanderen in Oudenaarde, waar hij zijn kennis en ervaring inzet om de rijke geschiedenis van deze wielerklassieker te promoten.
Ondanks de tegenslagen en de moeilijke periode na zijn carrière, blijft Freddy Maertens een gerespecteerd figuur in de wielerwereld.
Dat bleek nogmaals in 2010, toen hij door de lezers van de Krant van West-Vlaanderen werd uitgeroepen tot de beste West-Vlaamse wielrenner aller tijden.
Hij liet daarbij grote namen als Briek Schotte en Johan Museeuw achter zich, een ultieme erkenning voor een renner die de wielergeschiedenis kleurde met zijn talent, doorzettingsvermogen en onvergetelijke comeback.
Op de foto zien we de wielrenners Jacques Arlet (overleden op 28 februari 2004), Jef Scherens (overleden op 9 augustus 1986) en Frans Huybrechts (overleden 23 februari 1991).
De kerk van Madonna del Ghisallo is een heiligdom dat gewijd is aan de beschermheilige van de wielrenners.
Het ligt op de top van een heuvel in de buurt van het Comomeer, in de Italiaanse regio Lombardije.
De geschiedenis van deze kerk gaat terug tot de 17e eeuw, toen een lokale edelman, graaf Ghisallo, werd aangevallen door struikrovers en zijn toevlucht zocht bij een beeld van de Maagd Maria.
Hij beloofde haar een kapel te bouwen als hij gered werd.
Zijn gebed werd verhoord en hij hield zich aan zijn belofte. In 1949 werd Madonna del Ghisallo officieel uitgeroepen tot de patrones van de wielrenners door paus Pius XII. Sindsdien is de kerk een bedevaartsoord geworden voor fietsliefhebbers van over de hele wereld.
De kerk herbergt een museum met talrijke memorabilia en relikwieën uit de geschiedenis van het wielrennen, zoals fietsen, truien, medailles en foto’s van beroemde kampioenen.
Onder de meest opvallende stukken zijn de fietsen waarmee Fausto Coppi en Gino Bartali de Tour de France wonnen, de fiets waarmee Eddy Merckx het werelduurrecord vestigde, en de fiets waarmee Fabio Casartelli verongelukte tijdens de Ronde van Frankrijk van 1995 (Panorama 10 december 1963).
Van Genechten was prof tussen 1953 en 1961. In 1954 werd hij derde in het bergklassement van de Ronde van Frankrijk, achter de Spanjaard Federico Bahamontes en de Fransman Louison Bobet, die de Tour won in 1953, 1954 en 1955. Twee jaar later won Van Genechten de Waalse Pijl en werd hij tweede in Gent-Wevelgem en Luik-Bastenaken-Luik. In 1958 was hij primus in de Ronde van Catalonië. Hij overleed op zaterdag 13 november 2010 op 80-jarige leeftijd. (Diverse bronnen en Wikipedia)