Het 7e cavalerieregiment (7th Cavalry Regiment) ging onder bevel van majoor Samuel Whitside op zoek naar de Miniconjou die het reservaat waren ontvlucht.
Op 28 december 1890 werd de groep gevonden, 48 kilometer ten oosten van Pine Ridge (Pijnboom-Rug). Spotted Elk hoopte dat Rode Wolk in Pine Ridge zijn volgelingen tegen de soldaten kon beschermen.
De uitgeputte en slecht tegen de winterkou geklede indianen boden geen verzet.
Spotted Elk, die een longontsteking had opgelopen en wegens bloedingen in een wagen verder trok, liet een witte vlag aan zijn wagen bevestigen.
Ze kregen de opdracht een kamp op te slaan bij de Wounded Knee-beek (Chankpe Opi Wakpala of Gekwetste Knie-kreek), 8 kilometer westelijker.
De volgende ochtend wilde het leger de indianen ontwapenen.
Hun medicijnman Yellow Bird voorspelde, toen hij een paar passen danste van de Dans van de Geesten en een van de heilige liederen zong dat de geestendanshemden hen zouden beschermen tegen de kogels van de militairen.
Intussen probeerden enkele soldaten een van de indianen zijn geweer te ontnemen.
Zij wisten niet dat Zwarte Prairiewolf doof was en zagen zijn onbegrip aan voor verzet.
Er ontstond een worsteling waarbij het geweer per ongeluk afging en een soldaat neerviel.
Dit was het begin van een hevige schietpartij. Van dichtbij vuurden de soldaten, ondersteund door Hotchkiss-geschut, in de groep indianen die slechts gewapend waren met de knuppels en messen die ze hadden verborgen in dekens.
De geestendanshemden boden niet de eraan toegedichte magische bescherming.
Tientallen indianen, onder wie veel vrouwen en kinderen, werden neergeschoten.
De indianen die erin geslaagd waren te vluchten werden kilometers ver buiten het kamp achtervolgd en gedood.
In totaal kwamen meer dan 200 indianen om.
Volgens een schatting kwamen bijna driehonderd van de 350 mannen, vrouwen en kinderen om.
Er sneuvelden 25 militairen, en 39 raakten gewond, de meesten door eigen kogels en granaatscherven.
De volgende dag, 30 december 1890, vond nog een laatste gewelddadige confrontatie plaats, die bekend zou worden als de Drexel Mission Fight, tussen overgebleven Lakota-krijgers en hetzelfde cavalerieregiment.
De volgende lente, toen het leger terugkeerde, werden de lijken die waren blijven liggen (te weten 144 indianen, waaronder 44 vrouwen en 16 kinderen), begraven in een massagraf.
Aan de betrokken militairen werd na afloop een medaille toegekend.
Op 8 mei 1973 komt er een einde aan een tien weken durende bezetting van de Indiaanse nederzetting Wounded Knee in Zuid-Dakota door jonge Sioux-indianen.
Zij protesteren tegen de sociale en economische achterstand van Indianen in de Verenigde Staten.
De actievoerders hebben juist voor Wounded Knee gekozen, omdat het een historische plek is in de Amerikaanse geschiedenis.
Naar aanleiding van de actie van de Sioux-indianen onderneemt Redbone de single We Were All Wounded At Wounded Knee op.
In scherpe bewoordingen wordt kritiek geleverd op het beleid van de Amerikaanse regering.
We Were All Wounded At Wounded Knee komt op 6 juni 1973 de BRT Top 30 binnen, en staat vanaf 30 juni 1973 vijf weken op de eerste plaats.
Ook in Nederland komt de single voor vijf weken op de eerste plaats in de Top 40. In Amerika wordt de single niet uitgebracht.
De tekst is te kritisch voor de Amerikaanse regering.

Gisteren nog vandaag
