Na hun veroordeling kregen de collaborateurs ook nog eens bijkomende ‘burgerlijke’ maatregelen opgelegd, waaronder de ontneming van het actieve en passieve stemrecht, ontzegging tot beroepen in de ambtelijke sfeer, in de rechterlijke macht en media alsook uitsluiting van het recht op sociale zekerheidsuitkeringen (kinderbijslag, pensioenen…) en sociale woningen. Deze vervallenverklaring van burgerlijke, politieke en sociale rechten noemde men epuratie (= zuivering).Een jaar na de bevrijding, op 19 september 1945 vaardigde de Regering-Van Acker II, zonder tussenkomst van het parlement, de besluitwet betreffende de epuratie inzake burgertrouw uit. Voortaan konden ook personen die niet schuldig werden bevonden aan een overtreding van de strafwet toch nog een zware sanctie worden opgelegd.Volgens toenmalig minister van Justitie Marcel Grégoire ging het om een “veiligheidsmaatregel van burgerlijke aard” t.a.v. personen die ten gevolge van de te algemene en onduidelijke strafwet werden vrijgesproken maar “wier onvaderlandse gedraging aan het openbaar geweten aanstoot heeft gegeven en derhalve uit de politieke gemeenschap, die zij ontrouw zijn geweest, te worden geweerd.” In praktijk ging het vooral om familieleden (echtgenoten, broers en zusters, ouders van de veroordeelde) waarbij een klacht tot politieke collaboratie had geleid tot seponering of buitenvervolgingstelling.Om te protesteren tegen de vaak schrijnende gevolgen van de repressie en epuratie zoals broodroof, schulden (ten gevolge schadevergoedingen en boetes) en socio-culturele uitsluiting (soms ook ten nadele van de kinderen van de incivieken) betoogden op 20 september 1959 in Antwerpen zo’n 20.000 Vlamingen voor amnestie. De manifestatie werd georganiseerd door het ‘Comité voor Gemeenschappelijke Amnestie-actie’ (o.l.v. oud-fronter Adiel Debeuckelaere) in samenwerking met het ‘Vlaams Jeugdcomité’ dat toen geleid werd door de nog jonge Wilfried Martens. Aan de betoging namen heel wat prominente CVP-politici mee zoals Louis Kiebooms (tijdens de oorlog politiek gevangene en later oprichter van het Vlaams- en verzoeningsgezinde ‘Verbond van het Vlaams Verzet’), Karel Van Cauwelaert de Wyels, August De Boodt, Jan Verroken, Leo Lindemans, Jozef Posson, Josse Mertens de Wilmars en toenmalig enig Volksunie-kamerlid Frans Van der Elst. In tegenstelling tot Nederland, Frankrijk (1953) en Spanje, werd in België geen amnestie verleend.Teneinde een veroordeling door het Europees Hof voor de Rechten van de Mens te vermijden voerde minister van Justitie Piet Vermeylen tijdens de Regering Lefèvre-Spaak met de wet van 30 juni 1961 betreffende de epuratie inzake burgertrouw, de zgn. wet-Vermeylen in, een in allerijl bedacht soort collectieve gratie of eerherstel. Door het afschaffen van het artikel 123 sexies van het Strafwetboek (dat collaboratie bestrafte met ontzetting uit de politieke en burgerrechten) werden veroordeelden tot minder dan drie jaar gevangenisstraf automatisch in al hun rechten hersteld. Veroordeelden van drie tot 10 jaar werden in hun rechten hersteld indien ze een verzoekschrift indienden bij de Minister van Justitie én een ereverklaring aflegden de wetten van het Belgische volk getrouw te zullen naleven. Bij veroordeelden tot langer dan 10 jaar was een (langdurige en complexe) procedure voor de rechtbank nodig. De wet gaf geen passief en actief stemrecht terug aan veroordeelden die tot meer dan vijf jaar gevangenisstraf werden veroordeeld. Een klein aantal personen weigerde om principiële redenen gebruik te maken van de mogelijkheden van deze wet.(Diverse bronnen en Wikipedia)


