Hij behoorde tot de groep van de Vijfenvijftigers, een experimentele dichtersbeweging die vooral uit Vlamingen bestond en die verbonden was met het tijdschrift Gard Sivik.
Andere bekende namen uit deze groep waren Gust Gils en Hugues C. Pernath.
Zij publiceerden allemaal voor 1955 en vormden een tegenreactie op de Nederlandse Vijftigers, zoals Lucebert, Gerrit Kouwenaar, Jan Elburg, Remco Campert, Simon Vinkenoog, Hans Andreus en Hugo Claus.

Paul Snoek wilde trouwens niet geassocieerd worden met de Nederlandse Vijftigers.
Het werk van Paul Snoek is niet gemakkelijk in een bepaalde stroming of categorie onder te brengen.
Hij begon als een romantische dichter, maar ontwikkelde zich tot een meer agressieve en cynische schrijver.
Aan het einde van zijn leven was hij een berustende, pessimistische dichter, in overeenstemming met zijn manisch-depressieve stemmingen.

Paul Snoek was ook actief als schilder en exposeerde zijn werken. Het KaZ in Oostende heeft een aantal schilderijen van hem in bezit, waaronder “Little Venus” en “Angry Jupiter”.
In 1975 ging hij een nieuwe relatie aan.
Hij verliet vrouw en kinderen en verhuisde naar Oostende.
De scheiding met zijn vrouw werd uitgesproken in 1976 en hij hertrouwde in 1977.

Hij verhuisde opnieuw, eerst naar Loppem en dan naar Varsenare.
In zijn laatste jaren leed hij aan manisch-depressieve buien en sprak hij tegen zijn vrienden regelmatig over de dood.
Hij stierf in een auto-ongeluk op 19 oktober 1981, in Egem en werd begraven in Varsenare.

