Vandaag 40 jaar geleden, zanger Günter Hoffmann van het duo Hoffmann & Hoffmann komt te overlijden. (15 maart 1984)

Al tijdens hun schooltijd speelden ze samen muziek, sinds 1977 waren ze ook op de schlagermarkt actief, hun eerste succes was Himbeereis zum Frühstück, de Duitse versie van de Bellamy Brothers hit Crossfire.

In 1983 namen ze deel aan het Eurovisiesongfestival met het nummer Rücksicht.

West-Duitsland had het songfestival gewonnen in 1982, dankzij Nicole met haar nummer Ein Bisschen Friedenen.

De broers moesten de eer in eigen land dus hooghouden en daar slaagden ze in, want ze eindigde op de vijfde plaats.

Het verhoopte succes bleef na het songfestival uit, een jaar later pleegde Günter Hoffmann zelfmoord (15 maart 1984) door zich uit het venster van zijn hotelkamer in Rio de Janeiro te gooien.

Na de dood van zijn broer was Michael Hoffmann meer actief als componist dan als zanger, hij schreef liedjes voor onder anderen Nicole, Gitte Hænning, Wencke Myhre en Al Bano & Romina Power.

Toch had hij het zingen niet helemaal opgegeven, in 1985 bracht hij zijn eerste solo single Ich Sehn’ Mich So uit.

Een jaar later had hij een hit in Duitsland met zijn tweede single Mich hat noch nie in meinem Leben jemand so verrückt gemacht

In 1987 schreef hij zich in voor de preselectie voor het Eurovisiesongfestival met het nummer Ich Geb’ Nicht Auf, maar zonder succes. (diverse bronnen en Wikipedia en Joepie van 18 maart 1984)

60 jaar geleden, op bezoek bij IPEM in Gent.

Op 1 januari 1963 ziet het Instituut voor Psychoakoestiek en Elektronische Muziek officieel het levenslicht, een samenwerking tussen de Gentse Rijksuniversiteit en de BRT die 23 jaar zal duren.

Corneel Mertens, programmadirecteur van de Belgische Radio- en televisieomroep (BRT), en professor Hubert A. Vuylsteke (1904-1964) van het Laboratorium voor Toegepaste Zwakstroom zijn de initiatiefnemers van het IPEM.

Gisteren nog vandaag

Zij droomden van de oprichting van een elektronische studio waar met behulp van nieuwe elektronische middelen radiofonisch effecten geproduceerd kunnen worden.

Voor de ontwikkeling van nieuwe apparatuur komt de jarenlange ervaring van het technisch personeel van het laboratorium van prof. ir. Vuylsteke van pas.

Gisteren nog vandaag

De heren zien in een elektronische studio ook een prestigeproject: een Belgische elektronische studio moet kunnen concurreren met andere studio’s voor elektronische muziek in Parijs, Keulen en Milaan.

Zo een elektronische studio komt er dus in het nieuw opgerichte IPEM.

Gisteren nog vandaag

In de naam weerklinken de twee pijlers van het nieuwe instituut: wetenschappelijk onderzoek en artistieke praktijk.

Doelstelling van de initiatiefnemers is een vruchtbare kruisbestuiving tussen beide tot stand te brengen.

In de studio kunnen nieuwe muziekstukken worden gecomponeerd en in het laboratorium kan geëxperimenteerd worden met instrumentenbouw en geluidsproductie.

Na de plotse dood van professor Vuylsteke in 1966 wordt musicoloog Jan Broeckx directeur van het IPEM en verhuist het instituut van de faculteit Ingenieurswetenschappen naar de faculteit Letteren en Wijsbegeerte.

Het vindt aanvankelijk onderdak in het Technicum en verhuist in 1966 naar een herenhuis op de Muinkkaai.

Gisteren nog vandaag

De eerste 25 jaar van zijn bestaan zal het IPEM onder impuls van directeur Jan Broeckx en artistieke directeuren en componisten Louis De Meester, Karel Goeyvaerts en Lucien Goethals uitgroeien tot een soort productiestudio met een heel eigen sonoriteit.

Vernieuwende componisten van over de hele wereld zullen er muziek maken.

In 1986 eindigt de samenwerking tussen de UGent en de BRT en gaat het IPEM onder leiding van professoren Herman Sabbe en Marc Leman verder als wetenschappelijk topinstituut.

Het IPEM trekt naar de Rozier en huist sinds 2013 in het Technicum.

Gisteren nog vandaag

De band tussen muziek en maatschappij blijft er centraal staan. (Diverse bronnen, RUG, Foto’s 1964: Foto 2, 4 Louis de Meester, Foto 3 Louis de Meester en Lucien Goethals in het midden)

50 jaar geleden, Radio Mi Amigo International, op weg voor een goed jaar 1974.

Radio Mi Amigo was eigendom van de Belgische wafelbakker Sylvain Tack.

Hij heeft tussen zes uur ’s morgens en acht uur ’s avonds zendtijd gehuurd bij Ronan O’Rahilly.

Tack was eigenaar van de fabriek van Suzywafels in Buizingen, maar ook uitgever van popblad Joepie en sponsor van Vlaamse artiesten zoals Paul Severs.

Ronan O’Rahilly is de eigenaar van het zendschip MV Mi Amigo dat voor de kust bij Scheveningen ligt.

De programma’s worden in diverse studio’s in Nederland en Belgie opgenomen.

Discjockeys zijn o.a. Bert Bennett, Joop Verhoof, Mike Moorkens, Norbert(voorheen ook op BRT-Radio 2 te horen), Will van der Steen, Haike de Bois, Frans van der Drift en Peter van Dam.

Radio Mi Amigo werd in korte tijd zeer populair in zowel Vlaanderen als Nederland.

Dit was mede te danken aan de krachtige zender van 50 kilowatt.

Daarvan werd in de uitzendingen ook gewag gemaakt om de broodnodige reclames te kunnen binnenhalen.

Er was in geheel Nederland en Vlaanderen een redelijk tot goede ontvangst, zeker overdag, omdat een zeezender op open zee geen obstakels kent zoals gebouwen en dergelijke, hetgeen voor een zender aan land wél het geval is.

’s Avonds trad fading op, een onvermijdbaar verschijnsel, en storing door verre zenders die op dezelfde golflengte uitzonden.

Dankzij Mi Amigo drongen ook Vlaamse artiesten in de Nederlandse hitparade door, bijvoorbeeld Ivan Heylen, Joe Harris, Trinity en Octopus (Joepie 6 maart 1974).