





Foto's, en reportages en voor 95 % niet terug te vinden op Google uit ons ver verleden, over Gent, Vlaanderen, film, muziek, sport, politiek en zoveel meer uit tijdschriften en kranten en jaarboeken. Vanaf de jaren 1900 tot en met gisteren. Meer foto's en artikelen terug te vinden op onze Fb groep Gisteren nog vandaag en de Fb groep Weetjes over popmuziek






Thomas had een Franse vader en een Nederlandse moeder.
Hij werd geboren in Frankrijk, maar verhuisde toen hij elf maanden oud was met zijn ouders naar Utrecht, waar hij de rest van zijn leven zou blijven wonen.
Thomas manifesteerde zich als openlijk homoseksueel en schreef eind jaren zestig en begin jaren zeventig – toen hij nog werkte als boekhouder – enkele boeken over dit onderwerp.
In 1969 nam Harry Thomas een single op, getiteld Ik ben een homo.
De plaat werd uitgebracht op het platenlabel Delta.
Eind 1969 trad hij naar voren als voorzitter van de Nederlandse Homofielen Partij, die streefde naar wettelijke erkenning van ‘homofiele’ relaties.
In mei 1970 kondigde hij aan dat de relatie tussen hem en zijn vriend eind juni zou worden ingezegend in een rooms-katholieke eucharistieviering.
In 1971 organiseerde hij in de Rodahal in Kerkrade zijn eerste schlagerfestival.
In 1974 contracteerde Thomas de jonge Duitse zanger Dennie Christian voor zijn festival.
Mede door het optreden werd “Rosamunde” van Christian begin 1975 een grote hit in de Benelux, nog voordat hij er in Duitsland succes mee had.
In 1976 kwam Christian, op aanraden van Thomas, met het Nederlandstalige nummer “Besame Mucho”.
Het succes daarvan leidde ertoe dat Christian zich vooral op de Nederlandse markt ging richten.
Na contacten met tekenaar Peyo kwam Thomas in 1977 met het idee een lied te maken over de stripfiguren Smurfen.
De manager van Christian wees het idee af, waarna Vader Abraham furore maakte met “’t Smurfenlied”.
In 1978 werd Thomas de manager van Christian.
De samenwerking leidde tot de hit “Guust Flater en de Marsupilami (Wij zijn twee vrienden)”.
Vanaf 1982 werd Christian de vaste presentator van het Schlagerfestival.
In 1991 overleed Thomas op 46-jarige leeftijd aan de gevolgen van een hartstilstand.
Door zijn zwaarlijvigheid kampte hij al jaren met gezondheidsproblemen.(Diverse bronnen, Wikipedia en Story 4 augustus 1987)

In 1985 vielen Peter Jan en Angela als een blok voor elkaar. De twee woonden als gauw samen in Amsterdam en deelde vijf jaar lief en leed.
In 1990 strandde de relatie.
De zangeres en presentatrice verliet hem.
Jaren later onthult Angela de reden van de breuk.
Zij wilde graag een gezin stichten, maar Peter Jan was destijds nog niet klaar voor kinderen.
Daarom besloot Angela om de relatie te beëindigen.
De brunette heeft inmiddels twee dochters met haar man Rob, Peter Jan heeft drie dochters. (Diverse bronnen, Story en Story 28 juli 1987)






Zijn vader was advocaat in Brussel en de jonge Paul was voorbestemd voor de architectuur.
Hij volgde daartoe de Brusselse Academie, maar kreeg tezelfdertijd een opleiding in het schildersatelier van Constant Montald, net als zijn tijdgenoot René Magritte.
Begin van de jaren dertig laat de kunstschilder zich onder andere inspireren door de Zuidfoor in Brussel en het Spitznermuseum.
Het surrealisme ontdekt hij in 1934 door het werk van de kunstschilder Giorgio De Chirico, The Melancholy and mystery of a street .
Hij schildert vervolgens de serie Femmes en dentelle en stelt zijn werken in 1938 tentoon op de Internationale Expositie van het Surrealisme in Parijs.
Delvaux schildert de vrouw, het mysterie, droombeelden en -werelden, de bezinning en de eenzaamheid

Hij waagt zich ook aan grote muurschilderingen, zoals in het Congrespaleis in Brussel of het Zoölogisch Instituut in Luik.
In 1954 nam hij deel aan de XXVIIste Biënnale van Venetië. De Italiaanse Reggio Emilia-prijs viel hem te beurt in 1955. In 1956 reisde hij naar Griekenland, het land van zijn zo vaak geschilderde tempelgalerijen.
Op 5 juli werd hij opgenomen in de Koninklijke Academie voor Wetenschappen, Letteren en Schone Kunsten van België.

Tien jaar later ontving hij de Belgische Staatsprijs voor zijn gezamenlijk werk en werd hij benoemd tot Voorzitter van de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten.
Vanaf 1966 woonde hij al de helft van het jaar in het Park te Veurne. Henri Storck realiseerde in 1971 een nieuwe film: Paul Delvaux ou les femmes défendues, ditmaal naar een draaiboek van René Micha.
De Franse Académie beloonde hem als Officier de l’Ordre des Arts et des Lettres de France in 1972.

In 1973 ontving hij de Rembrandt-prijs van de Johann Wolfgang von Goethe-Stiftung te Bazel.
Tezelfdertijd organiseerde het Museum Boijmans Van Beuningen in Rotterdam zijn grote overzichtstentoonstelling. Deze expositie werd hernomen, het jaar daarop, in Japan, in de Nationale Musea van Tokio en van Kioto.
In het Beurs-metrostation, te Brussel, maakte hij de monumentale wandschildering, in 1978.
Dat jaar werd hij ook ereburger van de stad Veurne.
De Brusselse Université Libre nam Paul Delvaux op als Doctor Honoris Causa in 1979.
De Amerikaanse pop-kunstenaar Andy Warhol ontmoette Delvaux te Brussel, in 1981, en maakte een reeks portretten van de schilder.

Op 26 juni 1982 werd te Sint-Idesbald het Paul Delvaux Museum geopend.
In de 10 jaar voor zijn dood volgden nog exposities in Parijs, Ferrara, München, Tokio, Osaka, Yokohama en Himeji. (Diverse bronnen en Wikipedia)








