70 jaar geleden, was Bruno Gröning als wonderdokter wereldnieuws

In het jaar 1949 kwam de naam Bruno Gröning plotseling in de schijnwerpers van de Duitse publiciteit te staan.

Pers, radio en weekbladen deden hiervan verslag. Maandenlang benam het gebeuren rond de „wondergenezer“, zoals hij spoedig werd genoemd, de jonge republiek de adem.

Er draaide een bioscoopfilm, wetenschappelijke toetsingscommissies werden ingesteld, de autoriteiten hielden zich, tot in het hoogste college, bezig met het geval Bruno Gröning.

De Noordrijn-Westfaalse minister van Sociale Zaken liet Bruno Gröning vervolgen wegens overtreding van de „heilpraktikerwet“, de Beierse minister-president verklaarde daarentegen, dat men zo’n „bijzondere verschijning“ zoals Gröning niet in paragrafen moest indelen.

Het Beierse Ministerie van Binnenlandse Zaken duidde het werken van Bruno Gröning aan met „vrije liefdadigheid“.

In alle lagen van de bevolking werd heftig en controvers over het geval Bruno Gröning gediscuteerd.

De emotionele golven brandden hoog. Geestelijken, artsen, journalisten, juristen, politici en psychologen: allen spraken over Bruno Gröning.

Zijn wondergenezingen waren voor de één genadegeschenken van een hogere macht, voor de ander kwakzalverij.

Maar het daadwerkelijke van de genezingen werd door medische onderzoeken bewezen.Bruno Gröning, in 1906 geboren in Danzig en na de oorlog als vluchteling geëmigreerd naar West-Duitsland, was een eenvoudige arbeider.

Hij heeft van de meest verschillende werkzaamheden geleefd, hij was o.a. timmerman, fabrieks- en havenarbeider.

Nu stond hij plotseling in het middelpunt van de publieke belangstelling.

Het bericht van zijn wondergenezingen verbreidde zich wereldwijd. Bruno Gröning vroeg de mensen om te vertrouwen op en te geloven in God.

Hij beschouwde gezondheid, anders dan ziekte en ongemakken, als de natuurlijke staat van alle levende wezens.

Hij stelde dat gezondheid (en de genezing van ziekten) wordt bewerkstelligd door de absorptie van een goddelijke levenskracht, die door hem “Heilstrom” genoemd werd. (Deze Heilstrom is dezelfde natuurkracht als die welke in Japan reiki genoemd wordt.)Uit alle landen kwamen zieken, verzoekschriften en aanbiedingen.

Tienduizenden genezingzoekenden pelgrimeerden naar de plaatsen waar hij werkte.

De personen bij wie hij zijn kunnen moest bewijzen, werden uit de groep van die zieken uitgekozen, die zich in meer dan 80.000 smeekbrieven tot hem gewend hadden. Hierbij kwamen enkele patiënten van de Heidelbergse Ludolf-Krehl-Kliniek.

Zij allen kregen een zorgvuldig vooronderzoek, en er werden nauwkeurige diagnosen gesteld.

Aansluitend kwamen zij naar Gröning, die „zijn methode“ bij hen liet werken.

Hierbij waren steeds artsen aanwezig. Zij waren er getuige van hoe ziekten deels spontaan verdwenen.

De in de kliniek uitgevoerde na-onderzoeken bevestigden de genezingen.

Zelfs ongeneeslijke ziekten, zoals de ziekte van Bechterew, werden genezen.

In een in de Revue afgedrukt voor rapport verklaarde prof. dr. Fischer uitdrukkelijk dat Bruno Gröning geen charlatan, maar een op natuurlijke wijze begaafde zielkundige was. Daarmee probeerde hij het „fenomeen Gröning“ vanuit zijn zienswijze te verklaren, zonder hem echter recht te laten wedervaren.

Een revolutie in de geneeskunde begon zich af te tekenen.

Maar ook de tegenkrachten waren er. Ze zetten alles in beweging om het werk van Bruno Gröning te belemmeren.

Genezingsverboden achtervolgden hem, processen werden hem aangedaan.

Al zijn streven om zijn werk in geordende banen te leiden, mislukte.

Enerzijds door tegenstand van de toonaangevende maatschappelijke krachten, anderzijds door onvermogen of winstbejag van zijn medewerkers.

Toen Bruno Gröning in januari 1959 in Parijs stierf, was het laatste proces tegen hem in volle gang.

Het proces werd geschorst, nooit werd een definitief oordeel uitgesproken.

Maar veel vragen bleven open.(Diverse bronnen, Bruno Gröning vriendenkring, Wikipedia en Foto’s 1949)

60 jaar geleden, te gast bij de Siciliaanse dichter Salvatore Quasimodo.Salvatore

Quasimodo had toen net de de Nobelprijs voor Literatuur gewonnen.

In de Vlaamse media zoals in de Post van 8 november 1959 weinig te lezen over zijn gedichten.

Wel over het feit dat hij communist is geweest, al was dat maar voor een korte periode.

De pers schreef er toen het volgende over : Hij zegde zijn lidkaart van de communistische partij op, omdat hij vrij wou zijn. Dit is bij westerse kunstenaars met communistische sympathieën veel voorkomend verschijnsel : zij juichen het communisme op zich zichzelf toe, doch eisen tegelijkertijd voor zichzelf de vrijheid op, die alleen het democratische Westen erkend .

Ook zou hij de Nobelprijs gewonnen hebben, omdat een jaar eerder Boris Pasternak deze prijs had gewonnen en volgens de Sovjet-Unie was dit toen niet meer dan een politieke daad tegen de Sovjet-Unie.

Trouwens voor Boris Pasternak was het ook geen cadeau.

Onder druk van moederland de Sovjet-Unie moest hij zelfs deze prijs weigeren en Ondermijnd door de lastercampagne van zijn land, stierf hij in 1960 aan longkanker.

Zodoende om de Sovjet-Unie te vriend houden, zou men daarom een jaar later in 1959 de prijs laten winnen door een communist zoals Salvatore Quasimodo.

De koude oorlog was duidelijk overal aanwezig, zelfs bij de Nobelprijs voor Literatuur.

In 1987 kreeg Pasternak uiteindelijk postuum volledig eerherstel in zijn eigen land, onder het glasnost en perestrojka-beleid van Michail Gorbatsjov (destijds secretaris-generaal van de CPSU).

Pasternaks zoon Jevgeni nam in 1989 namens zijn vader alsnog de Nobelprijs voor Dokter Zhivago in ontvangst. (Diverse bronnen, De Post 8 november 1959 en Wikipedia)


60 jaar geleden, de schrijfster Sonia de Borodesky en haar strijd om de eerste vrouwelijke visser te worden in Frankrijk.

We kunnen het ons moeilijk voorstellen, maar 60 jaar geleden was er nog een wet uit de zeventiende eeuw in Frankrijk die nog steeds geldig was.

Die namelijk vrouwen verbood om aan boord te komen van vissers-, handels- en oorlogsschepen.

Jean-Baptiste Colbert die in de zeventiende eeuw politicus was ten tijde van Lodewijk de veertiende en de opdracht kreeg om niet allen te zorgen voor de koninklijke financiën, maar ook beheerder was van vrijwel alle andere regeringsdepartementen, zoals handel, marine, koloniën en kunst.

Hij was het dan ook, die deze wet uitvaardigde om vrouwen te verbieden aan boord te komen van deze boten.

Sonia de Borodesky daagde de Franse staat uit, door zich in te schrijven als leerling in de Nationale School van de Koopvaardij.

Zij was toen de eerste vrouwelijke leerling van deze school.

Na haar studies die ze met succes beëindigde, confronteerde ze de staat verder met deze discriminatie.

Dankzij haar strijd, besliste het parlement om deze wet Colbert te ontbinden op 28 januari 1963.

Buiten haar job als visser, schreef ze romans, essays en gedichten.

In 1959 was haar autobiografisch boek La Houle een bestseller in Frankrijk en dankzij vertalingen ook in de rest van de wereld.

Ze kreeg ook de Maryse Bastié prijs.

Twintig jaar geleden, stierf deze moedige vrouw (1926-1999) (Diverse bronnen, Wikipedia, Foto’s november 1959)

Sonia de Borodesky

60 jaar geleden, op bezoek bij New York’s kerkhof Der Verlatenen op het Hart Island (november 1959)

Sinds het einde van de negentiende eeuw begraaft New York zijn arme en anonieme doden op Hart Island.

Het is een morzel grond van 50 hectare – zo’n 80 voetbalvelden groot – tussen The Bronx en Long Island.

Het is de finale rustplaats voor wel één miljoen zielen: slachtoffers van de gele koorts, aidsdoden uit de jaren 80 van de vorige eeuw, drugverslaafden uit de jaren 60, zwervers, illegalen, armen en doodgeboren baby’s.

Het is letterlijk een soort onderwereld, een godverlaten plek die alleen met een onregelmatig varende ferry bereikbaar is.

Al die verzamelde lichamen in de grond, er komen er altijd maar nieuwe bij. Verdriet dat zich al anderhalve eeuw opstapel.

De doden op het eiland worden begraven door ongevaarlijke gedetineerden van Rikers Island.

50 dollarcent per uur krijgen ze betaald en ze graven verschillende grote putten voor zo’n 1.500 lijken per jaar.

De dennenhouten kisten worden in massagraven gedumpt.

Eén grafkruis voor 150 lijken: rijen van twee kisten breed, telkens drie kisten op mekaar gestapeld, zo’n drie tot vier meter diep in de grond.

Vier keer per week komen de gevangenen de verse lijken uit verschillende mortuaria ter aarde bestellen.

Het lijkt een grimmig tafereel uit een Victoriaanse roman van Charles Dickens.Tot voor kort mocht amper iemand het eiland bezoeken.

New York schermt het gebied af en heeft het beheer ervan in handen gegeven van het gevangeniswezen.

Het is een Potter’s Field, een armenbegraafplaats.Op de zijkant van elke kist staat een nummer en de naam (als die al bekend is). 

Soms zijn er enkel lichaamsdelen.

Doodgeboren of te vroeg geboren baby’s worden begraven in een put met duizend kistjes.

Soms duurt het meer dan een jaar voor die put helemaal tot de rand is gevuld en kan worden afgedekt.

De doden op het eiland worden begraven door ongevaarlijke gedetineerden van Rikers Island.

50 dollarcent per uur krijgen ze betaald en ze graven verschillende grote putten voor zo’n 1.500 lijken per jaar.

De dennenhouten kisten worden in massagraven gedumpt.Eén grafkruis voor 150 lijken: rijen van twee kisten breed, telkens drie kisten op mekaar gestapeld, zo’n drie tot vier meter diep in de grond.

Vier keer per week komen de gevangenen de verse lijken uit verschillende mortuaria ter aarde bestellen.

Het lijkt een grimmig tafereel uit een Victoriaanse roman van Charles Dickens.Tot voor kort mocht amper iemand het eiland bezoeken.

New York schermt het gebied af en heeft het beheer ervan in handen gegeven van het gevangeniswezen.

Het is een Potter’s Field, een armenbegraafplaats.

Op de zijkant van elke kist staat een nummer en de naam (als die al bekend is).  Soms zijn er enkel lichaamsdelen.

Doodgeboren of te vroeg geboren baby’s worden begraven in een put met duizend kistjes.

Soms duurt het meer dan een jaar voor die put helemaal tot de rand is gevuld en kan worden afgedekt.

Het is een vreemd gevoel om zomaar rond te kuieren op Hart Island.

De meesten van ons slagen er vrij makkelijk in om zwervers en armen te negeren als ze nog leven.Als ze dood zijn, is dat nog makkelijker.

Nee, New York gaat niet zo respectvol om met mensen die het niet hebben gemaakt in deze stad waar je verzuipt als je het niet maakt.

Zonder succes en triomf eindig je in de hoofdstad van de wereld onherroepelijk op Hart Island.

De lichamen worden niet gecremeerd zoals in vele andere Amerikaanse steden. Je weet nooit dat ze lichamelijke resten moeten opgraven voor één of ander gerechtelijk onderzoek.

Soms laat een godsdienst het verassen van een lijk ook niet toe.

Hart Island heeft een lange geschiedenis. Er was ooit een gevangenis gevestigd, een ziekenhuis voor tbc-lijders, een gekkenhuis, een armentehuis, en een ontwenningscentrum voor drugverslaafden.

Ik zag er tijdens mijn bezoek zelfs verlaten raketsilo’s uit de Koude Oorlog. Allemaal ruïnes uit een verdampte tijd.

Soms spoelen er schedels aan op de oever, of stukken sleutelbeen, of dijbeenderen. Door weer, wind en erosie vermolmen de goedkope houten kisten in de zompige grond van de massagraven en spoelen ze het eiland af, om vervolgens weer aan te spoelen.

Een beetje luguber noemen ze het strand van Hart Island wel een keer Bones Beach.Hart Island is geen ordelijk kerkhof, met mooi geplaveide paadjes, sierlijke zerken of getrimde gazonnetjes.

Slechts hier en daar zie je een paar bleekgekleurde, melancholische scheve kruisen in het moerassige gras.(Diverse bronnen, Björn Soenens, Wikipedia en Foto’s november 1959)

Vandaag 50 jaar geleden, tragedie rond Ted Kennedy

Na de moorden op zijn broers, president John F. Kennedy en presidentskandidaat Bobby, was Edward, of ‘Ted’, de gedoodverfde kroonprins van de Kennedy-dynastie.

Tot de 28-jarige Mary Jo Kopechne op een zwoele zomernacht in 1969 in zijn wagen om het leven kwam in een meer op Chappaquiddick, een eiland in Massachusetts.

Pas toen haar lichaam werd ontdekt, meldde Ted Kennedy bij de politie dat hij met Kopechne als passagier van een brug was gereden, maar waarom had hij tien uur gewacht met die aangifte? Chappaquiddick groeide uit tot een schandaal waarover nog steeds vraagtekens hangen, maar één zaak is zeker: na de schimmige dood van Mary Jo Kopechne mocht Kennedy zijn presidentiële ambities voorgoed opbergen.

Zette aartsrivaal president Nixon zijn populaire tegenstander met Chappaquiddick schaakmat en was Kennedy slachtoffer van een sinister complot?

Werden Ted en Mary Jo op een banale vrijpartij betrapt en reden ze in paniek het water in? Of zat de senator niet eens achter het stuur en werd hij pas ’s anderendaags op de hoogte gebracht?

Op 18 juli 1969 rouwt Ted, de 37-jarige senator voor de staat Massachusetts, nog om Bobby Kennedy, die een jaar eerder in koelen bloede is doodgeschoten tijdens zijn gooi naar het Witte Huis. Vijf jaar tevoren was hun oudere broer, de geliefde president JFK, al vermoord. Die avond treft de ‘vloek van de Kennedy’s’ ook Ted.

De senator kan eveneens genieten van het bekende Kennedy-charisma en van hem wordt aangenomen dat hij de democraat zal zijn die president Richard Nixon verslaat.

Ted heeft een hotel geboekt in Edgartown, een stadje dat door een nauwe engte in de Atlantische Oceaan gescheiden wordt van Chappaquiddick, het eilandje waar hij die avond in een afgelegen cottage gastheer speelt op een barbecue en feestje voor een select twaalfkoppig gezelschap.

De zes uitgenodigde jongedames zijn zogenaamde Boiler Room Girls, ‘vreselijk intelligente, politiek geslepen en bijdehante’ meisjes, die zich de zomer ervoor vol passie hebben ingezet voor Bobby’s presidentiële campagne.

Het voorbije jaar hebben ze vaker reünies gehouden om zijn moord te verwerken, herinneringen op te halen en zich op Teds ambities te richten. Een van die Boiler Room Girls, is Mary Jo Kopechne. Rond kwart over elf ’s avonds zijn Ted en Mary Jo naar eigen zeggen allebei moe en willen ze hun respectieve hotels in Edgartown opzoeken.

Omdat de ferrydienst tussen het stadje en Chappaquiddick om middernacht ophoudt, vraagt Mary Jo of Ted haar een lift naar de kade kan geven in diens zwarte Oldsmobile Mary Jo vertrekt niet enkel zonder haar vriendinnen goedenacht te wensen, ze laat ook haar handtas en de hotelsleutel in de cottage achter.

Na de verkeerde afslag te hebben genomen naar een zandweg, stuurt Ted zijn wagen Dike Bridge op, een onverlichte houten brug zonder reling, en het water in. Hij kan zich, zonder zich te herinneren hoe, uit het wrak bevrijden.

Als hij na meerdere sprongen in het meer onder de brug het passagiersportier niet kan openen, snelt hij de anderhalve kilometer naar de cottage terug om alarm te slaan bij zijn neef Joe Gargan en boezemvriend Paul Markham.

Zij proberen Mary Jo op hun beurt tevergeefs te redden. Markham verklaart later dat Ted onbedaarlijk huilt en “op het randje van waanzin” lijkt.

In shock duikt Ted het kanaal in en zwemt hij de 150 meter van Chappaquiddick naar Edgartown, waar de nachtportier hem rond halfdrie in het hotel spot.

Zo luidt althans zijn versie. Want om kwart voor één ’s nachts kruist een zwarte wagen langzaam die van hulpsheriff Christopher Look, die naast de chauffeur een jonge vrouw ontwaart. In zijn achteruitkijkspiegel merkt Look dat het stel de weg naar de aanlegsteiger verlaat en Dike Road inslaat, op weg naar de duinen waarin ze zich zouden vastrijden, en dan stopt hun wagen.

De agent stapt uit om hulp te bieden maar zodra hij de wagen benadert, stuift die aan hoge snelheid weg richting duinen. Look onthoudt de nummerplaat deels, en ’s anderendaags blijkt het om de Oldsmobile van Ted Kennedy te gaan.

Als hij en Mary Jo de cottage om kwart over elf verlieten voor een rit van amper anderhalve kilometer, dan zit er een gat van anderhalf uur in het relaas van de senator.

Een team cynische, door de wol geverfde advocaten en pr-medewerkers deed er vervolgens alles aan om de waarheid te verbergen, zodat Kennedy herkozen kon worden als senator. In 2018 kwam er een film over dit voorval en de doofpot-affaire. The Last Son (originele titel: Chappaquiddick).

De makers van de film proberen sympathie voor hem te wekken door hem gebukt te laten gaan onder zowel de ‘Kennedy-vloek’ als de hoge verwachtingen van zijn dominante vader, Joe Kennedy.

De Kennedy-vloek verwijst naar de tragiek die de familie achtervolgt: de dood van achtereenvolgens Joseph Kennedy Jr. in 1944, JFK in 1963 en Robert Kennedy in 1968. (diverse bronnen, Mario Danneels, André Waardenburg en Wikipedia, Foto 1 Ted en Mary Jo Kopechne)

Ted Kennedy in de Post van 23 december 1979
Suzy Chaffee de nieuwe vriendin van Ted Kennedy (Augustus 1979)
Suzy Chaffee de nieuwe vriendin van Ted Kennedy (Augustus 1979)
Suzy Chaffee de nieuwe vriendin van Ted Kennedy (Augustus 1979)

Het droevige verhaal van Hervé Villechaize, die vandaag 26 jaar geleden eindigde….

Hervé Villechaize was een dwerg met als oorzaak een slecht endocrien systeem.

Hij was geadopteerd door chirurg André Villechaize en ondanks diens contacten met vele klinieken was er niets aan zijn ziekte te doen.

Zijn biologische vader kwam van de Filipijnen.

Op school werd hij altijd gepest en hij stortte zich op het kunstschilderen op het Beaux-Arts college.

In 1964 vertrekt hij naar New York en via het schilderen, fotograferen leert hij ook toneelspelen.

Hij gaat naar Off-Broadway producties en gaat foto’s maken voor het magazine “National Lampoon”.

In 1966 maakt hij zijn debuut in de film Chappaqua.

Zijn tweede film is Item 72-D: The Adventures of Spa and Fon.

En zo kreeg hij nog meer rollen in films.

Zoals onder meer Crazy Joe (1974), Seizure, Forbidden Zone, Two Moon Junction en The Gang That Couldn’t Shoot Straight.

Zijn grote doorbraak was in de James Bond-film The Man with the Golden Gun in 1974 met Christopher Lee.

Dat was mooi op tijd, want op dat moment was hij bankroet en woonde in een auto en had werk als een rattenvanger.

Hij profileerde zich daarna als voorvechter tegen kindermishandeling en was daar zo actief in dat hij vaak slachtoffers bezocht, motiveerde en ze uit het criminele circuit hield.

In de jaren zeventig was hij af en toe “te zien” als Oscar Mopperkont in de Amerikaanse Sesamstraat.

Daarna speelde hij Tattoo in de televisieserie Fantasy Island.

Na een paar jaar had hij vaak ruzie met de producers over zijn teksten, beledigde vrouwen en wilde een veel hoger salaris.

Tattoo was zo populair geworden dat hij meer zeggenschap wilde.

Hij werd ontslagen, zijn vriendin verliet hem, de serie draaide nog een jaar door maar wel met veel lagere kijkercijfers.

Het gemis van Tattoo was de doodsteek van Fantasy Island.

Daarna speelde hij nog een keer Tattoo in de persiflagefilm Airplane II: The Sequel.

Hij speelde een gastrol in Diff’rent Strokes en Taxi en werd populair in Spanje vanwege zijn imitaties van voormalig premier Felipe González in de TV-show “Viaje con nosotros” (“reizen met ons”), met showman Javier Gurruchaga.

Zijn hele leven heeft hij medische problemen door zijn slechte endocriene systeem.

Hij leed ook aan maagzweren en een spasme.

In 1992 sterft hij bijna door een longontsteking.

Op 4 september 1993 pleegt hij zelfmoord.

Hij schiet zichzelf neer in zijn huis. Villechaize sterft in het ziekenhuis in North Hollywood in de armen van zijn vriendin Kathy Self.

In een briefje laat hij weten dat hij zijn medische problemen niet langer kon verdragen.

In 2018 is er een televisiefilm uitgekomen van Sacha Gervasi met Peter Dinklage over Hervé Villechaize.

Al zijn interviews en zijn laatste dagen zijn daarin verwerk. (Diverse bronnen, Wikipedia en Story van augustus 1979)

Hervé Villechaize in de Post van 20 januari 1980