Koude eenzaamheid in een hotelkamer: het verhaal achter ‘Stranger in Moscow’ van Michael Jackson

Michael Jackson pende ‘Stranger in Moscow’ helemaal zelf neer in september 1993, op een hotelkamer in Moskou tijdens zijn Dangerous World Tour.

Het nummer ademt een diepe eenzaamheid, isolatie, paranoia en een gevoel van totale vervreemding van de buitenwereld. Jackson zat toen net midden in een zware persoonlijke crisis door de allereerste publieke beschuldigingen van kindermisbruik.

Door de niet-aflatende heksenjacht van de media voelde hij zich buiten zijn kamer voortdurend belaagd en als het ware opgesloten.

Het nummer belandde op het album HIStory: Past, Present and Future, Book I uit 1995.

Je vindt het terug als zesde nummer op het tweede schijfje, het deel met nagelnieuw studiowerk.

In het najaar van 1996 werd het nummer uiteindelijk ook gelanceerd als de vijfde en meteen laatste single van dat dubbelalbum.

In Vlaanderen bereikte de single de zesentwintigste plaats in de BRT Top 30. In Nederland deed het nummer het een stuk beter en schopte het tot de negende plek in de Top 40.

Muzikaal geldt de track als een van zijn meest bejubelde en weemoedige ballads.

Zachte synthesizers vloeien er naadloos samen met een ritmische beatbox die Jackson zelf inzong. Helemaal op het einde hoor je een flard van een Russische stem: een sample van een KGB-ondervrager, ingesproken door Ed Wiesnieski.

Naar het einde toe hoor je ook de bekende passage waarin hij zich luidop afvraagt hoe het voelt wanneer je verkleumd bent en niemand nog naar je omkijkt.

Een fijn weetje brengt ons bij de videogame Sonic the Hedgehog 3 uit 1994.

Jackson werkte destijds achter de schermen mee aan de soundtrack.

Hoewel zijn naam nooit officieel op de aftiteling verscheen, vertonen zowel de muziek van de aftiteling als die van het level IceCap Zone treffende harmonische gelijkenissen met het akkoordenschema van ‘Stranger in Moscow’.

De videoclip, ingeblikt door regisseur Nick Brandt, sluit perfect aan bij die beklemmende sfeer.

Hoewel het decor een kille, grauwe Russische stad suggereert, vonden de opnames gewoon plaats in Los Angeles.

De clip werd integraal in zwart-wit gedraaid en trekt voluit de kaart van extreme slow motion.

Terwijl Jackson in een lange, donkere jas door de straten zwerft, passeren verschillende eenzame zielen in alledaagse taferelen de revue, zoals een man die naar duiven tuurt of een tiener die in zijn eentje staat te basketballen.

Naar het einde toe barst er een kletterende regenbui los.

Zowel de neervallende druppels als de reacties van de voorbijgangers worden sterk vertraagd weergegeven, wat de melancholie en het gevoel van afzondering nog tastbaarder maakt.

Liever op eigen tempo: Everything but the Girl veertig jaar geleden met ‘Baby, The Stars Shine Bright’

Veertig jaar geleden kozen Everything but the Girl met hun derde album ‘Baby, The Stars Shine Bright’ en de knappe single ‘Come on Home’ voor een rustiger koers.

Tijdens de persvoorstelling van het album praatten ze nuchter over de aandacht die ze kregen.

Ze lachten dan ook hartelijk om het idee dat ze ooit op één zouden belanden en gaven meteen toe dat ze het op de hitparade nooit van Madonna zouden winnen.

Muzikaal sloegen ze met hun nieuwe album een heel andere weg in dan de sobere, jazzy indie van hun debuut ‘Eden’ of het maatschappijkritische ‘Love Not Money’.

Ze gingen voluit voor weidse, filmische ballades met een stevige fifties- en sixties-orkestratie: een weelderige strijkerssectie en een knipoog naar Dusty Springfield.

Dat strookte totaal niet met de synthetische sound die de hitlijsten in 1986 domineerde.

Het album bleef destijds dan ook een beetje onder de radar hangen, en recensenten liepen er niet bepaald wild van.

Pas jaren later kwam de kentering: de gewaagde productie en de ironische teksten, zoals in ‘Sugar Finney’, kregen alsnog de lof die ze verdienden. Vandaag geldt ook ‘Cross My Heart’ terecht als een echte klassieker van het duo.

Kort daarvoor waren ze in 1986 voor het eerst naar Amerika getrokken.

Veel potten hadden ze daar niet gebroken, maar ze voelden dat ze stilaan hun eigen stek in de muziekwereld vonden.

Ze wilden vooral op hun eigen tempo groeien; overweldigend succes hoefde er voor hen niet van vandaag op morgen te zijn.

Ben maakte tijdens de persvoorstelling een subtiele verwijzing naar Sade.

Hij zag hoe zij ten onder ging aan de loodzware druk die een plotse doorbraak op een privéleven legt. Het duo voelde geen greintje afgunst, alleen medelijden.

Rond 1985-1986 was de gekte rond Sade Adu en haar band amper nog bij te benen.

Na het triomfantelijke debuut ‘Diamond Life’ in 1984 schoot ook de opvolger ‘Promise’ eind 1985 recht naar de internationale toppen.

Die wereldroem eiste een zware tol: platenbazen zaten haar op de nek, tabloids en paparazzi gunden haar geen seconde rust, met kwalijke roddels over een relatiebreuk en psychische inzinkingen tot gevolg.

De slopende tournees, de niet-aflatende promotie en het totale gebrek aan privacy putten haar emotioneel en fysiek uit.

Sade trok aan de noodrem en verdween uit de schijnwerpers. Fans moesten tot 1988 wachten op ‘Stronger Than Pride’.

Die dolgedraaide showbizz lieten Ben en Tracey met plezier aan zich voorbijgaan.

Zij nestelden zich liever met hun tweetjes in een kalm hoekje van Londen.

Wilde feestjes en recepties waren aan hen niet besteed; een discotheek of nachtclub hadden ze naar eigen zeggen zelfs nog nooit van dichtbij gezien.

Zelfs in dat rustige leventje liep het niet altijd van een leien dakje.

Omdat ze vierentwintig uur per dag op elkaars lip zaten, maakten ze aan de lopende band ruzie en kibbelden ze over elk klein detail.

Om de vrede te bewaren stelden ze hun werkwijze bij.

Vroeger schreven ze nummers nog zij aan zij; voortaan deed ieder zijn eigen ding: Tracey de teksten, Ben de muziek.

Dat zorgde meteen voor veel minder wrevel.

De echte romantiek vonden ze terug in de studio.

Daar was de vonk ooit overgeslagen, toen ze allebei met een koptelefoon op stonden te zingen en elkaar recht in de ogen keken.

Die herinnering riepen ze bij elke opnamesessie weer op, en dat hoor je tot op vandaag in de zachte, zwoele sfeer van hun songs.

Ben Watt en Tracey Thorn waren niet alleen een muzikaal duo, maar ook een koppel.

Ze leerden elkaar in 1981 kennen aan de Universiteit van Hull. Al snel volgde een relatie die tot op de dag van vandaag standhoudt: ze kregen drie kinderen en stapten in 2009 in het huwelijk.

Ook muzikaal bleef hun verhaal in beweging.

In 2023 verscheen het goed ontvangen comebackalbum Fuse, hun eerste plaat in bijna vierentwintig jaar.

Na een pauze van vijfentwintig jaar keerden ze in 2025 bovendien terug op het podium.

Ze kozen opnieuw voor intimiteit: als kleinschalig akoestisch-elektronisch duo, aangekondigd onder hun eigen namen Ben Watt en Tracey Thorn, en bewust zonder festivalweides of arena’s.

In augustus 2026 volgde nog een nieuwe remix van ‘Run A Red Light’, een teken dat hun artistieke koers springlevend is.

Hun bandnaam Everything But The Girl komt van een slogan van meubelzaak Turner’s in Hull: for your bedroom needs, we sell everything but the girl.

Toen ze elkaar ontmoetten, waren zowel Thorn als Watt al solo onder contract bij Cherry Red: Thorn als lid van Marine Girls, een favoriet van Kurt Cobain, en Watt met zijn debuut North Marine Drive.

Hun eerste gezamenlijke plaat was een samba-achtige cover van Cole Porter’s ‘Night and Day’.

In 1992 werd een Amerikaanse tournee van Everything But The Girl afgelast toen Watt bijna stierf aan een zeldzame auto-immuunziekte; hij schreef daar later het boek Patient over.

Tracey zong ondertussen op Massive Attack’s ‘Protection’.

De grote doorbraak kwam met Todd Terry’s remix van ‘Missing’, die in 1995–1996 wereldwijd een hit werd en nummer 2 haalde in de Amerikaanse Billboard Hot 100.

In Nederland bereikte de Todd Terry Club Mix in september 1995 de derde plaats in de Top 40; de single stond zeventien weken genoteerd.

Nadat het nummer in oktober 1995 uit de lijst verdween, kwam het door het Europese succes opnieuw in de belangstelling.

In maart 1996 keerde het terug in de Top 40, met een 24e plaats als piek.

In Vlaanderen speelde zich hetzelfde af: in 1995 haalde de single de twaalfde plaats in de Ultratop 50, in 1996 de tiende.

Alles bij elkaar bracht het duo elf studioalbums uit.

In het Verenigd Koninkrijk behaalden ze acht gouden en twee platina-albums; het album Amplified Heart wordt vaak als hun bestverkochte album genoemd, en alleen al in het VK en de VS zijn er honderdduizenden tot meer dan een miljoen exemplaren verkocht.

De single ‘Missing’ werd in het VK driedubbel platina.

Vijf jaar keihard werken werden er veertig: het succesverhaal van Linda de Mol

Eind september 1986 had Linda de Mol het simpelweg.

De camera was op slag verliefd op haar uiterlijk, ze had een stralende glimlach, een vlekkeloze uitspraak van zowel het Nederlands als het Engels en een vanzelfsprekende flair.

Het leek alsof ze al jaren meeliep in de televisiewereld. Een belangrijk voordeel was haar broer John, die haar in Hilversum wist te introduceren.

Dankzij hem had ze uitstekende contacten bij de TROS, de omroep waar hij bijna tien jaar eerder zijn loopbaan was gestart als assistent-producer van een popprogramma.

Inmiddels had John zich opgewerkt tot een invloedrijke manager met zijn eigen artiestenmanagementbureau genaamd Total Management.

Daarmee behartigde hij niet alleen de zakelijke belangen van zijn zus, maar ook die van succesvolle acts als de Dolly Dots, Centerfold en René Shuman.

Het managen van die artiesten was voor John een uiterst strategische zet: hij kon de talenten uit zijn eigen stal immers direct boeken voor de televisieshows die hij destijds al volop produceerde.

Wanneer journalisten haar vroegen naar die beroemde kruiwagen, reageerde Linda nuchter.

Het was een vraag die ze al vanaf haar allereerste optreden voor de camera kreeg.

Natuurlijk speelde zo’n ingang een rol, erkende ze, maar een kruiwagen kon nooit de doorslag geven voor echt succes.

Zowel bij de TROS als bij Sky Channel keken ze immers kritisch mee.

Ze zat ongetwijfeld dichter bij het vuur en had een kans gekregen, maar daarna moest ze zichzelf dubbel en dwars bewijzen.

Wellicht zelfs harder dan een ander, juist doordat ze de achternaam De Mol droeg.

Voor het naderende winterseizoen wachtte haar een overvolle agenda. Nadat presentator Erik de Zwart de overstap had gemaakt, nam Linda in 1986 samen met radio-dj Jeroen Soer de presentatie van TROS Popformule over.

Soer was kort daarvoor vertrokken bij de VARA.

Linda zou het muziekprogramma uiteindelijk één seizoen presenteren, goed voor ongeveer een jaar.

Omdat de show in nauwe samenwerking met Sky Channel werd geproduceerd, presenteerde ze tweetalig, waarbij het Engels voor Sky Channel centraal stond.

Ondertussen naderden de gesprekken met de TROS over een eigen show hun afronding: een periodiek praatprogramma in magazinevorm rond popmuziek, mode, media en aanverwante onderwerpen.

Linda nam plaats in de redactie om actief ideeën aan te dragen, want puur en alleen voorlezen wat een ander had bedacht, vond ze niets.

Ze wilde toen nadrukkelijk haar eigen stempel op het programma drukken.

Bij Sky Channel combineerde ze popmuziek met een populair kinderprogramma.

TROS Popformule kwam wekelijks vanuit de gloednieuwe discotheek Escape aan het Amsterdamse Rembrandtplein, die op dat moment gold als de grootste discotheek van Europa.

Ook de presentatie van de Eurochart verzorgde ze vanuit diezelfde locatie.

Wel stond er in de Eurochart iets nieuws te gebeuren: ze zou de uitzendingen voortaan tweetalig in het Engels en het Duits presenteren.

Ze mikte op echt Duits en wilde nadrukkelijk wegblijven van Rudi Carrell-Duits, al waarschuwde ze dat men er in het begin niet te veel van moest verwachten, omdat ze simpelweg nog veel oefening nodig had.

Tel daarbij haar optredens op in het kinderprogramma van Sky naast de ondeugende punkkat D.J. Kat, en het was duidelijk dat ze een opmerkelijke start doormaakte voor iemand die amper een jaar eerder haar debuut had beleefd.

Haar professionele doelen wilde ze binnen vijf jaar realiseren.

Het plan was helder: vijf jaar zeer hard werken, financieel flink binnenlopen en het maximale uit haar mogelijkheden halen.

Daarna zou het tijd zijn om gas terug te nemen en te kiezen voor een rustiger bestaan.

De weekenden stonden voorlopig in het teken van de vrijdag- en zaterdagavonden, want ze dacht de eerste vrouwelijke dj te zijn die een grootschalige drive-inshow presenteerde als verlengstuk van het TROS-popprogramma.

Met een beetje geluk bleef de zondag over om op adem te komen.

Ook haar relatie hoopte ze ondanks de drukte intact te houden.

Een vrij moment in haar agenda was dan ook nauwelijks te vinden.

Zowel haar hobby’s als haar rechtenstudie moesten opzijgezet worden.

Die studie beschouwde ze toen al als een verloren zaak, hoewel ze al voorbij de helft was.

Echte spijt voelde ze niet, aangezien het televisiewerk haar veel meer aansprak door de creativiteit, het directe resultaat en de mogelijkheid om daar te zijn waar leuke dingen gebeurden.

Zelfs haar balletlessen sneuvelden simpelweg door tijdgebrek, al bleef een goede conditie noodzakelijk om het slopende tempo vol te houden.

Ze keek voorzichtig verder dan de horizon van vijf jaar: ze hield de rem erop, deed hooguit nog een paar leuke shows per maand en dacht aan een gezin.

Dat lag op dat moment toen echter nog ver weg.

De basis van haar omroepcarrière lag halverwege de jaren tachtig bij Sky Channel en de TROS.

Sky Channel was een Brits bedrijf van mediamagnaat Rupert Murdoch en bereikte via de kabel miljoenen huishoudens in heel West-Europa, met Nederland voorop.

Linda verwierf internationale bekendheid door haar deelname aan The DJ Kat Show en de toonaangevende Eurochart Top 50.

Hoewel de zender Brits was en de voertaal Engels, kwamen talloze programma’s uit de koker van John de Mol Produkties en vonden de opnames geregeld plaats in de Loosdrechtse Pandahallen of het Escape-theater in Amsterdam.

Het vormde de opmaat naar de grote programma’s waarmee ze later doorbrak, zoals Love Letters, dat ook afkomstig was van John de Mol Producties, het latere Endemol.

In diezelfde vroege periode, aan het einde van de jaren tachtig, was Linda bovendien aan de zijde van Ron Brandsteder te zien in de mateloos populaire Showbizzquiz, een programma dat destijds ook in Vlaanderen massaal werd bekeken.

Toen Sky Channel in 1989 werd omgedoopt tot Sky One en de focus volledig verlegde naar de Britse thuismarkt, werd Linda vervangen door Britse presentatoren.

Ze ging zich daarna volledig richten op haar carrière in Nederland en Duitsland.

Bij onze oosterburen werd Linda in de jaren negentig letterlijk op een voetstuk geplaatst en groeide ze uit tot een van de populairste tv-gezichten van de Duitse televisie.

Haar allergrootste succes daar was het programma Traumhochzeit, een huwelijksshow op RTL die vele miljoenen kijkers aan de buis kluisterde.

Toch liet ze rond 2020 weten dat het hoofdstuk Duitsland voorgoed gesloten was.

Het pendelen en de enorme druk hadden te veel energie gekost, waardoor ze besloot haar focus definitief te verleggen naar haar werk en haar gezinsleven in Nederland.

In 2003 richtte ze samen met Rozemarijn de Witte de uitgeverij Mood for Magazines op en lanceerde ze het blad LINDA.

Vier jaar later, in 2007, verwierf de Finse uitgever Sanoma de volledige zeggenschap en uiteindelijk 86 procent van de aandelen. Linda behield een minderheidsbelang van 14 procent en bleef het creatieve gezicht van het blad.

In 2005 lanceerde John de Mol zijn eigen zender Talpa, later bekend als Tien. Linda verruilde de vertrouwde TROS voor de nieuwe zender van haar broer om die mee op te bouwen, waarbij kijkcijfersuccessen zoals Gooische Vrouwen en Miljoenenjacht mee verhuisden.

Na het mislukken van die zender in 2007 volgde een overname door RTL en verhuisde Linda mee naar RTL 4.

Daar volgden gouden jaren met programma’s als Ik hou van Holland en Linda’s Zomerweek.

Haar grote amusementsshows werden door de jaren heen door ontelbare Vlamingen bekeken via de Nederlandse zenders.

Hoewel ze destijds officieel werkte voor RTL, bleef de zakelijke wisselwerking met haar broer bestaan: veel van haar programma’s werden nog steeds gemaakt door zijn productiebedrijven.

Haar absolute grootste succes in Vlaanderen werd echter de hitserie Gooische Vrouwen.

De serie werd in Vlaanderen massaal bekeken op VTM en groeide uit tot een waar kijkcijferfenomeen.

Ook de daaropvolgende bioscoopfilms trokken volle zalen in de Vlaamse bioscopen.

Toen John de Mol de zenders van SBS, waaronder SBS6, had gekocht en Talpa Network oprichtte, stapte Linda in 2019 opnieuw over om hem te steunen.

Ze zei destijds openlijk dat ze er nooit een geheim van had gemaakt dat ze naar hem zou overstappen zodra haar broer haar hulp hard nodig had.

Bij die overstap hoorde ook de verkoop van haar magazine LINDA. aan zijn bedrijf.

In maart 2019 kocht Talpa Network de aandelen van Sanoma over voor zo’n 40 miljoen euro.

Op 8 en 9 januari 2026 volgde de officiële aankondiging en het akkoord over de overname van Mood for Magazines door DPG Media, die de uitgeverij van Talpa Network overnam.

Het blad valt sindsdien onder dezelfde paraplu als Libelle en Margriet.

Ondanks die verkoop blijft Linda nauw verbonden aan het magazine en de hoofdredactie.

Het merk werd intussen gestaag uitgebouwd: naast het reguliere blad en varianten als LINDA.meiden en LINDA.loves verscheen in maart 2026 LINDA.mini, speciaal gericht op aanstaande en jonge ouders.

Vandaag de dag is de 62-jarige Linda nog altijd volop actief.

Ze is regelmatig op televisie te zien, werkt aan nieuwe programma’s en spelconcepten zoals In de Ring, en blijft nauw betrokken bij haar eigen blad.

Dat voornemen uit 1986 om veel geld te verdienen, is ruimschoots waargemaakt.

Uit de openbare jaarcijfers van haar persoonlijke vennootschappen blijkt dat het eigen vermogen van haar bedrijven rond de 37 miljoen euro schommelt.

Ze behoort al decennialang tot de bestbetaalde televisiepresentatrices van Nederland. Zakenblad Quote schatte haar inkomen in het verleden op ongeveer een miljoen euro per jaar.

Daarnaast verdiende ze een fors bedrag toen ze in 2019 haar aandeel in LINDA. verkocht aan het bedrijf van haar broer.

Ze bezit een luxe villa in het Gooi en heeft door de jaren heen vastgoed gekocht, onder meer panden in Amsterdam.

Ze is multimiljonair en heeft een vorstelijk inkomen, maar haar vermogen is echter veel kleiner dan dat van haar oudere broer John.

Zijn kapitaal wordt geschat op zo’n twee miljard euro.

Die reusachtige voorsprong bouwde hij op via grote deals. De verkoop van Endemol aan het Spaanse Telefónica in 2000 bracht hem en Joop van den Ende miljarden op.

De verkoop van Talpa Media, inclusief de wereldwijde rechten van The Voice, aan ITV leverde in 2015 opnieuw honderden miljoenen op, potentieel oplopend tot ruim een miljard euro inclusief bonussen.

Daarnaast belegt hij grootschalig in technologie, vastgoed en beursgenoteerde bedrijven zoals TomTom.

Daarmee is hij ruim vijftig keer zo rijk als zijn zus.

Van kantoorbaan tot tijdloze soulicoon: het muzikale verhaal van Jaki Graham

Jaki Graham werd op 15 september 1956 geboren in Birmingham en groeide uit tot een van de meest herkenbare en succesvolle Britse soul- en r&b-zangeressen van de jaren tachtig.

Ze is sinds 1976 getrouwd met haar jeugdliefde Tony Ormsby, en samen kregen ze een dochter en een zoon.

Hoewel ze op school elk jaar meedeed aan de zangwedstrijd, groeide ze niet op met muziek en had ze er nooit bij stilgestaan dat ze er ooit haar beroep van zou kunnen maken.

Ze had dan ook geen formele zangopleiding gehad en dat vond ze toen jammer.

Toch begon haar muzikale reis al als tiener bij gospelkoren en lokale bands, waaronder de funkformatie Ferrari, waar haar krachtige en warme stemgeluid al snel opviel.

Toen ze de schoolbanken verliet, sloot ze zich aan bij een bandje.

Niet veel later tekende ze een contract bij een platenlabel, al was dat in eerste instantie niet voor solowerk, maar vooral om backing vocals in te zingen voor anderen.

Al dat studiowerk vormde dan ook een waardevolle leerschool.

Ze was op de meest uiteenlopende platen te horen, en ook al bleef ze op de hoes meestal anoniem, achter de schermen bouwde ze gestaag aan haar reputatie.

Via deze weg kwam ze ook in contact met de mannen van UB40. Die jongens kwamen namelijk eveneens uit Birmingham en waren gewoon goede vrienden van haar geworden.

Ze leerde van hen veel over het vak en het maken van muziek.

In het begin, voordat haar dochter Natalie in 1981 werd geboren, kon ze maar niet besluiten om haar vaste kantoorbaan op te geven.

Haar schema was dan ook slopend: overdag werkte ze op kantoor, om vijf uur ’s middags werd ze opgehaald voor een optreden, om vier uur ’s nachts kwam ze thuis en om zeven uur stond ze weer op om naar haar werk te gaan.

Uiteindelijk gaf ze in 1983 haar baan als secretaresse definitief op voor een muzikale carrière, want toen haar dochter er eenmaal was, ging dat loodzware ritme dan ook niet meer samen.

Zingen, een kantoorbaan en een kind bleek te veel van het goede en ze moest dan ook een keuze maken.

Later, in 1993, werd het gezin nog uitgebreid met de geboorte van haar zoon Ryan.

Onder leiding van producer Derek Bramble vond ze in 1983 haar eigen kenmerkende mix van energieke pop, dansbare disco en eigentijdse Britfunk.

Grote successen leverde dat niet meteen op, want haar eerste twee singles, ‘Heaven Knows’ en ‘Once More with Feeling’, flopten.

Leerzaam was het wel, en het zorgde voor een stevig fundament.

Haar echte doorbraak voor het grote publiek kwam pas in mei 1985.

Graham vestigde haar naam eerst met een reeks sterke duetten met de Amerikaanse soulzanger David Grant, waaronder de singles ‘Could It Be I’m Falling in Love’ en ‘Mated’, die beide hoog eindigden in de Britse en Europese hitlijsten.

Ook solo bewees ze haar talent met nummers als ‘Round and Around’ en ‘Set Me Free’, waarmee ze een vaste waarde werd op de radio en in discotheken.

Ondanks al die successen voelde ze zich toen helemaal niet als een ster.

Ze voelde zichzelf helemaal niet beroemd en zag zichzelf vooral als een gewoon meisje dat af en toe leuke jongens ontmoette om mee op te treden.

Ze kon er dan ook maar moeilijk aan wennen dat mensen haar ineens als iemand belangrijks zagen.

Ze genoot met volle teugen van de enthousiaste reacties van haar publiek, al schreef ze dat succes toen vooral toe aan puur geluk.

Ze had nooit bewust naar de schijnwerpers gezocht en bleef gewoon haar nuchtere zelf.

Want in de allereerste plaats bleef ze altijd moeder. Haar dochter Natalie, over wie ze destijds al veel sprak in interviews, ging zo vaak mogelijk mee naar optredens.

Zodra Jaki de deur uitging voor een optreden, vroeg Natalie steevast of ze mee mocht.

Had het meisje vrij van school, dan nam ze haar met veel plezier mee.

Tijdens een van die tripjes had Natalie zich van top tot teen mogen opmaken, waardoor de jonge meid er bij nader inzien meer als een popster uitzag dan haar nuchtere moeder.

Die hechte band is er altijd gebleven; inmiddels werken moeder en dochter nauw samen en treedt Natalie op als haar manager.

In het najaar van 1986 verscheen haar tweede studioalbum, ‘Breaking Away’, dat in het Verenigd Koninkrijk meteen aansloeg en werd bekroond met een zilveren plaat.

De titelsong, opnieuw geproduceerd door Bramble, groeide meteen uit tot een van haar grootste handelsmerken.

Het nummer combineerde een strakke jaren-tachtig-productie met pakkende synthesizers en een opzwepende baslijn, maar het waren vooral Grahams warme soulstem en moeiteloze uithalen die de dansplaat diepgang en oprechtheid gaven.

Met een veertiende plaats in de Britse hitlijst in augustus 1986 vestigde Graham bovendien een bijzonder record in het Guinness Book of Records, als eerste zwarte zangeres uit het Verenigd Koninkrijk die zes opeenvolgende top-twintig hits wist te scoren.

De tekst over het doorbreken van routines en het loskomen uit beperkingen sprak dan ook een breed publiek aan.

Op het Europese vasteland kende de single een wisselend onthaal.

Waar ‘Breaking Away’ in Vlaanderen de hitparade misliep, was het nummer in Nederland goed voor een bescheiden tweeëntwintigste plaats in de Top 40, met een zevenenveertigste positie voor het album in de Album Top 100.

In Aziatische landen werd het nummer daarentegen onverwacht een gigantische megahit.

Ze droomde toen van een lange, duurzame loopbaan en spiegelde zich aan grootheden als Diana Ross en Gladys Knight.

Voor hun stijl, souplesse en vakmanschap had ze diepe bewondering: na al die jaren klonken ze nog altijd vlekkeloos.

Tegelijkertijd realiseerde ze zich dat zo’n stemconditie niet vanzelf kwam en dat een blijvende carrière vroeg om een ijzeren discipline en dagelijkse oefening.

Haar muzikale loopbaan kreeg in de jaren negentig een krachtige impuls toen haar vertolking van Chaka Khans ‘Ain’t Nobody’ naar de top van de Amerikaanse dance-hitlijst schoot.

De single leverde haar in 1994 gouden platen op in de Verenigde Staten, Australië en Japan.

Haar gelijktijdig verschenen album ‘Real Life’ ontketende met name in Japan een ware rage, waar in minder dan een maand tijd ruim 800.000 exemplaren over de toonbank vlogen.

In de jaren daarna bleef ze onvermoeibaar optreden en experimenteren met genres als jazz en hedendaagse soul, terwijl ze op festivals trouw bleef aan haar klassiekers uit de jaren tachtig.

Daarnaast maakte ze indruk in de reizende Motown-musical Dancing in the Streets, deelde ze haar muziekliefde als radiopresentatrice bij de BBC en toerde ze jarenlang als vaste gastzangeres met Michael McDonald, de legendarische stem van The Doobie Brothers, die haar publiekelijk prees als een van de beste vocalisten ter wereld.

In haar eigen regio werd haar invloed eveneens groots gevierd met een eredoctoraat en een bronzen ster op de Walk of Stars in Birmingham.

Met haar aanstekelijke enthousiasme en krachtige stemgeluid heeft Jaki Graham een blijvende en gerespecteerde stempel gedrukt op de Britse soul- en popgeschiedenis.

De inmiddels 70-jarige zangeres is nog altijd actief in de muziekindustrie.

Samen met Clark Datchler, de 62-jarige voorman van Johnny Hates Jazz bekend van klassiekers als ‘Shattered Dreams’, ‘Turn Back the Clock’ en ‘I Don’t Want to Be a Hero’, bracht ze op 21 augustus 2026 de single ‘Soul Believer’ uit.

Bij de groep, waar ook vast bandlid en producer Mike Nocito nog deel van uitmaakt, viel onlangs een grote leegte: toetsenist en medeoprichter Calvin Hayes overleed in juli 2026 op 63-jarige leeftijd.

Voor Datchler heeft Nederland bovendien een heel vertrouwd tintje.

In 1990 trouwde hij met presentatrice Simone Walraven, met wie de vonk ooit oversloeg op de set van Countdown.

Walraven, die deze maand zestig kaarsjes uitblies, koestert nog altijd dierbare herinneringen aan die beginjaren.

Ook na de echtscheiding in 2009 bleef het contact hecht en vriendschappelijk.

Momenteel leidt ze luisteraars door de avondspits op NPO Radio 5: met De Avondstart brengt ze bij Omroep MAX van maandag tot en met donderdag tussen 18:00 en 20:00 uur een rijke collectie pop, soul, funk en country.

Wegens dit aanhoudende succes kondigde de omroep aan dat Simone vanaf januari 2027 een prominente middagshow krijgt, te beluisteren tussen 15:00 en 18:00 uur.

Van fabrieksarbeider tot wereldster: het bewogen levensverhaal van George Baker

Hans Bouwens kwam ter wereld als enig kind van een Nederlandse moeder en een Italiaanse soldaat in het Duitse bezettingsleger.

Toen zijn vader tegen het einde van de oorlog sneuvelde, ontfermden zijn grootouders zich over hem in Wormerveer, in de Zaanstreek.

Hans moest al vroeg de handen uit de mouwen steken.

Nadat hij op zijn veertiende de schoolbanken vaarwel had gezegd, werkte hij onder meer als kaartjesknipper in de plaatselijke cinema van Krommenie, als leerling-lithograaf, dokwerker in de haven en arbeider in een limonadefabriek.

In 1967 waagde hij zijn kans als zanger bij de Zaanse groep Soul Invention.

De bezetting bestond destijds uit Hans Bouwens zelf op zang en gitaar, George Thé op gitaar, Jan Hop aan de drums, Jacques Greuter op orgel, Henk Kramer op saxofoon en Theo Vermast aan de bas.

Omdat een snelle doorbraak uitbleef, besloten ze amper een jaar later van koers te veranderen en gingen ze voortaan als de George Baker Selection door het leven.

Zowel in interviews als in zijn biografie hield Bouwens altijd vol dat de inspiratie kwam van een goedkope pulproman of stationspocket die hij eind jaren zestig had gelezen.

Het hoofdpersonage heette George Baker. Die naam klonk internationaal, zakelijk en krachtig, wat perfect paste bij de Engelstalige pop en soul die hij wilde maken.

Het bewuste boekje zelf behoorde vermoedelijk tot een van de duizenden anonieme kantoornovelles uit die tijd, waardoor de exacte titel met de noorderzon is verdwenen.

De bezetting van de groep bleef in de jaren daarna evolueren. Rond 1969 werd bassist Theo Vermast vervangen door Jan Visser.

In 1971 maakte Visser op zijn beurt plaats voor Cor Veerman, die in 1974 werd opgevolgd door Martin Schoen.

Datzelfde jaar kreeg de band versterking van zangeres Lida Bond, wiens plaats in 1982 werd ingenomen door de Vlaamse zangeres Nelleke Brzoskowski.

Het nummer Little Green Bag groeide uit tot een van de meest tijdloze en herkenbare klassiekers uit de Nederlandse popgeschiedenis.

Met zijn aanstekelijke baslijn en soulvolle ritme veroverde het nummer bij de release in 1969 meteen de hitlijsten, om decennia later dankzij Hollywood nog eens een iconische status te verwerven.

Hans Bouwens schreef het nummer samen met multi-instrumentalist Jan Visser.

Oorspronkelijk luidde de titel Little Greenback, een rechtstreekse knipoog naar het Amerikaanse dollarbiljet en de fascinatie voor geld.

Bij het drukken van de singlehoes liep het echter mis: de platenfirma noteerde de titel per abuis als Little Green Bag. Baker liet het er niet om liggen en paste de titel officieel aan.

Die administratieve flater gaf het nummer prompt een zweem van mysterie, want generaties luisteraars dachten jarenlang dat de tekst over een groen zakje marihuana ging.

Muzikaal drijft het nummer op een onweerstaanbare basriff van Jan Visser, die vanaf de allereerste tel de toon zet voor een energieke cocktail van rhythm-and-blues, soul en nederpop.

De doorleefde zang van Baker, aangevuld met opzwepende percussie en koperblazers, zorgde voor een internationale sound die ongezien fris klonk voor een debuutsingle uit de Zaanstreek.

Na de release in het najaar van 1969 schoot het nummer pijlsnel omhoog.

In Nederland belandde de single vlot in de top tien, en ook bij ons in Vlaanderen en de rest van Europa werd het een schot in de roos.

De echte verrassing volgde in 1970, toen het nummer zelfs doorbrak in de Verenigde Staten en naar de zestiende plaats klom in de vermaarde Billboard Hot 100, een huzarenstukje voor een debuterende Nederlandse formatie.

Dat succes leverde Bouwens en Visser in 1970 de prestigieuze Zilveren Harp van stichting Conamus op, en op 2 juli van datzelfde jaar mocht de voltallige groep een gouden plaat in ontvangst nemen.

Na de jaren zeventig leek het nummer stilaan een mooie herinnering te worden, tot cineast Quentin Tarantino het in 1992 van onder het stof haalde.

Hij koos Little Green Bag als openingstrack voor zijn regiedebuut Reservoir Dogs.

De openingsscène, waarin een stel gangsters met zwarte maatpakken en zonnebrillen in slow motion over straat kuiert op de tonen van die baslijn, groeide op slag uit tot een van de beroemdste filmscènes ooit.

De film bezorgde het nummer een tweede jeugd. Het werd opnieuw op single uitgebracht, bestormde opnieuw de Europese hitlijsten en werd ontdekt door een hele jonge garde muziekliefhebbers.

Sindsdien bleef het succes nazinderen, waardoor het nummer wereldwijd bleef opduiken in reclamespotjes, televisieseries en verzamelplaten.

In 1975 scoorde hij met Una Paloma Blanca een gigantische hit, waarvan er wereldwijd negen miljoen over de toonbank gingen.

Hoewel hij als een van de weinige Nederlandse artiesten wist door te breken in de Verenigde Staten, kreeg hij vanuit de pers bakken kritiek over zich heen.

Recensenten deden zijn muziek af als prullaria. Hij begreep hun mening wel, maar was vooral tevreden dat het grote publiek er gelukkig heel anders over dacht.

Als bezieler en boegbeeld van de groep die zijn naam droeg, hield hij de touwtjes dan ook strak in handen.

Hij hakte alle knopen door, schreef de nummers en produceerde alle albums.

Hij zwaaide de plak als een volleerde verlichte despoot.

Zolang het succes bleef duren, kraaide daar geen haan naar en legde de rest van de band zich neer bij zijn autoritaire aanpak.

Bovendien vormde hij samen met Jacques Greuter het enige overblijfsel van de oorspronkelijke bezetting.

Over succes en muziek had hij een heel eigen kijk. Hij zag zichzelf destijds allerminst als een virtuoos of muggenzifter, en net dat noemde hij zijn grootste troef.

Van spitstechnologie of notenleer had hij geen kaas gegeten.

Volgens hem was die overdaad aan kennis voor veel muzikanten net een valkuil: ze begonnen te ver te zoeken, maakten vooral muziek voor zichzelf en verloren zo de voeling met het brede publiek.

Wanneer hij de studio instapte, zat het nummer al van a tot z in zijn hoofd.

Er werd doorgewerkt tot het voor hem helemaal goed zat.

Van dat eindeloze gefriemel aan de knoppen moest hij niets weten, omdat een plaat daar maar artificieel van ging klinken.

Ook naar zijn groepsleden toe stelde hij geen onmogelijke eisen.

Het waren geen wonderkinderen of uitzonderlijke talenten, maar dat had hij net liever niet, want zulke genieën vond hij maar riskant binnen een groep.

Zijn muzikanten speelden puur op het gevoel en voelden de sfeer perfect aan.

Ook bij het schrijven van nieuwe muziek bleef hij trouw aan zijn beproefde recept.

Zoiets liet zich niet plannen; ideeën kwamen op de meest onverwachte ogenblikken dan ook naar boven.

Soms liep hij dagenlang rond met een melodie in zijn hoofd zonder ook maar één noot neer te pennen.

Pas als hij het nummer vanbuiten kende, trommelde hij de band op om de studio in te duiken.

Hij vond het achteraf gezien alleen jammer dat er destijds te weinig tijd overbleef om aan de teksten te schaven.

Hij had graag echte verhalen verteld over zijn eigen verleden: de armoede, de miserie en zijn jeugdjaren tussen de fabrieksarbeiders.

In de decennia die volgden, bleef zijn stempel op de muziekwereld bijzonder groot en volgde de erkenning voor zijn volledige oeuvre.

In 1985 stampte hij een nieuwe bezetting van de George Baker Selection uit de grond, die vier jaar later definitief stopte.

Zijn levenswerk werd in 2011 bekroond met de TrosKompas Oeuvre Award.

Alles samen bracht hij achtentwintig albums en negenenvijftig singles uit, behaalde hij vijftig gouden en platina platen, schreef hij zeshonderd nummers en gingen er zowat vijfentwintig miljoen exemplaren over de toonbank.

Zijn laatste album, Seventy, kwam uit in 2014.

Op privévlak stapte hij in 1986 in het huwelijksbootje met Blanche Remeeus.

Uit zijn twee huwelijken kwamen in totaal zeven kinderen voort, en hij zag ook zeven kleinkinderen opgroeien.

Met de jaren doken er wel fysieke kwaaltjes op.

Sinds een coronabesmetting in het voorjaar van 2022 sleepte hij de kwalijke gevolgen van het virus met zich mee.

Vooral zijn gehoor ging er flink op achteruit, wat het zuiver zingen bijzonder lastig maakte.

Door die gehoorproblemen moest hij eind 2023 noodgedwongen zijn theatertournee stopzetten, simpelweg omdat hij de juiste toon niet meer kon aanslaan.

Hij gaf destijds aan dat hij het hooguit een halfuurtje kon uitzingen.

Ondanks die mindere periodes bleef de intussen 81-jarige Baker niet bij de pakken neerzitten; hij bleef verknocht aan de muziekwereld en staat af en toe nog op de planken.

50 jaar geleden, reclame voor het album River Song van George Baker Selection (september – oktober 1976)

In de boot met George Baker (Joepie 19 september 1976)

George Baker, ik word kotsmisselijk van al die vedettenkapriolen (Joepie 26 september 19976)

Vandaag, op 23 september, mag Julio Iglesias maar liefst 83 kaarsjes uitblazen.

Met meer dan driehonderd miljoen verkochte platen wereldwijd, verdeeld over zo’n tachtig albums, geldt hij zonder twijfel als een van de succesvolste artiesten aller tijden.

Hij staat zelfs in het Guinness Book of World Records als de bestverkopende Latijns-Amerikaanse artiest in de geschiedenis, en wist hits te scoren in meer dan veertien verschillende talen, waaronder het Frans, Italiaans, Engels en zelfs Japans.

Toch hadden zijn verjaardagen er heel anders kunnen uitzien, want feestvieren was vroeger niet altijd vanzelfsprekend.

Als jonge twintiger leek Julio namelijk voorbestemd voor een glorieuze sportcarrière.

Hij stond als talentvolle doelman onder de lat bij de jeugdopleiding van Real Madrid en droomde van een professionele voetbalcarrière, terwijl hij tegelijkertijd rechten studeerde.

Op de vooravond van zijn twintigste verjaardag sloeg het noodlot echter keihard toe.

Door een zwaar auto-ongeluk belandde hij in het ziekenhuis. Zijn onderlichaam raakte verlamd en artsen vreesden dat hij nooit meer op eigen benen zou staan.

Tijdens zijn langdurige revalidatie gaf hij niet op en trainde hij onvermoeibaar door. Om de beweeglijkheid in zijn vingers en handen te verbeteren, gaf een verpleger hem een gitaar cadeau.

Het bleek een wonderlijke speling van het lot: aan het ziekenhuisbed ontdekte Julio zijn passie voor poëzie en muziek, en leerde hij zichzelf akkoorden spelen.

De voetbalschoenen verdwenen definitief in de kast en de muziek nam zijn leven over. In 1968 won hij het prestigieuze Benidorm International Song Festival met ‘La Vida Sigue Igual’, een zelfgeschreven nummer over zijn eigen strijd en herstel.

Slechts twee jaar later, in 1970, vertegenwoordigde hij Spanje op het Eurovisiesongfestival in Amsterdam met het lied ‘Gwendolyne’, waar hij een verdienstelijke vierde plek behaalde.

Zijn echte Europese doorbraak volgde in 1972 met het weemoedige ‘Un Canto A Galicia’, een ode aan de streek waar zijn vader vandaan kwam.

De jaren die volgden markeerden het begin van een internationale zegetocht van ruim 45 jaar.

In 1975 verscheen het prachtige ‘Abrazame’, geschreven door Rafael Ferro en Julio zelf.

Het nummer verscheen destijds op de B-kant van de single ‘Quiero’, en beide nummers vonden hun thuis op het album El Amor.

Voor veel fans behoort de kwetsbare en warme melodie van ‘Abrazame’ nog altijd tot de mooiste parels uit zijn omvangrijke repertoire.

Later veroverde hij ook Amerika stormenderhand met duetpartners als Willie Nelson met ‘To All the Girls I’ve Loved Before’ en Diana Ross.

Bovendien gaf hij het muzikale talent door aan de volgende generatie, met zoons Julio Jr. en superster Enrique Iglesias.

Zijn laatste studioalbum, México & Amigos, verscheen in 2017.

Bij de lancering liet de zanger weten dat dit definitief zijn afscheid van de studio betekende.

Tegenwoordig geniet de jarige zanger in relatieve rust van zijn welverdiende pensioen op zijn riante landgoederen in Punta Cana in de Dominicaanse Republiek en in Florida, al blijft zijn legendarische stem over de hele wereld voortklinken.

Siouxsie Sioux: van eigenzinnig punkicoon tot tijdloze muzieklegende

In 1981 belichtte Siouxsie haar grimmige kijk op de wereld met de stelling dat vrolijke toestanden geen inhoud hadden.

De zangeres met het zwarte, verwarde piekhaar was samen met The Banshees verantwoordelijk voor het destijds pas verschenen album ‘Ju-Ju’.

Voor het grote publiek leek ze bepaald niet op het vriendelijke buurmeisje.

Haar nummers gingen doorgaans over de donkere, sombere kanten van het bestaan en een lach op haar gezicht was een zeldzaamheid.

Sommigen bestempelden haar zelfs als de ‘Ijskoningin van de rock’. In werkelijkheid klopte dat afstandelijke beeld niet met wie ze was.

In een openhartig gesprek doorprikte ze dat kille imago en liet ze zien dat ze dol was op dieren, prima kon opschieten met haar moeder en tijd vrijmaakte voor goede doelen.

Aan labels had Siouxsie destijds een broertje dood.

Ze gaf toe geen flauw idee te hebben wie haar de bijnaam Ijskoningin had gegeven.

Zulke typeringen raakten volgens haar kant noch wal; ze vermoedde dat iemand vond dat die naam beter bij haar paste dan bijvoorbeeld Sneeuwwitje.

Vanaf het begin was het haar bedoeling geweest om het publiek te prikkelen met haar kleding en muziek.

Rond 1976 behoorde ze tot de pioniers van de punkbeweging.

Haar wilde zwarte kapsel werd door duizenden jongeren nagebootst, onder wie Nina Hagen.

Tegen 1981 stond ze aan het roer van een Britse topband.

Hoewel de toekomst er rooskleurig uitzag, bleef ze worstelen met onzekerheden en gaf ze ruiterlijk toe dat ze bang was voor het moment waarop ze ouder zou worden.

Die persoonlijke kant had ze lange tijd voor de buitenwereld verborgen gehouden.

Omdat haar reputatie minder belangrijk voor haar was geworden, sprak ze opener over haar privéleven.

Zo trok ze zich het lot van dieren enorm aan.

Op haar eerdere album had ze in het nummer ‘Skin’ fel uitgehaald naar de jacht op zeehondenjongen.

Toen ze nog thuis woonde, ving ze samen met haar moeder voortdurend zwerfkatten en gewonde vogels op om ze te verzorgen.

Ze koesterde sowieso veel respect voor haar moeder, ook al voldeed ze niet aan het ideaalbeeld van de keurige dochter.

Haar moeder had ooit gehoopt dat ze secretaresse zou worden, maar dat plan had ze al snel laten varen, al bleef de band tussen hen hecht.

Toentertijd woonde Siouxsie op zichzelf in een appartement.

Ze liet niet veel los over vriendschappen, maar vertelde wel dat ze regelmatig werd meegevraagd voor een avondje uit.

Het succes dat ze in die periode oogstte, veranderde weinig aan haar levensstijl of werkwijze.

Ze was vastbesloten om duistere muziek te blijven maken.

Zodra songs te braaf of oppervlakkig werden, verloren ze volgens haar elke betekenis.

Vrolijkheid om de vrolijkheid zei haar weinig, omdat zulke situaties naar haar mening zelden echte diepgang hadden.

Haar allerlaatste uitgebrachte originele nummer was ‘Love Crime’ uit 2015, dat speciaal werd opgenomen voor de finale van de tv-serie Hannibal.

Haar enige solostudioalbum, Mantaray, stamt uit 2007.

Haar meest bekende relatie was met Peter Clarke, beter bekend als Budgie, de drummer van Siouxsie and the Banshees.

Het stel trouwde in mei 1991 en vormde samen ook het muzikale duo The Creatures.

Na een relatie van 25 jaar, waarvan 15 jaar getrouwd, gingen ze in 2007 uit elkaar.

Siouxsie kreeg geen kinderen; tijdens haar huwelijk grapte ze in interviews wel eens dat haar katten haar baby’s waren.

In 1992 verhuisde ze met Budgie naar het zuidwesten van Frankrijk.

Daar woonde ze ruim 23 jaar in een afgelegen stenen landhuis in de regio Gers, nabij Toulouse.

Ze leidde er een rustig bestaan, ver weg van alle roem, en vulde haar dagen vooral met tuinieren, lezen en de zorg voor haar dieren.

In 2015 keerde ze terug naar Londen, waar ze sindsdien weer woont.

Siouxsie is altijd heel openhartig geweest over haar geaardheid.

In een interview met The Independent gaf ze aan dat ze zichzelf nooit expliciet als heteroseksueel of lesbisch heeft bestempeld.

Ze voelt zich aangetrokken tot mensen, en wanneer ze op mannen valt, hebben die volgens haar vaak wat meer feminiene eigenschappen.

Haar bekendheid zet ze af en toe in voor het goede doel.

Zo is ze een uitgesproken medestander van PETA, waarmee ze fel strijdt tegen dierproeven in de medische sector en de voedingsindustrie.

De inmiddels 69-jarige zangeres geniet van haar pensioen en houdt zich alleen nog bezig met het beheer van haar muzikale erfenis.

Er verschijnen regelmatig nog hoogwaardige vinyl-heruitgaven en geremasterde verzamelalbums van Siouxsie and the Banshees.

Ook de muziekwereld blijft haar vieren; zo bracht het gerenommeerde muziektijdschrift MOJO Magazine in juli 2026 een luxe special uit die volledig aan haar en haar band is gewijd.

Geboren als Susan Janet Ballion op 27 mei 1957 in Londen, vond ze al vroeg houvast in muziek, ondanks een lastige jeugd met een alcoholverslaafde vader.

Haar grote doorbraak volgde in 1976 met de oprichting van Siouxsie and the Banshees.

Als leadzangeres en tekstschrijver groeide ze razendsnel uit tot het boegbeeld van een hele generatie.

De band begon midden in de punkexplosie, maar ontwikkelde al gauw een volstrekt eigen, vernieuwend post-punkgeluid vol ritmische experimenten en donkere sferen.

Daarmee drukten ze een onuitwisbare stempel op de muziekgeschiedenis.

Samen met Banshees-drummer Budgie, met wie ze in 1991 trouwde, begon ze het percussieve zijproject The Creatures.

Na het uiteenvallen van de Banshees in 1996 ging ze solo verder.

Privé liep het huwelijk met Budgie in 2006 spaak en het koppel bleef kinderloos.

Haar enige soloalbum, Mantaray, kreeg lovende recensies van zowel critici als fans, al bleven de grote verkoopcijfers helaas uit.

Toch liet ze zich nooit definitief uit het veld slaan: na een radiostilte van maar liefst tien jaar maakte deze unieke koningin van de post-punk in 2023 eindelijk haar langverwachte rentree op het podium.

30 jaar geleden, Laura Pausini met haar nieuwe kunstwerkje Le Cose Che Vivi

In september 1996 verbleef Laura Pausini in Milaan om haar nieuwe album Le Cose Che Vivi te promoten.

Terwijl het buiten toen zomers warm was met temperaturen rond de vijfendertig graden, zocht zij verkoeling in een hotelkamer waar de airconditioning op volle toeren draaide om de pers te ontmoeten.

Een tolk stond haar bij, aangezien haar beheersing van het Engels destijds nog beperkt was.

Van haar debuutalbum met de doorbraakhit ‘La Solitudine’ waren wereldwijd zo’n twee miljoen exemplaren verkocht, en de opvolger Laura bereikte zelfs nog meer succes.

Toch bleef Pausini nuchter onder alle aandacht. Ze was dankbaar voor haar muzikale loopbaan, al grapte ze dat ze anders wellicht lerares keramiek was geworden, de kunstvorm waarin ze eerder was opgeleid.

In de voorafgaande twee jaar was het in Vlaanderen en Nederland wat stiller rond haar geweest, maar internationaal had ze een enorme ontwikkeling doorgemaakt.

Ze toerde intensief door Europa en Latijns-Amerika, waardoor ze de muziek steeds meer als een volwaardig beroep ging beschouwen.

Die reizen verbreedden haar blikveld aanzienlijk. Ze maakte kennis met uiteenlopende culturen en levensstijlen, wat haar inspireerde om verder te kijken dan het traditionele beeld van Italië.

Die artistieke groei klonk duidelijk door op Le Cose Che Vivi.

Waar haar eerdere werk vooral draaide om jeugdige onschuld en opgroeien, bracht haar nieuwe plaat een volwassener geluid.

Ze schuwde maatschappelijke thema’s niet langer, getuige een nummer als ‘Il Mondo Che Vorrei’, waarin ze pleitte voor solidariteit.

Om haar internationale publiek te bedienen, nam ze haar werk ook op in het Spaans en Portugees, en dacht ze na over Engelstalige versies.

Ook op muzikaal vlak zette ze in die periode flinke stappen.

Voor de opnames werkte ze samen met gerenommeerde sessiemuzikanten, onder wie bassist Nathan East en drummer Steve Ferrone.

Bovendien leerde Pausini beter met haar stem omgaan. In plaats van haar bereik te forceren, bouwde ze bewust rustdagen in om haar stembanden te sparen.

Haar privéleven en carrière waren in die nazomer van 1996 nauw met elkaar verweven via haar relatie met haar toenmalige manager en producer Alfredo Cerruti.

Hoewel ze toen vol liefde over hem sprak, hield ze de boot af wat betreft een huwelijk, omdat ze daar vanuit haar geloofsovertuiging uiterst weloverwogen mee wilde omgaan.

Voor Pausini markeerde september 1996 zo het moment waarop ze definitief uitgroeide van een jong Italiaans talent tot een zelfbewuste, volwassen wereldster.

Haar relatie met Cerruti eindigde rond 2002.

Sinds 2005 vond ze het geluk bij de Italiaanse gitarist en muziekproducent Paolo Carta.

Samen kregen zij in 2013 een dochter, Paola, en in maart 2023 stapten de twee officieel in het huwelijksbootje.

Met Io Canto 2 op zak: Laura Pausini klaar voor nieuwe wereldtournee

Vandaag is de inmiddels 52-jarige zangeres nog altijd volop actief in de internationale muziekwereld.

Zo bracht ze in februari 2026 een nieuw album uit onder de titel Io Canto 2, een maand later, op 13 maart 2026, gevolgd door de Spaanstalige editie.

Op dit album staat onder meer de klassieker ‘Por qué te vas?’, bekend van zangeres Jeanette uit 1975.

Dit nummer werd geschreven door José Luis Perales voor de film Cría cuervos van regisseur Carlos Saura.

In tegenstelling tot de melancholische pop van het origineel kreeg Pausini’s lezing een moderne productie met een subtiele eigentijdse drumbeat, vergezeld van een opvallende videoclip.

Op beide albums zingt ze daarnaast het duet ’16 Marzo’ samen met Achille Lauro.

Begin september 2026 verschenen bovendien ‘Siamo soli nell’immenso vuoto che c’è’ als single en video, een nummer dat eveneens op beide versies staat.

Dit nummer was oorspronkelijk een hit van de Italiaanse singer-songwriter Raf uit 1991.

Pausini, die al jarenlang bewondering koestert voor zijn werk, bracht deze bewerking uit als eerbetoon vlak voor de aftrap van haar nieuwe Europese tournee.

Op het Italiaanse album nam ze tevens een eigen versie op van Madonna’s ‘La Isla Bonita’.

Daarnaast staat haar diepe, jarenlange band met Brazilië centraal in het kader van haar wereldtournee.

Voor haar album bracht ze dan ook Ana Carolina en Ferrugem, twee sterren van verschillende generaties en genres, samen voor het nummer ‘Quem de nós dois’.

Ferrugem vertegenwoordigt de modernere generatie in het trio. Met zijn kenmerkende, soepele stem brengt hij een warme, typisch Braziliaanse sound in het duet, waardoor de ballad een unieke mix krijgt van Italiaanse dramatiek en Braziliaans gevoel.

Een andere single uit beide albums is het nummer ‘La mia storia tra le dita’, opnieuw een cover en dit keer van Gianluca Grignani uit 1994.

Hij bracht destijds zelf in 1995 een Spaanse versie uit onder de titel ‘Mi historia entre tus dedos’, wat in heel Latijns-Amerika en Spanje een gigantische hit werd.

Dit nummer bracht Pausini tevens uit in het Frans als ‘Mon histoire entre les doigts’ en in het Portugees als ‘Quem de nós dois’.

Het publiek in de Lage Landen krijgt binnenkort volop de gelegenheid om haar weer live aan het werk te zien.

Op zondag 25 oktober 2026 staat Laura Pausini op het podium van Vorst Nationaal in Brussel, en op woensdag 24 november 2027 geeft ze voor het eerst in vijftien jaar weer een concert in Nederland, in de Ziggo Dome in Amsterdam.

Catherine Ringer: de ontembare stem en ziel van Les Rita Mitsouko

De Franse muziekwereld verliest met Catherine Ringer een van haar meest markante, grensverleggende en flamboyante persoonlijkheden.

De zangeres, performer en drijvende kracht achter het legendarische duo Les Rita Mitsouko overleed in de nacht van op 68-jarige leeftijd aan de gevolgen van een agressieve vorm van kanker.

Geboren in 1957 als dochter van de Frans-Poolse kunstenaar Sam Ringer, dompelde ze zich al op jonge leeftijd onder in de avant-gardistische kunstscene.

Haar vader was van Pools-Joodse afkomst en overleefde negen verschillende concentratiekampen tijdens de Tweede Wereldoorlog, waaronder Auschwitz.

Deze zware familiegeschiedenis inspireerde later het opgewekt klinkende nummer ‘Le Petit Train’ uit 1988, dat in werkelijkheid verwijst naar de deportatietreinen.

Voordat ze doorbrak in de popwereld, experimenteerde ze volop met theater, zang en dans.

Tussen 1976 en het begin van de jaren tachtig speelde ze daarnaast, vaak onder pseudoniemen als Lolita da Nova of Betty Davis, in een reeks erotische en pornografische films.

Tot haar bekendere titels uit die periode behoren de cultklassieker Body Love van Lasse Braun uit 1977, met muziek van Klaus Schulze, en films als La Fessée, Corps brûlants, Paradise, Rien ne vaut la première fois en Lingeries intimes.

Ze zag dit destijds als een vorm van lichamelijke vrijheid en een manier om in haar levensonderhoud te voorzien, en heeft deze periode later nooit verloochend.

Toen Serge Gainsbourg haar in 1986 tijdens de live-uitzending van Mon Zénith à moi probeerde te kleineren met opmerkingen over dit vroege acteerwerk, diende ze hem onverschrokken en fel van repliek, wat haar tot een icoon van feministische weerbaarheid maakte.

Eind jaren zeventig ontmoette Catherine haar artistieke en levenspartner Fred Chichin tijdens een theaterproductie.

Op een eenvoudige viersporenrecorder in hun kleine Parijse appartement namen ze hun eerste nummers op, waarna ze optraden in alternatieve clubs en kraakpanden.

Samen vormden ze een formatie die aanvankelijk Rita Mitsouko heette, een samensmelting van de voornaam van onder meer Rita Hayworth en het Japanse woord voor geheim, tevens de naam van een parfum van Guerlain.

Omdat het publiek dacht dat dit haar artiestennaam was, voegden ze er Les aan toe om te benadrukken dat het om een duo ging. Begin jaren tachtig lieten ze een frisse, ontregelende wind door het Franse muzieklandschap waaien.

Hun unieke crossover van new wave, postpunk, funk, rock en traditioneel Frans chanson sloeg in als een bom.

In 1984 brak het duo definitief door met de monsterhit ‘Marcia Baïla’, een bitterzoete ode aan de overleden Argentijnse danseres en choreografe Marcia Moretto, bij wie Catherine dansles had gevolgd en die in 1983 op 32-jarige leeftijd aan borstkanker overleed.

De vernieuwende videoclip, met ontwerpen van Jean Paul Gaultier en Pierre et Gilles, belandde later zelfs in collecties van het Centre Pompidou en het Museum of Modern Art in New York.

Ringers elastische stemgeluid, theatrale voordracht en gedurfde outfits gaven klassiekers als ‘Andy’, ‘C’est comme ça’ en ‘Les histoires d’A’ een volstrekt eigen identiteit.

Het invloedrijke nummer ‘C’est comme ça’, afkomstig van het succesvolle album The No Comprendo uit 1986, draaide inhoudelijk om innerlijke rusteloosheid, twijfel en het onvermijdelijke, grillige verloop van het leven en de liefde, waarbij de titelzin fungeert als een nuchtere berusting in de chaos van emoties waar men geen controle over heeft.

Het duo werkte internationaal samen met onder meer producer Tony Visconti en het Amerikaanse cultduo Sparks, terwijl filmmaker Jean-Luc Godard hun opnamesessies voor The No Comprendo vastlegde in zijn speelfilm Soigne ta droite.

Op het album Système D uit 1993 schitterde ze bovendien in een duet met de Amerikaanse zanger Iggy Pop.

Toen Chichin in het najaar van 2007 plotseling overleed aan kanker, zette Ringer de concertreeks moedig voort als een eerbetoon aan haar partner.

Ook daarna bleef ze onvermoeibaar optreden en muziek maken.

In 2011 bracht ze haar eerste soloalbum Ring n’ Roll uit, gevolgd door platen zoals Chroniques et fantaisies.

Haar solowerk en podiumpresentatie bleven niet onopgemerkt: ze viel meermaals in de prijzen en werd in 2012 bekroond met een Victoire de la Musique voor beste vrouwelijke artiest.

Daarnaast speelde ze het repertoire van Les Rita Mitsouko voor nieuwe generaties en liet ze zich horen in poëtische en literaire theaterprojecten.

Catherine Ringer laat drie kinderen na, bij wie het creatieve talent nadrukkelijk voortleeft.

Dochter Simone en zoon Raoul richtten samen de band Minuit op, en Raoul stond de afgelopen jaren bovendien regelmatig als gitarist naast zijn moeder op het podium.

Dochter Ginger Romàn bouwde intussen een succesvolle loopbaan op als actrice in film en theater.

Ringer zal herinnerd worden als een ontembare pionier die conventies tartte en Franse popmuziek verrijkte met durf, kleur en grenzeloze expressie.

Gisteren nog vandaag

Precies dertig jaar geleden stond Tina Turner voor de derde en laatste avond op het podium van de Amsterdam ArenA, die tegenwoordig de Johan Cruijff ArenA heet.

Op 6, 7 en 8 september 1996 schreef ze geschiedenis als de allereerste grote internationale artiest die optrad in het destijds gloednieuwe stadion.

De concerten vormden een spectaculair onderdeel van haar groots opgezette Wildest Dreams Tour en trokken in totaal tussen de 150.000 en 155.000 dolenthousiaste bezoekers naar Amsterdam.

In Amsterdam verzorgde de destijds nog relatief onbekende Ierse singer-songwriter Brian Kennedy het voorprogramma.

Recensenten merkten destijds op dat het publiek in de gigantische ArenA nog niet echt warm liep voor zijn intieme liedjes.

Toch brak hij datzelfde jaar wereldwijd door dankzij zijn samenwerkingen met Van Morrison, waarna later ook nog zijn deelname aan het Eurovisiesongfestival volgde.

Brian Kennedy was destijds de vaste support-act voor het overgrote deel van haar Europese concerten tijdens deze Wildest Dreams Tour.

Terwijl Nederland massaal uitrukte naar de Amsterdamse voetbaltempel, pakte haar team het in België helemaal anders aan. In plaats van in een groot stadion te staan, koos men voor een ongekende concertreeks in Flanders Expo in Gent.

Tina Turner kroonde zich destijds tot de absolute koningin van onze stad en trad in 1996 maar liefst elf keer op in de Gentse hallen.

Geen enkele andere artiest had ooit zo’n lange reeks opeenvolgende stadion- of arenaconcerten in België neergezet.

In Gent werd het voorprogramma grotendeels verzorgd door de bekende Belgische R&B- en bluesformatie Blue Blot.

De immens populaire band mocht tijdens acht van haar twaalf Belgische concerten de zaal opwarmen.

Tijdens de overige vier concerten in Gent nam Brian Kennedy het voorprogramma voor zijn rekening.

Hij nam daar de datums over waarop Blue Blot niet kon spelen, waarna hij ook direct met Tina Turner meereisde naar de Amsterdam ArenA.

Ook op televisie bleef het spektakel niet onopgemerkt.

Terwijl betaalzender FilmNet op zondag 8 september het complete slotconcert rechtstreeks vanuit de ArenA in heel Europa uitzond, koos omroep Veronica voor een andere aanpak.

Zij zonden op zaterdagavond 7 september, de dag van het tweede optreden, al een speciale Wildest Dreams-documentaire rondom Tina Turner uit als ultieme opwarmer voor het concertgeweld in de hoofdstad.

De beelden van het Amsterdamse optreden vonden al snel hun weg naar een wereldwijd publiek.

Onder de titel Live in Amsterdam verscheen de registratie later op televisie, VHS en dvd, waarna het een enorm internationaal succes werd.

De release bereikte in talloze landen de gouden en platina status binnen de categorie voor muziek-dvd’s en voerde in de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk wekenlang de hitlijsten voor video-releases aan. Over de hele wereld, van Europa en Amerika tot Azië en Australië, zagen minstens 33 verschillende varianten het licht op VHS, Laserdisc, cd en later dvd.

In diverse Europese landen werd de registratie bovendien uitgebracht als een exclusieve, gelimiteerde bonus-cd bij heruitgaven van haar studioalbum Wildest Dreams.

Veronica, week 36 van 1996

35 jaar geleden, de Spaanse groep Mecano met hun nummer El 7 de septiembre

Het nummer El 7 de septiembre van de Spaanse popgroep Mecano is geschreven door Nacho Cano en gaat over zijn eigen ervaringen na een relatiebreuk.

Het lied is opgedragen aan zijn ex-vriendin, de Spaanse schrijfster Coloma Fernández Armero.

Ondanks dat hun jarenlange romantische relatie was geëindigd, hadden ze de traditie om elk jaar op de dag van hun oorspronkelijke jubileum, 7 september, samen te gaan eten in hetzelfde restaurant in Madrid genaamd La Parra.

De tekst beschrijft heel mooi en oprecht de gemengde gevoelens die bij zo’n jaarlijkse ontmoeting komen kijken.

Het gaat over de nostalgie en de weemoed naar de tijd dat ze nog een koppel waren, gemengd met het ongemak van de nieuwe situatie waarin ze zich nu bevinden.

Ze vieren een jubileum van iets dat eigenlijk niet meer bestaat.

Tegelijkertijd laat het nummer de diepe, blijvende genegenheid zien die ze voor elkaar hebben behouden.

Het illustreert perfect hoe een intense liefdesrelatie langzaam kan transformeren in een respectvolle, levenslange vriendschap.

Voor de fans van de band is dit lied extra bijzonder, omdat het fungeert als een emotioneel vervolg op een andere grote hit van Mecano, La fuerza del destino.

In dat eerdere nummer beschreef Nacho Cano namelijk het begin van hun verhaal en hoe hij en Coloma elkaar voor het eerst hadden ontmoet.

Het nummer is terug te vinden op hun zesde album ‘Aidalai’ uitgebracht in juni 1991.

De single was in Spanje goed voor de eerste plaats in de hitparade.

Voor de bijbehorende videoclip vormde de Duitse sciencefictionfilm Metropolis uit 1927 van Fritz Lang de grote inspiratiebron.

Coloma Fernández Armero, de muze achter deze nummers, werd geboren in 1962 in Gijón.

Naast haar relatie met Nacho Cano heeft ze een eigen succesvolle carrière opgebouwd.

Ze werkte aanvankelijk als creatief tekstschrijver voor verschillende reclamebureaus.

In 1994 verhuisde ze voor enkele jaren naar New York, waar ze literatuur studeerde en de kost verdiende met de verkoop van tweedehandskleding.

Vanaf het jaar 2000 begon ze haar eigen boeken te publiceren. Haar debuutboek Querida yo, uitgebracht in 2000, was een persoonlijk dagboek dat destijds werd bekroond met de Premio Contradiction.

Haar eerste roman, Mil dolores pequeños bracht ze uit in 2002 en ze schreef ook titels als Todo Flota.

Met haar dichtbundel En blanco, uitgebracht in 2021, won ze de XII Premio de Poesía Ciudad de Torrevieja.

Naast haar boeken schreef zij in Spanje ook mee aan filmscenario’s, zoals voor de komedie Nada en la nevera (1998), die werd geregisseerd door haar broer, de bekende filmregisseur en scenarioschrijver Álvaro Fernández Armero.

Tot slot is ze naast haar werk als schrijfster en scenariste ook steeds actief gebleven in de reclamewereld en de promotie van muziek.

Vandaag acht jaar geleden namen we afscheid van Aretha Franklin: het meeslepende levensverhaal van de ‘Queen of Soul’

Aretha Franklin zag op 25 maart 1942 het levenslicht in Memphis als dochter van een baptistenpredikant.

Ze groeide op in Detroit, waar haar muzikale talent al op zeer jonge leeftijd tot bloei kwam in het kerkkoor van haar vaders New Bethel Baptist Church.

Haar jeugd werd echter gekenmerkt door een snelle opeenvolging van ingrijpende gebeurtenissen.

Op veertienjarige leeftijd werd ze al voor het eerst moeder van een zoon, Clarence, vernoemd naar zijn vader.

Slechts een jaar later schonk ze het leven aan haar tweede zoon, Edward, van een andere vader.

Omdat Franklin haar zangcarrière verder moest uitbouwen, nam haar grootmoeder de dagelijkse zorg voor de twee jongens op zich.

Met de volle steun van haar vader verhuisde ze in 1960 naar New York.

Een demoband belandde op het bureau van John Hammond, de vermaarde ontdekker van Billie Holiday, die haar meteen een platencontract bezorgde bij Columbia Records.

Nog datzelfde jaar verscheen haar debuutsingle ‘Today I Sing the Blues’, een jaar later gevolgd door het album ‘Aretha’.

In de vroege jaren zestig boekte ze bescheiden successen met nummers zoals ‘Rock-a-bye Your Baby with a Dixie Melody’ en ‘Operation Heartbreak’.

Hoewel de grote hitstream toen nog uitbleef, doopte een radiodj in Chicago haar in die periode al om tot ‘The New Queen of Soul’.

Op persoonlijk vlak koos ze in 1961 voor een huwelijk met Ted White, wat tegen de wil van haar vader in ging.

White nam de rol van manager over van haar vader, en in 1964 verwelkomden ze hun zoon Ted Junior.

Achter de schermen ging het er stormachtig aan toe; volgens intimi werd Franklin door haar echtgenoot fysiek mishandeld.

In 1966 dwong White haar om Columbia Records te verlaten en te tekenen bij Atlantic Records.

Deze overstap luidde haar definitieve doorbraak in.

In april 1967 bracht ze bij haar nieuwe label de single ‘Respect’ uit, een bewerking van een nummer van Otis Redding.

Het album groeide niet alleen uit tot een gigantische hit, maar ook tot het officieuze volkslied van de Civil Rights Movement.

Franklin werd de stem van zwart Amerika genoemd.

Hoewel ze zelden meeliep in protestmarsen, gebruikte ze haar bekendheid om grote menigten te trekken, geholpen door de hechte vriendschap tussen haar vader en Martin Luther King.

In 1968 verzilverde ze twee Grammy Awards voor ‘Respect’ en veroverde ze de hitlijsten met de feministische klassieker ‘Think’.

Ze schreef geschiedenis door als tweede zwarte beroemdheid ooit, na Martin Luther King, de cover van Time Magazine te sieren.

Privé bleef het echter roerig.

Haar huwelijk met Ted White liep definitief op de klippen, wat eind 1968 leidde tot een scheiding.

Daarna kreeg ze een knipperlichtrelatie met haar roadmanager Ken Cunningham.

Uit deze relatie werd hun zoon Kecalf geboren, een naam gevormd door de initialen van beide ouders.

Vanaf 1976 raakte haar carrière tijdelijk in een slop.

Voor het eerst in acht jaar greep ze naast de Grammy’s, haar verkoopcijfers bij Atlantic Records zakten in en het album ‘Sweet Passion’ werd een commerciële en artistieke tegenvaller.

Na twaalf jaar beëindigde ze haar samenwerking met Atlantic en stapte ze over naar Arista Records.

Haar grote terugkeer kwam er in 1980 dankzij een geslaagde cover van ‘What a Fool Believes’ van The Doobie Brothers, kort daarna gevolgd door een iconische rol in de filmklassieker ‘The Blues Brothers’.

Toch werd ze opnieuw geconfronteerd met tegenslagen.

Het overlijden van haar vader en een traumatisch vliegtuigongeval, dat resulteerde in een hardnekkige vliegangst en agorafobie, (mensen met agorafobie ervaren intense angst of paniek in situaties buiten hun vertrouwde thuisomgeving), dwongen haar om zich tijdelijk uit het openbare leven terug te trekken.

In 1985 maakte ze een sterke comeback met de plaat ‘Who’s Zoomin’ Who?.

Op dat succesvolle album blonk ook haar krachtige samenwerking met Eurythmics uit.

Het feministische duet ‘Sisters Doin’ It for Themselves’, opgenomen met Annie Lennox, groeide uit tot een wereldwijde pop- en R&B-hit die de kracht van beide zangeressen perfect bundelde.

Ook op persoonlijk vlak kreeg ze terug zware klappen te verwerken: haar tweede huwelijk met acteur Glynn Turman strandde officieel in 1984, na een scheiding van tafel en bed in 1982.

Daarnaast verloor ze haar naaste familieleden aan de gevolgen van kanker; haar jongere zus Carolyn overleed in 1988 op 43-jarige leeftijd aan borstkanker, haar broer Cecil, die tevens haar manager was, overleed in 1989 op 49-jarige leeftijd, en haar oudere zus Erma overleed in 2002 op 64-jarige leeftijd aan keelkanker.

Een van de meest opvallende hoogtepunten uit deze periode was haar samenwerking met George Michael.

In januari 1987 brachten ze het ijzersterke duet ‘I Knew You Were Waiting (For Me)’ uit.

Voor George Michael, die net de groep Wham! had verlaten, was het een droom die uitkwam om met zijn idool te zingen.

Het nummer werd een wereldwijd succes en veroverde de eerste plaats in zowel de Amerikaanse Billboard Hot 100 als de Britse hitlijsten.

Het leverde Franklin haar allereerste Britse nummer 1-hit op en de twee mochten er in 1988 zelfs een Grammy Award voor Best R&B Performance by a Duo or Group mee in ontvangst nemen.

Ondanks alle persoonlijke beproevingen bleef de erkenning voor haar muzikale oeuvre gigantisch.

Naast een indrukwekkende reeks Grammy Awards voor beste r&b-zangeres, werd ze geëerd met een Grammy Legend Award (1991) en een Lifetime Achievement Award (1994).

In 1997 schreef ze geschiedenis als de eerste vrouw die werd opgenomen in de Rock and Roll Hall of Fame.

Twee jaar later ontving ze de National Medal of Arts, de hoogste artistieke onderscheiding in de Verenigde Staten.

Een absoluut hoogtepunt in haar latere carrière was haar optreden tijdens de inauguratie van president Barack Obama in 2009.

Eind 2010 werd bekend dat er alvleesklierkanker bij haar was vastgesteld.

Na langdurige speculaties in de media liet de zangeres weten dat ze de ziekte had overwonnen en zich weer volledig op haar muziek wilde richten.

Dat onderstreepte ze met het album ‘A Woman Falling Out of Love’ in 2011.

In 2014 volgde ‘Aretha Franklin Sings the Great Diva Classics’, waarop haar krachtige versie van Adeles ‘Rolling in the Deep’ hoge ogen gooide.

In 2017 kondigde ze haar pensioen aan, niet lang na het uitbrengen van het album ‘A Brand New Me’ met The Royal Philharmonic Orchestra.

Een geplande reeks afscheidsconcerten moest ze helaas grotendeels afzeggen vanwege haar broze gezondheid.

Want de kanker stak opnieuw de kop op.

Na een periode waarin ze thuis door haar naasten werd verzorgd, overleed Aretha Franklin op 16 augustus 2018 op 76-jarige leeftijd in haar woning in Detroit, omringd door haar familie en vrienden.

Met haar overlijden kwam er een einde aan het leven van een van de allergrootste en meest invloedrijke stemmen uit de muziekgeschiedenis.

Naast haar indrukwekkende levensloop zijn er heel wat bijzondere weetjes die de unieke persoonlijkheid van de Queen of Soul illustreren.

Zo stond Franklin bekend als een buitengewoon begenadigd pianiste, een talent dat ze zichzelf grotendeels op het gehoor aanleerde zonder formeel noten te leren lezen.

Haar iconische status werd na haar overlijden nogmaals bevestigd toen het prestigieuze tijdschrift Rolling Stone haar uitriep tot de allerbeste zangeres aller tijden.

Ook haar extreme vliegangst zorgde voor opmerkelijke situaties; vanaf de jaren tachtig weigerde ze absoluut om nog in een vliegtuig te stappen, waardoor ze al haar tournees aflegde in een speciaal aangepaste, luxueuze touringcar en optredens buiten Noord-Amerika zo goed als uitgesloten waren.

Haar legendarische optreden op de begrafenis van Martin Luther King in 1968 onderstreepte haar diepe verbondenheid met de burgerrechtenbeweging, terwijl haar muzikale veelzijdigheid op briljante wijze bleek toen ze tijdens de Grammy Awards van 1998 op het allerlaatste moment inviel voor de zieke Luciano Pavarotti en moeiteloos het klassieke operastuk ‘Nessun Dorma’ ten gehore bracht.

Tot slot bezat ze een heel eigenzinnige gewoonte tijdens concerten: vanwege slechte ervaringen in haar beginjaren eiste ze steevast dat ze voor elk optreden contant werd uitbetaald, waarna ze haar goedgevulde handtas gedurende het hele concert op of naast de vleugel liet staan

Madonna mag vandaag 68 kaarsjes uitblazen.

Het idee voor deze foto is afkomstig van een bekende foto van Jayne Mansfield.

Buiten zangeres, actrice en zakenvrouw schreef Madonna 20 jaar geleden geschiedenis door haar eerste kinderboek ‘De Engelse rozen’ uit te brengen.

Twee jaar later, in 2005, bracht ze al haar vijfde boek ‘Lotsa De Casha (Heel Veel Geld)’ uit.

De Portugese kunstenaar Rui Paes illustreerde het boek.

In Lotsa De Casha vertelt Madonna het verhaal van de rijkste man ter wereld.

Die raakt alles kwijt, maar hij krijgt er een echte vriend voor terug.

Lotsa De Casha is bedoeld voor kinderen van 6 jaar en ouder.

Het boek benadrukt de eeuwenoude moraal dat geld niet gelukkig maakt.

Ilene Cooper, de recensente van The American Library Association, vindt dat Madonna dezelfde fout maakt als andere sterren die aan het schrijven zijn geslagen.

‘Zij denken dat zij kunnen schrijven, maar wat zij doen is vreselijk, echt vreselijk‘.

Ondanks deze kritiek gaan Madonna’s boeken als warme broodjes over de toonbank.

Haar uitgever laat weten dat meer dan twee miljoen exemplaren van de reeks zijn verkocht.

De boeken zijn in veertig talen vertaald en in meer dan honderd landen te koop.