




Foto's, en reportages en voor 95 % niet terug te vinden op Google uit ons ver verleden, over Gent, Vlaanderen, film, muziek, sport, politiek en zoveel meer uit tijdschriften en kranten en jaarboeken. Vanaf de jaren 1900 tot en met gisteren. Meer foto's en artikelen terug te vinden op onze Fb groep Gisteren nog vandaag en de Fb groep Weetjes over popmuziek





Ondanks de kritische geluiden die zowel bij traditionele(re) muzikanten als bij de pers te horen waren over het controversiële karakter van freejazz, werd het genre toen druk beoefend in het Gentse.
Locaties waar het onder meer een dankbaar publiek vond, waren café Trefpunt, kleinkunsttheater Op Zolder en de Hotsy Totsy Club.
Ook in de auditoria van de universiteit en in studentenrestaurant De Brug werden vaak freejazzconcerten georganiseerd op initiatief van de Universitaire Jazzclub. (Patrick De Groote)
Zijn toespraak werd door de Franstalige staf van de universiteit ernstig verstoord.
Halverwege zijn toespraak ging geleidelijk het elektrisch licht uit, volgens Elaut door sabotage vanuit de stadscentrale, zodat men zich een half uur lang met kaarslicht moest behelpen.
De voorgaande rector had uit protest tegen de gedeeltelijke vernederlandsing van de universiteit ontslag genomen, en als oudste hoogleraar van de medische faculteit was Heymans rector geworden.
In augustus 1924, op het 23e Vlaams Natuur- en Geneeskundig Congres te Aalst, verklaarde hij in een toespraak dat de toenmalige door minister Nolf tot stand gebrachte tweetaligheid van de Gentse universiteit (bekend als de “Nolfbarak”) “schoenlapperswerk” was.
En meteen na het einde van zijn rectoraat uitte hij op 7 november van dat jaar in een interview met De Standaard de vaste overtuiging dat het hogeschoolprobleem enkel door een algehele vervlaamsing van deze universiteit kon worden opgelost; ook verklaarde hij daarbij dat hij pas tijdens zijn rectoraat echt Vlaamsgezind was geworden omdat hij toen had kunnen vaststellen hoezeer alles wat Vlaams was werd tegengewerkt.
Jan Frans Heymans was een zoon van bescheiden landbouwers uit het Pajottenland, die nog in een lemen huisje woonden.
Door de opmerkzaamheid van een plaatselijke onderwijzer en tussenkomst van de pastoor kon hij met een studiebeurs verder studeren.
Heymans deed zijn humaniora aan het kleinseminarie in Hoogstraten en ging nadien geneeskunde studeren aan de Katholieke Universiteit Leuven te Leuven.
Heymans was in 1885 ook de medeoprichter van de Brabantse Gilde, de koepel van regionale katholieke studentenclubs uit Vlaams-Brabant in Leuven.
Dankzij beurzen en de morele steun van professor Carnoy trok Heymans eerst naar Parijs om verder te studeren, nadien naar Berlijn, daar werd hij vier jaar assistent van professor Raymond Dubois.
Jan Frans Heymans werd in 1892 te Gent de pas opgerichte leerstoel in de farmacodynamiek aangeboden, een onderdeel van de farmacologie of de kennis der geneesmiddelen, anders gezegd het experimenteel onderzoek naar geneesmiddelen.
Het opsporen van de werkingswijze van een geneesmiddel, gewoonlijk eerst bij de dieren, en ook de therapeutische werking van het geneesmiddel, dus de genezende kracht die het bezit.
Het is dus een onderzoek dat direct bij de fysiologie aansluit.
Het instituut werd later naar hem genoemd en werd nadien geleid door zijn zoon Corneel Heymans.
Voor dit werk behaalde zijn zoon in 1938 de Nobelprijs voor de Fysiologie of Geneeskunde met als officiële vermelding: “Voor het aantonen hoe de bloeddruk en het zuurstofgehalte van het bloed door het lichaam worden gemeten en hoe dit wordt overgedragen naar de hersenen”.
Ondertussen was vader Jan Frans Heymans overleden, maar iedere wetenschapper is ervan overtuigd dat hij mede aan de basis lag van het succes van zijn zoon.
De Prijs Jan-Frans Heymans is een vijfjaarlijkse prijs die sinds 1942 toegekend wordt aan een doctor in de geneeskunde, voor een oorspronkelijke verhandeling, in het Nederlands, Engels of het Frans, die moet handelen over experimentele of klinische farmacologische wetenschappen.
De prijs bedraagt tegenwoordig 2.500 euro.

Ze was een naaister en zangeres en een van de 27 Belgen aan boord van het schip Titanic dat op 15 april 1912 zonk. Ze was gehuwd met Leopold Weisz.
Het was de Belgische journalist Dirk Musschoot die haar echte naam ontdekte gezien ze oorspronkelijk op de passagierslijst genoteerd was als Mathilde Weisz.
Mathilde Pede was uit Gent afkomstig, meer bepaald uit het intussen verdwenen De Vreese Werkmanskwartier bij de Sint-Pietersabdij.
Ze was een tijdlang meid in het toenmalige Grand Palais Valentino dicht bij het toenmalige station Gent-Zuid.
Toen ze 21 was ging ze studeren aan de Bromsgrove Guild of Applied Art in Engeland waar ze Leopold Weisz ontmoette, een Hongaars-Joodse beeldhouwer die in Montreal werkte.
Het Bromsgrove Guild of Applied Art was een vereniging van moderne kunstenaars, actief van 1898 tot 1966 en de leden maakten kunstwerken voor onder meer de Lusitania.
Mathilde Pede woonde een tijdlang in Bromsgrove, een plaats in het district Bromsgrove, op 21 km van Birmingham.
Ze huwden en hij haalde haar later op in Engeland.
Ze besloten naar Canada te emigreren, zeer tegen de zin van haar ouders. Oorspronkelijk zouden ze op een ander schip in eerste klasse de oceaan oversteken, maar door een kolenstaking boekten ze een ticket op de Titanic (nummer 228414, £ 26).
Op de avond van de tragedie zong Mathilde Pede een hymne in de eetzaal van de tweedeklassepassagiers. Dhr. Pain en Douglas Norman begeleidden haar terwijl ze The Last Rose of Summer zong.
Leopold Weisz verdronk en zij overleefde de ramp, samen met zes andere Belgen. Ze ontscheepte van de Carpathia op 18 april 1912 in New York.
De autoriteiten besloten Mathilde Weisz terug naar België te deporteren gezien men haar beschouwde als onvermogend.
Toen het lijk van haar man werd geborgen met goud ter waarde van 15.000 dollar in zijn kledij veranderde haar situatie en ze bleef in Montreal. In 1914 huwde ze de zakenpartner van haar overleden man.
Na de Eerste Wereldoorlog kreeg ze van koning Albert de medaille van koningin Elisabeth opgespeld omdat ze $ 57.000 aan steun had verzameld voor Belgische liefdadigheidswerken.
Mathilde Pede bracht de rest van haar leven in Canada door.
Ze werd begraven op het kerkhof Notre-Dame des Neiges te Montreal. In Gentbrugge werd een straat naar haar genoemd.

Gisteren nog vandaag











Als medeoprichter en toen als deken van de dekenij nog altijd trots dat we dit project als dekenij hebben kunnen realiseren.
Ook nog altijd dankbaar dat we toen de steun kregen van Mathias De Clercq en Daniël Termont en verschillende medewerkers van verschillende stadsdiensten.

Gisteren nog vandaag


Gisteren nog vandaag

Gisteren nog vandaag

Gisteren nog vandaag

Gisteren nog vandaag
Theater-, revue- en filmacteur, zanger, conférancier, regisseur, auteur Freddy Claeys werd vooral bekend als het personage Dreupelmans bij de ‘Vaste Bende’ van ‘t Spelleke van Drei Kluite.
Maar voor mij is hij ook mijn boekhouder.
Hij begon, o.m. samen met Luk De Bruyker, Annemie Quintelier, Marc Van Poucke, Roger De Knijf… te acteren en te zingen in de studentenrevues van het Provinciaal Handels- en Taalinstituut, bij de Gentenaars beter bekend als ‘den Ingliesjkluup’.
Hij stichtte in 1974 het amateurgezelschap Klokke Roeland, sinds 1982 herdoopt als toneelgezelschap Klokke waar hij diverse (hoofd)rollen speelde en regisseerde.
Hij stelde Gentse liedjesprogramma’s samen en bracht ze met o.a. Jan Gorleer en Hubert Van Rietvelde.
In 2005 was hij producer van het mobiele (op de Gentse binnenwaterwegen varende) café-chantantprogramma van Freek Neirynck “Batoosjantan” en van de gelijknamige CD (2005) met zestien liedjes van Gentse auteurs en componisten opgenomen door het ad hoc gezelschap De Koenfreerie van de Gensche Kuipmeziek.
Hij was ook acteur in diverse producties van Goe Weere an de Zuid, Vogt en was samen met acteur Kurt Defrancq co-organisator van de Nacht van de Vuile Lollen (eerst in het Geuzenhuis, vanaf 2012 in Scala).
Hij regisseerde in 2009 de West-Vlaams-Gentse theatershow “Ze kwamen uit het Westen” van Defrancq in de Minardschouwburg.
In Theater Scala aan de Dendermondse Steenweg regisseerde hij ook enkele toneelstukken waarin het Gentse dialect door bepaalde volkse personages gesproken werd.
Hij was van 2007 voorzitter van het Europees Figurentheatercentrum, eerst in de Trommelstraat en van 2014 af in Het Groot Begijnhof in Sint-Amandsberg (Freek Neirynck)

Gisteren nog vandaag

Gisteren nog vandaag
Foto: Links marraine naast Leo Martin en in het midden mijn grootvader.
Mijn grootvader was toen al erg ziek.
Vandaag, 20 jaar geleden, trok een Love Parade door de straten van Gent, naar het voorbeeld van soortgelijke evenementen in Berlijn en Parijs.

De eerste City Parade, die op 21 juni door Gent trok, was een gigantisch succes.

Met een opkomst van minimum 150.000 mensen, de zon en een vrolijke sfeer werd de technokaravaan een leuke en rustige editie.


Gisteren nog vandaag

Gisteren nog vandaag

Gisteren nog vandaag

Gisteren nog vandaag

Gisteren nog vandaag

Gisteren nog vandaag

Gisteren nog vandaag

Gisteren nog vandaag
Het Gentse nachtcafé Hotsy Totsy bestaat een halve eeuw.
Met zijn interieur geïnspireerd op de roaring twenties werd het een pleisterplek voor een kleurrijk en gemengd publiek, van kunstenaars en wetenschappers tot vrijdenkende drinkebroers, die zich thuis voelden in die warme cocon.
Aan het roer stonden Motte en Guido Claus, een vorstelijk duo dat het woelige schip elke keer weer door de nacht laveerde, met landelijke renommee en echo’s tot in de Amsterdamse grachtengordel toe.
Daar zal de aanwezigheid van Guido’s broer, Hugo Claus, zeker een rol in gespeeld hebben.
In dit boek vertellen we de geschiedenis van het café en graven 35 notoire Hotsy Totsygangers in hun herinneringen.
Onder meer Jessie De Caluwe, Kurt Van Eeghem, Herman Brusselmans, Josse De Pauw, Pjeroo Roobjee, Frank Liefooghe, Herman Balthazar, Guido Lauwaert, Vera Vermeersch, Zaki, Mugo en Jean Paul van Bendegem getuigen.
Zij brengen een ode aan het café dat een rol in hun leven speelde, maar ook aan Motte, die nu 78 is.
De eigenaars zijn nu veranderd, het interieur hetzelfde gebleven. Hoe dan ook is een halve eeuw Hotsy Totsy een reden om te vieren, en een zegen voor het mensdom.
Karel Van Keymeulen is een vermaard jazzjournalist, die het Gentse horeca-erfgoed als zijn binnenzak kent, en schreef een inleiding bij het boek. Kurt Defrancq staat bekend als acteur en theatermaker. Samen stelden ze het boek samen.
