Foto's, en reportages en voor 95 % niet terug te vinden op Google uit ons ver verleden, over Gent, Vlaanderen, film, muziek, sport, politiek en zoveel meer uit tijdschriften en kranten en jaarboeken. Vanaf de jaren 1900 tot en met gisteren. Meer foto's en artikelen terug te vinden op onze Fb groep Gisteren nog vandaag en de Fb groep Weetjes over popmuziek
De gigantische vuurzee in de kartonnen fabriek eiste zeven doden.
In 1960 werd de fabriek gebouwd in de New Orleansstraat.
De architect van dienst was Hugo Van Kuyck.
Het werd een functioneel gebouw in strakke architectuur en voorzien van dakvleugels.
Het bestond uit een productie gedeelte en een ruimte voor kantoren.
Op het ogenblik van de brand werkte er 600 mensen.
Toen de fabriek in 1970 uitbrandde, werd Van Kuyck opnieuw ingeschakeld bij de herbouw.
Na de brand, en uit angst dat het vuur terug zou aanwakkeren, bleef de brandweer en het Rode Kruis nog twee dagen op het terrein. (foto 3 brandweer lezen in de krant over hun actie tijdens de brand)
In 1983 gingen de fabrieken in Gent en Buggenhout verder onder de naam: Bowater Containers, waarna er overnamen volgden in 1987, door Eurobox en Schoellershammer en in 1988 door Eurolim.
In 1989 werd Bowater overgenomen door de SCA Groep en ging SCA Packaging heten.
Deze groep, die meerdere vestigingen in België bezit, bestaat nog steeds.
In 2012 werd SCA Packaging overgenomen door DS Smith Packaging. (Foto’s De Post van 26 april 1970)
Vandaag 50 jaar geleden, brand in de fabriek Bowater-Philips in Gent.Vandaag 50 jaar geleden, brand in de fabriek Bowater-Philips in Gent. Vandaag 50 jaar geleden, brand in de fabriek Bowater-Philips in Gent.Vandaag 50 jaar geleden, brand in de fabriek Bowater-Philips in Gent.
Het waren toen topdagen voor de Hotsy Totsy, bijna elke avond kwam Jan Hoet met één of andere kunstenaar.
Tot ver over onze grenzen werd over zijn expositie gesproken.
Niet minder dan 250.000 bezoekers zakten af naar Gent voor Over the Edges
De openluchttentoonstelling in 2000 die een beetje de voorganger van Track is – ging de geschiedenis in als de expositie van de hamzuilen van Jan Fabre.
Fabre had de acht Corinthische zuilen van de universiteitsaula in de Voldersstraat met 600 kilogram gerookte ham bekleed. Het waren net gevilde benen.
Het werk lokte meteen protest uit en was voorpaginanieuws.
Terwijl mensen honger lijden, wordt hier met eten gemorst of Geen kunst maar wansmaak, was de teneur van het protest.
Jan Hoet verdedigde de vrije meningsuiting van de kunstenaar: de ham was een metafoor voor de vergankelijkheid van het vlees.
Met het werk wilde Jan Fabre de relatie tussen vlees en skelet aftasten, luidde het verder.
Zowat iedereen mengde zich in de discussie: van de slager tot de juwelier.
Ook BV’s en de Gentse gemeenteraad gooiden zich in het debat.
De zuilen met hun kleed van Ganda-ham waren een maand lang het gespreksonderwerp in de Arteveldestad.
Er werden zelfs speciale bewakers ingezet om de zuilen en hun vlezige jasjes te beschermen tegen vandalen. Uiteindelijk kregen bacteriën en bederf de ham klein.
In de hele stad waren opmerkelijke werken te zien, zoals Transparity, een opmerkelijk glas-in-loodraam dat Wim Delvoye in de Norbertijnenkapel had gemaakt.
Op het Sint-Michielsplein stond een naakte reus. Het ging om een cycloop, een reus met één oog, in het midden van het voorhoofd.
Een werk van de Italiaan Marco Boggio Sella.
Op de Korenlei kletterde om de drie minuten een bord op de grond. In een kamer op de eerste verdieping werd ruzie gemaakt door een koppel.
Niet minder dan 10.000 borden sneuvelden. ‘Een huishoudtafereel op de hoek van de straat’, noemt de Franse kunstenaar Patrick Lebert zijn werk. (Diverse bronnen, Wikipedia en het Nieuwsblad)
Vandaag ook al 20 jaar geleden, opening van de kunstmanifestatie Over The Edge in Gent.Vandaag ook al 20 jaar geleden, opening van de kunstmanifestatie Over The Edge in Gent.Vandaag ook al 20 jaar geleden, opening van de kunstmanifestatie Over The Edge in Gent.Vandaag ook al 20 jaar geleden, opening van de kunstmanifestatie Over The Edge in Gent.
Kunstschilder Jef Wauters werd op 26 februari 1927 geboren in Mariakerke (Gent) als zoon van een Gents schoenenfabrikant, werd mettertijd één van de bekendste en meest gegeerde hedendaagse Latemse schilders in het buitenland.
In 1950 werd Wauters laureaat van de Grote Prijs voor Monumentale Schilderkunst.
Deze onderscheiding bracht hem in de gerenommeerde Gentse Galerij Vyncke-Van Eyck, tot de tachtiger jaren de trendsetter van de Oost-Vlaamse kunstwereld.
Na zijn opleiding aan Sint-Lucas en later in de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten in Gent gaf hij jarenlang zelf les aan Sint-Lucas.
Wauters had jarenlang een fascinatie voor Venetië en maakte heel wat schilderijen, tekeningen en collages met het Venetiaanse carnaval als onderwerp.
Elk jaar ging hij er drie weken herbronnen tijdens het carnaval.
Na zijn opleiding aan Sint-Lucas en later in de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten in Gent gaf hij jarenlang zelf les aan Sint-Lucas.
Wauters had jarenlang een fascinatie voor Venetië en maakte heel wat schilderijen, tekeningen en collages met het Venetiaanse carnaval als onderwerp.
Elk jaar ging hij er drie weken herbronnen tijdens het carnaval.
Naast carnaval zorgden ook bloemen, jazz, justitie en de kerk voor inspiratie.
Hij woonde achtereenvolgens in Gent, Rome, Parijs en Deurle voordat hij in Roeselare terecht kwam.
Na een longontsteking bleef hij met zijn gezondheid sukkelen.
Hij overleed in Roeselare op 19 februari 2013.
Op 23 februari nam Sint-Martens-Latem in de St-Aldegondiskerk afscheid van deze minzame, wat teruggetrokken kunstenaar. (Diverse bronnen, Wikipedia en foto De Post van 20 maart 1960)
60 jaar geleden, te gast bij de Gentse kunstschilder Jef Wauters Foto De Post van 20 maart 1960
30 jaar geleden, na drie veroordelingen, terug een nieuw gerechtelijke onderzoek voor de Gentse professor toxicologie Aubin Heyndrickx. De Post van 9 maart 1990
In 1960 verhuisden de kantoren en opslagplaatsen voor de stoffen naar een nieuw pand, zeer gunstig gelegen aan de uitrit Gent-centrum van de snelweg.
Op de tussenverdieping bevond zich het restaurant en op de bovenverdieping het appartement van baron Braun, inclusief salon en eetkamer teneinde er hoge gasten te kunnen ontvangen.
Op december 1967 ging de Union Cotonnière een fusie aan met Louisiane-Texas (Loutex) en met de Etablissements Textiles Fernand Hanus.
Voortaan waren de 3 ondernemingen verenigd onder het letterwoord UCO.Aangezien de Etablissements Textiles Fernand Hanus de belangrijkste aandeelhouder was van de Union Cotonnière, werd René Hanet voorzitter van het directiecomité.
De Generale Maatschappij nam als tweede aandeelhouder het voorzitterschap waar van de Raad van Bestuur. Het directiecomité telde 10 leden en bestond uit 4 algemene directiediensten.
1. Een algemene directie Administratie onder de leiding van baron Gaston Braun, ondervoorzitter van de Raad van Bestuur en tevens voorzitter van een groot aantal textielondernemingen (Filtisaf, Bertel en TAE). Hij werd bijgestaan door zijn zoon Michel en door de oudste zoon van René Hanet, Fernand. Voor de veredelingsafdeling van TAE werd hij bijgestaan door Jacques Hanet.
2. Een algemene directie Spinnerij onder de leiding van Jacques Voortman, ondervoorzitter van de Raad van Bestuur en verantwoordelijke voor de spinnerijen. Zijn schoonzoon Etienne van den Boogaerde bood hem ondersteuning voor het commerciële aspect; Paul en Philippe Hebbelynck deden dit voor het technische aspect.
3. Een algemene directie Weverij onder de leiding van René Hanet, ondervoorzitter van de Raad van Bestuur en verantwoordelijke voor de weverijen. Zijn tweede zoon Paul stond hem bij in de commerciële dienst en zijn jongste zoon Jacques in de technische dienst, de veredeling en de kostprijsberekening.
4. Een algemene directie Technische Diensten onder de verantwoordelijkheid van Paul Hebbelynck. Hij beheerde het technische aspect en de kostprijzen. Inzake spinnerij werd hij ondersteund door zijn zoon Philippe, inzake weverij door Jacques Hanet.Doordat Jacques Hanet het enige lid was van het directiecomité dat deel uitmaakte van 3 algemene directies, werden de veredelingsafdelingen van TAE ondergebracht in de weverijen.
Zo werden deze 3 directies op papier herleid tot 2 directies op het terrein (spinnerij en weverij).In december 1967 beschikte de algemene directie Spinnerij over 13 spinfabrieken en de algemene directie Weverij over 11 weeffabrieken, 4 draadververijen, een grote veredelingsfabriek voor stoffen in Laarne, een breigoedfabriek, een confectieatelier voor hemden en 2 voor bedlinnen. Het aandelenkapitaal bedroeg 1.618.860.000 Belgische frank en 3 miljard Belgische frank aan eigen reservefondsen en afschrijvingsfondsen. In totaal werden er bijna 7000 mensen tewerkgesteld.
Na de fusie maakten alle Gentse katoenspinnerijen deel uit van de UCO, met uitzondering van de Filature d’Orléans (opgekocht in 1970) en de kleine spinnerij De Porre.
Hetzelfde gold voor de weverijen, met daar als uitzondering de firma nv Dierman die overgenomen werd door de Amerikaanse textielmaatschappij Milliken, nv. De Porre en nv. Van Acker.
Deze twee laatste staakten hun activiteiten in 1980.Het zou het begin zijn van het einde. In 1989 werd UCO opgesplitst in enkele min of meer zelfstandig opererende divisies. In hetzelfde jaar werden de afdelingen, voor onderzoek, opleiding, ontwikkeling en hoogtechnologisch textiel gesloten.
In 2006 vond een fusie plaats tussen UCO en het bedrijf Raymond Ltd., waaruit Uco Raymond Denim Holding voortkwam.
In 2008 sloot de denimfabricage te Gent. Daardoor verloren 393 mensen hun werk.
In 2009 sloot Cotonnière E.J. Braun, de modernste fabriek. Op die manier verdween UCO, en daarmee bijna de gehele katoenindustrie, uit Gent.(Diverse bronnen en Jacques Hanet)
Armand Pien studeerde af als licentiaat wiskunde met specialisatie sterrenkunde aan de Universiteit Gent.
Na de BBC was de Vlaamse televisie de eerste in Europa met een uitgebreid weerbericht op tv.
Toen de televisie startte, zocht men naar een weerman. Omdat hij de enige Nederlandstalige was in het Meteorologisch Instituut in Ukkel, was zijn aanstelling overduidelijk.
Behalve kijkers uit Vlaanderen, kreeg Pien ook steeds meer kijkers in Nederland. Na de invoering van de kabeltelevisie reikte zijn populariteit tot ver boven de grote rivieren. Pien bezat de gave om in eenvoudige bewoording complexe atmosferische verschijnselen over te brengen bij een breed publiek.
In zijn weerbericht besteedde hij altijd veel aandacht aan de straalstroom, die op geen enkele weerkaart ontbrak en onmisbaar was bij het voorspellen van het weer.
Pien was een geliefd persoon door zijn humorvolle presentatie en zijn guitige uitstraling.
Het weerbericht werd uitgezonden na het BRT-nieuws. Opvallend bij het weerbericht was dat er geen vastgestelde tijdsduur voor stond.
Afhankelijk van het weerbericht van Pien, kon de programmering meerdere minuten opschuiven. Een kwinkslag was nooit ver weg en als ergens geen weerspreuk voor bestond, vond hij er wel een uit: Een herfst zonder stormen is als een vrouw zonder vormen of nog een opmerkelijke uitspraak: mijn weerberichten kloppen altijd alleen het weer houdt er zich niet aan.
Zijn bekendste visuele grappen bestonden erin – uit schaamte voor het zoveelste totaal falen van de KMI-voorspelling – het weerbericht te presenteren met een roodgekleurd gezicht of zelfs zonder hoofd.
Zijn interesse in de natuur in het algemeen was groot en hij kon het nauwelijks laten overmaatse of vreemd gevormde groenten en fruit naar de studio te brengen.
Pien keerde zich tegen pseudowetenschap. Astrologie en ufo’s werden door hem bekritiseerd. In 1968 hield hij als aanklager op tv een debat met een astroloog.
Ook weigerde hij vanaf een zeker moment duivenberichten in zijn weerprogramma op te nemen, nadat hij kennis had genomen van de manier van transporteren van deze dieren naar hun losplaats.
Behalve op de BRT, waar hij zo’n 5000 weerpraatjes verzorgde, was hij ook wekelijks te beluisteren op de radio, waar hij 3000 keer te horen was.
In het programma van Lutgart Simoens op de vrijdagochtend op BRT-2 radio, wist hij de luisteraars tot soms wel een half uur telefonisch te vermaken met zijn weerpraatje.
Hij gaf dan ook antwoord op gestelde vragen, die in ruime zin betrekking hadden op het weer. Wanneer een uitzending op locatie plaatsvond was Pien meestal ook aanwezig. Het aantal belangstellenden was groot. Pien deelde na de uitzending weerkaarten uit en strooide royaal met zijn handtekening.
Hij overleed op 83-jarige leeftijd aan een hartinfarct. (diverse bronnen, Wikipedia en foto uit Zomer 1978 van Sten Kenis en uitgegeven door de Hotsy Totsy)
Romain De Coninck was een acteur, zanger, regisseur en vooral een komiek.
Hij was één van sleutelfiguren van het Gents volkstheater.
Met zijn toneelstukken liet hij zijn eigen Minardschouwburg in Gent vol lopen.
Zijn repertoire bestond voornamelijk uit volkse komedies.
Toegankelijk en met eenvoudige humor. Deconinck richtte zich op een zo breed mogelijk publiek.Bij Radio 2 Oost-Vlaanderen presenteerde hij, in de jaren 70 en 80, elke week de rubriek De Peperbus.
Hij vertelde daarin korte moppen in het Gentse dialect. De hoofdpersonages in de grappen waren voor de fictieve nonkel Miele en tante Nitte.
Het grote publiek kende hem als commissaris Kolder in de televisiereeks De Kolderbrigade uit 1980. In elke aflevering van deze komische televisieserie moest hij een moord oplossen en kreeg daarbij de hulp van zijn assistenten Gaston en Leo.
In de jaren 60 speelde Romain De Coninck de hoofdrol Titten in de populaire televisiereeks De Filosoof van Haeghem
.In 1967 kreeg Romain De Coninck het ereteken ‘Ridder in de Kroonorde’Romain De Coninck heeft na zijn dood een standbeeld gekregen vóór zijn Minardschouwburg.
Aan de gevel van het theater hangt een gedenkplaat. (Diverse bronnen, Radio 2 en Foto 1 om het standbeeld van Romain te financieren kon men zoals ik heb gedaan deze aquarel van Etienne Hublau kopen (oplage 300 stuks)