Vandaag 50 jaar geleden, het einde van Lucky Albert.

De pakketboot Prins Albert was een Belgische mailboot, gebouwd op de Cockerill Yards in Hoboken, Antwerpen en te water gelaten op 23 april 1937.


Het schip had een lengte van 113 meter en een bruto tonnenmaat van 2938 T en deed dienst op de Oostende-Dover-lijn.

Tijdens de proefvaarten had de Prins Albert een snelheid van 25 ¼ knopen gehaald.


Het is echter tijdens de oorlogsjaren dat de Prins Albert een stevige reputatie heeft opgebouwd.
Wanneer de Belgische eenheden op 16-17 en 18 mei 1940 Oostende moesten verlaten is de Prins Albert met vluchtelingen op 18 mei vertrokken naar Le Havre en naar Southampton.


Op 28 mei 1940 is het schip door het Ministry of War and Transport overgenomen en begin oktober naar Harland & Wolf Shipyard om tot LSI te worden omgebouwd.

In december werd het schip naar Penarth docks gestuurd voor de verdere ombouw als LSI en bewapening.


Op 30 september werd het schip aan de Royal Navy overhandigd en hernoemd in HMS Prins Albert.
Hier begon de loopbaan en deelname aan de vele operaties en landingen over heel de wereld waar het schip steeds door zijn wendbaarheid en snelheid de taken ongeschonden wist te volbrengen.

Het kreeg dan ook de naam “Lucky Albert” wanneer het in april 1946 terug aan België werd gegeven en vanaf mei in Hoboken terug werd omgebouwd tot conventionele ferry.


Eind juni 1947 kon het schip weer terug in normale dienst worden gezet en nog een 19 jaren trouwe dienst kon leveren.

Vanaf 1967 werd het schip tijdens de zomer ingezet om in augustus 1969 volledig uit dienst te worden gehaald.


Op 25 mei 1970 werd het schip verkocht als schroot aan de firma Van Heyghen in Gent en dit voor de prijs van 5.125.000 Belgische frank(127045 euro).(Diverse bronnen, Eddy Lannoo, De Post 7 juni 1970 en Wikipedia)

50 jaar geleden, te gast tijdens de restauratie van het Chinese Salon in het museum Arnold Vander Haeghen in Gent.

Het salon bevat wandbekleding van Chinese zijde en is daarmee het grootste ensemble op natuurzijde uit heel Europa.

De restauratie duurde uiteindelijk veertien jaar en dit onder toezicht van de heer Seghers.

Het grootste werk beeldt het Chinese volk uit dat op weg is naar het jachtpaviljoen van de keizer. Het Chinese Salon is verdeeld op 29 banen van van elk 3 meter op 82 cm.

Het pand, dat oorspronkelijk uit drie woonhuizen bestond, was al van voor 1746 in het bezit van rococo architect David ‘t Kindt.

Hij ontwierp er een nieuwe gevel voor, maar stierf voor de werken konden worden afgerond.

Zijn weduwe verkocht de gebouwen in 1771 aan de grote Gentse katoenbaron, Jodocus Clemmen. Hij, en later zijn zoon, lieten het gebouw afwerken en prachtig decoreren.

Na het overlijden van zoon Pieter Clemmen kwam het in 1841 in handen van drukker Desiré-Jean Vander Haeghen.

Hij vestigde er zijn drukkerij waar onder andere de ‘Gazette van Gent’ werd gedrukt.

Drie generaties Vander Haeghens zouden er werken en verblijven.

Na de Eerste Wereldoorlog stopte de jongste telg, Arnold, met de drukkerij. Hij bleef er wonen tot aan zijn dood in 1942.

In zijn testament liet hij optekenen dat het gebouw na de dood van zijn weduwe eigendom zou worden van de Stad Gent.

Dat gebeurde in 1951.(Diverse bronnen, De Post van 17 mei 1970, foto 2 de slechte staat van het werk, foto 3 team die werkte aan het kunstwerk, foto 4 en 5 huidige toestand van het werk en Wikipedia)

50 jaar geleden, te gast tijdens de restauratie van het Chinese Salon in het museum Arnold Vander Haeghen in Gent.
50 jaar geleden, te gast tijdens de restauratie van het Chinese Salon in het museum Arnold Vander Haeghen in Gent.
50 jaar geleden, te gast tijdens de restauratie van het Chinese Salon in het museum Arnold Vander Haeghen in Gent.

Vandaag 60 jaar geleden, opening van de Gentse Floraliën door koning Boudewijn.

Vandaag 60 jaar geleden, opening van de Gentse Floraliën door koning Boudewijn.
Vandaag 60 jaar geleden, opening van de Gentse Floraliën door koning Boudewijn.
Vandaag 60 jaar geleden, opening van de Gentse Floraliën door koning Boudewijn.
Vandaag 60 jaar geleden, opening van de Gentse Floraliën door koning Boudewijn.

Vandaag 50 jaar geleden, brand in de fabriek Bowater-Philips in Gent.

De gigantische vuurzee in de kartonnen fabriek eiste zeven doden.

In 1960 werd de fabriek gebouwd in de New Orleansstraat.

De architect van dienst was Hugo Van Kuyck.

Het werd een functioneel gebouw in strakke architectuur en voorzien van dakvleugels.

Het bestond uit een productie gedeelte en een ruimte voor kantoren.

Op het ogenblik van de brand werkte er 600 mensen.

Toen de fabriek in 1970 uitbrandde, werd Van Kuyck opnieuw ingeschakeld bij de herbouw.

Na de brand, en uit angst dat het vuur terug zou aanwakkeren, bleef de brandweer en het Rode Kruis nog twee dagen op het terrein. (foto 3 brandweer lezen in de krant over hun actie tijdens de brand)

In 1983 gingen de fabrieken in Gent en Buggenhout verder onder de naam: Bowater Containers, waarna er overnamen volgden in 1987, door Eurobox en Schoellershammer en in 1988 door Eurolim.

In 1989 werd Bowater overgenomen door de SCA Groep en ging SCA Packaging heten.

Deze groep, die meerdere vestigingen in België bezit, bestaat nog steeds.

In 2012 werd SCA Packaging overgenomen door DS Smith Packaging. (Foto’s De Post van 26 april 1970)

Vandaag 50 jaar geleden, brand in de fabriek Bowater-Philips in Gent.
Vandaag 50 jaar geleden, brand in de fabriek Bowater-Philips in Gent.
Vandaag 50 jaar geleden, brand in de fabriek Bowater-Philips in Gent.
Vandaag 50 jaar geleden, brand in de fabriek Bowater-Philips in Gent.

Vandaag ook al 20 jaar geleden, opening van de kunstmanifestatie Over The Edge in Gent.

Het waren toen topdagen voor de Hotsy Totsy, bijna elke avond kwam Jan Hoet met één of andere kunstenaar.

Tot ver over onze grenzen werd over zijn expositie gesproken.

Niet minder dan 250.000 bezoekers zakten af naar Gent voor Over the Edges

De openluchttentoonstelling in 2000 die een beetje de voorganger van Track is – ging de geschiedenis in als de expositie van de hamzuilen van Jan Fabre.

Fabre had de acht Corinthische zuilen van de universiteitsaula in de Voldersstraat met 600 kilogram gerookte ham bekleed. Het waren net gevilde benen.

Het werk lokte meteen protest uit en was voorpaginanieuws.

Terwijl mensen honger lijden, wordt hier met eten gemorst of Geen kunst maar wansmaak, was de teneur van het protest.

Jan Hoet verdedigde de vrije meningsuiting van de kunstenaar: de ham was een metafoor voor de vergankelijkheid van het vlees.

Met het werk wilde Jan Fabre de relatie tussen vlees en skelet aftasten, luidde het verder.

Zowat iedereen mengde zich in de discussie: van de slager tot de juwelier.

Ook BV’s en de Gentse gemeenteraad gooiden zich in het debat.

De zuilen met hun kleed van Ganda-ham waren een maand lang het gespreksonderwerp in de Arteveldestad.

Er werden zelfs speciale bewakers ingezet om de zuilen en hun vlezige jasjes te beschermen tegen vandalen. Uiteindelijk kregen bacteriën en bederf de ham klein.

In de hele stad waren opmerkelijke werken te zien, zoals Transparity, een opmerkelijk glas-in-loodraam dat Wim Delvoye in de Norbertijnenkapel had gemaakt.

Op het Sint-Michielsplein stond een naakte reus. Het ging om een cycloop, een reus met één oog, in het midden van het voorhoofd.

Een werk van de Italiaan Marco Boggio Sella.

Op de Korenlei kletterde om de drie minuten een bord op de grond. In een kamer op de eerste verdieping werd ruzie gemaakt door een koppel.

Niet minder dan 10.000 borden sneuvelden. ‘Een huishoudtafereel op de hoek van de straat’, noemt de Franse kunstenaar Patrick Lebert zijn werk. (Diverse bronnen, Wikipedia en het Nieuwsblad)

Vandaag ook al 20 jaar geleden, opening van de kunstmanifestatie Over The Edge in Gent.
Vandaag ook al 20 jaar geleden, opening van de kunstmanifestatie Over The Edge in Gent.
Vandaag ook al 20 jaar geleden, opening van de kunstmanifestatie Over The Edge in Gent.
Vandaag ook al 20 jaar geleden, opening van de kunstmanifestatie Over The Edge in Gent.

60 jaar geleden, te gast bij de Gentse kunstschilder Jef Wauters

Kunstschilder Jef Wauters werd op 26 februari 1927 geboren in Mariakerke (Gent) als zoon van een Gents schoenenfabrikant, werd mettertijd één van de bekendste en meest gegeerde hedendaagse Latemse schilders in het buitenland.

In 1950 werd Wauters laureaat van de Grote Prijs voor Monumentale Schilderkunst.

Deze onderscheiding bracht hem in de gerenommeerde Gentse Galerij Vyncke-Van Eyck, tot de tachtiger jaren de trendsetter van de Oost-Vlaamse kunstwereld.

Na zijn opleiding aan Sint-Lucas en later in de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten in Gent gaf hij jarenlang zelf les aan Sint-Lucas.

Wauters had jarenlang een fascinatie voor Venetië en maakte heel wat schilderijen, tekeningen en collages met het Venetiaanse carnaval als onderwerp.

Elk jaar ging hij er drie weken herbronnen tijdens het carnaval.

Na zijn opleiding aan Sint-Lucas en later in de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten in Gent gaf hij jarenlang zelf les aan Sint-Lucas.

Wauters had jarenlang een fascinatie voor Venetië en maakte heel wat schilderijen, tekeningen en collages met het Venetiaanse carnaval als onderwerp.

Elk jaar ging hij er drie weken herbronnen tijdens het carnaval.

Naast carnaval zorgden ook bloemen, jazz, justitie en de kerk voor inspiratie.

Hij woonde achtereenvolgens in Gent, Rome, Parijs en Deurle voordat hij in Roeselare terecht kwam.

Na een longontsteking bleef hij met zijn gezondheid sukkelen.

Hij overleed in Roeselare op 19 februari 2013.

Op 23 februari nam Sint-Martens-Latem in de St-Aldegondiskerk afscheid van deze minzame, wat teruggetrokken kunstenaar. (Diverse bronnen, Wikipedia en foto De Post van 20 maart 1960)

60 jaar geleden, te gast bij de Gentse kunstschilder Jef Wauters
Foto De Post van 20 maart 1960