Vandaag is het ook al 15 jaar geleden dat radiomaker Rudi Sinia is overleden

Rudi Sinia stond tot aan zijn pensioen aan het hoofd van Radio 2 Oost-Vlaanderen.
Zijn carrière bij de BRT ging van start op 15 april 1963.

Hij bouwde de Top 30 uit en maakte als eerste een popprogramma als “Rudy’s Club”, helemaal in de stijl van de buitenlandse popzender. Ook “Zomerhit” was één van zijn grote realisaties.


Andere programma’s van Rudi Sinia waren “de Eerste Ronde”,Relax”, “Onvergetelijk” en “Party Time”.

Tot slot werd hij departementshoofd van Radio 2 Oost-Vlaanderen.

Hij overleed op 75-jarige leeftijd in een Oostends ziekenhuis.

Vandaag 30 jaar geleden de derde veroordeling voor de Gentse professor toxicologie Aubin Heyndrickx.

De wat ouderen onder ons zullen zich zeker de Gentenaar Aubin Heyndrickx herinneren.

De erg charmant overkomende man was een professor toxicologie aan de Gentse Universiteit, hoofd van het Labo voor Toxicologie en de eerste deken van de Farmaceutische Faculteit van de UG.

Een kei van een wetenschapper dacht bijna iedereen die in zijn glorieperiode niet weg te branden was uit de gazetten, boekjes, radio en tv.

Wie in de jaren zeventig en ook tachtig het woord wetenschapper uitsprak, dacht onmiddellijk aan de charmante erg intelligent overkomende professor, doctor en apotheker – de namen die hij zich steevast toe-eigende – uit Gent.

De Vlaamse pers lag aan zijn voeten en aanbad als het ware de man.

Journalisten als Walter Zinzen, die toen voor Panorama werkte en de man regelmatig aan het woord liet, geloofden zelfs de meest onzinnige prietpraat die onze Gentenaar verkondigde.

Van enige kritische zin – toch een essentiële voorwaarde voor een journalist – was helemaal geen sprake.

Opmerkingen plaatsen bij zijn beweringen was in de media onmogelijk.

Zelfs lezersbrieven raakten niet geplaatst. “.. wens ik ze toch niet te plaatsen omdat de opmerkingen die u maakt met te veel farizeïsme kwade trouw veronderstellen bij prof. Heyndrickx”, schreef Lode Bostoen, toen hoofdredacteur van De Standaard op 23 augustus 1983.

Alleen in de zogenaamde alternatieve media als wijlen De Zwijger en De Nieuwe raakten dit soort beschouwingen geplaatst.

Op zeker ogenblik beweerde de man zelfs een Amerikaanse regeringstheorie te kunnen bewijzen dat Rusland biologische wapens gebruikte in Laos en Cambodja; de zogenaamde ‘Gele Regen’ gebaseerd op mycotoxines, schimmelgiffen soms weergevonden in oud brood.

Een overtreding van het verdrag over biologische wapens. De beweringen van Heyndrickx wekten dan ook in de ganse wetenschappelijke en militaire wereld overal zeer grote verbazing.

Het was de periode van het ontstaan van het internet met de eerste connecties tussen westerse wetenschappelijke instellingen.

Dra ontdekten de specialisten dan ook dat onze Gentse supergeleerde nooit iets over dat soort zaken had geschreven in welke wetenschappelijke tijdschriften ook.

In wezen had hij zelfs nooit iets van enig wetenschappelijk niveau geschreven.

En toen hij kort na zijn beweringen, gedaan in onder meer De Standaard en Panorama op tv in Gent hierover zelfs een wereldcongres gaf was het kot te klein.

Van overal in de wereld kwamen de specialisten luisteren naar de man.

Het werd mogelijks het meest verbazingwekkend wetenschappelijk congres uit de wereldgeschiedenis.

In Gent dan nog.

Eerst was er zijn hoofdassistent die moest verklaren hoe men in Irak mosterdgas had gedetecteerd.

De arme man, geheel bedolven onder een spervuur van erg gerichte vragen van de Belgische militaire specialisten Willems en De Bisschop moest dieprood aangeslagen toegeven dat ze helemaal van niets zeker waren.

Was diens voordracht in de grootste zaal dan hield het Gentse wereldwonder zijn toespraak over de biologische wapens in het kleinste zaaltje waar amper iemand binnen raakte.

Toen diens uiteenzetting gedaan was liep een geheel van de plank zijnde Amerikaanse professor Matthew Meselson minutenlang totaal verdwaasd rond, steeds maar op zijn voorhoofd kloppend en constant herhalend: ‘that’s not science, that’s not science.’ Het leek even Monthy Python.

Matthew Meselson was toen professor in biochemie aan de Harvard University en tot president Ronald Reagan steevast adviseur voor biologische wapens van het Witte Huis en de man die als eerste samen met Franklin Stahl in 1957 het bestaan van de DNA-structuur proefondervindelijk bewees.

Hij was ook de geestelijke vader van het verdrag rond biologische wapens.

Uiteraard werd Heyndrickx door het ganse wetenschappelijke gezelschap uitgelachen en uitgescholden.

Zelfs de Wall Street Journal, nooit vies van een stevig pak demagogie wanneer het over de Sovjet-Unie ging, viel de man later in een editoriaal af.

Maar geen probleem voor onze pers die nog dagen daarna van de Standaard tot de VRT kopte alsof de ganse wetenschappelijke wereld als een blok achter de man stond.

Voorzien van stevige beschouwingen over zijn successen en mooie foto’s van de breed glimlachende professor Charmant.

Met een wetenschappelijk fenomeen en brave man als Meselson hadden ze uiteraard niet gesproken.

Ook niet met de Belgische regerings- specialisten die woedend waren over Aubin en de prietpraat die de pers brachten.

Voor de pennenlikkers toen was de man een genie en wee diegene die er aan twijfelde.

Zelfs diegenen die beter wisten als een Herman Hendrickx (VRT Radio Actueel), Frans De Smet (De Morgen) of Ron Hermans (Knack) durfden alleen heel voorzichtig en erg omfloerst de kritiek op de man weer te geven.

In wezen was Aubin Heyndrickx dan ook een totaal immorele kwakzalver die amper iets wist van het vakgebied waarin hij werkte.

Zoon van een katholieke burgemeester, apotheker en verzetsstrijder uit Ledeberg – een straat is naar zijn naam genoemd – huwde hij een kleindochter van de oude socialistische voorman Edward Anseele en klaar was kees.

Zijn carrière lag open en voor het rapen. En toen bleek dat er uit de erfenis van die Anseele niets te grijpen viel, liet hij zijn echtgenote als een baksteen en gepluimd vallen.

Typerend was dat volgens een serie bronnen iedereen die op zijn labo kwam werken een ongedateerde ontslagbrief moest ondertekenen.

En wee, aldus die verhalen, de dame die voor de man niet plat ging.

Kende hij van toxicologie amper iets, van vrouwen blijkbaar des te meer, en liefst van jonge.

Een praktijk die goed geweten was op de Gentse Universiteit zoals professor Moraliteit Etienne Vermeersch, in die periode ooit vicerector, toegaf.

Een praktijk waar ook Vermeersch niets tegen ondernam.

Heyndrickx zelf heeft steevast elke fout straal ontkend zowel op moreel, financieel als wetenschappelijk vlak. Tot zelfs na zijn drie strafrechtelijke veroordelingen toe.

De enige die er publiek op de universiteit tegen inging was zijn collega-professor aan de Farmacie André De Leenheer, de latere rector.

Het is onder andere dankzij zijn hardnekkigheid en het feit dat er een nieuwe Gentse procureur-generaal kwam dat Aubin Heyndrickx ten val kwam.

Een geactualiseerde en, opgefriste herhaling door Dirk Draulans en Chris De Stoop – Chris De Stoop: “, Maar dat is een gek” – in Knack van de eerder in de Zwijger en De Nieuwe gepubliceerde artikels zorgde voor zijn val.

Samen dan met een strafklacht van een man waarop Heyndrickx jaloers was.

Het gevolg van een klassieke vrouwenzaak. Ditmaal trok het parket wel op pad.

Aubin Heyndrickx werd wegens onder meer examenfraude voorwaardelijk veroordeelde en, belangrijk, van zijn titels en emeritaat ontdaan.

Driemaal werd hij correctioneel veroordeeld, zij het steeds voorwaardelijk.

De laatste maal in een zaak van zwartgeld vermoedelijk gelieerd aan Zuid-Afrika en het vroegere Apartheidsregime dat hij voluit steunde.

De naam van Heyndrickx viel er trouwens tijdens een van de meer gruwelijke processen uit de periode van de Apartheid.

De laatste maal dat hij als expert werd opgevoerd was in het tijdschrift Jane’s Defence Weekly, een blad dat in wezen propaganda maakt voor de Britse militaire industrie en de regering.

Ditmaal had Heyndrickx ‘bewezen’ dat de Serviërs chemische wapens hadden gebruikt in Kosovo.

De man werkte toen voor het door de VS gefinancierde Kosovaarse rebellenleger UCK, in wezen een criminele organisatie gespecialiseerd in vooral zware misdaad.

Gevraagd aan de hoofdredacteur van Jane’s Defence Weekly of ze dan niet wisten van het feit dat de man zijn titel was ontnomen en weet hadden van zijn strafrechtelijk verleden moest hij erkennen dat niet te weten.

En een heel simpele navraag naar zijn wetenschappelijke bagage was duidelijk ook niet gebeurd.

Je kon zo aan de telefoon voelen hoe de hoofdredacteur in zijn broek nattigheid voelde.

Maar ja, Serviërs waren toen des duivels voor de Britse regering en dus was bij Jane’s Defence Weekly alles toegestaan.

Ook het zich belachelijk en geheel ongeloofwaardig maken. Toch wordt Jane’s Defence Weekly nog steeds bijna overal steevast omschreven als een autoriteit in haar vlak en is een abonnement erop peperduur.(Diverse bronnen, Willy Van Damme en Wikipedia)

Vandaag is het ook al vijf jaar geleden dat de Gentse zanger Luc De Vos is overleden.

Luc De Vos werd geboren in Wippelgem bij Gent als jongste van een groot katholiek gezin.

Met zijn band Gorki scoorde hij veel hits die uitgroeiden tot echte klassiekers. Zijn grootste hits werden Mia, Anja en Lieve Kleine Piranha.

Hij dook ook geregeld op in praatprogramma’s en spelprogramma’s op televisie, waar hij als goedlachse man steeds charmeerde.

Behalve zanger was Luc De Vos ook columnist, onder andere voor radiozender Studio Brussel en het Gentse stadsmagazine Zone 09/.

Luc De Vos schreef meerdere boeken zoals De verworpenen, Het woord bij De daad, De rest is geschiedenis, De volksmacht en de roman De laatste mammoet. (Diverse bronnen en Wikipedia)

Vanaf vandaag is Pierke als beeld aanwezig in het Gentse centrum.

De Gentse Pierkes zakten vandaag af naar Chocolatier Maison 12 in de Onderstraat

Uitbaters Hendrik Mesuere en Mia Allaert hadden kunstenares Kristien Vervaet gevraagd een beeld van Pierke te maken.

Mesuere is al sinds zijn kindertijd gefascineerd door de rood-witte Gentse figuur.

Het beeld weegt 40 kilogram en hangt vijf meter hoog. “Hij bekijkt op zijn eigen grappige manier het leven”, zegt Mesuere. “Pierke is een volkse figuur en het is leuk dat hij nu een beeld krijgt van het volk. Of ik niet lever poppenspeler dan chocolatier was geworden? Misschien bouw ik hier later alles nog om tot een poppentheater.”

Ook de bekendste Pierke, Luk De Bruyker, zag dat het goed was: “Het is een neutraal beeld waarin iedereen zijn favoriete Pierke kan herkennen. Het beeld moet de Stad doen nadenken over ons erfgoed en hoe ze dat verder kan ondersteunen.”

Schepen van Cultuur Sami Souguir (Open VLD) loofde alvast de locatie van het beeld: “Vlak bij het graffitistraatje passeren hier heel veel Gentenaars en toeristen die het beeld zullen zien”.(Sander Luyten, De Gentenaar 24/11/2019)

Vandaag 70 jaar geleden, Slag om het Gravensteen

Op 16 november 1949 verschansen 138 studenten (onder wie één meisje) zich in het Gentse Gravensteen en dit als protest tegen de stijging van de bierprijs van 3 naar 4 frank. In alle auditoria van de unief gingen die dag briefjes rond om de studenten op te roepen om in de namiddag en masse naar het kasteel te komen. 136 studenten betraden het Gravensteen met een stootkar vol overrijp fruit en dito groenten en ze barricadeerden de poorten. Al vlug verschenen er op de kantelen bordjes met leuzen als Uylenspiegel is nog niet dood en Bier aan drie frank de pot.

Aanvankelijk bleef het vrij rustig, tot twee agenten voorbij fietsten en een stuk fruit tegen hun hoofd kregen. Er werden massaal veel rijkswachters, agenten en brandweerlui opgetrommeld om het protest in de kiem te smoren. Maar de eerste twee uur werden ze bedolven onder een regen van fruit en graszoden.

Na een paar uur vonden de ordehandhavers dan toch een zwakke plek, de toren boven de poort die niet bezet was. Via een Metzbrandweerladder (zie foto hierboven) bereikten ze de toren, waar ze met hun wapenstokken een einde maakten aan het studentenfeestje. Omdat het publiek de grap wel kon smaken, werden de studenten niet vervolgd.

Elk jaar herdenken de Gentse studenten de moedige bezetting van hun voorgangers. Niet met rot fruit, maar wel met trompetten, vlaggen en liters Rodenbach.

In 2012 kreeg de herdenking een extra toets doordat aan de ingang van het Gravensteen een bord onthuld werd om de Slag om het Gravensteen te herdenken. (diverse bronnen, Elienne Langendries en Anne-Marie Simon-Vandermeersch, 175 jaar Universiteit Gent en Arthur De Decker)

Vandaag, 140 jaar geleden, de geboorte van de Gentenaar Ernest De Vriendt beter gekend als De Roste Wasser.

Hij werd geboren in een bakkersgezin in de Gentse deelgemeente Sint-Amandsberg, maar eens het ouderlijke woonst verlaten begon hij in 1915 een wasserij nabij de Dampoort.

Hij bleef vooral voortleven in het collectieve geheugen als de man die enkele decennialang het ondergoed ging ophalen in de rosse buurt van Gent.

Vandaar zijn bijnaam, maar ook omwille van zijn haardos, die naarmate de ouderdom even wit werd als zijn opvallende kiel en strohoed.

En onlosmakelijk verbonden met zijn wasmand aan de arm met daarin het ondergoed van de meisjes van plezier.

Tijdens zijn ronde door de stad en voor wat drinkgeld liet hij de cafégangers de inhoud van zijn wasmand zien, daarbij roepend zijn gekende uitdrukking Vive la Liberté, Die geeft ès mijne vriend.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog waren deze uitingen gevaarlijk. Omwille van het krankzinnig spektakel dat gepaard ging met zijn uitspraken, namen de officieren hem echter niet serieus en lieten hem zo weer vrij.

De ‘roste wasser’ wist anders altijd de aandacht te trekken.

Zo zijn er verhalen over zijn trouwe compagnon, Lies de geit. Op een dag wist hij niet beter dan die geit mee te nemen op de tram.

Destijds beschikte het vervoermiddel nog over een compartiment voor de gegoede burgers, dat tien centiemen meer kostte.

Daar trok Ernest zich niets van aan. Samen met Lies, de geit, reisde hij comfortabel langs de kant van het ‘chique volk’, Diverse bronnen, Joëlle Verstraeten en Wikipedia

Vandaag 120 jaar geleden, oprichting van het Instituut van Gent (Institut de Gand)

In de tweede helft van de 19de eeuw werd het secundair onderwijs in Vlaanderen bijna uitsluitend in het Frans gegeven.

De meeste onderwijsinstellingen waren privéscholen, die het schoolgeld verhaalden op de ouders.

Het is in deze context dat op 1 augustus 1852 een leraar wiskunde, Henri Rachez, in Brussel een privé–school opricht met de bedoeling leerlingen voor te bereiden op de Militaire School en op het toelatingsexamen voor burgerlijk ingenieur.

Op 1 oktober 1899 werd in Gent een dochterschool opgericht in het herenhuis “De Cock” op de Nederkouter: het “Institut Rachez de Gand”.

Daar komen bijna alle leerlingen terecht van de “Ecole Molitor”, die gesloten wordt wegens verfraaiingswerken in het Gentse stadscentrum.

Deze Gentse vestiging wordt een autonome school in 1901.

In 1905 krijgen, naast wiskunde nu ook wetenschappen meer aandacht.

In 1909 bedenkt de school een nieuwe naam, “Institut de Gand”, en komen ook de moderne talen meer aan bod.

Op 1 september 1928 wordt de lagere school erkend en gesubsidieerd.

De 6 laagste klassen waren transmutatieklassen, waarin Franstalige leerlingen intensief lessen Nederlands kregen.

In het 7de en 8ste leerjaar was de voertaal Nederlands.

De secundaire afdeling werd toen nog niet erkend of gesubsidieerd.

Hier werden 65% van de uren in het Frans, 35% in het Nederlands gegeven.Het Institut de Gand schreef in 1942, tijdens de Tweede Wereldoorlog het eerste meisje in en werd daardoor de eerste gemengde school van Gent.

Het Schoolpact (mei 1959) zorgde ervoor dat de erkende scholen via werkingskredieten en weddentoelagen een ruime subsidiëring konden genieten.

Er wordt werk gemaakt van de erkenning van de secundaire afdeling: het onderwijs wordt voortaan verstrekt in het Nederlands en de naam “Institut de Gand” wordt officieel vervangen door “Instituut van Gent”.

In 1970 werden de eerste gehomologeerde getuigschriften plechtig uitgereikt.

Toch blijft perfecte tweetaligheid en vlotte meertaligheid ingeschreven in het pedagogisch project van de school: in het eerste middelbaar van de middenschool krijgen de leerlingen drie officiële lesuren Engels per week, en er worden bovenop het wettelijk gesubsidieerd lestijdenpakket aanvullende lessen Frans en Spaans ingericht voor alle leerlingen.

In 2012 stapt de school over naar IVG-School met Inspirerend, Vrijdenkend en Geëngageerd als drie woorden die de betekenis van de school onderstrepen. (diverse bronnen, Foto’s Claude Faseur, site van de school en Wikipedia)

De voormalige Gentse RTT-toren (ook gekend als het Belgacomgebouw) in het begin van de Keizer Karelstraat werd ooit uitgeroepen tot ‘het lelijkste gebouw van Gent’.

Het werd ontworpen door Geo en Dirk Bontinck. De werken waren eind 1971 gestart en pas in de zomer van 1980 afgerond; de eerste diensten waren wel reeds in 1976 in het gebouw ingetrokken.Het is een toonbeeld van ‘brutalisme’ als architectuurstroming (Architectuur in Gent- website): “Brutaal is het scheldwoord maar ook de geuzennaam waarmee dit soort architectuur wordt omschreven. De toren staat voor een tijdperk waarin de oude stad met zijn ‘inefficiënt’ stratenplan werd afgeschreven. De toren voegt de daad bij het woord en enkele stegen en beluiken worden in een groter bouwblok opgeslorpt. Tegelijk wordt in de hoogte gebouwd, zodat er rondom vrije ruimte kan worden behouden. Vooraan resulteert dit in een plaza-aanleg met zitbanken en groenaanleg. Het is meteen de enige plek in Gent waar dit typische grootstadgegeven wordt toegepast. Met de bouw van het Keizer Karel-gebouw [een ontwerp van Dirk Bontinck] op de hoek van de Keizer Karel- en de Van Eyckstraat werd dit principe deels voltooid.”De auteur van dit citaat, Gert Defever, is echter niet akkoord met het uitroepen van dit gebouw tot het lelijkste van Gent, hij noteert verder: “Vreemd genoeg is de achterzijde van het complex, het indrukwekkendst. Vanaf het Dampoortstation of de oostzijde van de stad gezien, ontplooit de toren zich tot een telecommunicatiekathedraal van de 20ste eeuw en wordt ze een boeiende aanvulling bij de klassieke torens van Gent.” (Geert Vandamme)