

Gisteren nog vandaag

Gisteren nog vandaag

Gisteren nog vandaag

Gisteren nog vandaag


Gisteren nog vandaag

Gisteren nog vandaag


Gisteren nog vandaag
Foto's, en reportages en voor 95 % niet terug te vinden op Google uit ons ver verleden, over Gent, Vlaanderen, film, muziek, sport, politiek en zoveel meer uit tijdschriften en kranten en jaarboeken. Vanaf de jaren 1900 tot en met gisteren. Meer foto's en artikelen terug te vinden op onze Fb groep Gisteren nog vandaag en de Fb groep Weetjes over popmuziek


Gisteren nog vandaag

Gisteren nog vandaag

Gisteren nog vandaag

Gisteren nog vandaag


Gisteren nog vandaag

Gisteren nog vandaag


Gisteren nog vandaag
Over deze priester kan ik niets meer terugvinden, maar wel over zijn prachtige kerk Saint-Firmin de Rochehaut in de Belgische provincie Luxemburg.
De kerk dateert uit de 18e eeuw en is gewijd aan de heilige Firminus, een bisschop van Amiens die in de 4e eeuw leefde.
De kerk is vooral bekend om zijn muurschilderingen, die het leven van Christus en de heiligen voorstellen.
De muurschilderingen zijn gemaakt door de lokale kunstenaar Albert Raty in de jaren 1930 en 1940.
Raty was een gepassioneerde kunstenaar die zich liet inspireren door de natuur en de landschappen van de Ardennen.
Hij werkte meer dan tien jaar aan dit project dat een hoogtepunt vormt in zijn carrière.
De muurschilderingen zijn prachtig en getuigen van zijn meesterschap in het gebruik van kleuren, licht en schaduw.

Gisteren nog vandaag

Gisteren nog vandaag

Gisteren nog vandaag

Gisteren nog vandaag
In 1070 vestigden zich Italiaanse monniken in het graafschap Chiny in België. De bouw van een kerk en een klein dorpje was kort daarvoor begonnen. Tien jaar later hervormden de oorspronkelijke monniken hun gemeenschap naar de regel van de kartuizers.
In 1132 kwamen de kartuizers om verschillende redenen in problemen. Graaf Albert van Chiny vroeg aan Bernardus van Clairvaux om de stichting over te nemen. Deze stuurde zeven monniken, afkomstig van de abdij van Trois-Fontaines. De reeds aanwezige kanunniken vervoegden de nieuwkomers in de orde van de cisterciënzers.

Rond 1252 werd het klooster vernield door een brand. De heropbouw nam ongeveer 100 jaar in beslag.
Tijdens de 15e en de 16e eeuw vonden verscheidene oorlogen tussen Frankrijk en naburige regio’s plaats (Bourgondië, Spanje), wat voor Orval gevolgen had.
In 1637 werd de abdij verwoest, maar ze werd terug opgebouwd.
In 1793 werd de abdij definitief verwoest door de Franse revolutionaire troepen.

De site werd verkocht als nationaal goed en diende een eeuw lang als steengroeve.
In 1926 schonken de toenmalige eigenaars de site aan de nieuwe vzw l’abbaye de Notre Dame d’Orval, met de bedoeling er een nieuw trappistenklooster op te richten als dochterafdeling van La Grande Trappe.
De eerste monniken waren echter niet afkomstig van La Grande Trappe, maar van de Abdij van Sept-Fons.

Zij keerden terug naar Europa van een mislukte poging tot kloosterstichting in Brazilië.
Gedurende 22 jaar, van 1926 tot 1948, werd een geheel nieuwe abdij opgebouwd naar ontwerp van architect Henri Vaes.
Dit was vooral het werk van de Gentenaar dom Albert-Marie Van der Cruyssen, die in 1936 de eerste abt werd.
Om de grote bouwwerken te kunnen bekostigen werden verschillende inzamelingsactiviteiten opgezet.
Er werden bijvoorbeeld speciale postzegels met toeslag uitgegeven.

De kaasmakerij (1931) en de brouwerij (1932) werden opgericht om de nodige financiële middelen te genereren, en stelden vanaf het begin leken te werk.
Na het einde van de bouwwerken werden deze inkomsten gebruikt voor sociale en liefdadige doeleinden.
Aan de abdij van Orval is de legende verbonden van gravin Mathilde van Toscane.
Deze zou omstreeks 1076 gerust hebben bij de bron in het dal. Terwijl zij met haar handen door het water gleed, verloor ze haar ring (niet trouwring!), en ze smeekte en bad tot God om hulp.
Na haar gebeden keerde ze terug naar de bron. Een forel kwam boven met haar ring in de bek. Daarop riep ze uit: “Dit is werkelijk een gouden dal!” (Latijn: aurea vallis, vandaar Orval).
Uit dankbaarheid besloot ze op deze gezegende plaats een klooster te stichten.

De bron heet tegenwoordig de Mathildebron. De plaatselijke traditie wil dat elk jong meisje dat een geldstuk in de bron werpt binnen het jaar zal trouwen. Ondanks dat het geen trouwring betrof die ze in de bron verloor.
De forel met de ring in de bek staat afgebeeld op het etiket van de flesjes, de glazen en reclamepanelen van het Orval-Trappistenbier.

De abdij bestaat uit vier gedeelten: het eigenlijke klooster dat grenst aan de centraal gelegen basiliek en dat alleen voor monniken toegankelijk is; de brouwerij die grotendeels draait met extern personeel; de binnenplaats met het gastenverblijf, en het gedeelte dat toegankelijk is voor toeristen zoals de ruïnes van de oude kerk, de fontein, de kruidentuin, de filmzaal en de abdijwinkel.
Achter de abdijgebouwen liggen grote vijvers, landbouw- en tuingronden en een bos.
Vanwege zijn uitzonderlijke schoonheid en bijzondere architectuur wordt het klooster van Orval ook wel het ‘Versailles onder de kloosters’ genoemd. (diverse bronnen en Wikipedia, Foto’s Le Soir 16 september 1948)









De officiële opening met mis gebeurde op 10 oktober.
Tijdens de openingsplechtigheid waren 2.540 rooms-katholieke bisschoppen uit alle werelddelen aanwezig. Paus Johannes XXIII vroeg de vergaderde bisschoppen om aggiornamento.
Dit Italiaanse woord voor modernisering betekent letterlijk ‘bij de dag (tijd) brengen’.
Modernisering van de Kerk was volgens de paus onontkoombaar.
Op 8 december 1965 werd het concilie afgesloten door paus Paulus VI (1963-1978), opvolger van de in 1963 overleden Johannes XXIII.
De concilievaders hadden vergaande besluiten genomen. In de liturgie werd de volkstaal ingevoerd.
De positie van de plaatselijke bisschoppen en ook die van de leken in de Kerk werd versterkt.
De concilievaders verklaarden zich voorstander van democratie, de seculiere staat en gewetens- en godsdienstvrijheid.
Zij toonden respect en openheid voor andere godsdiensten en andere christelijke kerkgenootschappen.
Bovendien spraken zij zich uit tegen de kernwapenwedloop.(Diverse bronnen, De Post 21 oktober 1962, Kro en Wikipedia)

















Een ogenblik lang werd galero, de kardinaalshoed boven zijn hoofd gehouden.

In een staatsie van purper en rode zijde schreed ook de nieuwe kardinaal van Brussel vervolgens naar de pauselijke troon, om door paus Johannes XXIII te worden omhelst.

Zijn gehele pontificaat lag tussen de Eerste en Tweede Wereldoorlog.
Tijdens deze periode, het interbellum, werd Pius XI geconfronteerd met de opkomst van communistische en fascistische regimes die hij tijdens zijn pausschap veroordeelde, bijvoorbeeld in Duitsland (Mit brennender Sorge, 14 maart 1937, na een reeks van diplomatieke protestnota’s), de Sovjet-Unie (Divini Redemptoris, 19 maart 1937), Italië (Non abbiamo bisogno, 29 juni 1931) en Mexico (encycliek van 18 november 1926).
Een lange reeks van soms magistrale encyclieken – 31, waarvan er 30 gepubliceerd werden – heeft in vele opzichten richtinggevend gewerkt voor het katholieke denken en voelen.
Hij voerde een intense concordaatspolitiek door en sloot ook de Lateraanse Verdragen af met Italië, waardoor de soevereiniteit van Vaticaanstad erkend werd met de paus als staatshoofd.
Met groot doorzettingsvermogen ten slotte stimuleerde hij de vorming van een inheemse clerus in de missiegebieden, vaak tegen de zin van de Europese missie-oversten daar.
Zijn nuchtere, praktische bestuurskracht en een hoog autoriteitsbewustzijn hebben de Katholieke Kerk vóór de Tweede Wereldoorlog een mondiaal georganiseerde centralisatie gegeven die nog lang na zijn pontificaat effect heeft gehad.
Achille Ratti was een fervente bergbeklimmer.
Hij en een bevriende priester, Luigi Grasselli, waren de eerste klimmers die de top van de Monte Rosa via de Italiaanse zijde hadden bereikt en in 1890 de Mont Blanc via de Dome Glacier waren afgedaald.
De afgelegde routes werden naar hen genoemd: Via Ratti-Grasselli.In de Apennijnen werd op 25 september 1929 een 2282 meter hoge bergtop naar Pius XI vernoemd, de Picco Pio XI.
Ook de gletsjer Pio XI in het nationaal park Bernardo O´Higgins in Patagonië, Chili, werd naar de paus vernoemd
Hoewel hij later deze sport niet meer actief beoefende, bleef hij ze een warm hart toedragen.
Zo stuurde hij – in zijn hoedanigheid als paus – een groep bergbeklimmers die de Mount Everest wilden beklimmen een boodschap waarin hij ze succes en Gods zegen toewenste.
De schrijver Peter Godman omschrijft Pius XI in zijn boek Het Vaticaan en Hitler, de geheime archieven (2004) als een “temperamentvolle, vaak onbeheerste opportunist”.
Toch wordt aan de hand van verschillende voorbeelden geprobeerd aan te tonen, dat Pius’ standpunt met betrekking tot het fascisme negatief was.
Zo zou de paus het nazisme bestempeld hebben als een naturalistische en materialistische beweging zonder enige intellectuele en spirituele grondslag en weigerde Pius XI Hitler tijdens zijn staatsbezoek aan Italië in 1938 op audiëntie te ontvangen, tenzij de dictator zou aankondigen dat hij zijn religieuze en rassenbeleid zou wijzigen.
Tijdens Hitlers bezoek had Pius XI zich overigens teruggetrokken in Castel Gandolfo “wegens de slechte lucht in Rome en had de paus ook verordonneerd dat alle Vaticaanse musea gesloten moesten blijven, “ook voor buitenlandse bezoekers”.
Hoewel Pius XI zich verzette tegen het antisemitisme wijst Godman wel op het godsdienstige anti-judaïsme – theologische afwijzing van het niet-christelijk jodendom – dat volgens hem bij de paus leefde. Toen de katholieke beweging “Vrienden van Israël” (Amici Israel) opriep om de woorden “trouweloze joden” uit de liturgie van Goede Vrijdag (gebed voor de joden) te vervangen door een andere, vriendelijkere formulering, werd een van de sympathisanten van deze verandering volgens Godman door de paus ter verantwoording geroepen. (Diverse bronnen, Ons Land 12 februari 1922 en Wikipedia)


De paus kreeg daar als eerste te horen dat koningin Fabiola in blijde verwachting is.
Een groep Belgische journalisten mag met koning Boudewijn en koningin Fabiola mee naar het Vaticaan.
De vorsten krijgen hun audiëntie op donderdagmiddag, vrijdagochtend zijn de journalisten aan de beurt.
Bij elke journalist die zichzelf en zijn krant voorstelt, maakt de paus een grapje. Meneer X. van La Dernière Heure: ‘Laten we hopen dat uw laatste uur nog niet geslagen is.’ Yvon Toussaint en Hugues Vehenne van Le Soir: ‘Hoe later op de avond, hoe schoner volk.’ Meneer Y. van La Laterne: ‘Laat uw licht maar schijnen.’
Of de Paus ook zulke komische opmerkingen maakte voor de Vlaamse journalisten, kon ik helaas niet terug vinden (De Post 18 juni 1961 en Béatrice Delvaux).














