

Gisteren nog vandaag
Foto's, en reportages en voor 95 % niet terug te vinden op Google uit ons ver verleden, over Gent, Vlaanderen, film, muziek, sport, politiek en zoveel meer uit tijdschriften en kranten en jaarboeken. Vanaf de jaren 1900 tot en met gisteren. Meer foto's en artikelen terug te vinden op onze Fb groep Gisteren nog vandaag en de Fb groep Weetjes over popmuziek


Gisteren nog vandaag
Friso van Oranje-Nassau van Amsberg was het tweede kind van kroonprinses Beatrix en prins Claus.
Friso werd geboren in het Academisch Ziekenhuis Utrecht.

De toenmalige ‘hofpredikant’ Henk Kater doopte hem op 28 december 1968 in de Dom van Utrecht.
Zijn peetouders waren zijn maternale grootmoeder koningin Juliana, prins Harald van Noorwegen, Herman van Roijen, Johan Christian Freiherr von Jenisch en Christina von Amsberg, een jongere zus van zijn vader.


Foto’s afkomstig van het tijdschrift De Post van 12 januari 1969

De kerk van Madonna del Ghisallo is een heiligdom dat gewijd is aan de beschermheilige van de wielrenners.
Het ligt op de top van een heuvel in de buurt van het Comomeer, in de Italiaanse regio Lombardije.

De geschiedenis van deze kerk gaat terug tot de 17e eeuw, toen een lokale edelman, graaf Ghisallo, werd aangevallen door struikrovers en zijn toevlucht zocht bij een beeld van de Maagd Maria.
Hij beloofde haar een kapel te bouwen als hij gered werd.

Zijn gebed werd verhoord en hij hield zich aan zijn belofte. In 1949 werd Madonna del Ghisallo officieel uitgeroepen tot de patrones van de wielrenners door paus Pius XII. Sindsdien is de kerk een bedevaartsoord geworden voor fietsliefhebbers van over de hele wereld.
De kerk herbergt een museum met talrijke memorabilia en relikwieën uit de geschiedenis van het wielrennen, zoals fietsen, truien, medailles en foto’s van beroemde kampioenen.

Onder de meest opvallende stukken zijn de fietsen waarmee Fausto Coppi en Gino Bartali de Tour de France wonnen, de fiets waarmee Eddy Merckx het werelduurrecord vestigde, en de fiets waarmee Fabio Casartelli verongelukte tijdens de Ronde van Frankrijk van 1995 (Panorama 10 december 1963).

Zij was de dochter van François Verhelle en Caroline Van Den Bussche, en werd geboren als Agnes Margarita Verhelle.
In 1823 richtte ze in Gent de congregatie op die zich toelegde op het christelijk onderwijs voor meisjes, vooral voor de armen en de verwaarloosden.
De congregatie is nu bekend als Religieuzen van het Christelijk Onderwijs.
Zuster Agathe Verhelle en haar medezusters hebben op verschillende plaatsen in Gent en daarbuiten hun sporen nagelaten.
In 1823 vestigden ze zich in de oude gebouwen van de abdij van Doornzele nabij de H. Kerstkerk, waar ze een school en een weeshuis oprichtten.
In 1827 openden ze een internaat en een externaat in Vrasene, waar ze gratis onderwijs en opvang boden aan peuters, kleuters en jonge meisjes.
In 1921 verlieten ze Vrasene en werd hun werk voortgezet door de zusters Franciscanen.
Ook in Antwerpen en Brazilië hebben de Dames van het Christelijk Onderwijs hun stempel gedrukt op het onderwijslandschap.
In Antwerpen staat de school bekend als Instituut Dames van het Christelijk Onderwijs of De Dames, en heeft een rijke geschiedenis die teruggaat tot 1842.
De school heeft ook moeilijke tijden gekend, zoals toen een V-bom in 1944 een groot deel van het gebouw verwoestte en negen slachtoffers eiste.
In Brazilië vierde de school Colègio Damas in 2016 haar 120-jarig bestaan, en eert nog steeds de stichteres Agathe Verhelle voor haar visie en inzet voor het christelijk onderwijs.
Agathe Verhelle ligt samen met heel wat medezusters begraven op begraafplaats Campo Santo in Sint-Amandsberg.

St.-Baafskathedraal (1903)

De kerk herbergt een kostbaar kunstwerk: een gotisch kruisbeeld uit de 15e eeuw.
Het kruisbeeld heeft een bewogen geschiedenis.
Het was oorspronkelijk te zien in de Kapel van het Bruine Kruis, die in 1358 werd opgericht.
De kapel werd verwoest door de Calvinisten in 1580 en Begin 17e eeuw werd hij gerestaureerd, maar in 1797-1798 tijdens de Franse revolutie werd hij gesloten en uiteindelijk gesloopt.
Het kruisbeeld werd echter gered en gerestaureerd in de 17e eeuw.

Gisteren nog vandaag


Een van de bekendste begraafplaatsen in Vlaanderen is het Campo Santo in Sint-Amandsberg, een deelgemeente van Gent.
Deze begraafplaats is vernoemd naar het gelijknamige kerkhof in Rome en is de laatste rustplaats van vele bekende figuren uit de katholieke, culturele en financiële wereld.
Maar ook enkele vrijzinnigen hebben hier hun graf gevonden.
Het Campo Santo ligt op een heuvel waar volgens de overlevering de heilige Amandus in de zevende eeuw het evangelie verkondigde.

Gisteren nog vandaag
Op de top staat de Sint-Amanduskapel, een barok bouwwerk uit 1720.
Rondom de kapel staan oude bomen die getuigen zijn van de geschiedenis van deze plek.
De eerste persoon die hier werd begraven was Marie de Hemptinne, een rijke dame die veel geld schonk aan goede doelen.

Gisteren nog vandaag
Zij stierf in 1847 en liet haar landgoed na aan de kerk.
Sindsdien zijn er meer dan 130 grafmonumenten opgericht, die beschermd zijn als cultureel erfgoed.
Onder de beroemdheden die hier liggen, zijn er veel schrijvers, schilders en componisten.

Gisteren nog vandaag
Zo vinden we hier onder andere de graven van Cyriel Buysse, Maurice Maeterlinck, Gustave Van de Woestyne, Jules De Bruycker en Arthur Verhaegen.
Ook de Gentse acteur Cyriel Van Gent, die eigenlijk Cyriel Verbrugghen heette, ligt hier begraven.
Ook mijn papa heeft hier zijn laatste rustplaats gevonden. (Foto’s met dank aan Beeldbank Stad Gent en Claude Faseur)

Gisteren nog vandaag
Johannes Paulus II was als paus betrekkelijk jong, 58, toen hij verkozen werd.
Zijn pontificaat werd het op twee na langste in de geschiedenis (na dat van Petrus en Pius IX).
Bij zijn aantreden was hij in een goede lichamelijke conditie en was een actieve sporter.
Hij wandelde, zwom en skiede. Na de eerste aanslag op zijn leven ging zijn gezondheid achteruit.
In 1989 schreef hij een brief waarin hij aangaf dat hij zou aftreden als zich bij hem een ongeneeslijke ziekte of een andere vergaande verslechtering van zijn gezondheid had gemanifesteerd die hem het werken onmogelijk zou maken.
In dat voorkomende geval zou hij het overlaten aan de deken van het College van Kardinalen, de Romeinse Curie en aan de vicaris van Rome wanneer zijn ontslag geaccepteerd zou worden.

In 1992 werd er bij Johannes Paulus II een tumor verwijderd.
In 1993 had hij een schouderoperatie, een jaar later brak hij een dijbeen en op hoge leeftijd, in 1996, kreeg hij een blindedarmontsteking en moest zijn blindedarm verwijderd worden.
In 2001 werd door een arts onthuld dat de paus aan de ziekte van Parkinson leed, wat in 2003 door het Vaticaan bevestigd werd.
Johannes Paulus II kreeg steeds meer moeite met zijn motoriek en spreken in het openbaar ging hem steeds slechter af.
Johannes Paulus II begon door deze toenemende lichamelijke problemen een steeds fragielere indruk te geven bij openbare optredens.
In 2005 kreeg hij zware ademhalingsproblemen, waardoor hij op 24 februari een tracheotomie moest ondergaan.
Op 31 maart 2005 kreeg de paus “zeer hoge koorts die door een urinebuisinfectie werd veroorzaakt”, maar de paus werd op zijn uitdrukkelijk verzoek niet naar het ziekenhuis gebracht, waarschijnlijk overeenkomstig zijn wens in het Vaticaan te sterven als zijn tijd gekomen was.
Later die dag meldden bronnen in het Vaticaan dat de paus de laatste sacramenten had ontvangen.
Op 1 april verslechterde zijn toestand en kreeg hij orgaanuitval.
De paus werd gevoed door middel van een neussonde.
In een officieel communiqué werd gesproken van een “ernstige, maar stabiele toestand”. Rapporten uit het Vaticaan vroeg in de ochtend berichtten dat de paus een hartaanval had gekregen, maar bij kennis was gebleven.
Op 2 april om ongeveer half één in de ochtend bevestigde het Vaticaan dat de paus de laatste sacramenten had ontvangen.
De daaropvolgende ochtend was er om 11.30 uur een persconferentie waarin de woordvoerder van het Vaticaan, Joaquín Navarro-Valls, meldde dat de paus steeds minder bij bewustzijn was.
Navarro-Valls vertelde dat de paus de woorden “Ik denk aan jullie” had uitgesproken, volgens hem waarschijnlijk refererend aan de jongeren die op het Sint-Pietersplein verzameld waren.

Dezelfde dag schreef de paus een afscheidsbriefje aan zijn naaste Poolse medewerkers (drie nonnen en twee secretarissen) met de tekst: “Ik ben gelukkig, laten jullie ook gelukkig zijn.”
Uiteindelijk overleed paus Johannes Paulus II in zijn privéappartement op 2 april om 21.37 uur op de leeftijd van 84 jaar aan de gevolgen van een scepsis en bijbehorende infecties, waardoor zijn nieren en andere vitale organen, waaronder uiteindelijk zijn hart, het lieten afweten.
In zijn laatste bericht, aan de jongeren op het Sint-Pietersplein, zei hij: “Ik kwam voor u, nu bent u naar mij gekomen. Ik dank u.”
Volgens de officiële lezing van het Vaticaan waren zijn laatste woorden, uitgesproken in het Pools: “Laat mij gaan naar het huis van de Vader”.
Zes uur later kwam na 26 jaar, vijf maanden en zestien dagen een eind aan zijn pontificaat.
Op 1 mei 2011 werd hij door zijn opvolger, paus Benedictus XVI, zalig verklaard.
Op 27 april 2014 werd hij door paus Franciscus heilig verklaard.
De kerk gedenkt hem op 22 oktober, de dag waarop hij in 1978 als paus werd geïntroniseerd. (Diverse bronnen en Wikipedia, Foto 3 bezoek aan Ieper 17 mei 1985).



Gisteren nog vandaag

Gisteren nog vandaag

Gisteren nog vandaag

Gisteren nog vandaag


Gisteren nog vandaag

Gisteren nog vandaag


Gisteren nog vandaag
Over deze priester kan ik niets meer terugvinden, maar wel over zijn prachtige kerk Saint-Firmin de Rochehaut in de Belgische provincie Luxemburg.
De kerk dateert uit de 18e eeuw en is gewijd aan de heilige Firminus, een bisschop van Amiens die in de 4e eeuw leefde.
De kerk is vooral bekend om zijn muurschilderingen, die het leven van Christus en de heiligen voorstellen.
De muurschilderingen zijn gemaakt door de lokale kunstenaar Albert Raty in de jaren 1930 en 1940.
Raty was een gepassioneerde kunstenaar die zich liet inspireren door de natuur en de landschappen van de Ardennen.
Hij werkte meer dan tien jaar aan dit project dat een hoogtepunt vormt in zijn carrière.
De muurschilderingen zijn prachtig en getuigen van zijn meesterschap in het gebruik van kleuren, licht en schaduw.

Gisteren nog vandaag

Gisteren nog vandaag

Gisteren nog vandaag

Gisteren nog vandaag
In 1070 vestigden zich Italiaanse monniken in het graafschap Chiny in België. De bouw van een kerk en een klein dorpje was kort daarvoor begonnen. Tien jaar later hervormden de oorspronkelijke monniken hun gemeenschap naar de regel van de kartuizers.
In 1132 kwamen de kartuizers om verschillende redenen in problemen. Graaf Albert van Chiny vroeg aan Bernardus van Clairvaux om de stichting over te nemen. Deze stuurde zeven monniken, afkomstig van de abdij van Trois-Fontaines. De reeds aanwezige kanunniken vervoegden de nieuwkomers in de orde van de cisterciënzers.

Rond 1252 werd het klooster vernield door een brand. De heropbouw nam ongeveer 100 jaar in beslag.
Tijdens de 15e en de 16e eeuw vonden verscheidene oorlogen tussen Frankrijk en naburige regio’s plaats (Bourgondië, Spanje), wat voor Orval gevolgen had.
In 1637 werd de abdij verwoest, maar ze werd terug opgebouwd.
In 1793 werd de abdij definitief verwoest door de Franse revolutionaire troepen.

De site werd verkocht als nationaal goed en diende een eeuw lang als steengroeve.
In 1926 schonken de toenmalige eigenaars de site aan de nieuwe vzw l’abbaye de Notre Dame d’Orval, met de bedoeling er een nieuw trappistenklooster op te richten als dochterafdeling van La Grande Trappe.
De eerste monniken waren echter niet afkomstig van La Grande Trappe, maar van de Abdij van Sept-Fons.

Zij keerden terug naar Europa van een mislukte poging tot kloosterstichting in Brazilië.
Gedurende 22 jaar, van 1926 tot 1948, werd een geheel nieuwe abdij opgebouwd naar ontwerp van architect Henri Vaes.
Dit was vooral het werk van de Gentenaar dom Albert-Marie Van der Cruyssen, die in 1936 de eerste abt werd.
Om de grote bouwwerken te kunnen bekostigen werden verschillende inzamelingsactiviteiten opgezet.
Er werden bijvoorbeeld speciale postzegels met toeslag uitgegeven.

De kaasmakerij (1931) en de brouwerij (1932) werden opgericht om de nodige financiële middelen te genereren, en stelden vanaf het begin leken te werk.
Na het einde van de bouwwerken werden deze inkomsten gebruikt voor sociale en liefdadige doeleinden.
Aan de abdij van Orval is de legende verbonden van gravin Mathilde van Toscane.
Deze zou omstreeks 1076 gerust hebben bij de bron in het dal. Terwijl zij met haar handen door het water gleed, verloor ze haar ring (niet trouwring!), en ze smeekte en bad tot God om hulp.
Na haar gebeden keerde ze terug naar de bron. Een forel kwam boven met haar ring in de bek. Daarop riep ze uit: “Dit is werkelijk een gouden dal!” (Latijn: aurea vallis, vandaar Orval).
Uit dankbaarheid besloot ze op deze gezegende plaats een klooster te stichten.

De bron heet tegenwoordig de Mathildebron. De plaatselijke traditie wil dat elk jong meisje dat een geldstuk in de bron werpt binnen het jaar zal trouwen. Ondanks dat het geen trouwring betrof die ze in de bron verloor.
De forel met de ring in de bek staat afgebeeld op het etiket van de flesjes, de glazen en reclamepanelen van het Orval-Trappistenbier.

De abdij bestaat uit vier gedeelten: het eigenlijke klooster dat grenst aan de centraal gelegen basiliek en dat alleen voor monniken toegankelijk is; de brouwerij die grotendeels draait met extern personeel; de binnenplaats met het gastenverblijf, en het gedeelte dat toegankelijk is voor toeristen zoals de ruïnes van de oude kerk, de fontein, de kruidentuin, de filmzaal en de abdijwinkel.
Achter de abdijgebouwen liggen grote vijvers, landbouw- en tuingronden en een bos.
Vanwege zijn uitzonderlijke schoonheid en bijzondere architectuur wordt het klooster van Orval ook wel het ‘Versailles onder de kloosters’ genoemd. (diverse bronnen en Wikipedia, Foto’s Le Soir 16 september 1948)









De officiële opening met mis gebeurde op 10 oktober.
Tijdens de openingsplechtigheid waren 2.540 rooms-katholieke bisschoppen uit alle werelddelen aanwezig. Paus Johannes XXIII vroeg de vergaderde bisschoppen om aggiornamento.
Dit Italiaanse woord voor modernisering betekent letterlijk ‘bij de dag (tijd) brengen’.
Modernisering van de Kerk was volgens de paus onontkoombaar.
Op 8 december 1965 werd het concilie afgesloten door paus Paulus VI (1963-1978), opvolger van de in 1963 overleden Johannes XXIII.
De concilievaders hadden vergaande besluiten genomen. In de liturgie werd de volkstaal ingevoerd.
De positie van de plaatselijke bisschoppen en ook die van de leken in de Kerk werd versterkt.
De concilievaders verklaarden zich voorstander van democratie, de seculiere staat en gewetens- en godsdienstvrijheid.
Zij toonden respect en openheid voor andere godsdiensten en andere christelijke kerkgenootschappen.
Bovendien spraken zij zich uit tegen de kernwapenwedloop.(Diverse bronnen, De Post 21 oktober 1962, Kro en Wikipedia)




