Vandaag 40 jaar geleden, te gast bij de Gentse schilder Camille D’Havé op zijn tentoonstelling in het cultureel centrum van Ledeberg.

Bij geen enkele andere schilder komt de ruwe bolster van de Vlaming sterker tot uiting dan bij de man afkomstig uit de onderste krochten van het Gentse arbeidersmilieu.

Was er kunstpaus Jan Hoet niet geweest, en zijn focus op de wilde kunstvormen die rond de jaren tachtig van de vorige eeuw wereldwijd doorbraken, Camille D’Havé zou niet meteen wereldberoemd, maar toch heel wat bekender zijn en internationale erkenning hebben gekregen.

Niet dat Jan Hoet Camille D’Havé niet genegen was, maar hij paste niet in de ‘vriendenkring’, met Panamarenko, Jan Fabre, Berlinde De Bruyckere, Wim Delvoye, Bruce Nauman, Joseph Beuys en Marcel Broodthaers in de binnenste cirkel.

Een prachtig artikel over D’Havé is van de hand van Hugo Claus.

Weinigen weten dat hij als jongeling kritieken geschreven heeft, om den brode, maar vaak ook uit sympathie.

Hugo Claus, vooraan in de twintig, kroont D’Havé al, alvorens hij tot volledige rijpheid komt: ‘Hij (D’Havé, GL) is een gefolterde natuur, die dicht bij het aardse, het primitief-volkse contact heeft.

Zijn wereld is een dramatische vervorming der waarden, die wij dadelijk als een andere waarheid aanvaarden. Eerlijk en persoonlijk beklemtoont hij deze waarheid in een typische, hem eigene vorm (…) met aanknopingspunten bij én Goya én Picasso.

Zijn vorm: een scherpe, uithalende tekening, die de massa’s sculpturaal doet voorkomen, een lichte materie met geraffineerde variaties van de kleur, en een verftechniek, die de Primitieven als voorbeeld heeft.’

Ook Pjeroo Roobjee schreef een mooi gedicht voor hem en dit voor zijn zijn afscheidsgroet op de uitvaart van Camille.

Want in hetzelfde jaar van zijn tentoonstelling stierf deze Gentse schilder in 1980.

Strofe voor Camille

Bij leven het leven vergeten

Door wat hem als droom werd aangewezen:

De hardnekkige wimperwenk van Neithart,

Het lonken van een gebarsten kom in Colmar.

Daardoor ook kakkerlakken gegeten

En meikevers gevreten om te overleven.

Al wat Grünewald hem geven kon,

Was de grijze tooi, de moede pels,

Die exegeten als de ziekte meden.

Bij leven vergeten en het leven vergeten.

Het bestaande heelal volgevloekt en verweten

En toch in niets tekort geschoten.

(Diverse bronnen, Guido Lauwaert en De Post van 1 juni 1980)

70 jaar geleden, affiche-wedstrijd om te gebruiken als propaganda voor het Marshallplan.

In elk van de achttien landen die hulp kregen dankzij het Marshallplan, organiseerde men een affiche-wedstrijd.

Voor ons land en dit samen met Luxemburg waren er 492 deelnemers, waarvan 84 uitverkoren waren om deel te nemen aan de tentoonstelling.

De jury bestond uit twee hoge ambtenaren, vier kunstenaars en een journalist.

De voorzitter was Baron Opsomer en de andere leden waren Roger Okrent, Pierre Elvinger, Paul Fierens, Herman Teirlinck, Ernest Storck en Jean Jacques Gaillard.

De winnaar was Van Mierlo uit Antwerpen, tweede was Bernard Ghobert uit Etterbeek-Brussel en de derde was Fernand Lacroix uit Niel.

De winnaar kreeg een reis van drie weken naar Parijs en Rome, de tweede kreeg een reis van twee weken naar Parijs en Londen en de derde kreeg een reis naar Parijs voor een week.

De drie kregen ook nog eens 850 Belgische frank per dag tijdens hun vakantie.(Diverse bronnen, foto 4 de winnaar Van Mierlo, Baron Opsomer en de heer Nuveen van de E.C.A en De Post van 7 mei 1950)

de winnaar
de tweede
de derde
Van Mierlo, Baron Opsomer en de heer Nuveen van de E.C.A

50 jaar geleden, te gast tijdens de restauratie van het Chinese Salon in het museum Arnold Vander Haeghen in Gent.

Het salon bevat wandbekleding van Chinese zijde en is daarmee het grootste ensemble op natuurzijde uit heel Europa.

De restauratie duurde uiteindelijk veertien jaar en dit onder toezicht van de heer Seghers.

Het grootste werk beeldt het Chinese volk uit dat op weg is naar het jachtpaviljoen van de keizer. Het Chinese Salon is verdeeld op 29 banen van van elk 3 meter op 82 cm.

Het pand, dat oorspronkelijk uit drie woonhuizen bestond, was al van voor 1746 in het bezit van rococo architect David ‘t Kindt.

Hij ontwierp er een nieuwe gevel voor, maar stierf voor de werken konden worden afgerond.

Zijn weduwe verkocht de gebouwen in 1771 aan de grote Gentse katoenbaron, Jodocus Clemmen. Hij, en later zijn zoon, lieten het gebouw afwerken en prachtig decoreren.

Na het overlijden van zoon Pieter Clemmen kwam het in 1841 in handen van drukker Desiré-Jean Vander Haeghen.

Hij vestigde er zijn drukkerij waar onder andere de ‘Gazette van Gent’ werd gedrukt.

Drie generaties Vander Haeghens zouden er werken en verblijven.

Na de Eerste Wereldoorlog stopte de jongste telg, Arnold, met de drukkerij. Hij bleef er wonen tot aan zijn dood in 1942.

In zijn testament liet hij optekenen dat het gebouw na de dood van zijn weduwe eigendom zou worden van de Stad Gent.

Dat gebeurde in 1951.(Diverse bronnen, De Post van 17 mei 1970, foto 2 de slechte staat van het werk, foto 3 team die werkte aan het kunstwerk, foto 4 en 5 huidige toestand van het werk en Wikipedia)

50 jaar geleden, te gast tijdens de restauratie van het Chinese Salon in het museum Arnold Vander Haeghen in Gent.
50 jaar geleden, te gast tijdens de restauratie van het Chinese Salon in het museum Arnold Vander Haeghen in Gent.
50 jaar geleden, te gast tijdens de restauratie van het Chinese Salon in het museum Arnold Vander Haeghen in Gent.

60 jaar geleden, te gast bij de Franse schilder Jacques Villon (april 1960)

Duchamp was de oudste uit een kunstenaarsgezin van zes kinderen, waaronder zijn broers Raymond Duchamp-Villon, beeldhouwer, Marcel Duchamp, schilder, en zijn zus Suzanne Duchamp, schilderes.

In 1894 nam Gaston als pseudoniem de naam over van zijn geliefde dichter. Hij liet zich voortaan Jacques Villon noemen.

Hij gaf heel jong zijn studies in de rechten op, om de artistieke weg op te gaan.

Hij kreeg een eerste tekenopleiding in Montmartre, in het atelier van Fernand Cormon, waar hij Henri Toulouse-Lautrec ontmoette.

Invloeden van deze, van Théophile Steinlen, van Jean-Louis Forain of van de Nabis ontgingen Villon niet.

In 1906 vestigde hij zich in Puteaux en waagde hij zich aan een voorzichtig cézanniaans kubisme.

In het atelier van Puteaux ontpopte Villon zich vanaf 1911 als de voortrekker van de Section d’or-groep, met zijn broers, met Albert Gleizes, met František Kupka, met Albert Metzinger, met Francis Picabia en met Fernand Léger.

Binnen deze Puteaux-groep vierde een synthetisch kubisme hoogtij.

In 1912 werden al zijn ingebrachte doeken verkocht aan het Amerikaanse publiek op de Armory Show.

In 1956 kreeg hij de opdracht tot het uitwerken van de kartons voor 5 glasramen in de Sacré-Coeur-kapel van de kathedraal te Metz.

Villon noemde zichzelf Cubiste impressionniste (impressionistisch kubist).

Hij overleed op 87-jarige leeftijd.(Wikipedia en foto’s Paris Match 2 april 1960)

60 jaar geleden, te gast bij de Franse schilder Jacques Villon (April 1960)
60 jaar geleden, te gast bij de Franse schilder Jacques Villon (April 1960)
60 jaar geleden, te gast bij de Franse schilder Jacques Villon (April 1960)
60 jaar geleden, te gast bij de Franse schilder Jacques Villon (April 1960)

60 jaar geleden, te gast bij de Gentse kunstschilder Jef Wauters

Kunstschilder Jef Wauters werd op 26 februari 1927 geboren in Mariakerke (Gent) als zoon van een Gents schoenenfabrikant, werd mettertijd één van de bekendste en meest gegeerde hedendaagse Latemse schilders in het buitenland.

In 1950 werd Wauters laureaat van de Grote Prijs voor Monumentale Schilderkunst.

Deze onderscheiding bracht hem in de gerenommeerde Gentse Galerij Vyncke-Van Eyck, tot de tachtiger jaren de trendsetter van de Oost-Vlaamse kunstwereld.

Na zijn opleiding aan Sint-Lucas en later in de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten in Gent gaf hij jarenlang zelf les aan Sint-Lucas.

Wauters had jarenlang een fascinatie voor Venetië en maakte heel wat schilderijen, tekeningen en collages met het Venetiaanse carnaval als onderwerp.

Elk jaar ging hij er drie weken herbronnen tijdens het carnaval.

Na zijn opleiding aan Sint-Lucas en later in de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten in Gent gaf hij jarenlang zelf les aan Sint-Lucas.

Wauters had jarenlang een fascinatie voor Venetië en maakte heel wat schilderijen, tekeningen en collages met het Venetiaanse carnaval als onderwerp.

Elk jaar ging hij er drie weken herbronnen tijdens het carnaval.

Naast carnaval zorgden ook bloemen, jazz, justitie en de kerk voor inspiratie.

Hij woonde achtereenvolgens in Gent, Rome, Parijs en Deurle voordat hij in Roeselare terecht kwam.

Na een longontsteking bleef hij met zijn gezondheid sukkelen.

Hij overleed in Roeselare op 19 februari 2013.

Op 23 februari nam Sint-Martens-Latem in de St-Aldegondiskerk afscheid van deze minzame, wat teruggetrokken kunstenaar. (Diverse bronnen, Wikipedia en foto De Post van 20 maart 1960)

60 jaar geleden, te gast bij de Gentse kunstschilder Jef Wauters
Foto De Post van 20 maart 1960

30 jaar geleden, te gast bij Jan Mulder.

We kennen natuurlijk allemaal Jan Mulder als de voetballer, Columnist, auteur en televisiepersoonlijkheid.

Maar wist u ook dat hij talent heeft als tekenaar en schilder?

Jan Mulder

Schilderij Slag bij Heiligerlee van Jan Mulder
Jan Mulder (februari 1990)
Schilderij Daphne Jongejans 2 van Jan Mulder
Jan Mulder
Schilderij Daphnne Jongejans 1 van Jan Mulder
Jan Mulder
Tekening Mevrouw Tardelli 1 van Jan Mulder
Tekening Tennis van Jan Mulder

40 jaar geleden, te gast bij de West-Vlaamse schilder, graficus en beeldhouwer Yves Rhayé

Over zijn aankoop van het kasteel in Voorde (Nonove) zei hij het volgende: Dit kasteel is de dwaasheid van mijn leven.

Toch zal hij er blijven wonen tot aan zijn dood in 1995.

Hij studeerde aan de Academie voor Schone Kunsten in Gent.

Zijn werken zijn te zien CC. De Brouwerij in Koekelare en in het Kunstmuseum aan Zee (Oostende)

De Franse beeldhouwer Thierry Vide en zijn kunstwerk Holotram 7

Hij ontwikkelde in 1986 het concept van de holotramie: het is de assemblage van volledig en vacuüm dankzij de positie van geperforeerde roestvrijstalen frames die het mogelijk maken om een ​​vloeibaar en doorzichtig volume in de ruimte samen te stellen.

Deze positie zorgt voor een moiré- effect waarmee hij zijn creativiteit tot uitdrukking kan brengen.

Hij won de wedstrijd voor het Parvis de la Défense: efemere holotramische compositie “Color Space” 100 m lang en 24 m hoog gecreëerd voor de top van de geïndustrialiseerde landen, bij de inhuldiging van de Grande Arche en van de tweehonderdste verjaardag van de Franse revolutie. (Wikipedia en De Post van 12 januari 1990)

Vandaag 50 jaar geleden, begrafenis van de Franse schrijfster Louise de Vilmorin.

Louise de Vilmorin werd in 1902 geboren in Verrières-le-Buisson, telg uit een vooraanstaand geslacht van botanisten.

Ze had een ouder zusje en vier jongere broers, die ze later aanmerkte als haar beschermende klaverblad; het klavertjevier waarmee ze haar brieven ondertekende, haar handelsmerk.

Haar moeder leidde een mondain leven, had een salon, waar vorsten, diplomaten en schrijvers elkaar kruisten.

Als kind was Louise door ziekte vaak gekluisterd aan haar ‘Rossinante’, haar bed op wielen; een positie aan de zijlijn die haar observatievermogen en haar fantasie scherpte. Haar liefdesleven was tumultueus.

In 1923 verloofde ze zich met haar neef Saint-Exupéry; in 1925 trouwde ze met de Amerikaan Henry Leigh-Hunt, met wie ze drie dochters kreeg.

In 1933 had ze kort een verhouding met André Malraux.

In 1937 trouwde ze met de Hongaarse graaf Pali Pálffy; ook dat huwelijk hield geen stand.

In 1947 leerde ze Coco Chanel kennen en tien jaar later bracht ze haar biografie uit Mémoires de Coco.

Vanaf 1950 vestigt ze zich in het huis van haar familie in Verrières-le-Buisson, waar ze in haar ‘salon bleu’ kunstenaars, schrijvers en filmers ontvangt.

Enkele meesterwerken van haar zijn Sainte-Unefois, Julietta, L’Heure Maliciôse, Lettre dans un taxi en poëziebundels als Fiançailles pour rire en L’Alphabet des aveux.Louise schreef zelf het scenario voor Les Amants, van Louis Malle, uit 1958.

De film is gebaseerd op de novelle Point de lendemain van de Franse auteur Vivant Denon, met onder meer in de hoofdrol Jeanne Moreau en Alain Cuny.

Aan het eind van haar leven krijgt ze opnieuw een verhouding met André Malraux.

De media-aandacht die dat oplevert, doet haar verzuchten: ‘Ik ben niet langer Louise de Vilmorin, ik ben Marilyn Malraux.’

Ze stierf op de leeftijd van zevenenzestig jaar op 26 december 1969 en drie dagen later begraven op 29 december 1969 (diverse bronnen, Wikipedia en foto 1 André Malraux troost één van haar dochters, foto 2 de Franse acteur Paul Meurisse en foto 3 Ingrid Bergman en haar man)

50 jaar geleden, te gast bij de kunstschilder Godfried Theunynck.

Godfried Theunynck (°1944) is een van de schilderende zonen van de toen befaamde Boer Theunynck, ook bekend als Gaston Theunynck (Esen, 1900 – Roeselare, 1977).

Deze autodidact zat niet alleen in een boerenstiel, maar schilderde ook in een naïve post- expressionistische trant.

Hij heeft ook twee schilderende zonen, Walter en Godfried.

Godfried Theunynck gebruikt eveneens een expressionistische stijl met een warm palet.

Hij heeft onder meer de Kruisweg geschilderd van de Sint-Catharinakapel te Kuurne.

Vandaag 40 jaar geleden, opening van de tentoonstelling Kermesse Heroique in het Centre Pompidou in Parijs.

Voor deze grote retrospectief van Salvador Dalí over de overdracht van voorwerpen in een wel of niet schaalverandering.

De bezoeker kreeg een installatie te zien van tientallen gerechten, worstjes en een theelepel op een andere schaal dan in de werkelijkheid.

Zo was de lepel 38 meter lang en goed voor een gewicht van 1600 kg.

Dali gaf de opdracht aan Kim Hamisky om dit kunstwerk te maken.

Gedurende meer dan zes weken hebben een twintigtal arbeiders metalen platen gesneden en gelast om dit kunstwerk samen te stellen.

De Theelepel kreeg een plaats in de hall, naast een rots die begroeid is met regenschermen.

De Theelepel en de rots kregen ook nog een andere functie.

Een pompsysteem pompte water uit de lepel en spoot die dan eens per uur over de rots.

Zo waren de beide kunstwerken verbonden als een soort fontein. (Tentoonstelling 18 december tot en met 14 april 1980, Diverse bronnen en De Post van 30 december 1979)

Kunstenaar Panamarenko (79) is onverwacht overleden.

Panamarenko ziet op 5 februari 1940 het levenslicht als Henri Van Herwegen in Antwerpen.

Zijn familie langs vaderskant is communistisch. Een van hen is zelfs leider van de Belgische communisten en komt in de oorlog om door een V1-vliegende bom.

Als kind is hij gefascineerd door die Duitse V1’s, de onbemande vliegtuigjes die in 1944 met hun catastrofale bomlading over de Scheldestad vliegen.

De vader van Henri Van Herwegen is elektro-ingenieur en zijn grootvader is architect. Zo geraakt hij van jongs af aan vertrouwd met techniek en ruimtelijke constructies. Van 1955 tot 1960 studeert hij aan de Antwerpse Academie en in 1963 geeft hij daar ook zijn eerste solotentoonstelling.

In de jaren 60 neemt Van Herwegen de naam Panamarenko aan. Het is een samenvoegsel van Pan American Airlines and Company. De naam bestaat ook als Russische familienaam. Zo hoort hij op de radio ook wel eens iets over een Russische generaal in de Koude Oorlog met die naam.

Vanaf de jaren 70 bouwt Panamarenko aan zijn schaalmodellen van talrijke imaginaire voertuigen, vliegtuigen, ballonnen of helikopters in alle mogelijke origineel-verrassende vormen. Het zijn varianten op de droom van het vliegen van de mythologische figuur Icarus. Of deze tuigen echt kunnen vliegen, is een deel van het mysterie en de aantrekkingskracht.

In de periode 1969-1971 bouwt Panamarenko de zeppelin “The Aeromodeller” en in 1990 de eerste Archaeopterix, een intelligente kip, naar het model van een prehistorische vogel. In 1996 presenteert hij de duikboot Pahama Novaya Zemblaya.

Intussen breekt hij ook internationaal door en organiseert hij tentoonstellingen in Londen, Bazel en New York. In 2003 wordt zijn beeld Pepto Bismo in Antwerpen op het Sint-Jansplein ingehuldigd.

Panamarenko zijn oeuvre is gebaseerd op de archetypische jongensdroom: te kunnen vliegen. Hij werkt aan fantasievolle luchtvaartuigen en andere machines geïnspireerd op insecten, vogels en oude vliegtuigen, naast toestellen om de aarde, het water, en ook de ruimte mee te verkennen.

Zijn werk is het resultaat van verbeeldingskracht en ligt tussen droom en werkelijkheid. Panamarenko is geboeid door het wonderlijke in de ons omringende wereld. Zijn interesse voor natuur, wetenschap en technologie, en zijn streven naar artistieke schoonheid versmelten in zijn werk tot een levensproject.

Hij gaat vooral analytisch en experimenterend te werk. Van dogmatische principes en gecontroleerde, wetenschappelijke systemen moet hij niets hebben. De eigenzinnige kunstenaar laat zich meevoeren door zijn verbeeldingskracht. Hij gaat de strijd aan met het ongrijpbare, trotseert de zwaartekracht en probeert het technisch onmogelijke mogelijk te maken.

Panamarenko kijkt zelf op naar kunstenaars als Joseph Beuys, Marcel Broodthaers, Bruce Nauman en Pablo Picasso.

Panamarenko, van nature geen koffieliefhebber, leert koffie drinken als hij in 2003 trouwt met de 34 jaar jongere flamboyante eigenares van koffiebranderij Hoorens, Eveline Hoorens.

Intussen bestaat er zelfs een heuse Panamarenko-koffiemélange, de Panamajumbo.

In 2005, bij de opening van een grote overzichtstentoonstelling van zijn werk in Brussel, kondigt Panamarenko aan zich terug te trekken als actief kunstenaar.

Toch betekent dit niet helemaal het einde van zijn carrière. In oktober 2011 stelt hij immers de “Wuivende krabben” voor. Dat is een reeks fonteinen in de vorm van krabben op drie eilandjes in de vorm van roestvrij stalen halve bollen in het Zegemeer in Knokke-Heist.

In november 2006 wordt het werk “De meikever (1975) gestolen uit het Gentse SMAK en het wordt beschadigd teruggevonden in het park tegenover het museum. Het werk wordt hersteld en krijgt op de Erfgoeddag in 2007 een centrale plaats.

Begin januari 2007 schenkt de kunstenaar zijn vroegere woning met atelier en inboedel aan het Muhka. Het huis wordt gerestaureerd en gaat in de zomer van 2012 open voor het publiek. Het is een open en levendig huis waar de licht excentrieke biotoop van Panamarenko tot leven komt en waar zijn geest bewaard blijft.

Er waren voorbereidingen aan de gang voor een grote viering van de 80e verjaardag van Panamarenko volgend jaar.

Die zou onder meer gevierd worden met een retrospectieve tentoonstelling in galerie Campo & Campo in Berchem: “Around the World in 80 Years”.(Diverse bronnen, Wikipedia en Isabelle Dekeyzer)

Overzichtstentoonstelling Panamarenko in MSK Pamamarenko (65), met ‘The Aeromodeller’.