
40 jaar geleden, het eerste groot Encyclopedisch woordenboek van Larousse (december 1979)

Foto's, en reportages en voor 95 % niet terug te vinden op Google uit ons ver verleden, over Gent, Vlaanderen, film, muziek, sport, politiek en zoveel meer uit tijdschriften en kranten en jaarboeken. Vanaf de jaren 1900 tot en met gisteren. Meer foto's en artikelen terug te vinden op onze Fb groep Gisteren nog vandaag en de Fb groep Weetjes over popmuziek

Decorte heeft zijn drieluik over de Existentiële Prins herhaaldelijk de Aidstrilogie genoemd.
Onderbroekenlol, flauwekul, absoluut amateurisme, allemaal omschrijvingen die op Jan Decortes Naar Vulvania perfekt toepasbaar zijn.
Ware het niet dat Jan en de zijnen (Sigrid en Chantal in dit geval) niet onnozel of amateuristisch zijn.
Ze zetten je, en je zit er dan nog mee te lachen ook, voortdurend op het verkeerde been.Het cliché van de.stand-up comedian, het cliché van de amateur theatermaker in een lokaal gezelschap, het cliché van de schlemiel die verstrikt raakt in zijn eigen onhandigheden, het cliché ten slotte van de psychedelische trend (door Decorte zelf uit de Brusselse lucht geplukt en tot persoonlijk waarmerk verheven), het wordt allemaal tot een absoluut toppunt gedreven.
Het zou best mogelijk zijn om aan dit stuk een volledige theorie op te hangen over de stand van zaken in de kunst volgens Decorte.
Maar zo’n interpretatie glijdt van het stuk af als water. Ze houdt nooit echt steek, je kunt Decorte nergens op vastpinnen, zelfs niet op het feit dat hij niet kan spelen.
Als hij op het einde, op bevel van Sigrid Vinks, doodvalt op muziek van Lenny Kravitz’ “Let love rule” heeft dat een ondoorgrondelijke ironie: je weet echt niet of hij dat nu leuk en psychedelisch vindt, of evengoed gewoon flauwekul zoals zijn eigen stuk.
En Decorte zal wel de laatste zijn om hierover enige opheldering te verschaffen. En dat in hoofdzaak, omdat hij misschien wel beide tegelijk denkt.Anders gezegd, de “boodschap” van het stuk is kort en bondig: stop met denken.
Denken hier te begrijpen als het voortdurend opwerpen van intellectuele (ideologische) raamwerken tegen wat je ziet, het voortdurend zoeken naar een “diepere” waarheid, van welke aard ze ook mogen wezen.
Het bevrijdende gelach dat daarvan uitgaat, zit gewoon ingebakken in Naar Vulvania, het wordt nergens gezegd, uitgelegd, opgedrongen.
Dat we allemaal bezig zijn met seks, het is geen aanleiding tot handenwringend gepsychologiseer, het is aanleiding voor een ijzersterke schlager: “Ik ben de man die het niet kan, Zwabidim, Zwabidoem”.
Het enige wat je je zou kunnen afvragen is of dit zottekesspel nu per se over drie afleveringen uitgesmeerd moest worden. Gewoon omwille van de lol? (Diverse bronnen, De Standaard en De Post van 15 december 1989)

De schatrijke Carlos Pietro wou het werk eerst kopen, maar gezien dit niet kon, dan maar gaan voor een kopie van het schilderij Musicerende Engelen van Memlinc.
Het resultaat mocht er zijn, want het bereikte toen de wereldpers.
Het zou zijn enige kopie zijn dat hij ooit maakte, zijn eigen werk is tot op vandaag nog te koop op veilingen
Alfons Verheylen geboren in 1903, stierf in 1990.




Kees van Dongen is geboren in 1877 in Delfshaven, in een voor zijn tijd relatief klein gezin van maar vier kinderen.
Zijn vader was eigenaar van twee mouterijen, bedrijven die mout aanleveren voor het brouwen van bier.
De jonge Van Dongen krijgt volledige vrijheid van zijn ouders om zijn roeping als kunstschilder te volgen.
In 1897 breekt hij zijn studie af om zich voor een paar maanden in Montmartre, Parijs te vestigen.
Twee jaar later besluit hij voorgoed in Parijs te blijven, waar hij al na vijf jaar bekendheid geniet binnen de avant-garde van de kunstwereld.
Van Dongen schilderde vooral graag vrouwen. Na de Eerste Wereldoorlog krijgt Van Dongen bekendheid vanwege zijn portretten van vooraanstaande, meestal vrouwelijke personen.
In 1967 valt hem de eer te beurt, dat een retrospectieve tentoonstelling wordt gehouden in het Musée National Moderne te Parijs.
Nadat hij verschillende keren is opgenomen in het ziekenhuis, sterft Van Dongen in 1968 in zijn woning te Monaco.
In februari 2008 werd het doek Ouled Naïl voor een recordprijs van 7,5 mln. euro verkocht bij Christie’s in Londen.
La Gitane (De Zigeunerin) bracht op 1 februari 2010 ruim 8 miljoen euro op tijdens een veiling bij Christie’s in Londen en Les escarpins mauves (De paarse pumps) bracht 2,3 miljoen euro op. (Diverse bronnen, Wikipedia en Foto 4 Brigitte Bardot)




Quasimodo had toen net de de Nobelprijs voor Literatuur gewonnen.
In de Vlaamse media zoals in de Post van 8 november 1959 weinig te lezen over zijn gedichten.
Wel over het feit dat hij communist is geweest, al was dat maar voor een korte periode.
De pers schreef er toen het volgende over : Hij zegde zijn lidkaart van de communistische partij op, omdat hij vrij wou zijn. Dit is bij westerse kunstenaars met communistische sympathieën veel voorkomend verschijnsel : zij juichen het communisme op zich zichzelf toe, doch eisen tegelijkertijd voor zichzelf de vrijheid op, die alleen het democratische Westen erkend .
Ook zou hij de Nobelprijs gewonnen hebben, omdat een jaar eerder Boris Pasternak deze prijs had gewonnen en volgens de Sovjet-Unie was dit toen niet meer dan een politieke daad tegen de Sovjet-Unie.
Trouwens voor Boris Pasternak was het ook geen cadeau.
Onder druk van moederland de Sovjet-Unie moest hij zelfs deze prijs weigeren en Ondermijnd door de lastercampagne van zijn land, stierf hij in 1960 aan longkanker.
Zodoende om de Sovjet-Unie te vriend houden, zou men daarom een jaar later in 1959 de prijs laten winnen door een communist zoals Salvatore Quasimodo.
De koude oorlog was duidelijk overal aanwezig, zelfs bij de Nobelprijs voor Literatuur.
In 1987 kreeg Pasternak uiteindelijk postuum volledig eerherstel in zijn eigen land, onder het glasnost en perestrojka-beleid van Michail Gorbatsjov (destijds secretaris-generaal van de CPSU).
Pasternaks zoon Jevgeni nam in 1989 namens zijn vader alsnog de Nobelprijs voor Dokter Zhivago in ontvangst. (Diverse bronnen, De Post 8 november 1959 en Wikipedia)






Zijn creaties zijn tentoongesteld op vele buitenlandse tentoonstellingen, zoals in Genève, Boedapest, Moskou, St. Petersburg, enz.
In Vlaanderen leerde we de kunstenaar kennen dankzij zijn tentoonstelling op de Expo van 1958.
Hij ontwierp en creëerde interieurs, zoals het restaurant Oživlé dřevo in Praag in Strahov , het restaurant Vysočina in Národní třída en het restaurant Déminka in Hradec Králové . In Svratka is zijn werk vertegenwoordigd in het interieur van het restaurant U Šillerů.
Hij stierf in een ziekenhuis in Brno op 3 juni 1983.



Foujita was de zoon van een Japanse generaal en bezocht de Tokyo University of the Arts. Zijn Japanse carrière begon veelbelovend en hij kreeg zelfs portretopdrachten vanuit de keizerlijke familie. Na een reis naar Engeland en Frankrijk in 1912 ontdekte hij echter de modernistische West-Europese kunst en verhuisde in 1913 naar Parijs. Daar verkeerde hij onder vooraanstaande avant-gardistische kunstenaars, zoals Georges Braque, Henri Matisse, Fernand Léger, Jean Cocteau, Juan Gris en Pablo Picasso. Met Amedeo Modigliani raakte hij nauw bevriend en hij bouwde een reputatie op als vrouwenversierder; hoewel hij in Japan al was getrouwd had hij relaties met Kiki de Montparnasse, kunstschilderes Fernande Barrey en de Belgische actrice Lucie Badoud, door hem Youki genoemd, met wie hij samen met zijn vriend Robert Desnos rond 1930 een spraakmakende “ménage à trois” onderhield.Foujita maakte schilderijen en grafische werken die een mengeling vormden tussen de Japanse prentkunst en de moderne Westerse kunst, en ontwikkelde daarin een geheel eigen stijl. Ook maakte hij beroemd geworden fresco’s in de Notre-Dame-de-la-Paix-kapel te Reims. Hij groeide uit tot een gevierd kunstenaar en was in de jaren twintig aanwezig op vrijwel alle belangrijke West-Europese exposities van moderne kunst.In 1931 reisde Foujita door Latijns-Amerika en in 1933 keerde hij terug naar Japan, waar hij groots werd onthaald. In Japan werkte hij als propagandistisch oorlogsschilder voor het Japans Keizerlijk Leger. Na de oorlog keerde hij terug naar Frankrijk. Hij werd katholiek, nam het Franse staatsburgerschap aan, en noemde zich voortaan Léonard. Foujita en als waardering kreeg hij de uitreiking van ridder in het Légion d’honneur. Hij overleed in 1968 aan longkanker. Zijn werken zijn te zien in tal van grote musea, zowel in het westen als in Japan. (Diverse bronnen, Wikipedia en Foto’s september 1959)







De in 1944 te Eindhoven geboren kunstschilder Cornelis le Mair kan men met recht een natuurtalent noemen.
Al op de kleuterschool, amper vijf jaar oud, moet hij in alle klassen zijn tekeningen laten zien.
Na het doorlopen van de middelbare school gaat hij studeren aan de kunstacademie in Den Bosch.
Helaas voor de getalenteerde Le Mair wordt in het huidige kunstonderwijs uitsluitend de ‘vrije expressie’ gedoceerd, waarbij een tekentalent wordt beschouwd als een hindernis op weg naar de ‘ware kunst’. Geen enkele leraar kan hem iets vertellen over wat hem nu juist interesseert.
Op advies van een goedbedoelende onderwijzer stapt hij in 1965 over naar de Academie voor Schone Kunsten in Antwerpen, waar het oude schilder-ambacht nog zou worden geleerd.
Maar ook daar blijkt het modernisme te hebben toegeslagen, al is er gelukkig voor hem nog één leraar die traditionele schildertechnieken serieus wil nemen: professor Victor Dolphijn.
In 1968 studeert Le Mair cum laude bij hem af in de richting portret- en figuurschilderen.
Zijn leraar zet hem tevens op het spoor van het stilleven, een genre waarin hij zich is blijven bekwamen. In 1973 vestigt Le Mair zich als zelfstandig kunstschilder in een landelijk gelegen boerderij, in de directe omgeving van zijn geboortestad.
De stijl waarin hij werkt noemt hij zelf traditioneel-ambachtelijk. Dit is het vak zoals het eeuwenlang is beoefend en waarvoor een groot tekentalent, veel kennis en een nimmer aflatende oefening is vereist.
Daardoor kunnen de schilderijen van Le Mair terecht worden vergeleken met die van de Oude Meesters (waardoor hij negatieve kritiek krijgt van modernistische criticasters), maar voor de oplettende toeschouwer verraden ze beslist een eigen identiteit.
Cornelis le Mair is een veelzijdig talent.
Naast zijn beroep, het schilderen van portretten, figuren, stillevens en een enkel landschap, houdt hij zich bij periodes intensief bezig met de architectuur, het maken van beelden, het bouwen van muziekinstrumenten en het vervaardigen van meubels. Ook verruilt hij regelmatig het schilderpenseel voor de schrijfpen.
In 2002 verscheen bij uitgeverij In de Knipscheer een roman, Vanitas geheten, waarin de schilderkunst een grote rol speelt. In 2008 publiceert hij bij uitgeverij In de Knipscheer een essaybundel over de verschillende aspecten van zijn vak.
Het interieur van zijn boerderij, dat hij naar eigen inzichten heeft verbouwd en ingericht, is vaak gefilmd, gefotografeerd en beschreven. Vele tijdschriften hebben artikelen gewijd aan dit bijzondere onderkomen en ook in televisieprogramma’s is het vaker te zien geweest.
Grote exposities waaraan de media veel aandacht hebben besteed, zijn de overzichtstentoonstelling in Museum Kempenland (1994), de eenmanstentoonstelling in Slot Zeist (1998) en de overzichtstentoonstelling in het Westfries Museum (1999).
In 2004 organiseerde Museum Kempenland een tentoonstelling rondom zijn maquette van een gebouwencomplex, het zogeheten Vanitas-paleis.














Begon vanaf zijn 21ste intensief te schilderen en te tekenen.
Reisde door Europa, Noord-Amerika en beoefende de meeste diverse beroepen om te overleven.
Voorkeur voor o.a. (zelf)portretten, naakten, interieurs, reisherinneringen, familiale taferelen.
Vond vaak zijn onderwerpen aan de zelfkant van de maatschappij en schilderde o.m. junkies, psychiatrische patiënten (liet zich in 1991 gedurende een maand vrijwillig colloqueren in het Gentse psychiatrische instituut Ghuislain).
Zijn werken komen deels bijtend kritisch, deels ontroerend romantisch over.
Vooral de zuiver erotische werken ademen een sfeer van vrede.
De kunstenaar: “Ik wil geen werk maken zonder een mens erop.”




