
35 jaar geleden, is Madonna echt zo gevaarlijk (Story 10 juni 1986)

Foto's, en reportages en voor 95 % niet terug te vinden op Google uit ons ver verleden, over Gent, Vlaanderen, film, muziek, sport, politiek en zoveel meer uit tijdschriften en kranten en jaarboeken. Vanaf de jaren 1900 tot en met gisteren. Meer foto's en artikelen terug te vinden op onze Fb groep Gisteren nog vandaag en de Fb groep Weetjes over popmuziek

Heidi Brühl volgde op 5-jarige leeftijd al dansles.
Haar talent werd ontdekt en in 1954 speelde ze een rol in haar eerste film.
Ze zou midden jaren ’50 in heel Duitsland bekend worden met de Immenhof-films.
Op 16-jarige leeftijd besloot ze toch te gaan studeren, ze volgde zang, dans, toneel, Engels en Frans.
In 1959 vormde ze samen met Corina Corten het duo Dolly Sisters en haalden met hun eerste single de vijfde plaats in de hitparade.
Tot 1967 volgden nog 12 successen, haar grootste hit was Wir wollen niemals auseinandergehn, met dit nummer probeerde ze in 1960 naar het Eurovisiesongfestival te gaan, maar in de preselectie moest ze Wyn Hoop voor laten gaan.
Drie jaar later mocht ze wel naar het songfestival met het liedje Marcel en haalde daar de negende plaats.
Kort voor ze 21 werd, stierf Heidi’s vader die tot dan haar manager was, hij liet haar een grote schuldenberg na.
In 1964 verhuisde ze van München naar Rome voor haar filmcarrière, daar leerde ze ook haar echtgenoot, de Amerikaanse acteur Brett Halsey kennen.
Samen kregen ze twee kinderen, Clayton Alexander Siegfried en Nicole.
Ze ging in de jaren 70 ook naar Amerika waar ze een rol speelde in de populaire serie Columbo.
In 1976 scheidde ze van Halsey en keerde terug naar Duitsland.
Ze overleed op 49-jarige leeftijd aan borstkanker.

De Duitse actrice en zangeres Heidi Brühl in de Piccolo van december 1960




Nog vrij nieuwe gezichten in het Amerikaanse discogebeuren waren Carolyn Edwards, Rufus Jackson en Tami Hunt destijds niet.
Vroeger hadden ze reeds heel wat ervaring opgedaan in de musicals The Wiz en Hair, alsook tijdens background-vocalen bij bijvoorbeeld Elton John, Sam & Dave en Cerrone.
In de voorafgaande maanden had dit disco-soulkwartet, dat onder leiding stond van Tony Valor, vooral veel succes behaald in de Amerikaanse discotheken met hun zeer gevarieerde liveshow met muziek van rhythm & blues tot disco, van pop tot reggae en van rock tot rap.
Omdat enkele leden vroeger ook choreograaf waren geweest, hadden ze daaromheen een perfecte show gecreëerd.
Tony Valor, die werd geboren als Anthony S. Tabbita, bracht gedurende een periode van twee decennia diverse discosingles uit.
Hieronder bevonden zich vele hits zoals “Love Has Come My Way”, een aantrekkelijk en volledig georkestreerd vocaal duet, “Opus 22” met zijn veerkrachtige baslijn, en het pakkende, Latijns-Amerikaans getinte “Dome Esa Cosa”.
Zijn eerste elpee, uitgebracht op het Brunswick-label, bevatte de briljante nummers “Gotta Get It” en “Ma Mo Ah”.
De baslijn van Gotta Get It was afkomstig van Disco Boogie Woman van Rozaa & Wine.
Verschillende nummers op dit album werden mede geschreven en gemixt door de legendarische Tom Moulton.
Deze Tom Moulton schreef geschiedenis door voor het eerst een volledige kant van een album als één doorlopende mix te presenteren op het baanbrekende disco-album “Never Can Say Goodbye” van Gloria Gaynor, wat hem de titel vader van de Disco Mix opleverde.
Enkele van zijn andere succesvolle mixen waren “Dirty Ol’ Man” van The Three Degrees, “Love Is The Message” van MFSB met The Three Degrees, “Do It (Til You’re Satisfied)” van B.T. Express, “Disco Inferno” van The Trammps, “Do It Any Way You Wanna” van People’s Choice, “More, More, More” van Andrea True Connection, “Doctor Love” van First Choice en het album The Girl Most Likely van Claudja Barry.
Tussen 1977 en 1979 produceerde hij de eerste drie albums van Grace Jones, waaronder een van haar grootste hits, de uitvoering van “La Vie en rose”van Édith Piaf.
Met hun eigen eerste plaat “You’re too late” had de groep Fantasy in Amerika een aardige hit gehaald.
Het was toen nog steeds een van de meest gedraaide platen in de Amerikaanse discotheken, en dan vooral de 12inch-versie.
In deze regio was de plaat een lange tijd alleen maar verkrijgbaar via de importzaken.
Hoewel “You’re Too Late” van Fantasy destijds officieel werd uitgebracht voor een herkansing, bereikte de single zowel in Vlaanderen als in Nederland de hitparade niet, waardoor deze poging uiteindelijk mislukte, wat best jammer was.
In het begin van de jaren tachtig bracht de groep twee albums uit. Een derde album werd al in 1985 voltooid, maar de release liet op zich wachten tot 1994.
In 2002 blies Valor het project nieuw leven in, ditmaal met een volledig vrouwelijke bezetting bestaande uit Dee, Janette, Mia en Misty.
Met een meer op eurodance gericht geluid scoorden zij een bescheiden hit met “Again” en brachten ze nadien nog twee albums uit.




Jimmy James and the Vagabonds brachten in 1976 dus 45 jaar geleden de lp uit Now met de singels Now is the Time en I’ll go where the music Takes Me.
De producer van dit album was in handen van Biddu.
Hij was trouwens ook de componist van deze twee grote successen!
Biddu kenenn we via zijn orkest Biddu & His Orchestra en natuurlijk ook van Kung Fu Fighting een nummer dat hij schreef voor Carl Douglas.
Hij werkte ook onder meer samen met Tina Charles en Claude François.










