De band werd gevormd in 1968 door drummer Jon Hiseman, tenorsaxofonist Dick Heckstall-Smith en basgitarist Tony Reeves.

Foto's, en reportages en voor 95 % niet terug te vinden op Google uit ons ver verleden, over Gent, Vlaanderen, film, muziek, sport, politiek en zoveel meer uit tijdschriften en kranten en jaarboeken. Vanaf de jaren 1900 tot en met gisteren. Meer foto's en artikelen terug te vinden op onze Fb groep Gisteren nog vandaag en de Fb groep Weetjes over popmuziek
De band werd gevormd in 1968 door drummer Jon Hiseman, tenorsaxofonist Dick Heckstall-Smith en basgitarist Tony Reeves.



In 1963 richt hij het Nieuw Vormgevend Gezelschap op en organiseert diverse jazz & poetry-happenings, met onderdelen als het voorlezen van gedichten, een spastisch ballet en een muziekstuk voor slagroomklopper, knerpdoos en een open- en dichtslaand boek op het programma.
Ook is Deelder een blauwe maandag zanger bij de gitaarloze beatgroep The Addicts.
Alleen twee nummers staan op het repertoire: Halleluja, I’m A Bum, een Engelse song uit de crisisjaren, en het van de eerste Stones-elpee afkomstige Can I Get A Witness
In 1968 richt hij samen met zijn vriendin Roselie Peters (waarmee hij in 1967 Jimi Hendrix ontmoette) en schoolvrienden Peter Snoey en Rob Peters het Schlagergezelschap van de Hyacinth op.
De groep weet een platencontract bij Bovema in de wacht te slepen en presenteert op 28 november de single We Were As Happy As My Uncle Ray.
In 1969 stappen de Peters uit het Schlagergezelschap van de Hyacinth. Het overgebleven duo doopt zich om tot Popera en maakt nog twee singles: Something en Look Over Here.
Na een ruzie met Radio Veronica, die weigert de single Something te draaien, houden zanger-tekstschrijver Deelder en componist Snoey het voor gezien.
Met Rob Peters maakt Deelder vervolgens enkele stripverhalen voor het jeugdblad Robbedoes. Onder de pseudoniemen Youssouph Ben Houpla (= Rob Peters) en Julian the Joint (= J.A. Deelder) publiceert de twee ook nog het boekje ABC Voor De Genieter Van Marihuana.
Onder zijn eigen naam debuteert Deelder met de door De Bezige Bij uitgegeven poëziebundel Gloria Satoria. Het debuut wordt positief ontvangen en beleeft diverse herdrukken.
Vandaag is de Nederlandse dichter Jules Deelder overleden en dit op de leeftijd van 75 jaar. Niet slecht voor een man die dacht nooit ouder te worden dan 33 jaar.



Het nummer staat op de B-kant van de single This is my Song (1967)
Het nummer is geschreven door Noël Lambré en Jack Tubor en ik heb altijd een zwak gehad voor dit nummer.
Helmut Zacharias werd geboren in Berlijn als zoon van een zangeres en een violist-dirigent.
Vanaf zijn 2 ½ jaar kreeg hij vioollessen van zijn vader en vanaf zijn zesde speelde hij in de Faun club, een cabaret in Berlijn.
Twee jaar later volgde hij les in de Gustav Havermann’s masterclass van de Muziekacademie van Berlijn, als jongste (tot dan toe) student.
Nog eens drie jaar later (’31) was hij voor de eerste maal te beluisteren op de radio, waar hij Mozarts Vioolconcert nr 3 in G-Major uit 1775 speelde.
Op 14-jarige leeftijd (’34) begon hij te toeren.[3] Rond dezelfde periode werd hij sterk beïnvloed door de all-string jazzbands van Django Reinhardt en Stéphane Grappelli’s, wier platen beschikbaar werden in Duitsland.
In 1940 werd hij “ontdekt” door de Duitse EMI-afdeling Lindström-Electrola, een jaar later had hij een eerste hit met Schönes Wetter Heute.
In de jaren 50 werd hij beschouwd als één van de beste jazzviolisten van Europa en werd geroemd als The Magic Violinist en Germany’s Mr. Violin.
Zijn grootste succes boekte hij op 22 september 1956 toen zijn nummer When the White Lilacs Bloom Again de twaalfde plaats bereikte in de Billboard Hot 100.
Een ander hoogtepunt bereikte hij met het nummer Tokyo Melody, de officiële hymne van de Olympische Zomerspelen van 1964 te Tokyo. Het nummer bereikte op 21 nobember 1964 de negende plaats in de UK Singles Chart.
In de late jaren 50 migreerde hij naar Zwitserland en trad hij op met veel bekende artiesten zoals Yehudi Menuhin.
Tussen 1968 en ’73 had hij een eigen televisieshow en in 1985 ontving hij een medaille van de Orde van Verdienste van de Bondsrepubliek Duitsland.
In 1995 werd vastgesteld dat hij aan alzheimer leed en twee jaar later trok hij zich terug uit het publieke leven. Hij stierf in 2002 in Brissago te Zwitserland en is begraven op het Friedhof Ohlsdorf te Hamburg.
Hij was gehuwd met Hella van 1943 tot aan zijn dood en samen hadden ze drie kinderen. Zijn zoon Stephan schreef onder andere de soundtrack van de film Der Untergang (2004). (diverse bronnen en foto december 1959)




Sophie B. Hawkins iwerd op 1 november 1964 in Manhattan geboren.
Haar ouders waren kunstenaars, die weinig aandacht hadden voor haar.
Komt daarbij dat ze vanaf haar tiende seksueel misbruikt werd en ze leed ook aan anorexia.
Op haar veertiende liep ze dan ook weg van huis en ging ze bij Gordy (een Nigeriaanse percussionist) wonen.
Het blijft goed fout gaan met haar. Zo denk ik er toch over want Gordy (meer dan dertig jaar ouder dan ze) krijgen een relatie met elkaar. Gelukkig ging ze wel naar school en studeerde ze aan de Manhattan School of Music.
In de jaren 80 werd ze percussioniste in de band van Bryan Ferry.
Nadat ze door Ferry uit de band werd gezet, schreef ze het nummer Damn I wish I was your lover, wat haar solo doorbraak zou betekenen.
Het nummer was enigszins controversieel, omdat aan het eind van de tekst blijkt dat het over liefde voor een andere vrouw gaat.
Ook de videoclip was controversieel. Deze bevatte dermate erotische beelden dat MTV hem weigerde uit te zenden. Daarom werd ook een kuisere clip voor het nummer opgenomen.
Damn I wish I was your lover haalde in 1992 de vijfde plaats in de Amerikaanse Billboard Hot 100.
Bij ons in Vlaanderen kwam de single niet verder dan de Tipparade en in Nederland bereikte het de tweeëndertigste plaats in de Top 40.
Hawkins’ debuutalbum Tongues and tails was goed voor een gouden plaat en een verkoop van meer dan een half miljoen exemplaren.
Twee jaar later bracht ze de opvolger Whaler en de single Right beside you uit.
Hoewel dat nummer in Amerika niet zo aansloeg, werd het in Europa haar grootste hit.
Maar helaas voor Sophie B. Hawkins niet in ons land, want de single kwam vreemd genoeg niet verder dan de Tipparade.
In Nederland was het nummer goed voor een vijftiende plaats in de Top 40.
Omdat Right beside you in haar thuisland niet het bedoelde succes behaald had, vroeg ze haar platenmaatschappij Columbia of ze ter promotie van de tweede single As I lay me down door het land mocht toeren met alleen maar een piano.
Hierdoor kreeg het nummer veel airplay op Adult contemporary-stations.
Het haalde de zesde plaats in de Billboard Hot 100 en in de Adult Contemporary-lijst van Billboard zelfs de eerste plaats.
As I lay me down kwam ook bij ons en in Nederland niet verder dan de Tipparade. (Diverse bronnen, Wikipedia en de Hitkrant van 10 december 1994)
















Sam Cooke wordt op 22 januari 1931 als Samuel Cook geboren in Clarksdale, Mississippi.
Hij is één van de in totaal acht kinderen van het domineesechtpaar Charles en Anne Mae Cook. Twee jaar na de geboorte van Sam verhuist de familie Cook naar Chicago.
Daar start Sam zijn zangcarrière in het kerkkoor van zijn ouders.
Samen met zijn broertjes en zusjes zingt hij als The Singing Children diverse kerkelijke en andere religieuze liedjes.
In zijn tienertijd zingt Sam in diverse gospelgroepen, waaronder de The Teen Highway QC’s.
In 1960 tekent hij zelf bij RCA, waar de werkkamp-song Chain Gang zijn doorbraak naar de blanke markt inluidt.
Cooke schrijft zowel ballads als bewust op het jongere publiek gerichte dansnummers (Twisting The Night Away, Another Saturday Night, Having A Party).
Klassiekers als Bring It On Home To Me, Sad Mood, That’s Where It’s At en A Change Is Gonna Come bevestigen dat Cooke een van de grootste en meest invloedrijke soulzangers aller tijden is.
Wanneer Sam Cooke op 11 December 1964 in Los Angeles aan het stappen is, om te vieren dat zijn live-LP in de top 30 van de Billboard albumlijst staat, ontmoet hij in een club de 22-jarige Elisa Boyer. Samen rijden zij naar het Hacienda Motel waar zij zich als Mr. en Mrs. Sam Cooke laten inschrijven.
Niet veel later vlucht Elisa Boyer de kamer uit.
Ze heeft enkele kledingstukken van Sam Cooke meegenomen. Kwaad rent Sam Cooke, met alleen een jasje en een schoen aan het kantoor van het motel binnen, waar hij denkt dat Elisa Boyer zich verstopt heeft.
In het kantoor wordt de zanger neergeschoten door Bertha Franklin, de manager van het Hacienda Motel.
Ze verklaart dat de zanger Elisa Boyer heeft verkracht en zich daarna aan haar wilde vergrijpen.
Volgens het politierapport heeft Bertha Franklin uit zelfverdediging gehandeld.
Het oordeel van de rechtbank is dat Franklin Sam Cooke om gerechtvaardigde redenen heeft gedood.
Veel mensen geloven echter dat belangrijke feiten tijdens de rechtszaak niet zijn behandeld en later in de doofpot zijn gestopt.
In 1987 verdient Sam Cooke een plaats in The Songwriters Hall Of Fame en in 1999 krijgt de zanger postuum de eerste Pioneer Award van The Rhythm And Blues Foundation.
In hetzelfde jaar krijgt Sam Cooke ook de NARAS Grammy Lifetime Achievement Award.
Sam Cooke is 33 jaar geworden. (Diverse bronnen)