Foto's, en reportages en voor 95 % niet terug te vinden op Google uit ons ver verleden, over Gent, Vlaanderen, film, muziek, sport, politiek en zoveel meer uit tijdschriften en kranten en jaarboeken. Vanaf de jaren 1900 tot en met gisteren. Meer foto's en artikelen terug te vinden op onze Fb groep Gisteren nog vandaag en de Fb groep Weetjes over popmuziek
Van beroep was hij steenhouwer, zijn favoriete materiaal was vuursteen (silex).
Hij was werkzaam in een vuursteenwerkplaats waar er vuursteen gekapt werd voor de productie van de binnenzijde van maaltrommels in de keramische industrie.
Hij is de ontwerper en eigenhandige bouwer van de, na meer dan 15 jaar werk, in 1965 voltooide Toren van Eben-Ezer en de oprichter van het daarin gevestigde Silex Museum.
Als kunstenaar was hij autodidact, zijn werk wordt gerekend tot de art brut (outsider art).
Hij schreef boeken over vele onderwerpen, zoals geologie, mystiek en de bijbel.
60 jaar geleden, te gast bij de Belgisch kunstenaar, mysticus en pacifist Robert Garce en zijn Toren van Eben-Ezer Ons Land mei 1961)
Het enthousiasme voor de roeisport vanwege het Gentse publiek was toen enorm.
De regatta in Terdonk die elk jaar op Hemelvaartsdag werd gehouden bracht schoon volk op de been: roeiers én supporters wandelen er rond in witte broek met strohoed en kersrode band.
De dames showden er hun nieuwste kleren…
De 50ste verjaardag op 5 mei in 1921 luisterrijk gevierd, onder voorzitterschap van graaf Maurice Lippens, door een grootse manifestatie in Terdonk (Kanaal Gent-Terneuzen), een banket in het chique Posthotel en vele andere activiteiten.
In 1955 organiseerde Club Gent haar laatste regatta op Terdonk.
De nieuwe ‘Watersportbaan’ aan de Neermeersen waar in hetzelfde jaar de Europese roeikampioenschappen plaats grijpen, zal de nieuwe thuishaven worden.
Niet alleen de regatta, maar ook het nieuwe ‘Club House’ van de ‘Royal Club Nautique de Gand’ werd er in 1961 ingehuldigd.(Diverse bronnen en Ons land 14 mei 1921)
Vandaag 100 jaar geleden, de Royal Club Nautique van Gent vierde op hemelvaartdag haar 50ste verjaring.
Op het einde van het seizoen van 1960 debuteerde hij nog bij Peugeot, waarbij toen ook Rik Van Steenbergen nog reed, maar toen die in 1961 zijn eigen ploeg oprichtte samen met het margarinemerk Solo, stapte Gilbert Maes mee over.
Samen met Rik en diens vaste ploegmaat Miel Severeyns werd Gilbert Maes meteen al tweede in de Antwerpse zesdagen, enkel voorafgegaan door een ander onafscheidelijk duo Van Looy-Post, voor de gelegenheid bijgestaan door Willy Vannitsen.
Op de weg werd Gilbert dat jaar nog tweede in de Omloop van Limburg en die van de Vlaamse Gewesten en derde in Nokere Koerse.
Het jaar daarop won hij zowel in zijn eigen geboortestad (Sint-Niklaas dus) als die van Rik Van Steenbergen (Arendonk). Daarnaast won hij ook nog de Omloop van het Leiedal.
In 1963 gingen de wegen van Maes en Van Steenbergen uit elkaar.
Gilbert werd meteen Belgisch kampioen ploegkoers, aan de zijde van Lucien De Munster, maar het tijdperk van de grote pistiers was blijkbaar over in Vlaanderen, te oordelen naar de tweede plaats van Gustaaf De Smet met Charles Rabaey en de derde van Willy Vannitsen aan de zijde van Tuur De Cabooter.
Een jaar later verlengden Maes en De Munster hun titel en deze keer was de tegenstand toch wat prestigieuzer.
Tweede was immers gouwe ouwe Miel Severeyns aan de zijde van een nieuw goudhaantje van de Solo-Superia-ploeg Hugo Scrayen (Scrayen zou later nog lang de partner van Rik Van Steenbergen zijn in… het kaarten voor grof geld) en derde Ward Sels met Willy Vanden Berghen.
Op de weg behaalde Gilbert in die jaren nog veertien overwinningen voor de ploeg van Dr.Mann, terwijl hij op de piste in 1966 net naast zijn derde titel in de ploegkoers greep samen met die andere Waaslander Theo Verschueren.
De titel ging uiteindelijk naar… Sercu-Merckx! Geen oneer om daardoor te worden verslagen!
Dat jaar boekte Gilbert Maes nog twee overwinningen op de weg (kermiskoersen) en zowel in 1967 als in 1968 zal hij nog eens vice-kampioen ploegkoers worden.
In beide jaren was dat met de overslijtbare Miel Severeyns en de overwinning ging tweemaal opnieuw naar het duo Sercu-Merckx.
Daarna hield Gilbert het voor bekeken.
Gilbert was als jeugdrenner aangesloten bij Hoboken WAC. Zoon Fritz heeft het ook enkele jaren geprobeerd en was aangesloten bij de Wase W.C.Kruibeke. (Ronny De Schepper en Ons Land 8 april 1961)
60 jaar geleden, de Vlaamse wielrenner Gilbert Maes in Ons land van april 1961
Tijdens de Eerste Wereldoorlog trad zij in Engeland op voor soldaten.
In 1918 speelde zij met het theatergezelschap Vlaamsch Fronttoneel in het bezette gebied, daarna 40 jaar aan de Koninklijke Nederlandse Schouwburg in Antwerpen.
60 jaar geleden, actrice Jeanne De Coen neemt afscheid van het theaterpubliek60 jaar geleden, actrice Jeanne De Coen neemt afscheid van het theaterpubliek60 jaar geleden, actrice Jeanne De Coen neemt afscheid van het theaterpubliek60 jaar geleden, actrice Jeanne De Coen neemt afscheid van het theaterpubliek
Deze film was de eerste Nederlandstalige film over WO II in België.
Want allen hebben gezondigd was een productie van het Gentse Cinébel.
Deze maatschappij was nog erg jong.
In 1958 was de Gentse Belgische Filmonderneming opgericht.
Deze onderneming zorgde ervoor dat Gent zijn eigen productiehuis kreeg, naast de tot 1960 dominante Brusselse en Antwerpse maatschappijen.
De film werd geschreven en geregisseerd door Paul Berkenman.
Deze naam is eigenlijk een pseudoniem voor Roger Thienpondt.
Thienpondt was een Genste dichter, geboren in 1926.
Hij schreef onder andere de succesvolle gedichtenbundel Orfeus achterna in 1949.
Voor dit werk kreeg hij de prijs voor letterkunde van de Stad Gent.
Naast dichter was hij actief in het Vlaamse toneel.
Berkenman had ook een grote passie voor film.
Dit leidde tot enkele filmprojecten, waar Want allen hebben gezondigd een voorbeeld van is.Berkenman werkte voor deze film voor de tweede keer samen met de dramaturg Raymond Cogen.
Hun eerste langspeelfilm was Prelude tot de dageraad, een romantische film die werd uitgebracht in 1959.
Met deze film wouden Berkenman en Cogen de onzin van de oorlog aanklagen.
Hoewel het thema van de Jodenvervolging het uitgangspunt is van het verhaal, zei Cogen dat dit thema slechts de achtergrond is van een klassiek noodlotsverhaal.
Het doel van beide filmmakers was met andere woorden niet een film te maken over de Jodenvervolging in België, maar dit thema was het best geschikt als achtergrond voor wat ze wel wouden vertellen.
De structuur van de film Want allen hebben gezondigd bestaat uit flashbacks van een Joodse vertelster, die tussen de stukken door mijmert over Wereldoorlog II.
Het voornaamste motief in de film is de schuldvraag, die al beantwoord wordt in de titel: Want allen hebben gezondigd. Berkenman en Cogen tonen aan de kijker een meer complexe schuldvraag dan wat ze gewoon zijn uit andere films.
Waar tot dan toe alles zwart- wit werd voorgesteld, een patriottisch volk tegenover een agressieve bezetter, is er in deze film veel meer aandacht voor de grijswaarden.
Zo is de ‘zwarte’ Von Lehndorf helemaal niet zo overtuigend als ‘vijand’, is de notaris ‘schuldig’ omdat hij ver gaat in zijn accommodatie en is de verzetsheld helemaal niet heroïsch wanneer hij totaal overbodig een medemens vermoordt.
De periodisering van de film is moeilijk te bepalen.
Aangezien de jodenvervolging aan bod komt, kunnen we stellen dat het na 1942 is, aangezien dan pas de vervolgingen in België op gang kwamen.
In Want allen hebben gezondigd zien we een heel andere beeldvorming van de Duitsers en het verzet dan in de films van de Franstalige filmmakers die ik tot hiertoe heb besproken.
In de plaats van een verheerlijking van het verzet, zien we een nuancering van hun vermeende heldhaftigheid.
Ook de mythe dat de Duitse bezetters allemaal onmenselijke nazi’s waren, wordt in deze film ontkracht.
Op het eerste zicht is deze film een aanklacht tegen de oorlog en het racisme tegenover de Joden. Maar als we de film plaatsen in de Belgische maatschappelijke context van een gespleten oorlogsherinnering, krijgt de film nog een tweede betekenis.
De film roept namelijk impliciet op om de harde beschuldigingen tegenover collaboratie te herbekijken.
Zo kan Von Lehndorf vergeleken worden met een collaborateur: hij staat weliswaar aan de Duitse kant, maar gaat daarom nog niet akkoord met de nationaal-socialistische theorieën.
De notaris kan op zijn beurt gezien worden als een symbool voor de accommodatiepolitiek van de Belgische elite: ook hen treft schuld.
De moord op Von Lehndorff ten slotte kan gelezen worden als symbool voor de wraakacties van het verzet op collaborateurs of de onrechtvaardige repressie.
Waarom in deze film collaboratie en repressie, thema’s die nochtans nog steeds actueel waren in Vlaanderen, niet expleciet voorkomen, kan verklaard worden door het feit dat er op deze zaken nog steeds een taboe rustte.
De tijd was nog niet rijp voor zo een film. (Ons Land 19 november en scriptie Voor vorst, voor waarheid of voor kijkcijfers? Beeldvorming van Wereldoorlog II in de Belgische film van Maaike Van Melckebeke).