Foto's, en reportages en voor 95 % niet terug te vinden op Google uit ons ver verleden, over Gent, Vlaanderen, film, muziek, sport, politiek en zoveel meer uit tijdschriften en kranten en jaarboeken. Vanaf de jaren 1900 tot en met gisteren. Meer foto's en artikelen terug te vinden op onze Fb groep Gisteren nog vandaag en de Fb groep Weetjes over popmuziek
Het was 60 jaar geleden dat het tijdschrift Panorama te gast was bij Claudia Cardinale, de Italiaanse actrice die toen bezig was met de opname van de film Circus World met John Wayne en Rita Hayworth.
De regie was in handen van Henry Hathaway.
In een exclusief interview vertelde ze over haar passie voor het circus en western films(Panorama 26 november 1963).
De geschiedenis van de uno troepen in Congo in de jaren 60 is een verhaal van interventie, conflict en tragedie.
De uno troepen werden naar Congo gestuurd na de onafhankelijkheid van België in 1960, om de orde te herstellen en de eenheid van het land te bewaren.
Maar al snel raakten ze betrokken bij een complexe burgeroorlog, waarbij verschillende facties streden om de macht en de controle over de rijke grondstoffen van Congo.
Een van de belangrijkste figuren in deze strijd was Patrice Lumumba, de eerste democratisch verkozen premier van Congo.
Hij was een nationalistische leider die opkwam voor de rechten en belangen van de Congolese bevolking.
Hij werd echter tegengewerkt door zowel binnenlandse als buitenlandse krachten, die hem beschouwden als een bedreiging voor hun belangen.
Lumumba werd afgezet door een staatsgreep onder leiding van Joseph-Désiré Mobutu, met steun van België en de Verenigde Staten.
Hij werd vervolgens gevangengenomen en vermoord in januari 1961, onder verdachte omstandigheden.
De moord op Lumumba veroorzaakte een internationale crisis en leidde tot een escalatie van het geweld in Congo.
Verschillende provincies, waaronder Katanga en Zuid-Kasaï, verklaarden zich onafhankelijk van de centrale regering in Leopoldstad (nu Kinshasa).
De uno troepen probeerden deze afscheidingen te verhinderen en te onderdrukken, maar stuitten op hevig verzet van de Katangese gendarmes, die gesteund werden door Belgische huurlingen en mijnbedrijven.
De uno troepen werden ook beschuldigd van partijdigheid en schendingen van de mensenrechten.
De uno missie in Congo duurde vier jaar, van 1960 tot 1964, en kostte het leven aan meer dan 250 uno soldaten en duizenden Congolezen.
Het was de grootste en duurste uno operatie tot dan toe, maar slaagde er niet in om een duurzame vrede en stabiliteit te brengen in Congo.
Het land bleef geteisterd worden door politieke instabiliteit, economische achteruitgang en sociale onrechtvaardigheid.
De uno troepen trokken zich terug uit Congo in juni 1964, nadat ze erin geslaagd waren om de territoriale integriteit van het land te herstellen, maar zonder een echte oplossing te bieden voor de dieperliggende problemen. (Panorama 29 oktober 1963)
In 1963 werd Di Stéfano het slachtoffer van een ontvoering in Caracas, Venezuela, waar hij met Real Madrid een vriendschappelijke wedstrijd zou spelen.
Hij werd op (volgens sommige bronnen op 24 augustus) meegenomen door twee gewapende mannen die zich voordeden als politieagenten.
Ze eisten losgeld en politieke concessies van de Venezolaanse regering.
Di Stéfano werd twee dagen vastgehouden (sommige bronnen hebben het over 25 uur) in een afgelegen huis, maar bleef ongedeerd. Hij kreeg zelfs te eten en te drinken en mocht naar de radio luisteren.
De ontvoerders behoorden tot een linkse guerrillabeweging die zichzelf de Gewapende Revolutionaire Beweging (MRA) noemde.
Ze wilden met hun actie aandacht vragen voor de sociale ongelijkheid en de onderdrukking in Venezuela.
Ze hadden ook contact met Fidel Castro, de leider van Cuba, die hen steunde in hun strijd tegen het regime van president Rómulo Betancourt.
Castro zou zelfs hebben bemiddeld om Di Stéfano vrij te krijgen, volgens sommige bronnen.
Op 26 augustus werd Di Stéfano vrijgelaten in de buurt van de Spaanse ambassade.
Hij werd opgevangen door zijn ploeggenoten en kon al snel weer voetballen.
Hij speelde zelfs mee in de uitgestelde wedstrijd tegen São Paulo, die Real Madrid met 2-1 won.
Di Stéfano zei later dat hij geen wrok koesterde tegen zijn ontvoerders en dat hij begrip had voor hun idealen. Hij schonk ook een deel van zijn gage aan een Venezolaans weeshuis.
Alfredo Di Stéfano was een van de grootste voetballers aller tijden. Hij speelde als aanvaller en was vooral bekend om zijn successen met Real Madrid in de jaren 50 en 60.
Hij won vijf keer de Europacup I en scoorde in elke finale. Hij was ook vijf keer de topscorer van Spanje en werd twee keer verkozen tot Europees voetballer van het jaar.
Di Stéfano begon zijn carrière bij River Plate in Argentinië, waar hij in 1947 de Copa América won.
Hij speelde ook voor Huracán en Millonarios in Colombia, voordat hij in 1953 naar Real Madrid ging.
Hij nam de Spaanse nationaliteit aan en speelde 31 interlands voor Spanje, nadat hij eerder ook voor Argentinië en Colombia had gespeeld.
Di Stéfano maakte nooit zijn debuut op een WK, omdat Spanje zich niet kwalificeerde of zich terugtrok.
Na zijn voetbalcarrière werd hij trainer van onder andere Elche, Boca Juniors, Valencia, Sporting CP, Rayo Vallecano, Castellón, River Plate en Real Madrid.
Hij won als coach onder meer de Argentijnse titel met Boca Juniors en River Plate, de Spaanse titel en de Europacup II met Valencia en de Spaanse Supercup met Real Madrid.
Hij was ook een filmacteur en speelde in vier films: Con los mismos colores (1949), Saeta rubia (1956), La batalla del domingo (1963) en Once pares de botas (1968).
Di Stéfano overleed in 2014 op 88-jarige leeftijd in Madrid. Hij wordt beschouwd als een legende van het voetbal en een icoon van Real Madrid.
Over de drie wintermaanden december, 1962 en januari en februari, 1963 was er een gemiddelde temperatuur van -3,1 graden (+2,6 graden is normaal).
Op veel plaatsen vroor het bijna drie maanden achtereen elke dag.
Tijdens de jaarwisseling waren er zware sneeuwstormen en in het hele land raken dorpen geïsoleerd en veel noord-zuid verbindingen worden bedolven onder dikke lagen stuifsneeuw tot duinen van 2 tot 3 meter hoogte.
Januari 1963 was met gemiddeld -5,3 graden uitzonderlijk koud.
Met -3,4 graden was ook februari zeer koud.
Daarna volgden dagen waarop het ’s ochtends 10 tot 20 graden vroor.
De pers schreef toen het volgende over de hulp van het leger:
Misschien is het voor het eerst in de geschiedenis van ons land dat iedereen zonder uitzondering een goed woord heeft gehad voor het leger.
Omdat het een van de zeldzame keren geweest is dat het leger zijn ervaring en kunde ter beschikking van de burgerbevolking stelde.
Radiojeeps van het 62e Artillerie werden ingezet om konvooien met steenkool veilig naar hun bestemming te gidsen.
Bij de eigenlijke verdeling van de steenkool werden tot nu toe geen militaire vrachtwagens gebruikt, omdat de autoriteiten de toestand „nog niet ernstig genoeg” vonden.
We hopen van harte dat die toestand nooit zó erg wordt. We vonden het nu al welletjes! (Diverse bronnen en Panorama 19 februari 1963)