Vandaag is de Vlaams acteur Raymond Bossaerts overleden.

Raymond Bossaerts is geboren te Brasschaat op 23 juni 1938, als zoon van Raymond en Philomena Beckers.


Al sinds de jaren 60 is hij een vaste waarde in het Vlaamse tv- en theaterlandschap.


Hij vervulde enkele grote rollen in onder andere Kapitein Zeppos, Keromar, Jan zonder vrees, het gezin van Paemel en Wittekerke.


De jongere televisiekijkers onder ons kennen hem van gastrollen in ‘Postbus X’, ‘Rupel’, ‘Recht op recht’ en ‘Het park’.


Hij was lange tijd verbonden aan het Speelteater Gent van Eva Bal.

Bossaerts is 81 jaar oud geworden. (Diverse bronnen en Wikipedia)

Raymond Bossaerts
Raymond Bossaerts
Raymond Bossaerts
Raymond Bossaerts
Raymond Bossaerts
Raymond Bossaerts

50 jaar geleden, Hugo Claus in de Post van 1 maart 1970

50 jaar geleden, Hugo Claus in de Post van 1 maart 1970
50 jaar geleden, Hugo Claus in de Post van 1 maart 1970
50 jaar geleden, Hugo Claus in de Post van 1 maart 1970
50 jaar geleden, Hugo Claus in de Post van 1 maart 1970
50 jaar geleden, Hugo Claus in de Post van 1 maart 1970
50 jaar geleden, Hugo Claus in de Post van 1 maart 1970
50 jaar geleden, Hugo Claus in de Post van 1 maart 1970

Acteur en regisseur Werther Van Der Sarren is vandaag op 78-jarige leeftijd overleden.

Vander Sarren raakte bij het grote publiek bekend als de champetter in “De paradijsvogels”.

Hij speelde ook gastrollen in De kolderbrigade, “F.C. De Kampioenen, Wittekerke, Kiekens, Familie, Zone Stad en Spoed.


Vander Sarren was samen met Urbanus en Goedele Liekens ook te zien in het komisch spelprogramma “Wie ben ik?” op VTM.


Werther Vander Sarren had al enkele jaren gezondheidsproblemen.
Door suikerziekte verloor hij zijn voet en hij leed ook aan de ziekte van Alzheimer.


De laatste paar maanden van zijn leven verbleef Werther Van Der Sarren in Home St.-Franciscus in het Oost-Vlaamse Kwaremont waar hij 26 jaar geleden zijn hart verloor aan de mooie omgeving.(Diverse bronnen, Ellen Maerevoet en Wikipedia)

Vandaag 30 jaar geleden, de productie Vulvania van Jan Decorte en Cie in première.

Decorte heeft zijn drieluik over de Existentiële Prins herhaaldelijk de Aidstrilogie genoemd.

Onderbroekenlol, flauwekul, absoluut amateurisme, allemaal omschrijvingen die op Jan Decortes Naar Vulvania perfekt toepasbaar zijn.

Ware het niet dat Jan en de zijnen (Sigrid en Chantal in dit geval) niet onnozel of amateuristisch zijn.

Ze zetten je, en je zit er dan nog mee te lachen ook, voortdurend op het verkeerde been.Het cliché van de.stand-up comedian, het cliché van de amateur theatermaker in een lokaal gezelschap, het cliché van de schlemiel die verstrikt raakt in zijn eigen onhandigheden, het cliché ten slotte van de psychedelische trend (door Decorte zelf uit de Brusselse lucht geplukt en tot persoonlijk waarmerk verheven), het wordt allemaal tot een absoluut toppunt gedreven.

Het zou best mogelijk zijn om aan dit stuk een volledige theorie op te hangen over de stand van zaken in de kunst volgens Decorte.

Maar zo’n interpretatie glijdt van het stuk af als water. Ze houdt nooit echt steek, je kunt Decorte nergens op vastpinnen, zelfs niet op het feit dat hij niet kan spelen.

Als hij op het einde, op bevel van Sigrid Vinks, doodvalt op muziek van Lenny Kravitz’ “Let love rule” heeft dat een ondoorgrondelijke ironie: je weet echt niet of hij dat nu leuk en psychedelisch vindt, of evengoed gewoon flauwekul zoals zijn eigen stuk.

En Decorte zal wel de laatste zijn om hierover enige opheldering te verschaffen. En dat in hoofdzaak, omdat hij misschien wel beide tegelijk denkt.Anders gezegd, de “boodschap” van het stuk is kort en bondig: stop met denken.

Denken hier te begrijpen als het voortdurend opwerpen van intellectuele (ideologische) raamwerken tegen wat je ziet, het voortdurend zoeken naar een “diepere” waarheid, van welke aard ze ook mogen wezen.

Het bevrijdende gelach dat daarvan uitgaat, zit gewoon ingebakken in Naar Vulvania, het wordt nergens gezegd, uitgelegd, opgedrongen.

Dat we allemaal bezig zijn met seks, het is geen aanleiding tot handenwringend gepsychologiseer, het is aanleiding voor een ijzersterke schlager: “Ik ben de man die het niet kan, Zwabidim, Zwabidoem”.

Het enige wat je je zou kunnen afvragen is of dit zottekesspel nu per se over drie afleveringen uitgesmeerd moest worden. Gewoon omwille van de lol? (Diverse bronnen, De Standaard en De Post van 15 december 1989)

Vandaag 95 jaar geleden, overleed de Nederlandse toneelschrijver Herman Heijermans. (03-12-1864/22-11-1924)

Het jaar ervoor was hij in maart gelauwerd in het Gentse NTG.

Heijermans groeide op als oudste zoon in een liberaal joods gezin met elf kinderen.

Herman Heijermans was de jongere broer van de beeldende kunstenares Marie Heijermans en de kinderboekenschrijfster Ida Heijermans (1861-1943) en de oudere broer van de sociaal geneeskundige Louis Heijermans.

In 1893 begon Heijermans als toneelrecensent bij de net opgerichte krant De Telegraaf.Hij schreef felle kritieken en creëerde daarmee al snel veel vijanden.

Hij begon zelf ook toneelstukken te schrijven, die zeer sociaal betrokken waren.

Voorbeelden zijn Ghetto (1898), over de bedompte, orthodox-joodse sfeer van sjacheraars en voddenkooplieden, Glück auf! (1911) over de gruwelijke ramp in de mijn Radbod in Westfalen, en het zeer bekende Op hoop van zegen (1900), over de zware omstandigheden van de vissers.

De indrukken hiervoor had hij onder meer opgedaan in Scheveningen en Katwijk aan Zee, waar hij enkele jaren woonde en bevriend raakte met de schilder Jan Toorop.

De meeste van zijn stukken gingen in première bij de Nederlandsche Toneel Vereniging in Amsterdam, waar Esther de Boer-van Rijk de voornaamste protagoniste was, vooral als Kniertje in Op hoop van zegen en als Eva Bonheur.

Heijermans was ook zeer actief in de socialistische beweging. Hij was in 1897 lid geworden van de in 1894 opgerichte Sociaal-Democratische Arbeiderspartij (SDAP, de voorloper van de PvdA) en schreef voor die partij in 1898 het propagandastuk Puntje.

Begin jaren twintig van de 20e eeuw was Heijermans korte tijd directeur van Theater Carré.Heijermans schreef behalve onder eigen naam ook onder enkele pseudoniemen, waaronder Samuel Falkland (voor de korte verhalen, de Falklandjes, Koos Habbema, Hans Lidi Ficor en Hans Müller.

Herman Heijermans was van 1901-1918 getrouwd met de cabaretzangeres Maria Sophia Peers (1871-1944).

Hun dochter Hermine (1902-1983) maakte naam als publiciste; ze schreef o.a. “Mijn vader Herman Heijermans, leven naast roem” (1973), het matig ontvangen Boekenweekgeschenk 1976 “Snikken en Smartlapjes”, “Leven met Eros” (1979) en “Jaren vol galgenhumor – 1940-1945” (1981), en in de jaren 60 en 70 schreef ze columns voor Sekstant, het tijdschrift van de NVSH.

Tijdens zijn bezoek een jaar voor zijn dood in Gent.

Besprak RDK als Jean Ray in “Le Journal de Gand” van 26 maart deze huldiging, die gepaard ging met de opvoering van het toneelstuk “Schakels” (een sociaal drama) van Heijermans, het toneelstuk waarmee hij in 1903 was gedebuteerd. RDK noteert onder meer:“Ce fut une merveille d’art.Aussi le public fit-il une longue ovation au célèbre artiste hollandais.Présents dans la loge des autorités: MM. Anseele et Vercammen, échevins.Des discours furent prononcés par MM. Anseele, Van Ryn et un délégué hollandais. Discours qui ne restèrent pas dans le cadre littéraire qui leur eut convenu; la politique, même la mieux comprise, ne peut que ternir l’art et la littérature.M. Heyermans remercia en quelques mots et des fleurs lui furent remises.

Herman Heijermans overleed in 1924 op 59-jarige leeftijd in zijn huis in Zandvoort aan de gevolgen van kanker.

Zijn begrafenis, georganiseerd door de SDAP, vond plaats in Amsterdam. Illustratief voor zijn populariteit is het grote aantal belangstellenden langs de route van de lijkkoets van Zandvoort naar Amsterdam: de mensen stonden rijen dik.

Vijf jaar later op 22 november 1929 onthulling van het Herman Heijermans monument door de heer Floor Wibaut in het Vondelpark en dit gemaakt door de beeldhouwer J. Mendes da Costa.(Diverse bronnen, Geert Vandamme en Wikipedia)

Zwarte Lola is vandaag overleden op 90-jarige leeftijd.

Annie Heuts (die we beter kennen als Zwarte Lola) werd in Maastricht geboren en volgde als kind balletschool.

Toen in 1940 de Tweede Wereldoorlog uitbrak, zette ze deze richting echter stop op aanraden van haar ouders, gezien de Duitsers haar verplichtten lid te worden van de Kultuurkamer, een nazi-organisatie.

Heuts studeerde hierna tandheelkunde, maar na de bevrijding maakte ze de overstap naar de wereld van de showbizz.

Zo stepdanste ze voor de Amerikaanse soldaten en viel zo in de smaak dat ze na een optreden mocht dineren met de Amerikaanse generaals George Patton en Dwight Eisenhower.

Begin jaren 50 verhuisde Heuts naar België, waar ze trouwde met André, ingenieur bij Ford en drie kinderen kreeg.

Ze had wat succes als lid van het zangduo De Olympiazusjes en zong onder meer duetten met Peter Van Os.

Toen Jo Leemans eens lange tijd onbeschikbaar was als zangeres voor het orkest van Francis Bay verving Heuts haar.


Ze zette haar succesrijke carrière echter stop om meer tijd vrij te maken voor één van haar kinderen die aan polio leed.


Deze ziekte zou later ook haar terugkeer naar de showbusiness betekenen.


Omdat ze geld nodig had om haar kind een goede medische verzorging te geven ging ze met producer Johnny Hoes in zee om haar carrière opnieuw te lanceren.


Hoes promootte haar in 1967 als een seksbom onder het pseudoniem “Zwarte Lola (uit de stripteasebar)”.


Er volgden een hele reeks singles en albums die haar erotische imago probeerden te promoten, waaronder “Zwarte Lola”, “Dat ene slippertje” en “Wie me betaalt, mag me bekijken”.


Zo groeide “Zwarte Lola” uit tot een fenomeen dat veel luisteraars tot de verbeelding sprak.


Haar albumverkoop steeg enorm en Eddy Wally zong zelfs een duet met haar.

Heuts werd mascotte van de piloten van Kleine Brogel en zette zich in voor de Boemerangactie ten voordele van patiënten met MS.


Heuts was zelf niet tevreden met haar seksistische typecasting en zette in 1987 haar zangcarrière stop.


Heuts was ook actief als dichter. Johan Anthierens was vol lof over haar gedicht “Herinneringen”. (diverse bronnen en Wikipedia)