









Foto's, en reportages en voor 95 % niet terug te vinden op Google uit ons ver verleden, over Gent, Vlaanderen, film, muziek, sport, politiek en zoveel meer uit tijdschriften en kranten en jaarboeken. Vanaf de jaren 1900 tot en met gisteren. Meer foto's en artikelen terug te vinden op onze Fb groep Gisteren nog vandaag en de Fb groep Weetjes over popmuziek












Het jaar ervoor was hij in maart gelauwerd in het Gentse NTG.
Heijermans groeide op als oudste zoon in een liberaal joods gezin met elf kinderen.
Herman Heijermans was de jongere broer van de beeldende kunstenares Marie Heijermans en de kinderboekenschrijfster Ida Heijermans (1861-1943) en de oudere broer van de sociaal geneeskundige Louis Heijermans.
In 1893 begon Heijermans als toneelrecensent bij de net opgerichte krant De Telegraaf.Hij schreef felle kritieken en creëerde daarmee al snel veel vijanden.
Hij begon zelf ook toneelstukken te schrijven, die zeer sociaal betrokken waren.
Voorbeelden zijn Ghetto (1898), over de bedompte, orthodox-joodse sfeer van sjacheraars en voddenkooplieden, Glück auf! (1911) over de gruwelijke ramp in de mijn Radbod in Westfalen, en het zeer bekende Op hoop van zegen (1900), over de zware omstandigheden van de vissers.
De indrukken hiervoor had hij onder meer opgedaan in Scheveningen en Katwijk aan Zee, waar hij enkele jaren woonde en bevriend raakte met de schilder Jan Toorop.
De meeste van zijn stukken gingen in première bij de Nederlandsche Toneel Vereniging in Amsterdam, waar Esther de Boer-van Rijk de voornaamste protagoniste was, vooral als Kniertje in Op hoop van zegen en als Eva Bonheur.
Heijermans was ook zeer actief in de socialistische beweging. Hij was in 1897 lid geworden van de in 1894 opgerichte Sociaal-Democratische Arbeiderspartij (SDAP, de voorloper van de PvdA) en schreef voor die partij in 1898 het propagandastuk Puntje.
Begin jaren twintig van de 20e eeuw was Heijermans korte tijd directeur van Theater Carré.Heijermans schreef behalve onder eigen naam ook onder enkele pseudoniemen, waaronder Samuel Falkland (voor de korte verhalen, de Falklandjes, Koos Habbema, Hans Lidi Ficor en Hans Müller.
Herman Heijermans was van 1901-1918 getrouwd met de cabaretzangeres Maria Sophia Peers (1871-1944).
Hun dochter Hermine (1902-1983) maakte naam als publiciste; ze schreef o.a. “Mijn vader Herman Heijermans, leven naast roem” (1973), het matig ontvangen Boekenweekgeschenk 1976 “Snikken en Smartlapjes”, “Leven met Eros” (1979) en “Jaren vol galgenhumor – 1940-1945” (1981), en in de jaren 60 en 70 schreef ze columns voor Sekstant, het tijdschrift van de NVSH.
Tijdens zijn bezoek een jaar voor zijn dood in Gent.
Besprak RDK als Jean Ray in “Le Journal de Gand” van 26 maart deze huldiging, die gepaard ging met de opvoering van het toneelstuk “Schakels” (een sociaal drama) van Heijermans, het toneelstuk waarmee hij in 1903 was gedebuteerd. RDK noteert onder meer:“Ce fut une merveille d’art.Aussi le public fit-il une longue ovation au célèbre artiste hollandais.Présents dans la loge des autorités: MM. Anseele et Vercammen, échevins.Des discours furent prononcés par MM. Anseele, Van Ryn et un délégué hollandais. Discours qui ne restèrent pas dans le cadre littéraire qui leur eut convenu; la politique, même la mieux comprise, ne peut que ternir l’art et la littérature.M. Heyermans remercia en quelques mots et des fleurs lui furent remises.
Herman Heijermans overleed in 1924 op 59-jarige leeftijd in zijn huis in Zandvoort aan de gevolgen van kanker.
Zijn begrafenis, georganiseerd door de SDAP, vond plaats in Amsterdam. Illustratief voor zijn populariteit is het grote aantal belangstellenden langs de route van de lijkkoets van Zandvoort naar Amsterdam: de mensen stonden rijen dik.
Vijf jaar later op 22 november 1929 onthulling van het Herman Heijermans monument door de heer Floor Wibaut in het Vondelpark en dit gemaakt door de beeldhouwer J. Mendes da Costa.(Diverse bronnen, Geert Vandamme en Wikipedia)





Annie Heuts (die we beter kennen als Zwarte Lola) werd in Maastricht geboren en volgde als kind balletschool.
Toen in 1940 de Tweede Wereldoorlog uitbrak, zette ze deze richting echter stop op aanraden van haar ouders, gezien de Duitsers haar verplichtten lid te worden van de Kultuurkamer, een nazi-organisatie.
Heuts studeerde hierna tandheelkunde, maar na de bevrijding maakte ze de overstap naar de wereld van de showbizz.
Zo stepdanste ze voor de Amerikaanse soldaten en viel zo in de smaak dat ze na een optreden mocht dineren met de Amerikaanse generaals George Patton en Dwight Eisenhower.
Begin jaren 50 verhuisde Heuts naar België, waar ze trouwde met André, ingenieur bij Ford en drie kinderen kreeg.
Ze had wat succes als lid van het zangduo De Olympiazusjes en zong onder meer duetten met Peter Van Os.
Toen Jo Leemans eens lange tijd onbeschikbaar was als zangeres voor het orkest van Francis Bay verving Heuts haar.
Ze zette haar succesrijke carrière echter stop om meer tijd vrij te maken voor één van haar kinderen die aan polio leed.
Deze ziekte zou later ook haar terugkeer naar de showbusiness betekenen.
Omdat ze geld nodig had om haar kind een goede medische verzorging te geven ging ze met producer Johnny Hoes in zee om haar carrière opnieuw te lanceren.
Hoes promootte haar in 1967 als een seksbom onder het pseudoniem “Zwarte Lola (uit de stripteasebar)”.
Er volgden een hele reeks singles en albums die haar erotische imago probeerden te promoten, waaronder “Zwarte Lola”, “Dat ene slippertje” en “Wie me betaalt, mag me bekijken”.
Zo groeide “Zwarte Lola” uit tot een fenomeen dat veel luisteraars tot de verbeelding sprak.
Haar albumverkoop steeg enorm en Eddy Wally zong zelfs een duet met haar.
Heuts werd mascotte van de piloten van Kleine Brogel en zette zich in voor de Boemerangactie ten voordele van patiënten met MS.
Heuts was zelf niet tevreden met haar seksistische typecasting en zette in 1987 haar zangcarrière stop.
Heuts was ook actief als dichter. Johan Anthierens was vol lof over haar gedicht “Herinneringen”. (diverse bronnen en Wikipedia)

















Gisteren nog vandaag

Toen ze vijf jaar was werd Liliane Stijnen in een gesticht voor achterlijke kinderen gestopt, want ze was ongewenst. Daar werd ze lastig en opstandig van. Toen ze twaalf was, werd ze naar een psychiatrische inrichting voor volwassen vrouwen verplaatst, hoewel ze geestelijk gezond was.
Onder het strenge nonnenregime werd haar hele leven een aaneenschakeling van vernederingen, psychische martelingen, angst en onnoemelijk veel verdriet. Vijftig jaar lang was ze niemand, mocht ze niemand zijn en zo werd ze het personage Rosalie Niemand in een roman van Elisabeth Marain.
Rosalie Niemand vertelde haar verhaal aan Elisabeth Marain die diep onder de indruk was. Zo stond ze daar voor me, al vier jaar vrij, niet omdat ze genezen was verklaard, maar omdat de subsidies voor gesloten instellingen verlaagd werden. Ze stond daar en ik keek naar haar en besefte hoe zij zich ondanks alles op een uitzonderlijke wijze had opgericht en voor het eerst echt begon te leven op een leeftijd dat de meesten onder ons het voor bekeken houden. Ik zag haar kracht en onverwoestbaarheid en besloot over haar te schrijven.
Het NTG gaf aan Jan de Vuyst opdracht om van het boek een monodrama te maken. Voor veel mensen kwam dit stuk over aan als een mokerslag.
Dit werd zeker bewerkstelligd door de allesverterende vertolking van Lieve Moorthamer (regie Hugo Van Den Berghe) in de rol van Rosalie (wereldklasse volgens de recensent van Het Laatste Nieuws), maar minstens evenveel door de aangeboorde thematiek.
Rosalie is immers gebaseerd op het levensverhaal van Liliane Stijnen, een vrouw die door haar moeder als kind is opgesloten in een krankzinnigengesticht, zonder dat daar een concrete aanleiding toe was, en er pas als 50-jarige vrouw weer is uitgekomen. Zonder er mentaal te zijn onderdoor gegaan, sterk en gebroken tegelijk. Opstandig en berustend. Vol haat tegenover haar moeder, maar vast besloten iets van wat rest van haar leven te maken. Toch was Rosalie Niemand ook een voorstelling vol hoop. Met de nodige humor zelfs.
Rosalie Niemand werd gemaakt tijdens de sluitingsperiode van de schouwburg op het Sint-Baafsplein en kreeg een lange reeks opvoeringen in de Aula van de Gentse Universiteit. De voorstelling werd hernomen en kreeg een heel erg lange reeks reisvoorstellinge




Ludo Hellinx is een bekend gezicht in het Vlaamse medialandschap, mede dankzij zijn vroege rol als Felix Haantjes in het populaire ‘Postbus X’ en de spin-off ‘Interflix’.
Een van zijn memorabelste rollen was die van inspecteur Raymond Jacobs in de politieserie ‘Flikken’.
Hij vertolkte dit personage tien jaar lang, van 1999 tot 2009. Samen met Mark Tijsmans (Wilfried Pasmans) was hij de enige acteur die in alle seizoenen van de reeks te zien was.
Hij hernam deze rol ook even in de film ‘Urbain’.
Daarnaast gaf hij gestalte aan Nelson Nilis in de dramareeks ‘Matroesjka’s’.
Ook in ‘F.C. De Kampioenen’ was hij een graag geziene gast. Na een eenmalige verschijning als zakenman in 1998, keerde hij vanaf 2003 regelmatig terug in de vaste gastrol van militair Senne Stevens.
Vanaf november 2012 kreeg hij ook een dagelijkse rol in ‘Familie’.
Zijn veelzijdigheid bleek verder uit talrijke gastrollen in series als ‘Recht op Recht’, ‘Hallo België!’, ‘Alexander’, ‘Windkracht 10’, ‘LouisLouise’ (waarin hij de vader van Kaat speelde) en ‘De Rodenburgs’.
Hij dook zelfs op in een sketch van ‘Chris en co’.
Naast zijn televisiewerk was Hellinx ook actief op de planken. In 2007 kroop hij in de huid van Marcel Kiekeboe voor de theatervoorstelling ‘Baas boven baas’ en in 2009 was hij circusdirecteur in de Studio 100-productie ‘Dobus’.
Recent kende Hellinx ook persoonlijk verdriet. Hij verloor zijn 94-jarige vader, die zachtjes in zijn slaap overleed. Dit verlies volgde op het overlijden van zijn moeder een jaar eerder, in februari, die eveneens 94 jaar werd.
In een interview in mei 2025 blikte hij terug op zijn lange carrière.
Hij haalde een herinnering op aan zijn afstuderen aan Studio Herman Teirlinck, waarbij Frank Aendenboom hem vertelde dat hij nooit een ‘jeune premier’ (mannelijke hoofdrol) zou worden.
Hellinx merkte daarover op: “Maar kijk, ik ben toch maar mooi al 46 jaar bezig en heb altijd werk gehad.”


Gisteren nog vandaag