
90 jaar geleden, zesdaagse vedetten zijn grote wielerkampioenen.

Foto's, en reportages en voor 95 % niet terug te vinden op Google uit ons ver verleden, over Gent, Vlaanderen, film, muziek, sport, politiek en zoveel meer uit tijdschriften en kranten en jaarboeken. Vanaf de jaren 1900 tot en met gisteren. Meer foto's en artikelen terug te vinden op onze Fb groep Gisteren nog vandaag en de Fb groep Weetjes over popmuziek


Gisteren nog vandaag

Gisteren nog vandaag

Freddy Maertens, een naam die synoniem staat voor de wielersport in de jaren 70, kende een carrière met immense pieken en diepe dalen.
Na een uiterst succesvolle periode, waarin hij onder andere twee keer wereldkampioen werd (1973 en 1976) en etappes en de groene trui in de Ronde van Frankrijk won, leek zijn ster te verbleken.
In 1979 en 1980, op amper 28-jarige leeftijd, won hij enkel nog enkele criteriums.
Zijn carrière leek vroegtijdig ten einde te lopen, een lot dat wel meer wielrenners in die tijd trof, toen de carrières doorgaans korter waren dan nu.
Deze sportieve tegenslag werd nog verergerd door financiële problemen.
Door verkeerde investeringen verloor Maertens een aanzienlijk deel van zijn kapitaal.
Hij was toen destijds bekend om zijn dure levensstijl en hij hield van mooie auto’s en kleding, een eigenschap die hem in contrast bracht met de vaak soberder levende wielrenners van die tijd.
De schulden stapelden zich op, hij moest zijn villa in Lombardsijde verkopen en werd achtervolgd door de belastingsadministratie.
Een pijnlijk hoofdstuk voor de man die ooit op het hoogste podium had gestaan.
In de zomer van 1981 leek er echter een wonder te gebeuren, want Maertens kende een opmerkelijke heropleving, een comeback die in de wielergeschiedenis als een van de memorabelste wordt beschouwd.
Zijn oud-ploegleider, de legendarische Briek “Lomme” Driessens, een man die bekend stond om zijn harde, maar rechtvaardige aanpak en een neus voor talent, haalde hem naar de Boule d’Or-ploeg.
Driessens geloofde in Maertens, ook al dachten velen dat zijn beste jaren voorbij waren.
Dat vertrouwen werd beloond, want Maertens reed een ijzersterke Ronde van Frankrijk, pakte maar liefst vijf etappezeges en veroverde opnieuw de groene trui.
Als kers op de taart werd hij dat najaar in Praag voor de tweede keer wereldkampioen, een prestatie die de wielerwereld met verstomming sloeg.
Maertens stond bekend om zijn explosieve sprint, maar ook om zijn vermogen om, als hij echt in vorm was, in ontsnappingen mee te gaan en dit bewees hij in 1981 opnieuw.
Helaas bleek deze comeback van korte duur. In de seizoenen die volgden, kon Maertens geen grote overwinningen meer aan zijn palmares toevoegen.
Na nog een jaar bij Boule d’Or, reed hij voor verschillende kleinere ploegen en privésponsoren, een periode waarin hij meer dan ooit afhankelijk was van zijn wilskracht en doorzettingsvermogen.
Hij hing zijn fiets in 1987 definitief aan de haak.
Na zijn wielercarrière bleef Maertens actief, maar in andere rollen, zo werkte hij een tiental jaren als vertegenwoordiger en van 2000 tot 2007 als arbeider in het Nationaal Wielermuseum (nu KOERS. Museum van de Wielersport) in Roeselare.
Daar werd hij een vertrouwd gezicht voor de bezoekers en kon hij zijn passie voor de koers delen.
Sinds februari 2008 is hij gastheer en pr-medewerker voor het Centrum Ronde van Vlaanderen in Oudenaarde, waar hij zijn kennis en ervaring inzet om de rijke geschiedenis van deze wielerklassieker te promoten.
Ondanks de tegenslagen en de moeilijke periode na zijn carrière, blijft Freddy Maertens een gerespecteerd figuur in de wielerwereld.
Dat bleek nogmaals in 2010, toen hij door de lezers van de Krant van West-Vlaanderen werd uitgeroepen tot de beste West-Vlaamse wielrenner aller tijden.
Hij liet daarbij grote namen als Briek Schotte en Johan Museeuw achter zich, een ultieme erkenning voor een renner die de wielergeschiedenis kleurde met zijn talent, doorzettingsvermogen en onvergetelijke comeback.






Gisteren nog vandaag

Gisteren nog vandaag

Jef Scherens werd zes keer onafgebroken wereldkampioen sprint op de baan van 1932 tot 1937.
In 1938 verloor hij de finale tegen Arie van Vliet. De revanche een jaar later ging niet door omdat de oorlog uitbrak.
In de oorlogsjaren werden er geen wereldkampioenschappen gereden, anders had hij er wellicht nog enkele wereldtitels bijgedaan. In 1947, op 38-jarige leeftijd, werd Scherens een laatste keer wereldkampioen.
Naast zijn 7 wereldtitels en 16 Belgische titels won Scherens ook alle Grote Prijzen van diverse landen en op een bepaald moment bezat hij alle sprint- en ronderecords van alle grote wielerbanen in Europa.
Sinds 1963 wordt er in Leuven jaarlijks de GP Jef Scherens gereden. (diverse bronnen en Wikipedia)

65 jaar geleden, de Vlaamse wielrenner en later sportjournalist Fred De Bruyne en de Italiaanse wielrenner Fausto Coppi (1958)

Gisteren nog vandaag
Fred De Bruyne, ik viste op paling met een omgekeerde paraplu (Story 26 mei 1987)

Gisteren nog vandaag
Op de foto zien we de wielrenners Jacques Arlet (overleden op 28 februari 2004), Jef Scherens (overleden op 9 augustus 1986) en Frans Huybrechts (overleden 23 februari 1991).

Rolf Wolfshohl won de Ronde van Spanje in 1965 en hij was ook een specialist in het veldrijden, waar hij drie wereldtitels behaalde (1960, 1961 en 1963)
Het einde van zijn carrière was minder, zo was hij het slachtoffer van een ernstig ongeluk in 1967 en een dopingbeschuldiging in 1971.
Hij stopte met wielrennen in 1975.
Daarna had hij een fietsenwinkel.
Zijn zoon Rolf-Dieter Wolfshohl was ook wielrenner.
Op 17 juli 1984 krijg hij tijdens een wedstrijd een ongeluk, met als gevolg een gebroken halswervel.
Hij zal daardoor nooit meer kunnen lopen.
De pech stopt niet voor Rolf-Dieter Wolfshohl, want in 2011 kreeg hij te horen dat hij kanker had.
Negen maanden later sterft Rolf-Dieter Wolfshohl in het ziekenhuis van Bonn.

Gisteren nog vandaag

Gisteren nog vandaag

Gisteren nog vandaag

Gisteren nog vandaag
De kerk van Madonna del Ghisallo is een heiligdom dat gewijd is aan de beschermheilige van de wielrenners.
Het ligt op de top van een heuvel in de buurt van het Comomeer, in de Italiaanse regio Lombardije.

De geschiedenis van deze kerk gaat terug tot de 17e eeuw, toen een lokale edelman, graaf Ghisallo, werd aangevallen door struikrovers en zijn toevlucht zocht bij een beeld van de Maagd Maria.
Hij beloofde haar een kapel te bouwen als hij gered werd.

Zijn gebed werd verhoord en hij hield zich aan zijn belofte. In 1949 werd Madonna del Ghisallo officieel uitgeroepen tot de patrones van de wielrenners door paus Pius XII. Sindsdien is de kerk een bedevaartsoord geworden voor fietsliefhebbers van over de hele wereld.
De kerk herbergt een museum met talrijke memorabilia en relikwieën uit de geschiedenis van het wielrennen, zoals fietsen, truien, medailles en foto’s van beroemde kampioenen.

Onder de meest opvallende stukken zijn de fietsen waarmee Fausto Coppi en Gino Bartali de Tour de France wonnen, de fiets waarmee Eddy Merckx het werelduurrecord vestigde, en de fiets waarmee Fabio Casartelli verongelukte tijdens de Ronde van Frankrijk van 1995 (Panorama 10 december 1963).




Gisteren nog vandaag