De Vlaamse zangeres Kim Kay ( pseudoniem van Kim Van Hee) mag vandaag 45 kaarsjes uitblazen.

Haar debuutsingle Lilali is geschreven door Guido Veulemans, Katrien Gillis en Wim Claes.

De single was onmiddellijk een groot succes.

In België alleen gingen er 80.000 exemplaren over de toonbank.

Later dat jaar haalde ze met een remix van Lilali de eerste plaats in de Franse clubcharts.

Er werden in Frankrijk zo’n 300.000 exemplaren verkocht.

Na dit succes werden haar volgende singles Bam bam, Oui oh oui, Poupée de cire en Les vacances d’été stuk voor stuk hits.

In 2000 besloot ze samen te werken met Lou De Prijck en coverde ze he nummer Ça plane pour moi, dat De Prijck eerder, in 1978, voor Plastic Bertrand geproduceerd had.

Samen met De Prijck maakte ze nog enkele nummers.

Kim Kay nam deel aan Eurosong 2002, de Belgische preselectie voor het Eurovisiesongfestival met het nummer The sun shines.

Ze haalde de finale niet. Kim speelde ook mee in de reeks Verschoten & Zoon op VTM.

Eind 2004 werd Kim Van Hee getroffen door baarmoederhalskanker.

Ze herstelde van de ziekte, maar moest later worden geopereerd aan de dikke darm en die nieuwe problemen sleepten aan.

Volgens een mededeling wil ze “geen half werk leveren als ze zich engageert”.

Pas later werd bekend dat ze aan haar kanker een zware morfineverslaving heeft overgehouden, en dat pogingen ervan af te kicken ernstige complicaties met zich hebben meegebracht.

In 2007 maakte Kim bekend voor Lijst Dedecker te gaan kandideren bij de Belgische federale verkiezingen 2007 op 10 juni van dat jaar.

Later trok ze zich terug om gezondheidsredenen. Kim Van Hee stond op de 16de plaats van de Kamerlijst van Lijst Dedecker in Oost-Vlaanderen, maar ze werd vervangen door Kathleen Limpens.

Ze bracht in 2011 haar verhaal in Koppen om zo mensen te waarschuwen voor de gevolgen van zo’n verslaving.

In 2020 kwam ze terug in het nieuws dat het niet goed ging met haar en dat ze niet meer in de mogelijkheid was om nog op te staan, zelfs een rolstoel was geen alternatief.

Hoe het nu gaat met haar, ik zou het niet weten, hopelijk beter. (diverse bronnen, foto uit mijn persoonlijk collectie en Wikipedia)

De winter van 1963, toen men het leger moesten inschakelen om kolen te vervoeren naar het Luikse industriebekken.

Over de drie wintermaanden december, 1962 en januari en februari, 1963 was er een gemiddelde temperatuur van -3,1 graden (+2,6 graden is normaal).

Op veel plaatsen vroor het bijna drie maanden achtereen elke dag.

Tijdens de jaarwisseling waren er zware sneeuwstormen en in het hele land raken dorpen geïsoleerd en veel noord-zuid verbindingen worden bedolven onder dikke lagen stuifsneeuw tot duinen van 2 tot 3 meter hoogte.

Januari 1963 was met gemiddeld -5,3 graden uitzonderlijk koud.

Met -3,4 graden was ook februari zeer koud.

Daarna volgden dagen waarop het ’s ochtends 10 tot 20 graden vroor.

De pers schreef toen het volgende over de hulp van het leger:

Misschien is het voor het eerst in de geschiedenis van ons land dat iedereen zonder uitzondering een goed woord heeft gehad voor het leger.

Omdat het een van de zeldzame keren geweest is dat het leger zijn ervaring en kunde ter beschikking van de burgerbevolking stelde.

Radiojeeps van het 62e Artillerie werden ingezet om konvooien met steenkool veilig naar hun bestemming te gidsen.

Bij de eigenlijke verdeling van de steenkool werden tot nu toe geen militaire vrachtwagens gebruikt, omdat de autoriteiten de toestand „nog niet ernstig genoeg” vonden.

We hopen van harte dat die toestand nooit zó erg wordt. We vonden het nu al welletjes! (Diverse bronnen en Panorama 19 februari 1963)

Vandaag mag de Vlaamse kunstschilder Johan Messely 70 kaarsjes uitblazen.

Zijn vader Paul Messely, geboren in Moorsele in 1927 volgde avondlessen in de academie in Brugge.

Knack schreef het volgende over deze kunstenaar: Paul Messely is uitgesproken romantisch en kitscherig, maar commercieel.

Paul Messely was actief als schilder, tekenaar en fotograaf.

Hij schilderde vooral vrouwen, landschappen en bloemen. Zijn zoeterige tableaus blijven wel wat bijval kennen bij een bepaald publiek.

In 1977 maakte hij een Portret van Andreas (André) Dequae, Kamervoorzitter van 1974 tot 1977.

Ook zijn zoon Johan Messely (geboren 20 februari 1953 en vandaag dus 70 jaar oud) is kunstschilder.

Na zijn studies ingenieur en fotografie vestigde Johan Messely zich als fotograaf in Menen, maar koos uiteindelijk om van zijn schildershobby zijn beroep te maken.

Johan is net als zijn vader een autodidact en woont en werkt nu in Zuid-Frankrijk

Johan schildert zuiders getinte taferelen waarbij het spel van licht en schaduw primeert.

De olieverfschilderijen zijn zonnig en kleurrijk en stralen optimisme en levensvreugde uit.

Hij werkt figuratief met een impressionistische inslag. Naast olieverf heeft Johan ook een passie voor pastel.

Hierbij creëert hij de vrouw vanuit zijn fotografisch beeld, waar weerom het combineren van licht en schaduw heel belangrijk is.