Alvin Stardust, de man in het zwarte leer en zijn onverwachte succesverhaal.

Aanvankelijk begon Bernard William Lewry zijn muzikale carrière in het begin van de jaren zestig onder de artiestennaam Shane Fenton.

Met zijn band The Fentones kende hij wat lokaal succes. Een opmerkelijk weetje uit die tijd is dat Lewry eigenlijk de roadie van de band was.

Toen de oorspronkelijke zanger, de echte Shane Fenton, vlak voor een belangrijke BBC-auditie door gezondheidsproblemen plotseling overleed, nam Lewry noodgedwongen zijn plaats én zijn naam over om de kans niet aan de band voorbij te laten gaan.

Jaren later kreeg zijn carrière een onverwachte en zeer succesvolle wending.

Componist Peter Shelley had het nummer ‘My coo ca choo’ geschreven en was oorspronkelijk van plan om dit zelf uit te brengen.

Hij had daarvoor zelfs al de extravagante artiestennaam Alvin Stardust bedacht.

Omdat Shelley echter in 1973 samen met Michael Levy een doorstart maakte van hun eigen platenfirma, Shelley Magnet Records, ontbrak het hem simpelweg aan tijd om zelf op te treden en promotie te voeren.

Shelley vond voormalig tieneridool Shane Fenton bereid om in de huid van Alvin Stardust te kruipen en het nummer op het podium te promoten.

Deze samenwerking legde hen geen windeieren, want ‘My coo ca choo’ werd een daverend mondiaal succes.

In Australië stond het nummer maar liefst zeven weken op de eerste plaats.

Ook in Oostenrijk en Noorwegen liep de verkoop uitstekend, met respectievelijk een tweede plaats gedurende zestien weken en een vierde plaats in negen weken.

In Vlaanderen bereikte de single op 2 februari 1974 een mooie derde plaats in de BRT Top 30.

Wat Peter Shelley betreft: hij zou een jaar na dit succes alsnog zelf singles gaan uitbrengen onder zijn eigen naam.

Zijn single ‘Love Me Love My Dog’ uit 1975 deed het behoorlijk goed.

In de Lage Landen kennen we de melodie van dit nummer vooral dankzij Rudi Carrell, die er in 1976 met ‘Samen ’n straatje’ een hit mee scoorde in de Nederlandse vertaling.

Na het gigantische succes van zijn debuutsingle bracht Alvin Stardust nog enkele opvolgers uit, waaronder ‘Red dress’ en ‘You, you, you’.

De zanger cultiveerde in deze periode een zeer kenmerkend imago: strak in het zwarte leer, met grote bakkebaarden, opvallende zwarte handschoenen en een grote, dikke ring om zijn vinger.

Hij nam tijdens tv-optredens steevast een mysterieuze, ietwat norse houding aan die sterk deed denken aan rock-‘n-roll-legendes zoals Gene Vincent.

Bovendien werd hij in Groot-Brittannië een iconisch gezicht door zijn deelname aan een beroemde verkeersveiligheidscampagne, waarin hij Britse kinderen op het matje riep als ze niet goed uitkeken bij het oversteken.

Na de hoogtijdagen in de jaren zeventig werd het even wachten, maar in 1981 maakte hij een krachtige comeback met zijn coverversie van ‘Pretend’.

Dit nummer werd oorspronkelijk in 1952 geschreven door Lew Douglas, Dan Belloc en Frank Lavere en werd destijds wereldberoemd gemaakt door Nat King Cole.

De uitvoering van Alvin Stardust bleek een groot succes te zijn.

Een leuk detail over deze comeback is dat ‘Pretend’ hem in het Verenigd Koninkrijk zijn grootste succes sinds lange tijd opleverde en de deuren naar het legendarische televisieprogramma Top of the Pops opnieuw wijd voor hem opende.

Ook in de Benelux was het een voltreffer: de single bereikte op 12 december 1981 de eerste plaats in de Vlaamse BRT Top 30 en behaalde in de Nederlandse Top 40 een knappe derde plaats.

Ook in de jaren die daarop volgden, wist Alvin Stardust nog enkele hits te scoren.

Zo was hij in 1982 succesvol met ‘A Wonderful Time Up There’ en had hij in 1985 nog een notering met ‘I Feel Like Buddy Holly’.

Naast zijn muziekcarrière speelde hij succesvol mee in diverse theatermusicals zoals Godspell en Chitty Chitty Bang Bang, en verscheen hij regelmatig in Britse televisieseries.

Het leven van deze veelzijdige artiest kwam ten einde in oktober 2014, slechts enkele weken nadat er uitgezaaide prostaatkanker bij hem was vastgesteld.

Bernard William Lewry, de man die we ons altijd zullen herinneren als de in leer gehulde Alvin Stardust, werd 72 jaar oud.

Vandaag 40 jaar geleden, Domein Raversijde van Prins Karel staat te koop.

Tijdens zijn Regentschap breidde Prins Karel stelselmatig zijn eigendom uit.

Zo werd hij dankzij een akkoord met de Koninklijke Schenking op 17 december 1949 eigenaar van het oorspronkelijke domein van Leopold II.

Tijdens en onmiddellijk na het Regentschap werden de gebouwen opgeknapt.

In 1965 werd in het park een ‘open zwembad‘ aangelegd dicht bij de ‘caravan’ die de Prins gebruikte als buitenverblijf.

De open vlakte tussen de vijvers werd geëgaliseerd om als golfterrein te kunnen gebruiken.

Prins Karel vestigde zich in de oude mandenvlechterswoning die voordien door baron Goffinet bewoond was.

Binnenin bestaat het gebouw uit kleine, overvolle ruimten. Overal herinneren schuifdeuren, hangkastjes en patrijspoorten aan de marine.

De Prins had een groot deel van zijn jeugd doorgebracht op de schepen van de Britse Navy. Tussen de stijlmeubels (o.m. afkomstig van Napoleon Bonaparte) stonden talrijke aparte snuisterijen in porselein. Elke beschikbare plaats aan de muur werd ingenomen door schilderijen, gravures of bronzen sierelementen.

Aan de plafonds hing een collectie sabels en vuurwapens. Elementen van een modelspoorweg die op het Koninklijk Paleis een volledige kamer innam, werden over de ganse woning verspreid. Overal stonden schilderwerken van de Prins opgestapeld. Opvallend is de beschildering van de gebouwen.

De overheersende okergele hoofdkleur werd gebroken door het groen en oranje van de luiken. ‘Villa 2’ werd uitgevoerd in blauw en rood, met een uiterst ingewikkelde beschildering van het dak, naar verluidt geïnspireerd op de kleurrijke geglazuurde dakpannen in de Bourgogne.

Deze woning werd in 1950 ingericht voor schilder Alfred Bastien, die na de dood van baron Goffinet de vertrouwenspersoon van Prins Karel werd.Het domein behoorde vanaf januari 1971 tot het grondgebied van Oostende.

Toen de Oostendse gemeenteraad een spoedprocedure wou inzetten om het domein te onteigenen, stelde de Prins zijn eigendom op 19 januari 1980 te koop, in de hoop dat de Koninklijke Schenking of de Staat zijn domein aankocht.

Uiteindelijk werd het domein op 12 december 1981 verkocht aan het Ministerie van Openbare Werken. Het Bestuur der Waterwegen kocht het noordelijke gedeelte, de Dienst Groenplan het zuidelijke park.

Prins Karel behield het vruchtgebruik. Hij overleed op 1 juni 1983. Na zijn dood werden alle gebouwen ontruimd op last van de erfgenamen.

Door een samenwerking tussen de Vlaamse Gemeenschap, de Regie der Gebouwen en het bestuur van de Provincie West-Vlaanderen werd het voormalig Koninklijk Domein in zijn vroegere staat hersteld, uitgebreid en opengesteld voor het publiek.

De bestaande gebouwen werden vanaf 1988 ingrijpend gerestaureerd door de Regie der Gebouwen.

De uitbating van het ‘Memoriaal prins Karel’, op 7 juli 1992 plechtig onthuld, wordt verzorgd door de Provincie West-Vlaanderen.

Op 24 juni 2000 werd de archeologische site ‘Walraversijde 1465’ officieel voor het publiek geopend.(Diverse bronnen, Wikipedia, Hannelore Decoodt, De Post van 3 februari 1980 en foto 3 Prins Karel en zijn schilderij van Koning Albert in het stadhuis van Kortrijk, foto 4 en 6 in zijn villa en foto 5 novemberherdenking in Kortrijk november 1979)