Tussen acteren en regisseren: het parcours van Ida Lupino

Ida begon al op zeer jonge leeftijd in films te spelen. Geen wonder, want ze kwam uit een acteursfamilie die terugging tot de zeventiende eeuw.

Van filmactrice werd ze regisseur en tussen al haar mannelijke collega’s heeft ze zich al die jaren goed staande gehouden.

Van oorsprong was ze een Engelse. Ze werd op 4 februari 1918 (sommige bronnen spreken over 1917) in Londen geboren als dochter van Connie Emerald en Stanley Lupino.

Haar ouders speelden in het Britse theater en Ida werd met Shakespeare opgevoed, zoals een ander kind zijn eerste leeservaringen opdoet met ‘Suske en Wiske’.

Ze was nog heel klein toen ze al kon citeren uit ‘Romeo en Julia’ en ‘La Dame aux Camélias’.

Toen ze twaalf jaar oud was, speelde ze al heldinnen uit stukken van Shakespeare op het toneel.

Een oom van haar was in die tijd een zeer bekende film- en toneelkomiek: Lupino Lane.

Dankzij hem zette ze ook haar eerste stappen in een Engelse filmstudio.

De Amerikaanse filmregisseur Alan Dwan maakte in Engeland de film ‘Her First Affair’ en zocht daarvoor een jong meisje, een Lolita-type.

Connie Emerald nam haar dochter mee naar de studio toen ze auditie ging doen.

Dwan vond Connie te oud, maar had wel interesse in haar dochter Ida, die een rolletje in de film kreeg.

Dwan gaf haar daarna meteen een grote rol in zijn volgende Engelse film ‘Money for Speed’ in 1933.

Ze was toen pas vijftien jaar oud.

Vanaf dat moment raakte Ida’s filmcarrière in een stroomversnelling.

Ze speelde in nog enkele Britse films, maar Paramount zocht wereldwijd naar een hoofdrolspeelster voor ‘Alice in Wonderland’.

Ze vertrekt naar Hollywood, maar greep naast die rol.

Wel kreeg ze een contract om andere films te maken, die ze vervolgens aan de lopende band opnam.

Op haar achttiende trouwde ze met haar landgenoot, de acteur Louis Hayward, die net als zij een veelbelovende carrière tegemoet leek te gaan.

Van die carrière kwam echter weinig terecht, en van het huwelijk nog minder.

Nadat dat huwelijk was gestrand, trouwde ze met filmproducent Collier Young, met wie ze al bevriend was en ook professioneel samenwerkte.

In die eerste jaren in Hollywood speelde ze geen opvallende rollen.

Het succes kwam pas in 1940 dankzij een sterke rol in ‘The Light That Failed’.

Ze tekende vervolgens een contract bij Warner Bros, de filmmaatschappij die gespecialiseerd was in gangsterfilms.

In die gangsterfilms was altijd wel een rol weggelegd voor de zogeheten ‘moll’, het liefje van de gangster, meestal een barvrouw of een prostituee.

Ida Lupino bleek geknipt voor dit soort personages en boekte er succes mee.

In 1940 speelde ze samen met Humphrey Bogart en George Raft de rol van vrachtwagenchauffeur in ‘They Drive by Night’, waarin beide mannen om haar hand dongen.

Binnen het gangstergenre behoorden deze twee acteurs tot de absolute top.

In het kielzog van Bogart, die staatsvijand nummer één John Dillinger speelde, volgde ze hem de bergen in voor ‘High Sierra’, als een vrouw die verliefd is op Bogey terwijl hij van een ander houdt.

In 1943 kenden de New Yorkse filmcritici haar de prijs toe voor Beste Actrice voor haar optreden als dominante zuster in ‘The Hard Way’.

Toch weigerde ze bij Warner Bros geregeld oppervlakkige rollen, wat leidde tot verschillende schorsingen door studiobaas Jack Warner.

Die verplichte vrije tijd benutte ze slim door op filmsets mee te kijken en de kneepjes van het regisseren in de vingers te krijgen.

Zelf keek ze trouwens een stuk nuchterder naar haar acteerloopbaan.

Ze zag zichzelf eerder als een bescheiden versie van Bette Davis, die bij dezelfde filmstudio de indrukwekkende rollen toebedeeld kreeg en niet werd afgescheept met gangsterfilms.

Wie zo ontevreden is over zijn bestaan als acteur, zoekt naar andere manieren om actief te blijven.

Doordat Ida Lupino in 1948 met Columbia-producent Collier Young trouwde, maakte ze een natuurlijke overstap naar het werk achter de schermen.

Samen met Young richtte ze het onafhankelijke productiehuis The Filmmakers op om taboedoorbrekende sociale drama’s te realiseren.

Dat huwelijk hield evenmin lang stand, maar ze begon met het produceren van films, te beginnen met ‘Not Wanted’.

In 1950 regisseerde ze twee kleinere films: ‘Never Fear’ en ‘Outrage’.

Het klinkt eenvoudig, maar Hollywood was destijds een echte mannenwereld waarin vrouwen slechts bij hoge uitzondering de regie in handen kregen.

Dorothy Arzner was daarvan het bekendste voorbeeld, maar daar hield het dan ook wel mee op.

Het was dan ook bijzonder dat Ida Lupino als regisseur aan de slag ging.

Op de set stond haar regisseursstoel bekend met het opschrift ‘Mother of Us All’, een koosnaam van haar crew.

In 1953 schreef ze geschiedenis door met de thriller ‘The Hitch-Hiker’ als allereerste vrouw ooit een klassieke film noir te regisseren.

Ook buiten de filmwereld was ze creatief actief; zo componeerde ze onder meer het muziekstuk ‘Aladdin Suite’, dat werd uitgevoerd door het Los Angeles Philharmonic Orchestra.

Af en toe keerde ze terug als actrice, maar haar voornaamste focus lag bij het regisseren.

Ze werkte mee aan bekende televisieseries zoals ‘I Spy’, ‘Have Gun, Will Travel’, ‘The Virginian’ en ‘Alfred Hitchcock Presents’.

Bovendien was ze de enige vrouwelijke filmmaker die ooit een aflevering regisseerde van de befaamde serie ‘The Twilight Zone’, met het iconische ‘The Masks’ uit 1964.

Haar derde echtgenoot werd opnieuw een acteur: Howard Duff.

Veel ambitie koesterde ze later niet meer.

Ze vond het te veel moeite om van huis weg te zijn voor de regie van een film en bleef het liefst zo dicht mogelijk bij huis.

Dat was waarschijnlijk dan ook de reden waarom ze later weer vaker als actrice in Hollywood te zien was.

Haar laatste bioscoopfilm als regisseur was ‘The Trouble with Angels’ uit 1966, met Rosalind Russell, Gypsy Rose Lee en Hayley Mills als nonnen.

Haar echte comeback als filmactrice maakte ze in 1972 in ‘Junior Bonner’, waarin ze de rol van de moeder van Steve McQueen vertolkte.

Ze speelde bijzonder sterk in die film en kreeg daardoor weer volop aanbiedingen om te acteren.

Daarmee was de cirkel rond, zij het met het verschil dat ze geen vaste contractactrice meer was.

Ze kende het klappen van de zweep in Hollywood door en door en kon zelf bepalen of ze een rol aannam.

Dat was een ideale uitgangspositie voor een vakvrouw die al vanaf haar vroegste jeugd in het vak zat en voor haar veelzijdige werk werd geëerd met twee verschillende sterren op de Hollywood Walk of Fame: één voor film en één voor televisie.

Lupino overleed in 1995 op 78-jarige leeftijd aan darmkanker.

Vandaag, 95 jaar geleden, te gast op de Boetprocessie van Veurne

De Boetprocessie van Veurne is een van de meest authentieke en ingetogen religieuze tradities in Vlaanderen.

Al sinds de zeventiende eeuw trekt deze historische omgang elke laatste zondag van juli door de straten van de West-Vlaamse boetestad, gedragen door een diepgeworteld gevoel van boetedoening en volksdevotie.

De oorsprong van de traditie ligt in het jaar 1637, toen de regio geteisterd werd door oorlogsgeweld en de pest.

In die donkere periode richtte Jacobijn Jacob Clou de Sodaliteit van de Gekruiste Zaligmaker op.

Deze broederschap stelde zich tot doel het lijden van Christus te herdenken en openlijk boete te doen om onheil af te wenden.

Sinds 1646 is de processie een vast gegeven in Veurne.

Wat de Boetprocessie zo indrukwekkend maakt, is het sobere en anonieme karakter.

De honderden boetelingen die deelnemen, lopen onherkenbaar mee, gehuld in sobere, bruine pijpen met een kap over het hoofd.

Velen van hen lopen blootsvoets en dragen zware, houten kruisen op de schouders als teken van persoonlijk offer en inkeer.

Hun identiteit blijft geheim, wat de focus volledig verlegt naar de innerlijke beleving en de boodschap van de processie.

De rijke geschiedenis van het evenement kent vele gedenkwaardige edities, zoals die van zondag 26 juli 1931.

Hoewel de processie die dag onder minder gunstige weersomstandigheden plaatsvond, lieten de deelnemers zich niet afschrikken.

Niettegenstaande de doorregende straten gingen vele kruisdragers op sandalen of blootsvoets in de optocht mee.

Tussen de groepen viel destijds de oude Pontius Pilatus op, die elk jaar trouw op zijn post was om zijn rol te vervullen.

Een ander aangrijpend moment was de val van Christus onder het kruis, een tafereel dat een diepe indruk van volkskunst achterliet bij het aanwezige publiek.

Die specifieke editie trok bovendien koninklijke belangstelling, zij het in alle discretie.

Ongemerkt voor de vele toeschouwers volgden aartshertog Otto van Oostenrijk en diens moeder keizerin Zita de rondgang van de Boetprocessie, leunend vanuit het balkon van een plaatselijk klooster.

Zita van Bourbon-Parma was de laatste keizerin van Oostenrijk en koningin van Hongarije.

Sinds de afzetting van haar echtgenoot keizer Karel I in 1918 en diens vroege overlijden in 1922 leefde zij met haar gezin in ballingschap.

Vanaf het overlijden van haar man droeg zij uit rouw uitsluitend nog zwarte kleding.

In 1929 kreeg de keizerlijke familie toestemming om zich in België te vestigen, waar zij warm werden onthaald door de Belgische koninklijke familie.

Ze vonden een veilig onderkomen in het kasteel De Ham in Steenokkerzeel, waar ze gedurende de jaren dertig woonden en van waaruit ze tijdens de zomermaanden regelmatig de Belgische kust bezochten voor hun vakanties.

Toen nazi-Duitsland in mei 1940 België binnenviel, liep de uitgesproken anti-nazistische familie echter opnieuw groot gevaar.

Ze moesten halsoverkop vluchten via Frankrijk en Spanje naar Portugal, om uiteindelijk de oversteek te maken naar het Amerikaanse continent.

Na de Tweede Wereldoorlog keerde keizerin Zita terug naar Europa, waar ze haar laatste levensjaren doorbracht in het Johannes-Stift in het Zwitserse Zizers.

Ze overleed daar op 14 maart 1989 op 96-jarige leeftijd, waarna haar lichaam werd overgebracht naar Wenen om te worden bijgezet in de Keizerlijke Crypte.

De oudste zoon, aartshertog Otto van Habsburg, was de voormalige kroonprins.

In juli 1931 was hij een jonge achttienjarige die in België studeerde aan de Katholieke Universiteit Leuven, waar hij in 1935 zijn doctoraat in de sociale en politieke wetenschappen zou behalen.

Voor het keizerlijke gezin, dat diep religieus was en sterke banden had met katholieke tradities, vormde de ingetogen en historische Boetprocessie in het nabijgelegen Veurne een passend moment van bezinning tijdens hun verblijf in Vlaanderen.

Otto van Habsburg zou later uitgroeien tot een van de meest invloedrijke Europese figuren van zijn tijd.

Tijdens de jaren 30 verzette hij zich fel tegen de Anschluss van Oostenrijk bij nazi-Duitsland.

Adolf Hitler liet hem hierom bij verstek ter dood veroordelen.

Otto vluchtte naar de Verenigde Staten, waar hij president Roosevelt waarschuwde voor het naziregime en hielp bij het redden van talloze Joodse vluchtelingen.

Pas in 1961 deed hij officieel afstand van zijn aanspraken op de Oostenrijkse troon om weer als staatsburger naar zijn vaderland te mogen reizen.

In 2007 droeg hij het hoofdschap van het Huis Habsburg over aan zijn oudste zoon, Karl van Habsburg.

Vanaf 1979 tot 1999 was hij voor de Beierse partij CSU lid van het Europees Parlement. Hij zette zich decennialang in voor de Europese integratie en de uitbreiding van de Europese Unie naar voormalige Oostbloklanden.

Tevens diende hij jarenlang als president van de Internationale Paneuropese Unie, een van de oudste Europese eenwordingsbewegingen.

Na zijn overlijden in 2011 in het Duitse Pöcking werd zijn lichaam met traditionele keizerlijke pracht en praal bijgezet in de Keizerlijke Crypte in Wenen, terwijl zijn hart volgens oud familieritueel werd begraven in de Abdij van Pannonhalma in Hongarije.

Het evenement bestaat in de basis uit twee grote delen. In de voormiddag trekken de groepen in historische klederdracht rond om bijbelse taferelen uit te beelden, met een sterke nadruk op het Oude en Nieuwe Testament en het lijdensverhaal van Jezus.

Na de middag volgt de eigenlijke Boetprocessie, waarin de anonieme kruisdragers de hoofdrol spelen, begeleid door het monotone en indringende geluid van trommels.

Ondanks de modernisering van de samenleving blijft de Boetprocessie van Veurne een levend monument.

Het evenement trekt jaarlijks duizenden bezoekers en staat sinds 2009 officieel erkend als immaterieel cultureel erfgoed in Vlaanderen.

Het is een zeldzaam bewaard gebleven uiting van barokke boetevroomheid die generatie op generatie wordt doorgegeven.

Vandaag, op zondag 26 juli 2026, trekt deze eeuwenoude en diepgaande traditie opnieuw door het historische centrum van de stad.

Exact 95 jaar na de legendarische en doorregende editie waarbij de keizerlijke familie stilletjes toekeek, zullen de anonieme boetelingen en de zware houten kruisen weerom het straatbeeld bepalen om deze unieke uiting van volksgeloof levend te houden.

40 jaar geleden, te gast bij John Forsythe, geboren als John Lincoln Freund (Joepie van 8 januari 1984

John Forsythe was een Amerikaanse acteur die vooral bekend werd door zijn rol als de mysterieuze stem van Charlie in de tv-reeks Charlie’s Angels.

Hij speelde ook de hoofdrol in de populaire soap Dynasty, waar hij de rijke oliemagnaat Blake Carrington vertolkte.

Forsythe begon zijn carrière in de jaren 40 als radiopresentator en theateracteur.

Hij maakte zijn filmdebuut in 1943 in Destination Tokyo.

Hij verscheen in meer dan 40 films, waaronder The Trouble with Harry, Topaz en Scrooged.

Hij won drie Emmy Awards en twee Golden Globes voor zijn werk op televisie.

Forsythe was drie keer getrouwd en had, vier kinderen.

Hij overleed in 2010 op 92-jarige leeftijd aan de gevolgen van een longontsteking.

Vandaag 100 jaar geleden, sfeerfoto’s viering 11 november

Vandaag is het 11 november, de dag waarop we de wapenstilstand van de Eerste Wereldoorlog herdenken.

Op deze dag in 1918, om 11 uur ’s ochtends, zwegen de kanonnen na vier jaar van bloedige strijd.

Meer dan 9 miljoen soldaten en 7 miljoen burgers lieten het leven in deze oorlog, die de wereld voorgoed veranderde.

De wapenstilstand betekende het einde van de gevechten, maar niet van de gevolgen.

De vrede werd pas officieel gesloten met het Verdrag van Versailles in 1919, dat de basis legde voor een nieuwe wereldorde, maar ook voor nieuwe conflicten.