Foto's, en reportages en voor 95 % niet terug te vinden op Google uit ons ver verleden, over Gent, Vlaanderen, film, muziek, sport, politiek en zoveel meer uit tijdschriften en kranten en jaarboeken. Vanaf de jaren 1900 tot en met gisteren. Meer foto's en artikelen terug te vinden op onze Fb groep Gisteren nog vandaag en de Fb groep Weetjes over popmuziek
Merlin Saunders was een muzikale duizendpoot die zowel piano als keyboards bespeelde, maar een speciale voorliefde had voor het Hammond B-3 orgel.
Hij maakte deel uit van verschillende jazz-, blues- en rockprojecten, met artiesten als Harry Belafonte, Frank Sinatra, Lionel Hampton, Miles Davis, B.B. King en Bonnie Raitt.
Zijn meest bekende samenwerking was echter die met Jerry Garcia, de zanger en gitarist van de Grateful Dead.
Hij ontmoette Garcia in 1971 in een kleine club in Fillmore Street, The Matrix, waar ze samen begonnen te jammen.
Hij trad ook op met de Grateful Dead, en vormde met Garcia de Saunders/Garcia Band, die drie platen uitbracht.
In 1974 veranderde deze band van naam naar Legion of Mary, met saxofonist Martin Fierro erbij.
Het jaar daarop ging de band uit elkaar, maar Saunders en Garcia bleven samenwerken in de band Reconstruction in 1979, met Ed Neumeister (trombone), Gaylord Birch (drums) en John Kahn (bas).
Saunders leidde ook zijn eigen band als Merl Saunders and Friends, waarin hij live optrad met Garcia, maar ook met Mike Bloomfield, David Grisman, Michael Hinton, Tom Fogerty, Vassar Clements, Kenneth Nash, John Kahn en Sheila E.
Hij werkte ook samen met Grateful Dead-percussionist Mickey Hart in de band High Noon.
Saunders nam het voortouw om Jerry Garcia weer aan zijn gitaar te laten wennen, nadat Garcia in de zomer van 1986 een diabetische coma had gehad.
In 1990 bracht hij het wereldmuziek- en new age-klassieke album Blues From the Rainforest uit, een samenwerking met Garcia en Muruga Booker.
Dit leidde tot de uitgave van een video die Saunders’ reis naar de Amazone vastlegde, en de latere albums Fiesta Amazonica, It’s in the Air en Save the Planet so We’ll Have Someplace to Boogie.
Een van de nummers van Blues From the Rainforest werd gebruikt als onderdeel van de soundtrack voor de tv-serie Baywatch. Saunders bleef nog tien jaar optreden met de Rainforest Band.
Saunders had zijn eigen platenlabel, Sumertone Records , en had ook opgenomen op Fantasy Records, Galaxy Records en Relix Records, evenals op de Grateful Dead- en Jerry Garcia-labels.
Hij werkte mee aan de themamuziek voor de tv-show The New Twilight Zone uit 1985.
Saunders bleef actief als muzikant, bandleider, componist en collaborateur tot 2002, toen een beroerte één kant van zijn lichaam verlamde.
Complicaties van die beroerte zouden uiteindelijk zijn leven nemen zes jaar later op 24 oktober 2008.
Een paar eerbetoonconcerten werden het jaar daarop gehouden in San Francisco ter ere van Saunders’ muzikale carrière.
Saunders was getrouwd met Marguerite Sanders en had drie kinderen: Susan, Merl Jr., en Tony.
Hij was ook een actieve voorvechter van verschillende goede doelen, waaronder het Rainforest Action Network en de Haight-Ashbury Free Clinic.
Deze stoomboot was een van de eerste passagiersschepen op de Kongo rivier, dat in 1934 werd gedoopt als koningin Astrid, ter ere van de toenmalige koningin van België.
Het schip had een lengte van 45 meter en een breedte van 8 meter. Het kon 150 passagiers en 200 ton vracht vervoeren.
Het schip speelde een belangrijke rol in de koloniale geschiedenis van Congo, want het bracht handel, missie en bestuur naar de binnenlanden.
Het schip was in dienst tot 1960, toen Congo onafhankelijk werd.
Daarna werd het schip verlaten en verroestte het langzaam aan de oever van de rivier.
De figuur die Claes koos als type voor zijn verhaal heeft werkelijk bestaan, maar de enkele details uit het echte leven van de echte Witte werden ruimschoots aangevuld met verbeelding, observatie en eigen belevenissen van de schrijver.
Dat is ook het geval voor de andere figuren die een rol spelen in het verhaal. Claes schreef de eerste hoofdstukken al in 1908 voor het besloten gezelschap De Violier, een kleine vriendenkring van literatuurliefhebbers die Claes met enkele medestudenten van de Katholieke Universiteit Leuven had opgericht.
Daarna volgden nog enkele voorlezingen ervan in de studentenstad.
Pogingen om het verhaal te laten opnemen in De Nieuwe Gids of in Jong Dietschland mislukten.
Lodewijk Dosfel, hoofdredacteur van dit laatste tijdschrift, vond enkele passages toch te onkies en ongepast.
De volgende hoofdstukken kon Claes wel laten verschijnen in het Leuvense studentenblad Ons Leven, wat hem op een reprimande van de vice-rector kwam te staan.
Vanaf 1911 verschenen het vierde en de volgende hoofdstukken in diverse tijdschriften, zoals Het Land (opgericht in 1911 door Juul Grietens), Dietsche Warande, Groot Nederland en Vlaamsche Arbeid.
Tijdens de oorlogsjaren schreef Claes andere verhalen, waaronder enkele oorlogsnovellen. In 1919 hervatte hij het schrijven aan De Witte en schreef nog twee bijkomende hoofdstukken.
Het boek werd ten slotte afgewerkt toen Emmanuel de Bom hem in 1919 vroeg of hij de novelle De Witte uit kon brengen in de nieuwe serie Vlaamse Bibliotheek, als onderdeel van de Wereldbibliotheek.
Claes schreef toen de laatste vijf hoofdstukken.
Het boek verscheen met 12 pentekeningen van Jos Leonard. De oplage van vijfduizend exemplaren was na enkele maanden uitverkocht.
In totaal zijn er al 128 drukken van deze bijzondere schelmenroman gemaakt.
Hij werd twee keer verfilmd, in 1934 door Jan Vanderheyden (De Witte) en in 1980 door Robbe De Hert onder de titel De Witte van Sichem. (Diverse bronnen en Wikipedia)