85 jaar geleden, de illusie van het tijdschrift Signaal.

Friedrich Wilhelm Karl Walter von Oertzen werd geboren op 5 oktober 1898 in Breslau en was een Duitse journalist, publicist en schrijver die actief was tijdens de turbulente periode van de Weimarrepubliek en het naziregime.

Hij stamde uit een adellijke, militaire familie en was de zoon van luitenant-generaal Fritz Ludwig Karl Hugo von Oertzen.

Net als zijn vader nam hij dienst in het leger en vocht hij als luitenant in de Eerste Wereldoorlog, een strijd waarin zijn twee broers om het leven kwamen.

Na de oorlog sloot hij zich aan bij de rechtse Freikorpsen.

In januari 1919 kreeg hij van minister Gustav Noske de opdracht om links-radicale politici in de gaten te houden.

Von Oertzen luisterde de privételefoon af van communistenleider Gustav Noske en droeg hierdoor direct bij aan diens arrestatie.

Korte tijd later was hij getuige toen Liebknecht en Rosa Luxemburg door militairen werden vermoord.

In 1921 nam hij bovendien deel aan de gevechten tegen Poolse opstandelingen in Opper-Silezië.

Na een rechtenstudie rolde von Oertzen de journalistiek in.

Hij begon zijn carrière bij de Lippische Tageszeitung en stapte eind 1924 over naar de redactie van de Vossische Zeitung, waar hij de militaire zaken, de ontwikkelingen in Oost-Europa en de Volkenbond behandelde.

Tijdens deze periode raakte hij bevriend met de journalist Hans Zehrer, die hem introduceerde bij het invloedrijke, nationaal-conservatieve tijdschrift Die Tat.

In dit blad publiceerde hij veel over de positie van het Duitse leger binnen de staat.

Door zijn uitstekende contacten fungeerde hij begin jaren dertig als een belangrijke schakel tussen de legertop en de journalisten van de zogeheten Tat-kring.

Van medio 1932 tot de zomer van 1933 was hij tevens hoofdredacteur van de Tägliche Rundschau.

In zijn journalistieke werk toonde von Oertzen zich zeer kritisch en sceptisch over de Volkenbond.

Als overtuigd nationalist beschouwde hij deze internationale organisatie vooral als een instrument van Frankrijk en Groot-Brittannië om de machtsverhoudingen van het onrechtvaardige Verdrag van Versailles in stand te houden.

Hij zag de Volkenbond niet als een neutrale vredesstichter, maar als een instituut dat was ontworpen om Duitsland militair en politiek zwak te houden.

Hij uitte scherpe kritiek op de hypocrisie van de ontwapeningsonderhandelingen in Genève, waarbij de omringende landen eisten dat Duitsland ontwapend bleef, terwijl zijzelf weigerden hun legers te verkleinen.

Daarnaast verweet hij de organisatie dat ze systematisch faalde in het beschermen van de rechten van Duitstalige minderheden in Oost-Europa, een onderwerp dat hem door zijn verleden in Opper-Silezië zeer na aan het hart lag.

Voor hem bood het pacifistische ideaal van de Volkenbond geen enkele werkelijke veiligheid.

In plaats van te vertrouwen op zwakke internationale verdragen, pleitte hij consequent voor een sterke, soevereine Duitse staat en de heropbouw van een krachtig nationaal leger.

Deze visie komt scherp naar voren in zijn artikel uit 1941, getiteld Volkenbond? Gemeenschap der naties!

Wat vandaag onmogelijk is, zal in de toekomst mogelijk zijn.

Dit propagandastuk illustreert perfect hoe von Oertzen zijn eerdere kritiek integreerde in de retoriek van het Derde Rijk.

Hij opent het artikel met de anekdote uit 1932 over een zitting in Genève, waar Duitse klachten over het Litouwse beheer van het Memelgebied werden besproken.

Door het beeld te schetsen van een verveeld gezelschap met een afwezige Franse voorzitter en een slapende Chinese afgevaardigde, zet hij de Volkenbond direct neer als een tandeloze en hypocriete instelling.

De bond hinkte volgens hem op twee onverenigbare gedachten: het pacifistische ideaal botste fundamenteel met de wens van de overwinnaars om Duitsland permanent te onderdrukken.

Een zwaarwegend punt in zijn betoog is het absolute gebrek aan uitvoerende macht. Omdat besluiten met algemene stemmen moesten worden aangenomen en een eigen leger van de Volkenbond ontbrak, veranderde Genève volgens von Oertzen in een internationale politieke beurs voor achterkamerdeals en onverantwoordelijke journalistiek.

Zelfs op neutrale gebieden zoals de internationale drugshandel bleven besluiten steken in theorie, omdat soevereine staten weigerden de bijbehorende verdragen te ratificeren.

Na de vlucht van het secretariaat van de Volkenbond naar de Verenigde Staten in 1939 verklaart hij de organisatie in zijn artikel definitief dood.

Hij gebruikt deze reële, historisch breed gedeelde kritiek vervolgens handig om de weg vrij te maken voor de zogeheten nieuwe Europese orde.

Hij pleit voor een verenigd Europa, bevrijd van Britse invloed en het falende democratische individualisme, onder de strikte militaire leiding en bescherming van de Asmogendheden.

Op deze manier presenteerde hij de militaire overheersing door nazi-Duitsland listig als de enige logische en werkbare oplossing om de stabiliteit af te dwingen die de Volkenbond nooit kon waarmaken.

Wat in dit artikel wordt afgeschilderd als een krachtige, nieuwe gemeenschap van Europese naties, was in de realiteit de dictatuur van de Nieuwe Orde.

Het stuk probeert de brute militaire overmacht van nazi-Duitsland en zijn bondgenoten te verkopen als de broodnodige tanden die de besluiteloze Volkenbond miste.

Dit is een klassieke manipulatietechniek: het volledig afbreken van een haperend democratisch systeem om een totalitair en gewelddadig alternatief als de logische en organische redding te presenteren.

Vandaag, in 2026, lezen we dit soort artikelen met de volledige kennis van de gruwelijke uitkomst van die beloofde orde.

Wanneer oude tijdschriften en publicaties worden bestudeerd om het verleden tot leven te brengen, vormen dit soort documenten een fascinerende, zij het donkere, spiegel van hun tijd.

Ze laten heel tastbaar zien hoe gedrukte media structureel werden geïnstrumentaliseerd om de publieke opinie te kneden.

Hoewel de kritiek op de onmacht van internationale organisaties soms verrassend actueel kan aanvoelen wanneer we naar hedendaagse conflicten kijken, dient de propagandistische en biografische context van Signal als een permanente waarschuwing.

Het toont hoe de roep om snelle oplossingen en sterke leiders in tijden van internationale crisis in absolute duisternis kan ontsporen.

85 jaar geleden, reclame voor lavendelwater van het merk Mouson

Het huis Mouson: van parfumicoon tot onderdeel van het naziregime

Johann Daniel Mouson werd geboren op 19 mei 1839 in Frankfurt am Main en overleed daar op 26 februari 1909.

Hij was een prominente Duitse zeep- en parfumfabrikant, mede-eigenaar van het familiebedrijf J.G. Mouson en Cie, en tevens lokaal politicus.

Hij kwam uit een hugenotenfamilie met wortels in Metz en was de kleinzoon van August Friedrich Mouson, die de beroemde onderneming in 1798 had opgericht.

De hugenoten waren Franse protestanten die in de 16e en 17e eeuw de leer van Johannes Calvijn aanhingen en vanwege gewelddadige vervolging hun thuisland ontvluchtten, waarbij zij vaak gespecialiseerde vaardigheden en een ijverige werkethiek naar hun nieuwe vaderland brachten.

Onder leiding van Johann Daniel en zijn familieleden groeide de zaak verder uit tot een internationaal bekende producent van cosmetica, zepen en parfums.

Hij trad in het huwelijk met Elisabeth Susanna Gattinger en hun zoon zou later een belangrijke rol spelen in de verdere uitbouw van het imperium.

Het bedrijf J.G. Mouson en Cie begon als een relatief bescheiden onderneming in het hart van Frankfurt, maar ontwikkelde zich al snel tot een van de belangrijkste spelers op de Duitse cosmeticamarkt, waarbij het concurreerde met andere grote merken uit die tijd.

In de jaren twintig van de twintigste eeuw bouwde het bedrijf onder leiding van Fritz Mouson een hypermodern fabriekscomplex.

Het absolute pronkstuk hiervan was de Mousonturm, een indrukwekkend expressionistisch baksteengebouw dat wordt beschouwd als de allereerste wolkenkrabber van Frankfurt en dat de Tweede Wereldoorlog vrijwel ongeschonden doorstond.

Mouson bereikte in die periode een breed publiek met luxeproducten en dagelijkse verzorgingsartikelen die perfect aansloten bij de verlangens van de moderne consument.

Een van de meest iconische successen van het bedrijf was het product Mouson Lavendel.

Deze geurlijn werd oorspronkelijk rond 1935 op de markt gebracht onder de naam Mouson Alt-Englisch Lavendel en was een creatie van Hans Mouson.

Omstreeks 1940 onderging het product een strategische vernieuwing en werd het beroemd als Mouson Lavendel mit der Postkutsche, oftewel met de postkoets.

Deze naam verwees naar de nostalgische en zeer herkenbare afbeelding van een romantische postkoets op de flesjes en verpakkingen.

Dankzij de toegankelijke, maar tegelijkertijd luxueuze uitstraling werd het lavendelwater een enorm commercieel succes.

Het wekte een gevoel van tijdloze traditie en kwaliteit op en werd een vast onderdeel van de badkamer voor vele generaties, waarmee het de internationale reputatie van het huis Mouson definitief vestigde.

Een treffend voorbeeld van hoe het bedrijf dit product in de vroege oorlogsjaren vermarktte, is terug te vinden in een reclame uit het tijdschrift Signal van juli 1941.

In deze advertentie wordt Mouson Lavendel aangeprezen als een verfrissing na het sporten, spelen of dansen, waarbij de associatie met de postkoets (“avec la diligence”) centraal staat om een sportief, klassiek en tegelijkertijd mild karakter uit te stralen.

Tijdens de periode van het nationaalsocialisme heeft het bedrijf van de familie Mouson zich verre van neutraal opgesteld en werkte de onderneming actief mee met het regime.

Hoewel de persoonlijke politieke overtuigingen van alle individuele familieleden uit die tijd niet tot in de kleinste details in de geschiedenisboeken zijn gedocumenteerd, is het historisch bewezen dat J.G. Mouson en Cie na de machtsovername door Adolf Hitler in 1933 daadwerkelijk economisch profiteerden van het systeem en opportunistisch meegingen in de uitsluitingspolitiek.

Het meest opvallende bewijs hiervan is de deelname van Mouson aan een agressieve en antisemitische lastercampagne tegen hun destijds grootste concurrent Beiersdorf, de producent van onder meer Nivea.

Omdat Beiersdorf decennialang was opgebouwd door de Joodse familie Troplowitz en Joodse bestuursleden had, gebruikten bedrijven zoals Mouson dit feit om op te roepen tot een boycot van Nivea-producten.

Ze profileerden hun eigen crèmes en zepen daarbij expliciet als Arisch en van zuiver Duitse oorsprong, in de hoop zo uit nationaalsocialistische motieven de klanten van hun concurrent af te pakken en hun eigen marktaandeel te vergroten.

Naast deze dubieuze marketingstrategie werd de fabriek van Mouson in Frankfurt tijdens de Tweede Wereldoorlog ook stevig ingeschakeld voor de Duitse oorlogsinspanningen.

Het bedrijf produceerde op grote schaal zepen, waspoeders en huidverzorgingsproducten voor de Wehrmacht en de nazipartij. Bovendien werd het immense fabriekscomplex in 1944 gebruikt voor de zware oorlogsindustrie.

In het kader van een nationaal noodprogramma werd de verwerking en productie van kogellagers uit gebombardeerde fabrieken in Schweinfurt deels overgebracht naar de gebouwen van Mouson om de wapen- en voertuigenproductie veilig te stellen.

Uit historische archieven rond het verzet in Frankfurt blijkt verder dat medewerkers met een leidinggevende functie binnen het bedrijf, zoals hoofden van de luchtbescherming, onder zware druk werden gezet om lid te worden van de nazipartij NSDAP als ze hun baan wilden behouden.

Dit alles toont aan dat de directie van het familiebedrijf zich destijds volledig conformeerde aan het naziregime, het heersende antisemitisme misbruikte voor eigen commercieel gewin en een functioneel onderdeel vormde van de Duitse oorlogsmachine.

Na de Tweede Wereldoorlog stond de onderneming voor de enorme uitdaging van de wederopbouw.

Hoewel de fabriek in Frankfurt de oorlog relatief goed had doorstaan, was de positie van het merk op de internationale markt verzwakt door de naziverleden-associaties en de veranderende consumentenbehoeften.

In de decennia na 1945 wist het bedrijf Mouson zich echter te handhaven als een gerespecteerde naam in de cosmeticabranche, mede dankzij de blijvende populariteit van klassiekers zoals het lavendelwater.

De markt werd echter steeds competitiever door de opkomst van grote internationale concerns.

In 1972 werd het familiebedrijf J.G. Mouson en Cie uiteindelijk verkocht aan het Amerikaanse concern Procter & Gamble.

De voormalige fabriek van het bedrijf onderging in de jaren tachtig een opmerkelijke transformatie: de iconische Mousonturm werd in 1988 heropend als een internationaal gerenommeerd theater- en productiehuis voor podiumkunsten, waarmee het gebouw een nieuwe culturele bestemming kreeg in het hart van Frankfurt.

Gisteren nog vandaag

Programma van Circus Demuynck van 85 jaar geleden met hoofdact Lena Miry in de Gentse Minardschouwburg.

Lena Miry, de artiestennaam van Rachel Demuynck, was een virtuoze amazone die een unieke plek innam in de wereld van de klassieke rijkunst en het circus.

Geboren in Gent op 8 januari 1922 als telg uit de gerespecteerde circusfamilie Demuynck, groeide zij op in de wereld van Gustaaf Demuynck en Louise Muyllaert.

Hoewel zij haar basis vond in het familiecircus, koos zij rond haar eenentwintigste voor een eigen pad om zich volledig te wijden aan de verfijning van de paardendressuur.

In haar praktijk als hogeschoolrijdster legde zij zich toe op de meest complexe vormen van de academische rijkunst, die teruggaan naar de tradities uit de zestiende en zeventiende eeuw.

Zij stond bekend om haar vermogen om paarden naar de hoogste graad van verzameling te begeleiden.

Deze technische term verzameling is cruciaal binnen de dressuur en beschrijft de toestand waarin een paard zijn zwaartepunt naar achteren verplaatst door de gewrichten van de achterhand meer te buigen.

Hierdoor wordt de voorzijde lichter en kan het paard met meer kracht, souplesse en kortere passen bewegen.

Dankzij deze beheersing konden technische figuren zoals de piaffe, passage en pirouettes worden uitgevoerd met een opmerkelijke lichtheid en onzichtbare hulpen.

Haar repertoire omvatte eveneens de sprongen boven de grond, zoals de levade en de croupade, waarbij de nadruk altijd lag op de natuurlijke balans en de trotse zelfhouding van het paard.

Zonder deze specifieke verzameling en verhoogde draagkracht zouden de kunststukken die zij uitvoerde fysiek onmogelijk zijn geweest voor het paard.

Zij werd geprezen om haar vermogen om de spectaculaire elementen van de circuswereld te verenigen met de strikte discipline van de klassieke rijscholen. In een tijd van toenemende verzakelijking in de paardensport bleef zij een belangrijke vertegenwoordiger van de artistieke en esthetische kant van het rijden.

Naast haar eigen uitvoeringen deelde zij haar expertise als instructrice, waarbij zij de nadruk legde op de biomechanica en de psychologie van het paard, altijd vertrekkend vanuit geduld en wederzijds respect.

Rachel Demuynck overleed in Gent op 25 november 2015 op 93-jarige leeftijd.

Haar nalatenschap blijft van waarde voor de Belgische circushistorie en de klassieke rijkunst, waarin zij herinnerd wordt als een voorbeeld van hoe technische perfectie en artistieke flair hand in hand kunnen gaan.

Haar werk heeft een blijvende indruk achtergelaten in de hippische wereld, een term die de brede gemeenschap van paardensport, fokkerij en paardenliefhebbers omvat.

Precies vijfenzestig jaar geleden ontmoetten Marlon Brando en Tarita Teriipaia elkaar tijdens de opnames van de Amerikaanse film Mutiny on the Bounty.

Tarita werd op 29 december 1941 geboren op Bora Bora in Frans-Polynesië en was van 1962 tot 1972 getrouwd met Brando als zijn derde vrouw.

Samen kregen zij twee kinderen: zoon Simon Teihotu en hun inmiddels overleden dochter Cheyenne Brando.

De voormalige actrice is momenteel 84 jaar oud en leidt een teruggetrokken leven op Tahiti in Frans-Polynesië.

In 2004 publiceerde ze haar memoires, Marlon, My Love and My Torment, waarin ze openhartig vertelt over haar turbulente relatie met de legendarische acteur.

Hun dochter Cheyenne werd geboren in 1970, maar toen zij twee jaar oud was, besloten Marlon Brando en Tarita Teriipaia te scheiden.

Cheyenne werd daarna opgevoed door haar moeder en zag haar vader nauwelijks.

Aan het eind van de jaren tachtig begon ze een carrière als model, maar in deze periode raakte ze ook verslaafd aan drugs.

In 1987 leerde ze Dag Drollet kennen en in 1989 raakte ze in verwachting van hem.

Datzelfde jaar raakte Cheyenne zwaargewond bij een ongeval waarbij haar gezicht zo verminkt raakte dat ze plastische chirurgie moest ondergaan.

Op 16 mei 1990 werd Dag Drollet vermoord door de halfbroer van Cheyenne, Christian Devi Brando.

Cheyenne beviel in juni van dat jaar van een zoon, Tuki Brando, die later ook model werd.

In de jaren na de moord op Drollet belandde Cheyenne regelmatig in psychiatrische ziekenhuizen.

Ze werd schizofreen verklaard en verloor het ouderlijk gezag over Tuki, waarna Tarita Teriipaia de opvoeding overnam en de voogdij kreeg.

Cheyenne ging mentaal steeds verder achteruit en was niet in staat om te getuigen tegen Christian.

Door het wegvallen van deze getuigenis kreeg Christian een lichtere straf en kwam hij in 1996 al vrij.

Cheyenne maakte dit niet meer mee; zij pleegde op 16 april 1995 op 25-jarige leeftijd zelfmoord.

Deze week, precies 60 jaar geleden, maakte Dave Berry zijn entree in de Nederlandse Top 40 met ‘This Strange Effect’.

Deze wereldhit, een creatie van Ray Davies (The Kinks), groeide in 1965 al snel uit tot een nummer één-hit in zowel Nederland als Vlaanderen.

Ook de B-kant, ‘Now’ van de hand van Douglas Hodson, kreeg later een tweede leven toen Patricia Paay er in 1976 een succesvolle discoversie van uitbracht.

Het nummer groeide zowel in Nederland als in Vlaanderen uit tot een nummer één-hit en vestigde de naam van de zanger, die eigenlijk David Holgate Grundy heet, voorgoed in de Lage Landen.

Zijn grote Europese doorbraak was kort daarvoor al ingezet na een bekroond optreden op het songfestival van Knokke of beter gekend als de Knokke Cup.

In 1965 won trouwens Nederland de Knokke Cup, met het team bestaande uit Greetje Kauffeld, Liesbeth List, Connie van Bergen, Suzie en Jan Arntz.

Hoewel ‘This Strange Effect’ zijn lijflied blijft, was het niet zijn enige succes.

Eerder al had hij in het Verenigd Koninkrijk een hit met ‘The Crying Game’ en ook nummers als ‘Mama’, ‘I’m Gonna Take You There’ en ‘Can I Get It From You’ vonden hun weg naar de hitlijsten.

De populariteit van de voormalige elektrolasser was in die tijd zo gigantisch dat hij zich tijdens een tournee met een circus in Nederland in een leeuwenkooi moest verstoppen voor zijn uitzinnige fans.

Later in zijn carrière keerde Berry terug naar zijn muzikale roots, de rhythm-and-blues, wat resulteerde in het door critici geprezen album “Memphis… in the Meantime” uit 2003.

Dave Berry, geboren op 6 februari 1941 en dus 84 jaar oud en die inspiratie was voor latere bands als de Sex Pistols, is getrouwd met Marthy, afkomstig uit Amsterdam.

Zo blijft Dave Berry, de man met de mysterieuze podiumact, onlosmakelijk verbonden met Nederland en België.

Vandaag herdenken we de vijfde verjaardag van het overlijden van de Regisseur Bernardo Bertolucci een van de grootste Italiaanse filmmakers aller tijden.

Bertolucci werd geboren in Parma, als zoon van een kunsthistoricus en dichter Attilio Bertolucci.

Hij volgde in de voetsporen van zijn vader en zijn broer, die ook filmregisseur en scenarioschrijver werd.

Bertolucci begon al op jonge leeftijd te schrijven en won prestigieuze literaire prijzen voor zijn eerste boek.

Hij kreeg ook de kans om te werken met Pier Paolo Pasolini, een andere invloedrijke Italiaanse regisseur, die hem aanstelde als eerste assistent voor zijn debuutfilm Accattone (1961).

Bertolucci toonde al snel zijn eigen visie en stijl, die hem de aandacht trokken van Sergio Leone, die hem vroeg om mee te schrijven aan het scenario voor Once Upon a Time in the West. (Leone verwierp later het scenario omdat hij het te intellectueel vond voor het Amerikaanse publiek.)

Bertolucci maakte naam als regisseur in de jaren 60 met films als La commaro secca (1962), Prima della rivoluzione (1964) en Ballata da un miliardo (1967), die getuigden van zijn politieke en sociale bewustzijn.

Hij verhuisde naar de VS, waar hij de controversiële film Last tango in Paris (1972) maakte, met Marlon Brando en Maria Schneider in de hoofdrollen.

De film veroorzaakte een schandaal door zijn expliciete seksuele inhoud, maar leverde hem ook twee Oscarnominaties op voor beste regisseur en beste acteur.

Bernardo Bertolucci, heeft in een interview met Twan Huys voor het televisieprogramma College Tour in 2013 bevestigd dat hij en Marlon Brando voorafgaande aan de opnames van de bekende boterscène zonder medeweten van Schneider hadden afgesproken dat Brando haar tijdens het filmen bij verrassing zou aanranden, omdat Bertolucci haar reactie als meisje wilde filmen en niet haar reactie als actrice.

Bertolucci bekende altijd wroeging te hebben gehad over deze aanpak.

In 1976 maakte hij 1900 of Novecento, een episch historisch drama over de klassenstrijd in Italië in de 20e eeuw, gezien door de ogen van twee vrienden die in 1900 geboren zijn, maar uit elkaar groeien door hun verschillende achtergrond.

De film had een sterrencast met onder anderen Robert De Niro, Gérard Depardieu, Burt Lancaster en Donald Sutherland.

Zijn grootste triomf was The last emperor (1987), een biografische film over de laatste keizer van China, die hij mocht opnemen in de Verboden Stad in Peking.

De film won negen Oscars, waaronder die voor beste film, beste regisseur en beste scenario. Bernardo Bertolucci won persoonlijk twee Oscars voor deze film.

Hij regisseerde ook andere succesvolle films, zoals “The sheltering sky”, “Little Buddha” en “Stealing beauty”.

Bertolucci combineerde politieke thema’s met intense liefdesverhalen in zijn werk.

Hij leed aan een ernstige ziekte en zat in een rolstoel na een ongeluk, maar bleef actief in de filmwereld tot zijn dood in 2018 op 77-jarige leeftijd.