Het levensverhaal van Lynsey de Paul: van internationale hits tot een nieuw begin in Londen

De Britse zangeres, songwriter en pianiste Lynsey de Paul werd op 11 juni 1948 in Londen geboren als Lyndsey Monckton Rubin.

Ze studeerde aan het Hornsey College of Art en begon haar werkzame leven in de grafische vormgeving, waar ze onder meer albumhoezen ontwierp.

Haar muzikale talent bracht haar echter al snel in de muziekindustrie terecht, waar ze aanvankelijk successen boekte als componist voor andere artiesten.

Zo schreef ze onder meer de succesvolle hits ‘Storm in a Teacup’ voor The Fortunes en ‘Dancin’ (On a Saturday Night)’ voor Barry Blue.

Haar grote doorbraak als uitvoerend artiest kwam in 1972 met de single ‘Sugar me’.

Dat nummer was oorspronkelijk helemaal niet voor haarzelf bedoeld, want ze schreef het voor Peter Noone.

Die we allen kenden als de zanger van de succesvolle popgroep Herman’s Hermits.

Op aanraden van onder meer acteur Dudley Moore besloot ze het nummer toch zelf op te nemen en uit te brengen.

Het werd een internationale hit die de eerste plaats bereikte in de hitlijsten van onder meer Nederland en België.

Hiermee schreef ze geschiedenis als de eerste Britse vrouwelijke artiest die een nummer één-hit scoorde met een door haarzelf geschreven nummer.

Rond die periode werd ook haar artiestennaam bewust gekozen.

Vanwege de spanningen rond de Olympische Spelen van München in 1972 werd haar geadviseerd een minder opvallende Joodse achternaam te gebruiken.

Haar nieuwe artiestennaam stelde zij subtiel samen uit de namen van haar ouders.

Het voorvoegsel ‘de’ kwam van de meisjesnaam van haar moeder (wiens achternaam hiermee begon, of naar verluidt verwees naar de ‘de’ uit een familienaam), en ‘Paul’ was de tweede voornaam (middelnaam) van haar vader, Herbert Paul Rubin.

In de jaren daarna volgden verschillende successen in de hitparade, waaronder ‘No Honestly’ en de ballad ‘Won’t Somebody Dance with Me’.

Met die laatste plaat schreef ze opnieuw geschiedenis bij de Ivor Novello Awards door als eerste vrouw ooit deze prestigieuze Britse prijs voor songwriters te winnen.

In 1977 vertegenwoordigde ze samen met Mike Moran het Verenigd Koninkrijk op het Eurovisiesongfestival met het nummer ‘Rock Bottom’.

Het duo eindigde op de tweede plaats en scoorde goed in verschillende hitparades in diverse Europese landen.

In augustus 1981 keerde Lindsey de Paul terug naar haar Victoriaanse huis in Londen om er na het beëindigen van haar vierjarige romance met de Amerikaanse acteur James Coburn een nieuwe elpee en een Europese en Japanse tournee voor te bereiden.

Het viel haar destijds niet gemakkelijk om weer te wennen aan het vrijgezellenbestaan.

In vier jaar tijd was ze ontzettend veranderd.

Voordat ze James leerde kennen, had ze altijd vrienden over de vloer en liep ze van de ene fuif naar de andere, maar dat zei haar toen niets meer in 1981.

Ze zat het liefst gezellig thuis achter de piano om nummers te schrijven voor haar eerste elpee in jaren.

In die periode kwam ook haar single ‘Strange Changes’ uit, een nummer dat haar gemoedstoestand weergaf.

Het nummer schreef ze samen met Sue Shifrin.

Toen bekend werd dat ze zich weer in Londen ging vestigen, kreeg ze een telefoontje van haar oude platenmaatschappij met de vraag of ze een nieuw contract wilde tekenen.

Dat voorstel nam ze in dank aan, omdat ze zo snel mogelijk weer aan de slag wilde.

Wel werd er gevraagd om snel met een single te komen.

Na drie jaar muzikaal op non-actief te hebben gestaan, wilde ze weer gaan componeren.

‘Strange Changes’ beschreef haar gevoelens en haar kijk op de wereld op dat moment.

Ze vond dat achteraf een beetje jammer, niet omdat ze dingen had verteld die ze niet meende, maar omdat ze niet de indruk wilde wekken dat ze haar zelfbeklag ten gelde wilde maken.

In haar Victoriaanse huis in Noord-Londen, dat ze in 1975 voor een zacht prijsje op de kop had kunnen tikken, was een muziekkamer ingericht met twee piano’s en een enorme collectie elpees.

Een van die piano’s was trouwens een geschenk voor haar ex-vriend.

Het hele huis puilde toen trouwens uit met souvenirs aan James en haar verblijf in de Verenigde Staten.

Deze souvenirs herinnerden haar aan goede tijden, waar ze toen met groot heimwee naar terugkeek.

Ondanks de breuk kwam James altijd gedag zeggen als hij in Londen was, en zij vond dat enorm fijn van hem.

Deze vriendschap zou dan ook blijven duren tot aan zijn dood.

Er kwam ook nog ander bezoek over de vloer, zoals haar poes Sesam, die ze op dat moment haar beste vriend noemde.

Aan een nieuwe relatie was ze toen nog niet toe.

Haar single werd zo goed onthaald dat het een hit beloofde te worden, vertelde ze toen in een interview.

Bovendien kon ze rekenen op de steun van zowel de BBC als de Britse commerciële televisie.

Voordat ze naar Amerika trok, leverde ze regelmatig titelmelodieën af voor tv-series en speelfilms, waardoor ze veel goede contacten had opgebouwd.

Men wist dat ze professioneel werk afleverde en dat hielp haar om goede promotie te krijgen.

De week na het verschijnen van de single had ze al vier aanvragen voor tv-optredens op zak.

Bovendien ging de BBC haar uitspelen in twee grote shows, die in verschillende landen zouden worden uitgezonden, en dit samen onder meer met Sheena Easton.

Ondanks een opvallende hoes, de aandacht van de pers en een beperkte 12-inch promotieversie, wist de single de hitparades niet te bereiken.

Jaren later werd het nummer wel gewaardeerd door liefhebbers en verzamelaars van vroege jaren 80-pop en disco-funk.

Er kwamen zelfs verschillende remixes uit van het nummer.

Naast haar eigen zangcarrière bleef ze actief als songwriter voor televisieprogramma’s en andere artiesten.

Ze verlegde haar grenzen verder als producer, speelde in musicals, interviewde mensen voor televisie en trad regelmatig op in diverse Britse televisieproducties.

Ook zette ze zich in voor maatschappelijke onderwerpen; zo bracht ze in de jaren negentig zelfs een instructievideo uit over zelfverdediging voor vrouwen.

Lynsey de Paul was een bewuste, zelfstandige vrouw die nooit trouwde, al waren haar bedpartners vaak beroemde mannen zoals Ringo Starr, Sean Connery, Bernie Taupin en Dudley Moore.

De Amerikaanse acteur James Coburn, haar ex-vriend, overleed op 18 november 2002 op 74-jarige leeftijd aan een hartaanval in zijn huis in Beverly Hills.

Lynsey de Paul overleed op 1 oktober 2014 op 66-jarige leeftijd, volgens de BBC vermoedelijk aan de gevolgen van een hersenbloeding.

45 jaar geleden, thuis bij Lynsey De Paul (Joepie 16 augustus 1981)

Het verhaal van Pilot: van ‘Magic’ tot The Alan Parsons Project

In het muzikale landschap van 1973, in Schotland, besloten twee leden van de Bay City Rollers, David Paton en Billy Lyall, een nieuwe koers te varen.

Ze richtten de band Pilot op, een naam die al snel synoniem zou staan voor een reeks onvergetelijke popsongs.

Hun muziek sloeg verrassend snel aan. Singles als ‘Magic’, ‘January’, ‘Just a Smile’ en ‘Call Me Round’ vonden vlot hun weg naar de hogere regionen van de Britse hitlijsten.

Het was vooral het nummer ‘Magic’, afkomstig van hun debuutalbum dat de band internationale bekendheid bracht.

De productie was in handen van de legendarische Alan Parsons, en dat was te horen.

De single werd in 1974 een ‘million seller’, bereikte een indrukwekkende vijfde plaats in de hitlijsten van de Verenigde Staten en een elfde plek in hun thuisland.

De opvolger, ‘January’, deed het zelfs nog beter. Begin 1975 schoot het nummer naar de eerste plaats in zowel het Verenigd Koninkrijk als Australië, en vestigde de naam van Pilot definitief.

Een interessant detail is de rol van arrangeur Andrew Powell. Direct na de opnames van ‘January’ dook hij de studio in met een jonge, opkomende artieste: Kate Bush.

Omdat zowel Pilot als Kate Bush onder contract stonden bij EMI Records, waren de lijntjes kort en de samenwerkingen snel gelegd.

Dit leidde ertoe dat de leden van Pilot meespeelden op Kate’s iconische debuutalbum “The Kick Inside” en later ook op “Lionheart”.

Zoals dat wel vaker gaat in de muziekwereld, was de oorspronkelijke bezetting geen lang leven beschoren.

Gisteren nog vandaag

In 1977 waren alleen Paton en gitarist Ian Bairnson nog over. Samen met een groep sessiemuzikanten namen ze nog het album “Two’s a Crowd” op, wat de zwanenzang voor de band zou inluiden.

Het einde van Pilot betekende echter een nieuw begin voor de kernleden.

In 1978 werden Paton, Bairnson en drummer Stuart Tosh vaste leden van The Alan Parsons Project, de groep van hun voormalige producer.

Tosh liet ook van zich horen als drummer bij de band 10cc.

Medeoprichter Billy Lyall overleed helaas in 1989 aan de gevolgen van aids.

Decennia later kwam de magie van Pilot onverwacht weer tot leven. In augustus 2014, precies veertig jaar na het verschijnen van hun debuut, kwamen Paton, Bairnson en Tosh weer samen.

Onder de naam “A Pilot Project” brachten ze een album uit als een hommage aan Eric Woolfson, de zanger en componist van The Alan Parsons Project.

Gisteren nog vandaag

Deze week, precies 60 jaar geleden, maakte Dave Berry zijn entree in de Nederlandse Top 40 met ‘This Strange Effect’.

Deze wereldhit, een creatie van Ray Davies (The Kinks), groeide in 1965 al snel uit tot een nummer één-hit in zowel Nederland als Vlaanderen.

Ook de B-kant, ‘Now’ van de hand van Douglas Hodson, kreeg later een tweede leven toen Patricia Paay er in 1976 een succesvolle discoversie van uitbracht.

Het nummer groeide zowel in Nederland als in Vlaanderen uit tot een nummer één-hit en vestigde de naam van de zanger, die eigenlijk David Holgate Grundy heet, voorgoed in de Lage Landen.

Zijn grote Europese doorbraak was kort daarvoor al ingezet na een bekroond optreden op het songfestival van Knokke of beter gekend als de Knokke Cup.

In 1965 won trouwens Nederland de Knokke Cup, met het team bestaande uit Greetje Kauffeld, Liesbeth List, Connie van Bergen, Suzie en Jan Arntz.

Hoewel ‘This Strange Effect’ zijn lijflied blijft, was het niet zijn enige succes.

Eerder al had hij in het Verenigd Koninkrijk een hit met ‘The Crying Game’ en ook nummers als ‘Mama’, ‘I’m Gonna Take You There’ en ‘Can I Get It From You’ vonden hun weg naar de hitlijsten.

De populariteit van de voormalige elektrolasser was in die tijd zo gigantisch dat hij zich tijdens een tournee met een circus in Nederland in een leeuwenkooi moest verstoppen voor zijn uitzinnige fans.

Later in zijn carrière keerde Berry terug naar zijn muzikale roots, de rhythm-and-blues, wat resulteerde in het door critici geprezen album “Memphis… in the Meantime” uit 2003.

Dave Berry, geboren op 6 februari 1941 en dus 84 jaar oud en die inspiratie was voor latere bands als de Sex Pistols, is getrouwd met Marthy, afkomstig uit Amsterdam.

Zo blijft Dave Berry, de man met de mysterieuze podiumact, onlosmakelijk verbonden met Nederland en België.

Vandaag 35 jaar geleden, komt het duo Pet Shop Boys binnen met hun nummer Left To My Own Devices in de Brt Top 30.

Het nummer is geschreven door het duo zelf en werd het eerste nummer dat Pet Shop Boys opnamen met een orkest, gearrangeerd door Richard Niles.

De Productie was in handen van Trevor Horn en Stephen Lipson.

In Groot-Brittannië bereikte het nummer de vierde plaats in de hitparade.

De single bereikte in Vlaanderen de drieëntwintigste plaats in de Brt Top 30.

In Nederland was het nummer goed voor een negentiende plaats in de Top 40.

Sinds de release is het een vast onderdeel geworden van Pet Shop Boys liveoptredens.

Het nummer is ook terug te vinden op het album Introspective van 1988.

Gisteren nog vandaag: alles wat de Pet Shop Boys je nog wilden vertellen (Joepie 8 mei 1988)

Gisteren nog vandaag

50 jaar geleden, het antwoord van The Sweet op de roddelpraatjes.

Het nummer The Ballroom Blitz werd geschreven door Nicky Chinn en Mike Chapman, die veel hits voor de band produceerden.

The Ballroom Blitz verscheen in september 1973 als single en bereikte de eerste plaats in Canada, de tweede plaats in het Verenigd Koninkrijk en Australië, en de vijfde plaats in de Verenigde Staten.

Het nummer was in Vlaanderen goed voor een tweede plaats in de Brt Top 30 en in Nederland een vierde plaats in de Top 40.

Het nummer staat op de Amerikaanse en Canadese versie van het album Desolation Boulevard uit 1974.

The Ballroom Blitz werd geïnspireerd door een incident op 27 januari 1973, toen de band optrad in de Grand Hall in Kilmarnock, Schotland, en van het podium werd gedreven door een regen van flessen.

Het nummer begint met een gesproken introductie, waarin zanger Brian Connolly vraagt: “Are you ready Steve? Andy? Mick? Alright fellas, let’s go!”

Daarna volgt een energiek rocknummer met een pakkend refrein en een synthesizersolo.

Het nummer is een klassieker geworden van de glamrock en is meer dan 90 miljoen keer gestreamd op Spotify aan het einde van 2022.

Gisteren nog vandaag