Het verhaal van Pilot: van ‘Magic’ tot The Alan Parsons Project

In het muzikale landschap van 1973, in Schotland, besloten twee leden van de Bay City Rollers, David Paton en Billy Lyall, een nieuwe koers te varen.

Ze richtten de band Pilot op, een naam die al snel synoniem zou staan voor een reeks onvergetelijke popsongs.

Hun muziek sloeg verrassend snel aan. Singles als ‘Magic’, ‘January’, ‘Just a Smile’ en ‘Call Me Round’ vonden vlot hun weg naar de hogere regionen van de Britse hitlijsten.

Het was vooral het nummer ‘Magic’, afkomstig van hun debuutalbum dat de band internationale bekendheid bracht.

De productie was in handen van de legendarische Alan Parsons, en dat was te horen.

De single werd in 1974 een ‘million seller’, bereikte een indrukwekkende vijfde plaats in de hitlijsten van de Verenigde Staten en een elfde plek in hun thuisland.

De opvolger, ‘January’, deed het zelfs nog beter. Begin 1975 schoot het nummer naar de eerste plaats in zowel het Verenigd Koninkrijk als Australië, en vestigde de naam van Pilot definitief.

Een interessant detail is de rol van arrangeur Andrew Powell. Direct na de opnames van ‘January’ dook hij de studio in met een jonge, opkomende artieste: Kate Bush.

Omdat zowel Pilot als Kate Bush onder contract stonden bij EMI Records, waren de lijntjes kort en de samenwerkingen snel gelegd.

Dit leidde ertoe dat de leden van Pilot meespeelden op Kate’s iconische debuutalbum “The Kick Inside” en later ook op “Lionheart”.

Zoals dat wel vaker gaat in de muziekwereld, was de oorspronkelijke bezetting geen lang leven beschoren.

Gisteren nog vandaag

In 1977 waren alleen Paton en gitarist Ian Bairnson nog over. Samen met een groep sessiemuzikanten namen ze nog het album “Two’s a Crowd” op, wat de zwanenzang voor de band zou inluiden.

Het einde van Pilot betekende echter een nieuw begin voor de kernleden.

In 1978 werden Paton, Bairnson en drummer Stuart Tosh vaste leden van The Alan Parsons Project, de groep van hun voormalige producer.

Tosh liet ook van zich horen als drummer bij de band 10cc.

Medeoprichter Billy Lyall overleed helaas in 1989 aan de gevolgen van aids.

Decennia later kwam de magie van Pilot onverwacht weer tot leven. In augustus 2014, precies veertig jaar na het verschijnen van hun debuut, kwamen Paton, Bairnson en Tosh weer samen.

Onder de naam “A Pilot Project” brachten ze een album uit als een hommage aan Eric Woolfson, de zanger en componist van The Alan Parsons Project.

Gisteren nog vandaag

Deze week, precies 60 jaar geleden, maakte Dave Berry zijn entree in de Nederlandse Top 40 met ‘This Strange Effect’.

Deze wereldhit, een creatie van Ray Davies (The Kinks), groeide in 1965 al snel uit tot een nummer één-hit in zowel Nederland als Vlaanderen.

Ook de B-kant, ‘Now’ van de hand van Douglas Hodson, kreeg later een tweede leven toen Patricia Paay er in 1976 een succesvolle discoversie van uitbracht.

Het nummer groeide zowel in Nederland als in Vlaanderen uit tot een nummer één-hit en vestigde de naam van de zanger, die eigenlijk David Holgate Grundy heet, voorgoed in de Lage Landen.

Zijn grote Europese doorbraak was kort daarvoor al ingezet na een bekroond optreden op het songfestival van Knokke of beter gekend als de Knokke Cup.

In 1965 won trouwens Nederland de Knokke Cup, met het team bestaande uit Greetje Kauffeld, Liesbeth List, Connie van Bergen, Suzie en Jan Arntz.

Hoewel ‘This Strange Effect’ zijn lijflied blijft, was het niet zijn enige succes.

Eerder al had hij in het Verenigd Koninkrijk een hit met ‘The Crying Game’ en ook nummers als ‘Mama’, ‘I’m Gonna Take You There’ en ‘Can I Get It From You’ vonden hun weg naar de hitlijsten.

De populariteit van de voormalige elektrolasser was in die tijd zo gigantisch dat hij zich tijdens een tournee met een circus in Nederland in een leeuwenkooi moest verstoppen voor zijn uitzinnige fans.

Later in zijn carrière keerde Berry terug naar zijn muzikale roots, de rhythm-and-blues, wat resulteerde in het door critici geprezen album “Memphis… in the Meantime” uit 2003.

Dave Berry, geboren op 6 februari 1941 en dus 84 jaar oud en die inspiratie was voor latere bands als de Sex Pistols, is getrouwd met Marthy, afkomstig uit Amsterdam.

Zo blijft Dave Berry, de man met de mysterieuze podiumact, onlosmakelijk verbonden met Nederland en België.

Vandaag 35 jaar geleden, komt het duo Pet Shop Boys binnen met hun nummer Left To My Own Devices in de Brt Top 30.

Het nummer is geschreven door het duo zelf en werd het eerste nummer dat Pet Shop Boys opnamen met een orkest, gearrangeerd door Richard Niles.

De Productie was in handen van Trevor Horn en Stephen Lipson.

In Groot-Brittannië bereikte het nummer de vierde plaats in de hitparade.

De single bereikte in Vlaanderen de drieëntwintigste plaats in de Brt Top 30.

In Nederland was het nummer goed voor een negentiende plaats in de Top 40.

Sinds de release is het een vast onderdeel geworden van Pet Shop Boys liveoptredens.

Het nummer is ook terug te vinden op het album Introspective van 1988.

Gisteren nog vandaag: alles wat de Pet Shop Boys je nog wilden vertellen (Joepie 8 mei 1988)

Gisteren nog vandaag

50 jaar geleden, het antwoord van The Sweet op de roddelpraatjes.

Het nummer The Ballroom Blitz werd geschreven door Nicky Chinn en Mike Chapman, die veel hits voor de band produceerden.

The Ballroom Blitz verscheen in september 1973 als single en bereikte de eerste plaats in Canada, de tweede plaats in het Verenigd Koninkrijk en Australië, en de vijfde plaats in de Verenigde Staten.

Het nummer was in Vlaanderen goed voor een tweede plaats in de Brt Top 30 en in Nederland een vierde plaats in de Top 40.

Het nummer staat op de Amerikaanse en Canadese versie van het album Desolation Boulevard uit 1974.

The Ballroom Blitz werd geïnspireerd door een incident op 27 januari 1973, toen de band optrad in de Grand Hall in Kilmarnock, Schotland, en van het podium werd gedreven door een regen van flessen.

Het nummer begint met een gesproken introductie, waarin zanger Brian Connolly vraagt: “Are you ready Steve? Andy? Mick? Alright fellas, let’s go!”

Daarna volgt een energiek rocknummer met een pakkend refrein en een synthesizersolo.

Het nummer is een klassieker geworden van de glamrock en is meer dan 90 miljoen keer gestreamd op Spotify aan het einde van 2022.

Gisteren nog vandaag

Wanneer split The Jam (Joepie 7 november 1982)

Na vijf jaar met The Jam succes te hebben gehad, start Paul Weller een nieuwe groep die hij The Style Council noemt.

Paul Weller staat samen met Mick Talbot en Dee C. Lee op 1 mei 1983 voor het eerst als The Style Council op het toneel.

In 1984 verschijnt het officiële debuutalbum van The Style Council dat inmiddels is uitgebreid met de 18-jarige drummer Steve White ( niet officieel, maar toch).

En om aan te geven dat het hier niet om een soloproject van Paul Weller gaat staan er op Café Bleu ook een paar jazzy instrumentals zoals Mick’s Groove.

Tracy Thorn van Everything But The Girl (met wie Weller zijn eerste optreden na The Jam deed) zingt The Paris Match, en Dee C. Lee is te horen op een nieuwe versie van Headstart For Happiness. My Ever Changing Moods en You’re the Best Thing/Big Boss Groove (of de Groovin-ep) halen beiden de top 10.

Later in het jaar wordt ook Shout To The Top een hit en verleent Weller zijn medewerking aan Band Aid’s Do They Know It’s Christmas ?.

Ik dacht altijd dat de opbrengst van de single Shout To The Top naar de stakende mijnwerkers ging. Maar volgens Wikipedia was dit niet het geval.

Wel spreken ze over de single Soul Deep met zangers Jimmy Ruffin, Junior Giscombe en Dee C. Lee. Die opbrengsten zou zijn gegaan naar de stakende mijnwerkers. Maar uiteindelijk kwam de opbrengst naar de weduwe van een door mijnwerkers vermoorde taxichauffeur.

De single Shout To The Top was bij ons goed voor een veertiende plaats in de Super Top 50.

In Nederland kwam de single niet verder dan zesendertigste plaats in de Top 40.