De Spaanse zangeres Jeanette Dimech mag vandaag 75 kaarsjes uitblazen

Wie in de herfst van 1976 aan Spanje dacht, dacht onmiddellijk aan Julio Iglesias.

Hij was en bleef destijds vooralsnog de enige Spaanse zanger met internationale bekendheid.

Maar het zag er toen naar uit dat hij die status binnenkort zou moeten delen met Jeanette, een 24-jarige zangeres uit Barcelona.

Met ‘Pourquoi tu vis’ was zij destijds aardig op weg om haar eerste hit buiten de landsgrenzen te scoren.

Het was een Franstalige versie van haar Spaanse hit ‘Porque te vas’, vertaald door Claude Lemesle, een man die onder meer voor Joe Dassin en Michel Fugain werkte.

In Spanje zelf was Jeanette toen al lang geen onbekende meer.

Haar carrière begon echter al veel eerder, en laten we beginnen bij het begin. Jeanette, geboren op 10 oktober 1951 in Engeland, verhuisde kort daarna met haar ouders naar de Verenigde Staten en vestigde zich op haar twaalfde definitief in Barcelona.

Ze is de dochter van een Belgisch-Congolese vader en een Spaanse moeder.

Op haar zestiende was ze al lid van de folkgroep Pic-Nic, waarmee ze in een mum van tijd beroemd werd.

In 1967 scoorde de groep een nummer één-hit in Spanje met de single ‘Cállate Niña’, een nummer dat ze zelf schreef samen met Rafael Turia.

Na de singles ‘Amanecer’ en ‘No digas nada’, die redelijk succesvol waren in Spanje, besloot de groep ermee te stoppen en maakte Jeanette een wereldreis.

In 1968 leerde ze op 17-jarige leeftijd Laszlo Kristof kennen in Barcelona.

Ze ontmoetten elkaar in een bar van Zoltán Czibor, de legendarische Hongaarse voetballer van FC Barcelona.

Omdat deze bar toevallig vlak naast het huis van Jeanette lag, kwam ze daar regelmatig.

Het was liefde op het eerste gezicht: amper zes maanden later waren ze al verloofd en in februari 1970 stapten ze in het huwelijksbootje.

Jeanette trouwde zo op 18-jarige leeftijd met de Hongaarse muzikant en voetballer.

Het jonge koppel vertrok naar Wenen om een rustig gezinsleven te leiden, en al vlug kwam dochter Blythe ter wereld.

Na een goed jaar in Wenen smeekte haar platenlabel haar in 1971 om terug te keren naar Spanje.

Dat luidde de start in van haar solocarrière: haar debuutsingle ‘Soy rebelde’ werd meteen een monsterhit.

De Spaanse componist en zanger José Luis Perales schreef in 1974 voor haar het nummer ‘Porque Te Vas’.

De single deed het goed in haar thuisland, maar bleef aanvankelijk onbekend in de rest van de wereld. Perales scoorde een jaar later overigens zelf een wereldhit met ‘Y Tú, Te Vas’.

De grote internationale doorbraak voor Jeanette volgde in 1976 dankzij regisseur Carlos Saura, die haar melodietje koos voor de soundtrack van zijn film ‘Cría cuervos’.

De prent sleepte prijzen in de wacht op het Filmfestival van Cannes, waardoor de soundtrack volop aandacht kreeg en ‘Porque Te Vas’ alsnog uitgroeide tot een internationale triomf.

Vreemd genoeg was het nummer in Vlaanderen en Nederland minder succesvol, terwijl het in Wallonië de zesde plaats in de hitparade bereikte.

Jeanette en Laszlo bleven na al die bewogen jaren meer dan een halve eeuw onafscheidelijk samen, tot aan zijn overlijden in augustus 2022.

De nu 75-jarige zangeres weigert te horen van stoppen of met pensioen gaan. Ze viert haar indrukwekkende carrière met een grote ’50 Aniversario’-jubileumtournee.

Ze reist hiermee langs grote theaters en concertzalen in Spanje en Latijns-Amerika.

De tournee werd oorspronkelijk aangekondigd en gestart rond 2021–2022 ter gelegenheid van precies 50 jaar ‘Soy rebelde’.

Vanwege de aanhoudende belangstelling en uitbreidingen naar Latijns-Amerika heeft haar management de naam behouden.

Op haar officiële website en posters wordt het project nu breder gepresenteerd als ’50 años de carrera musical’ of ‘Gira 50 Aniversario’.

Haar laatste echte studioalbum ‘Loca por la música’ dateert al van 1989. Jeanette heeft in interviews aangegeven dat ze de focus volledig legt op het live overbrengen van haar rijke muzikale erfenis.

In plaats van nieuwe muziek verschijnen er wel geregeld geremasterde verzamelalbums of zingt ze incidenteel live duetten met andere artiesten.

Haar concerten draaien dan ook puur om nostalgie en het vieren van de hits die haar wereldberoemd maakten.

Vijfenzeventig jaar geleden maakte de wereld voor het eerst kennis met een opvallende innovatie: de tetraëderverpakking.

In september 1951 werd in Zweden een revolutionaire uitvinding gedaan inzake melkverpakking die geroepen was om binnen zeer korte tijd de ganse wereld te veroveren.

Er was lang in die richting gezocht en talrijke proeven werden met succes bekroond.

Het was dan ook te verwachten dat de nieuwe vinding, die het mogelijk maakte verse melk in pakjes in plaats van in flessen te verpakken, door honderden miljoenen melkverbruikers met vreugde zou worden begroet.

Deze kartonnen drankverpakking in de vorm van een viervlak vormde het allereerste product van Tetra Pak, opgericht door Ruben Rausing en Erik Wallenberg in de Zuid-Zweedse stad Lund.

De kenmerkende geometrische vorm gaf het bedrijf niet alleen zijn naam, maar bleek dankzij de enorme ruimtebesparing en stapelbaarheid ook een schot in de roos.

De nieuwe verpakking bestond uit stevig papier met daarboven een huid van plastic die het papier volkomen steriel maakte.

Verder was de verpakking smaak- en reukloos en vanzelfsprekend volledig waterdicht.

Aan het nieuwe verpakkingsmiddel werd destijds de naam Tetra-verpakking gegeven.

Voor de huisvrouw betekende de nieuwe verpakking destijds een aanzienlijke aanwinst.

Zij hoefde voortaan niet meer te vrezen dat de flessen melk zouden stukvallen, hoefde de ledige flessen niet meer te reinigen en was verlost van het betalen van leeggoed aan de melkboer of in de winkel.

Ook in de melkerijen werd met ongeduld naar de nieuwe verpakkingsmogelijkheid uitgezien.

Het liet toe grotere hoeveelheden melk op te slaan, aangezien de pakjes veel minder plaats in beslag namen dan flessen.

Het melktransport werd daardoor aanzienlijk goedkoper en men hoefde geen werkkrachten meer in te zetten om flessen hygiënisch te reinigen.

Hoewel de historische bakermat en de oorsprong van de onderneming in Zweden liggen, verhuisde het hoofdkantoor later om fiscale en strategische redenen naar Zwitserland.

Vandaag de dag is Tetra Pak nog altijd een familiebedrijf.

Inmiddels staat de derde generatie van de familie Rausing aan het roer, waarvan de gezamenlijke rijkdom door zakenblad Forbes rond de 19 miljard dollar wordt geschat.

De onderneming richt zich uitsluitend op het verpakken van vloeibare levensmiddelen in zogeheten gelamineerd papier.

Het concern is uitgegroeid tot een wereldwijde reus met zo’n 21.000 werknemers, verspreid over zestig productielocaties en actief in maar liefst 150 landen.

Die schaal vertaalde zich ook in klinkende cijfers: waar de omzet in 2007 nog rond de 8,6 miljard euro lag, steeg deze in 2011 naar 10,4 miljard euro met een verkoop van bijna 70 miljard verpakkingen wereldwijd.

De bekendheid van het merk reikte zelfs tot in de stripwereld; in april 2008 bracht het bedrijf in samenwerking met Suske en Wiske een speciaal album uit onder de titel De bosbollebozen.

Het is inmiddels vijfenveertig jaar geleden dat Patricia Paay haar nummer ‘Who Let The Heartache In’ uitbracht.

Ik beken meteen maar eerlijk dat ik altijd al een zwak voor haar heb gehad.

Wel vind ik het vreemd dat er bij dit artikel een foto is geplaatst van haar album ‘The Lady Is A Champ’, dat al uit 1977 stamt.

Het nummer schreef Patricia samen met John van Katwijk. Ook de andere single ‘Saturday Nights’ uit het album ‘Playmate’ schreven ze samen.

Deze veelzijdige Nederlandse zanger, componist, arrangeur, producer en artiestenmanager werd op 8 augustus 1951 geboren in Rotterdam en begon zijn muzikale loopbaan als leadzanger van de band Christie Lane.

Toen het grote succes daarmee uitbleef, verlegde hij zijn koers: hij ging aan de slag als artiestenmanager en begon zelf nummers te schrijven.

Naast zijn werk met Patricia Paay werkte Van Katwijk veelvuldig samen met grote namen zoals René Froger en Anita Meyer, en in recentere jaren ook met Glennis Grace.

Op 16 januari 2025 kwam hij te overlijden.

Vandaag vond de geboorte plaats van de Vlaamse dichter Paul Verbruggen.

Op 10 september 1951 vierde de dichter Paul Verbruggen zijn zestigste verjaardag. Ter gelegenheid van deze mijlpaal werd hij geëerd als een bescheiden en integere kunstenaar.

Hij trad zelden op de voorgrond en behoorde tot de stillen in den lande, zoals men schreven in de media.

Verbruggen werd geboren in Boom in 1891 en volgde zijn opleiding in Antwerpen en Gent.

Na een korte carrière bij de stedelijke hoofdbibliotheek van Antwerpen wijdde hij zich aan de handel en de uitgeverij, terwijl hij ondertussen trouw bleef aan de dichtkunst.

Zijn literaire loopbaan begon bij het tijdschrift Ruimte in de jaren 1920-1921.

Daar maakte hij deel uit van een vernieuwende generatie schrijvers die het expressionisme in Vlaanderen introduceerden.

Hoewel zijn vroege werk invloeden vertoonde van dichters zoals Boutens en Gorter, ontwikkelde hij gaandeweg een eigen, klassieke stijl.

Deze werd gekenmerkt door eenvoud en zuiverheid.

Collega-schrijvers zoals Marnix Gijsen prezen zijn werk om de zeldzame eenheid van gevoel en klank.

Hierbij werd zijn poëzie vaak vergeleken met de fijngevoeligheid van muziek.

Naast zijn vroege werk in de bundels Verzen en De Voorhof, verschenen later ook titels als ‘Gedichten’, ‘Levenswijding’, ‘De winter laat niet los’ en ‘Aspecten’.

In 1941 werd de bundel Als een goede hovenier gepubliceerd.

Ook maakte hij naam als vertaler. Hij vertaalde onder meer werk uit het Spaans en de sprookjes van Andersen rechtstreeks uit het Deens.

Hij wist daarbij de oorspronkelijke stijl en de verouderde woordkeus nauwgezet te bewaren.

Na zijn zestigste verjaardag publiceerde hij in 1955 nog zijn laatste bundel, getiteld Heer en knecht.

De dichter, wiens essentie lag in broosheid en subtiliteit, overleed op 17 juni 1966 in Deurne (Ons Volk 6 september 1951).

Vandaag mag de Nederlandse zangeres Corry 75 kaarsjes uitblazen.

In 1968 werd de toen zeventienjarige Corry Konings ontdekt door Pierre Kartner.

Ze werkte op dat moment als kapster en zong daarnaast al twee jaar bij de groep De Mooks.

Het was een lokale platenhandelaar die haar hoorde zingen en haar introduceerde bij Kartner.

Hij koppelde de zangeres vervolgens aan het dansorkest De Rekels, dat bestond uit gitarist Jacques Wagtmans, bassist André de Jong, accordeonist Jos van Zundert, drummer Kees Dekkers en zanger Frans Biezen.

Die laatste werd door Corry vervangen en zou later onder de naam Frank Ashton een succesvolle solocarrière opbouwen.

De samenwerking wierp snel haar vruchten af.

In 1969 brachten Corry en de Rekels hun eerste single uit, ‘Vaarwel, ik zal geen traan om je laten’.

Dit nummer bereikte de 22e plaats in de Veronica Top 40 en schopte het in Vlaanderen zelfs tot de zesde plek.

Opvallend is dat de tweede stem op deze plaat werd ingezongen door Pierre Kartner, iets wat hij bij alle volgende singles van de formatie zou blijven doen.

Na de single ‘Mijn stil verdriet’ volgde in 1970 de definitieve doorbraak met het overbekende ‘Huilen is voor jou te laat’.

Deze hit bereikte de vijfde positie in de Top 40 en vestigde een record door maar liefst 41 weken in de lijst te blijven staan.

In de Hilversum 3 Top 30 noteerde het liedje 19 weken, waarbij het twee keer opnieuw binnenkwam.

In datzelfde succesvolle jaar werd drummer Kees Dekkers vervangen door Rob Kraak.

Het succes hield aan en Corry en de Rekels scoorden de ene hit na de andere met nummers als ‘Rozen die bloeien’, ‘Zonder het te weten’, de kerstsingle ‘Hoog daar aan de hemel’, ‘Igorowitsch’ en ‘Dagen en nachten’.

Toch besloot Corry in 1972 de band te verlaten om solo verder te gaan.

In 1976 werd Corry Konings, wereldberoemd in Vlaanderen en Nederland met het nummer ‘Ik Krijg Een Heel Apart Gevoel Van Binnen’

Het nummer was geschreven door de Brabantse liedjescomponist Sjef van der Velden, terwijl de muziek en productie in handen waren van Ad Kraamer.

De single was in Vlaanderen goed voor een negende plaats in de BRT Top 30 en in Nederland was het nummer goed voor een zesde plaats in de Nederlandse Top 40.

Tot 1988 trad ze op onder de naam Corry, waarna ze haar volledige naam Corry Konings ging gebruiken.

Toen Corry in 2004 haar 35-jarige jubileum vierde, organiseerde ze een reünie met De Rekels.

Ter gelegenheid hiervan brachten ze het album

Na 35 jaar uit, met splinternieuwe nummers van de hand van Pierre Kartner, Henk van Broekhoven en Jheron van der Heijden.

Ondanks het nieuwe materiaal was de herkenbare Rekelsound meteen weer hoorbaar.

In 2007 volgde nog een dvd vol met oude en nieuwe fragmenten uit zowel de periode met De Rekels als Corry’s solocarrière.

Ze woont in de provincie Noord-Brabant en is nog altijd volop actief in de muziekwereld.

Naast haar regelmatige optredens heeft ze deze maand nog een gloednieuwe zomersingle uitgebracht met de titel ‘Er hangt iets in de lucht (Amore)’.

Gisteren nog vandaag

Het bankroet van onze badplaatsen is het gevolg van de slechte zomer van 1951.

In de zomer van 1951 was het eigenlijk nog te vroeg om de definitieve balans op te maken.

Binnen enkele weken zouden weerkundigen immers precies berekenen hoeveel regen er was gevallen, hoeveel graden de temperatuur onder het gemiddelde bleef en hoeveel wolkenvelden er in drie maanden tijd overdreven.

Economen zouden op hun beurt overzichten opstellen van de verliezen die geleden waren, de financiële tekorten en alle tegenvallers in klinkende munt.

Voor de ondernemers aan de Belgische en Nederlandse kust, zoals de uitbaters van strandtenten, stoelenverhuurders, winkeliers en eigenaars van hotels, pensions en eetgelegenheden, waren die officiële cijfers overbodig.

Zij wisten toen al ruimschoots hoe de vork in de steel zat.

Het zomerseizoen van 1951 draaide uit op een ongekende financiële tegenvaller.

Tegen de tijd dat dit verslag eind augustus werd geschreven, was het nog geen enkele week aan een stuk mooi weer geweest.

Het absolute hoogtepunt bleef beperkt tot vier dagen met redelijk wat zon.

Ook de zondagen, die het seizoen normaal gesproken hadden kunnen redden, lieten het massaal afweten.

Hoewel ze elke week stipt op de kalender stonden, deden ze hun zonnige reputatie allerminst eer aan.

Voor de Belgische badplaatsen betekende vooral 15 augustus, de feestdag van Maria-Hemelvaart waar altijd met veel hoop naar werd uitgekeken, de genadeloze doodsteek.

Een fotograaf van De Post bracht die vrije dag door in Knokke en behoorde daar tot een handvol optimisten.

De grote menigte strandgangers die op zo’n topdag werd verwacht, bleef volledig weg.

De thuisblijvers kregen overigens gelijk, want het was aan zee troosteloos, kil en guur.

De meegereisde verslaggever zag niets beters te doen dan weer aan de slag te gaan, om tenminste nog een tastbaar resultaat over te houden aan deze mislukte feestdag.

Zijn beelden brachten het failliet van alle mooie verwachtingen in beeld, net als de zorgen en de wanhoop van talloze hardwerkende zelfstandigen.

Een blik op het strand om halfvier in de middag toonde de totale neergang van het seizoen.

Troostelozer kon het tafereel haast niet worden, want de verhuurders van strandcabines verdienden op dat moment geen enkele frank.

Wie zou er immers tien frank neertellen om op een strandstoel van het zonnetje te genieten als die zon nergens te bekennen was?

De weinige aanwezige bezoekers kozen er dan ook voor om op de leuning te gaan zitten, want dat was tenminste gratis.

75 jaar geleden werden de Vlamingen in België vaak miskend en gekrenkt.

Niet onverdeeld zou de geschiedenis haar oordeel vellen over de periode die zojuist achter de rug lag.

Over één ding waren alle historici het echter eens: namelijk dat de vierde koning, bevoegd op het heil van volk en land, niet terecht was geprezen en bereid was gevonden om zijn persoon op te offeren, door al te troosten den grooten van zijn Zoon.

Met zijn troonsbestijging had koning Leopold geen ander doel dan het samenbinden der verspreide krachten van het land.

Hij zag het als zijn taak om de verdeelde opinies uit de weg te ruimen en de monarchale en grondwettelijke instellingen te versterken en te verzoenen.

Na deze week werd een nieuw tijdperk in de Belgische geschiedenis ingeluid. Men was ervan overtuigd dat men in de toekomst met trots zou kunnen terugblikken op het land en zijn vorstenhuis tijdens de honderdtwintig jaren van zijn bestaan.

Zoals de natuur na een geweldig onweer overvloed en herademing brengt, zo was het ook in de Belgische staatskunde na een lang opgeladen bewering tot bezinning, tot rust, tot vrede gekomen.

Honderdduizend jaren waren verstreken sinds de brave Surlet de Chokier het eerste regentschap aanvaardde.

Binnenslands was de verjaardag van de bijna even lang geleden troonsbestijging van Leopold I, stichter van het vorstenhuis, gevierd.

Dat wilde niet zeggen dat alles voor alle onderdanen naar wens was verlopen onder het bewind van de vier koningen, die elkaar in grondwettelijke continuïteit hadden opgevolgd.

Doch als het in het groot al zo vaak tot rust en vrede kwam, was het dan niet te verwachten in de veel grotere huishouding van een hele natie?

Geen enkele menselijke daad – ook niet die van koningen – is volmaakt.

Vooral de Vlamingen in België hadden geleden en waren gekrenkt.

Zij konden zich moeilijk thuis voelen onder het regime dat hun taal en hun wezen veronachtzaamde, dat hun pelgrimsrecht en geen rechten schonk.

Het begrip „België” was daardoor in hun ogen lange tijd een vreemde school geworden, die in de loop der eeuwen telkens op een passende manier werd herleid.

Desondanks waren de Vlamingen trouw gebleven aan het Vorstenhuis en hadden zij groot vertrouwen gesteld in hun koning.

Het was hun hoop dat dit uit hun hart kwam, een koning die hun taal sprak en niet ongevoelig was voor hun verwachtingen en voor hun wensen.

Moge Boudewijn zulk een koning zijn!

Vandaag, 75 jaar geleden, was de Italiaanse actrice Giovanna Galletti te gast op het filmfestival in Knokke.

Giovanna Galletti was een veelzijdige Italiaanse actrice wier carrière zich uitstrekte over bijna vijf decennia in zowel film als theater.

Ze werd geboren op 27 juni 1916 in Bangkok, Thailand, een ongebruikelijke geboorteplaats die voortkwam uit de expatstatus van haar familie destijds.

Haar passie voor acteren bracht haar echter al vroeg terug naar Italië, waar ze in de vroege jaren dertig haar debuut maakte op het toneel.

Om haar vaardigheden verder te verfijnen, volgde ze een opleiding aan het prestigieuze Centro Sperimentale di Cinematografia in Rome.

Daar leerde ze niet alleen de fijne kneepjes van het klassieke theater, maar bekwaamde ze zich ook in het acteren voor de camera, wat in die periode een sterk ontwikkelend medium was.

In 1938 maakte Galletti haar filmdebuut met een bescheiden rol in de komedie La dama bianca. Haar grote doorbraak bij het internationale publiek kwam vlak na de Tweede Wereldoorlog, toen regisseur Roberto Rossellini haar castte in zijn meesterwerk Roma città aperta uit 1945.

In deze film, die het begin van het Italiaanse neorealisme inluidde, speelde ze de rol van Ingrid, een kille en sadistische Gestapo-agente.

Deze indringende vertolking van een meedogenloze nazi-collaborateur behoort tot de meest geprezen prestaties uit haar loopbaan en vestigde haar naam definitief in de Europese filmindustrie.

Ondanks haar stijgende succes op het witte doek, keerde Galletti na de oorlog deels terug naar haar eerste liefde, het theater.

Ze werkte intensief samen met het Piccolo Teatro in Milaan onder leiding van de bekende regisseur Giorgio Strehler.

Daarnaast speelde ze in diverse theatergezelschappen naast grootheden uit de Italiaanse toneelwereld.

Haar uitgebreide theaterervaring gaf haar een sterke dramatische diepgang, die ze vervolgens weer inzette voor haar latere filmrollen.

In de bioscoop werd ze vanaf die tijd steeds vaker gecast als schurk of in zeer complexe, mysterieuze bijrollen.

Vanaf de jaren vijftig en zestig nam ze deel aan een breed scala aan genres.

Zo was ze te zien in historische spektakelfilms en mythologische avonturen zoals The Loves of Hercules, maar ook in de bijbelse epiek The Bible: In the Beginning onder regie van John Huston.

Liefhebbers van de gotische horror herinneren haar ongetwijfeld als de teruggetrokken barones Graps in Mario Bava’s huiveringwekkende Kill, Baby, Kill uit 1966.

Ook in latere decennia bleef ze actief in grote internationale producties.

Zo had ze een memorabele rol als de prostituee in Bernardo Bertolucci’s spraakmakende Last Tango in Paris in 1972 en speelde ze een Siciliaanse dorpsvrouw in het rauwe oorlogsdrama The Big Red One van Sam Fuller in 1980.

Giovanna Galletti sloot haar indrukwekkende acteercarrière halverwege de jaren tachtig af.

Ze overleed op 21 april 1992 in Rome op 75-jarige leeftijd.

Met meer dan veertig filmrollen en talloze theatervoorstellingen liet ze een rijke erfenis na.

Ze wist zich met haar karakteristieke uitstraling en klassiek geschoolde techniek moeiteloos staande te houden in een sterk veranderend filmlandschap, waarbij ze uiteenlopende personages altijd met grote overtuiging wist neer te zetten.

Daarnaast zijn er nog enkele interessante weetjes over haar leven en carrière die haar veelzijdigheid onderstrepen.

Een opvallend detail is haar gedenkwaardige rol in ‘Roma città aperta’, waar de dynamiek met tegenspeelster Maria Michi vaak wordt gezien als een van de vroege subtiele uitingen van een lesbische ondertoon in de Italiaanse cinema.

Bijna dertig jaar later stonden Galletti en Michi overigens opnieuw samen op de set voor Last Tango in Paris.

Naast haar werk voor de camera was Galletti tevens een veelgevraagde stem in Italiaanse hoorspelen op de radio, waar ze haar geschoolde theaterstem optimaal kon benutten.

Haar internationale allure bracht haar bovendien naar de Belgische kust, waar ze op 20 juli 1951 te gast was op het filmfestival in Knokke.

Dit mondaine evenement in het Casino van Knokke trok in die tijd veel Europese sterren en bood haar de kans om haar netwerk in de internationale film- en kunstwereld verder uit te breiden.

Wat haar privéleven betreft, was Galletti een enorme uitzondering in een filmindustrie die vaak dreef op roddels en schandalen.

Ze hield haar persoonlijke leven volstrekt gescheiden van haar publieke persona en schermde zichzelf zorgvuldig af van de pers.

Hierdoor is er in de historische archieven vrijwel niets te vinden over eventuele huwelijken, langdurige romantische relaties of kinderen.

Ze weigerde halsstarrig om interviews te geven over zaken die niet direct met haar vak te maken hadden en negeerde de sensatiepers in Rome volkomen.

Voor Galletti draaide alles puur om het acteerwerk.

Deze bewuste keuze voor absolute discretie zorgde er niet alleen voor dat ze in alle rust kon leven, maar versterkte ook sterk de mysterieuze en ongrijpbare uitstraling die haar personages op het witte doek zo onvergetelijk maakte.