75 jaar geleden werden de Vlamingen in België vaak miskend en gekrenkt.

Niet onverdeeld zou de geschiedenis haar oordeel vellen over de periode die zojuist achter de rug lag.

Over één ding waren alle historici het echter eens: namelijk dat de vierde koning, bevoegd op het heil van volk en land, niet terecht was geprezen en bereid was gevonden om zijn persoon op te offeren, door al te troosten den grooten van zijn Zoon.

Met zijn troonsbestijging had koning Leopold geen ander doel dan het samenbinden der verspreide krachten van het land.

Hij zag het als zijn taak om de verdeelde opinies uit de weg te ruimen en de monarchale en grondwettelijke instellingen te versterken en te verzoenen.

Na deze week werd een nieuw tijdperk in de Belgische geschiedenis ingeluid. Men was ervan overtuigd dat men in de toekomst met trots zou kunnen terugblikken op het land en zijn vorstenhuis tijdens de honderdtwintig jaren van zijn bestaan.

Zoals de natuur na een geweldig onweer overvloed en herademing brengt, zo was het ook in de Belgische staatskunde na een lang opgeladen bewering tot bezinning, tot rust, tot vrede gekomen.

Honderdduizend jaren waren verstreken sinds de brave Surlet de Chokier het eerste regentschap aanvaardde.

Binnenslands was de verjaardag van de bijna even lang geleden troonsbestijging van Leopold I, stichter van het vorstenhuis, gevierd.

Dat wilde niet zeggen dat alles voor alle onderdanen naar wens was verlopen onder het bewind van de vier koningen, die elkaar in grondwettelijke continuïteit hadden opgevolgd.

Doch als het in het groot al zo vaak tot rust en vrede kwam, was het dan niet te verwachten in de veel grotere huishouding van een hele natie?

Geen enkele menselijke daad – ook niet die van koningen – is volmaakt.

Vooral de Vlamingen in België hadden geleden en waren gekrenkt.

Zij konden zich moeilijk thuis voelen onder het regime dat hun taal en hun wezen veronachtzaamde, dat hun pelgrimsrecht en geen rechten schonk.

Het begrip „België” was daardoor in hun ogen lange tijd een vreemde school geworden, die in de loop der eeuwen telkens op een passende manier werd herleid.

Desondanks waren de Vlamingen trouw gebleven aan het Vorstenhuis en hadden zij groot vertrouwen gesteld in hun koning.

Het was hun hoop dat dit uit hun hart kwam, een koning die hun taal sprak en niet ongevoelig was voor hun verwachtingen en voor hun wensen.

Moge Boudewijn zulk een koning zijn!

Vandaag, 75 jaar geleden, was de Italiaanse actrice Giovanna Galletti te gast op het filmfestival in Knokke.

Giovanna Galletti was een veelzijdige Italiaanse actrice wier carrière zich uitstrekte over bijna vijf decennia in zowel film als theater.

Ze werd geboren op 27 juni 1916 in Bangkok, Thailand, een ongebruikelijke geboorteplaats die voortkwam uit de expatstatus van haar familie destijds.

Haar passie voor acteren bracht haar echter al vroeg terug naar Italië, waar ze in de vroege jaren dertig haar debuut maakte op het toneel.

Om haar vaardigheden verder te verfijnen, volgde ze een opleiding aan het prestigieuze Centro Sperimentale di Cinematografia in Rome.

Daar leerde ze niet alleen de fijne kneepjes van het klassieke theater, maar bekwaamde ze zich ook in het acteren voor de camera, wat in die periode een sterk ontwikkelend medium was.

In 1938 maakte Galletti haar filmdebuut met een bescheiden rol in de komedie La dama bianca. Haar grote doorbraak bij het internationale publiek kwam vlak na de Tweede Wereldoorlog, toen regisseur Roberto Rossellini haar castte in zijn meesterwerk Roma città aperta uit 1945.

In deze film, die het begin van het Italiaanse neorealisme inluidde, speelde ze de rol van Ingrid, een kille en sadistische Gestapo-agente.

Deze indringende vertolking van een meedogenloze nazi-collaborateur behoort tot de meest geprezen prestaties uit haar loopbaan en vestigde haar naam definitief in de Europese filmindustrie.

Ondanks haar stijgende succes op het witte doek, keerde Galletti na de oorlog deels terug naar haar eerste liefde, het theater.

Ze werkte intensief samen met het Piccolo Teatro in Milaan onder leiding van de bekende regisseur Giorgio Strehler.

Daarnaast speelde ze in diverse theatergezelschappen naast grootheden uit de Italiaanse toneelwereld.

Haar uitgebreide theaterervaring gaf haar een sterke dramatische diepgang, die ze vervolgens weer inzette voor haar latere filmrollen.

In de bioscoop werd ze vanaf die tijd steeds vaker gecast als schurk of in zeer complexe, mysterieuze bijrollen.

Vanaf de jaren vijftig en zestig nam ze deel aan een breed scala aan genres.

Zo was ze te zien in historische spektakelfilms en mythologische avonturen zoals The Loves of Hercules, maar ook in de bijbelse epiek The Bible: In the Beginning onder regie van John Huston.

Liefhebbers van de gotische horror herinneren haar ongetwijfeld als de teruggetrokken barones Graps in Mario Bava’s huiveringwekkende Kill, Baby, Kill uit 1966.

Ook in latere decennia bleef ze actief in grote internationale producties.

Zo had ze een memorabele rol als de prostituee in Bernardo Bertolucci’s spraakmakende Last Tango in Paris in 1972 en speelde ze een Siciliaanse dorpsvrouw in het rauwe oorlogsdrama The Big Red One van Sam Fuller in 1980.

Giovanna Galletti sloot haar indrukwekkende acteercarrière halverwege de jaren tachtig af.

Ze overleed op 21 april 1992 in Rome op 75-jarige leeftijd.

Met meer dan veertig filmrollen en talloze theatervoorstellingen liet ze een rijke erfenis na.

Ze wist zich met haar karakteristieke uitstraling en klassiek geschoolde techniek moeiteloos staande te houden in een sterk veranderend filmlandschap, waarbij ze uiteenlopende personages altijd met grote overtuiging wist neer te zetten.

Daarnaast zijn er nog enkele interessante weetjes over haar leven en carrière die haar veelzijdigheid onderstrepen.

Een opvallend detail is haar gedenkwaardige rol in ‘Roma città aperta’, waar de dynamiek met tegenspeelster Maria Michi vaak wordt gezien als een van de vroege subtiele uitingen van een lesbische ondertoon in de Italiaanse cinema.

Bijna dertig jaar later stonden Galletti en Michi overigens opnieuw samen op de set voor Last Tango in Paris.

Naast haar werk voor de camera was Galletti tevens een veelgevraagde stem in Italiaanse hoorspelen op de radio, waar ze haar geschoolde theaterstem optimaal kon benutten.

Haar internationale allure bracht haar bovendien naar de Belgische kust, waar ze op 20 juli 1951 te gast was op het filmfestival in Knokke.

Dit mondaine evenement in het Casino van Knokke trok in die tijd veel Europese sterren en bood haar de kans om haar netwerk in de internationale film- en kunstwereld verder uit te breiden.

Wat haar privéleven betreft, was Galletti een enorme uitzondering in een filmindustrie die vaak dreef op roddels en schandalen.

Ze hield haar persoonlijke leven volstrekt gescheiden van haar publieke persona en schermde zichzelf zorgvuldig af van de pers.

Hierdoor is er in de historische archieven vrijwel niets te vinden over eventuele huwelijken, langdurige romantische relaties of kinderen.

Ze weigerde halsstarrig om interviews te geven over zaken die niet direct met haar vak te maken hadden en negeerde de sensatiepers in Rome volkomen.

Voor Galletti draaide alles puur om het acteerwerk.

Deze bewuste keuze voor absolute discretie zorgde er niet alleen voor dat ze in alle rust kon leven, maar versterkte ook sterk de mysterieuze en ongrijpbare uitstraling die haar personages op het witte doek zo onvergetelijk maakte.

Vandaag, 75 jaar geleden, legde Boudewijn de eed af als de vijfde koning der Belgen.

Boudewijn beloofde hierbij voor de Verenigde Kamers om de Grondwet en de wetten van het Belgische volk te respecteren.

Tijdens deze plechtigheid riep iemand “Vive la République!”.

Deze kreet werd toegeschreven aan de communistische voorman Julien Lahaut.

Lahaut werd zeven dagen later in zijn eigen huis vermoord.

De Belgen accepteerden Boudewijn als staatshoofd, terwijl de verbitterde Leopold III achter de schermen nog veel invloed behield.

Een passend eerbetoon aan een icoon: de muzikale erfenis van Bonnie Tyler

Gisteren is de zangeres Bonnie Tyler op 75-jarige leeftijd overleden. Haar verhaal begon in 1953, toen ze als Gaynor Hopkins ter wereld kwam in het Zuid-Welshe Skewen.

Ze groeide op met de muziek van Tina Turner en Janis Joplin, die ze gedurende haar hele leven als haar twee grote voorbeelden bleef zien.

Haar muzikale talent bleek al vroeg, toen ze op 17-jarige leeftijd deelnam aan een zangwedstrijd.

Dankzij een indrukwekkende vertolking van het nummer Those Were The Days van Mary Hopkin behaalde ze de tweede plaats.

De sensatie van het optreden en de waardering van het publiek gaven haar zoveel voldoening dat ze besloot voluit voor een zangcarrière te gaan.

Na een succesvolle auditie sloot ze zich aan bij Bobby Wayne And The Dixies. Deze formatie verliet ze na twee jaar om haar eigen band, Imagination, op te richten.

Omdat Hopkins vond dat haar geboortenaam te weinig uitstraling had voor een artiest, nam ze de artiestennaam Bonnie Tyler aan.

Later gaf ze overigens toe dat ze spijt had van die keuze. Als Bonnie Tyler trad ze aanvankelijk op in diverse bars en clubs in Zuid-Wales.

Daar werd ze ontdekt door Ronnie Scott en Steve Wolfe.

Deze producers en liedjesschrijvers namen haar direct onder hun hoede en bleven tot 1981 actief als haar managers, schrijvers en producers.

Zij wisten een platencontract voor haar te regelen bij RCA Records, waar haar allereerste single My My Honeycomb verscheen.

Dit typische popnummer deed echter erg denken aan de dertien-in-een-dozijn-popsongs uit de vroege jaren zeventig en wist de hitlijsten dan ook niet te bereiken.

Tyler zelf dacht later liever zo min mogelijk aan deze debuutsingle terug.

In 1976 kreeg de zangeres te maken met fysieke tegenslag en moest ze een keeloperatie ondergaan.

Na de ingreep kreeg ze het dwingende advies om zes weken lang volledig te zwijgen, waardoor ze zich alleen via geschreven briefjes verstaanbaar kon maken.

Omdat ze zich niet aan deze rustperiode hield, hield ze permanent een karakteristieke, schorre stem over aan de operatie.

Kort na deze medische ingreep scoorde ze haar eerste hit met ‘Lost in France’.

Dit nummer was nog voor de operatie opgenomen, waardoor luisteraars haar oude stemgeluid hoorden.

In Nederland behaalde de single een bescheiden 24e positie, in Vlaanderen was de single goed voor een vijftiende plaats in de BRT Top 30 en in haar thuisland Groot-Brittannië reikte het nummer tot de 9e plaats.

Haar grootste succes met deze plaat beleefde ze echter in Duitsland, waar het nummer ruim een half jaar in de Top 10 genoteerd stond.

De opvolger ‘More Than A Lover’ slaagde er vervolgens niet in om dit succes te evenaren.

Dat lukte haar derde single ‘It’s A Heartache’ daarentegen wel. Dit nummer groeide uit tot een internationale hit die in Groot-Brittannië de 4e plaats bereikte, in Nederland doorstootte naar de 3e positie en ook in de Verenigde Staten de Top 5 behaalde.

Toch bleek het lastig om deze populariteit vast te houden, want de zeven daaropvolgende singles flopten stuk voor stuk.

Tyler nam in totaal vier albums op voor RCA Records, waarbij ze door de maatschappij steeds nadrukkelijker in de richting van de countrymuziek werd gestuurd.

Mede door deze muzikale koers en het feit dat ze uitsluitend materiaal van Scott en Wolfe mocht opnemen, besloot ze in 1981 te breken met haar managers, producers en platenlabel.

Ze moest op zoek naar een volledig nieuw team, dat ze vond in CBS Records, manager David Aspden en producer Jim Steinman.

Hun samenwerking leidde tot het album Faster Than The Speed Of Night, waarmee ze resoluut brak met haar muzikale verleden en een compleet nieuwe sound introduceerde.

Op dit album stond de wereldhit ‘Total Eclipse Of The Heart’, die Tyler haar allereerste nummer 1-hit opleverde in zowel Groot-Brittannië als de Verenigde Staten, hoewel het nummer in Nederland vreemd genoeg bleef steken op de 24e plek.

In Vlaanderen was de single goed voor een zestiende plaats in de BRT Top-30.

Ondanks het beperkte succes in Vlaanderen en Nederland, blijft ‘Total Eclipse Of The Heart’ voor de meeste mensen nog altijd het nummer dat zij het meest associëren met Bonnie Tyler

Op Spotify is het nummer inmiddels al meer dan 1 miljard keer gestreamd.

Het album zelf bereikte eveneens de top van de hitlijsten.

Nieuwe hitsingles bleven daarna echter uit en ook het daaropvolgende album Secret Dreams And Forbidden Fire werd geen commercieel succes.

Zelfs de inzet van een andere producer, Desmond Child, kon het tij niet keren; hoewel Secret Dreams goede kritieken ontving, liet de promotie vanuit de platenmaatschappij te wensen over.

Wat veel mensen niet weten, is dat ‘The Best’ van Tina Turner een cover was.

Bonnie Tyler bracht het nummer namelijk al in 1988 uit, een jaar voordat Tina Turner met haar versie kwam.

Het nummer was geschreven door de bekende producer en componist Mike Chapman, in samenwerking met Holly Knight, die geboren werd als Holly Erlanger.

Om haar carrière nieuw leven in te blazen, besloot de zangeres in 1991 tot een radicale koerswijziging en verhuisde ze naar Duitsland, het land waar ze historisch gezien altijd veel succes had gehad.

Deze stap wierp al snel zijn vruchten af, want haar albums Bitterblue en Angelheart werden in diverse Europese landen bekroond met goud of platina.

Opvallend genoeg werden deze platen destijds niet eens uitgebracht in Groot-Brittannië.

In 1995 bracht ze het album Free Spirit uit via East West in Europa en Atlantic Records in de Verenigde Staten.

Ondanks uitstekende recensies vielen de verkoopcijfers van het album erg tegen.

De single ‘Making Love Out Of Nothing At All’ werd daarentegen wel populair.

In Engeland miste het nummer de hitlijsten, omdat er simpelweg te weinig fysieke exemplaren in de winkels lagen, maar in Nederland wist de single wel door te dringen tot een mooie 12e positie in de Top 40.

In Vlaanderen bereikte het nummer niet de hitparade.

Het nummer ‘Making Love (Out Of Nothing At All)’ is geschreven door Steinman en voor het eerst uitgebracht door Air Supply in 1983.

In maart 2013 lanceerde Tyler haar album Rocks And Honey.

Dit project was opgenomen in de Amerikaanse muziekstad Nashville, waarmee de zangeres na vele jaren weer bewust terugkeerde naar haar oude country-roots.

Op haar 62e vertegenwoordigde Tyler in 2013 het Verenigd Koninkrijk tijdens het Eurovisiesongfestival in Malmö met het nummer Believe In Me, waarmee ze uiteindelijk op de 19e plaats eindigde.

Gedurende haar carrière werd Bonnie Tyler in totaal drie keer genomineerd voor een Grammy, de belangrijkste Amerikaanse muziekprijzen.

Daarnaast werd ze opgenomen in de Orde van het Britse Rijk voor haar grote verdiensten voor de muziek.

Tijdens haar indrukwekkende muzikale loopbaan bracht de Welshe zangeres 18 studioalbums en 83 singles uit, waarmee ze wereldwijd meer dan 100 miljoen platen wist te verkopen.

Vandaag is het precies vijfenzeventig jaar geleden dat in Gent de laatste dag plaatsvond van de herdenking van het driehonderdste geboortejaar van de heilige Johannes Baptist de la Salle.

Tussen 7 en 10 juni 1951 sloegen de oud-leerlingenbonden van de vijf toenmalige Gentse onderwijsgestichten van de Broeders van de Christelijke Scholen de handen in elkaar om luisterrijke feesten op touw te zetten.

Het ging hierbij om de bekende instituten Sint-Amandus, Sint-Lucas, de Kunstdrukschool, het Instituut de La Salle in de Holstraat en Sint-Jan-Baptist in de Reinaertstraat.

Deze indrukwekkende viering was een eerbetoon aan een bijzondere man die een stempel heeft gedrukt op ons onderwijssysteem.

De la Salle was afkomstig uit een welgestelde juristenfamilie, maar hij koos bewust een spiritueel pad. In 1667 werd hij benoemd tot kanunnik aan de kathedraal van Reims, waarna hij vanaf 1670 theologie ging studeren in Parijs.

Na zijn priesterwijding in 1678 en de succesvolle oprichting van een eerste armenschool in 1679, promoveerde hij in 1680 tot doctor in de theologie.

Zijn roeping voor het onderwijs was zo sterk dat hij in 1683 zijn prestigieuze kanunnikspost definitief opgaf.

Een jaar later, in 1684, stichtte hij de congregatie van de Broeders van de Christelijke Scholen, een orde die zich volledig zou toeleggen op het onderwijs aan de armen.

De officiële benaming van deze geestelijke orde luidt Fratres Scholarum Christianorum, wat vaak wordt afgekort tot FSC.

Als leraar en pedagogisch vernieuwer zette de la Salle zich zijn hele leven met hart en ziel in voor de geestelijke en intellectuele ontwikkeling van de armen.

Een van zijn meest ingrijpende vernieuwingen was de beslissing om het Latijn als voertaal in het onderwijs af te schaffen en te vervangen door het Frans.

Hierdoor werd kennis plotseling toegankelijk voor gewone kinderen uit de lagere sociale klassen.

Bovendien zijn er nog enkele interessante feiten over zijn leven en werk die zijn grote invloed aantonen.

Zo was de la Salle de pionier van het klassikaal lesgeven; voor zijn tijd kregen leerlingen uitsluitend individueel onderricht, wat veel tijd en middelen kostte.

Door leerlingen van hetzelfde niveau samen in een klas te plaatsen, kon het onderwijs veel efficiënter worden georganiseerd.

Ook richtte hij de allereerste kweekscholen op om onderwijzers professioneel op te leiden, wat hem feitelijk de grondlegger van de moderne pedagogiek maakt.

Vanwege zijn immense bijdrage aan het onderwijs werd hij in 1900 heiligverklaard door paus Leo XIII.

Vijftig jaar later, in 1950 en vlak voor de grote Gentse herdenkingsfeesten, werd hij door paus Pius XII zelfs uitgeroepen tot de universele patroonheilige van alle leerkrachten en opvoeders (foto’s met dank aan Erik Dekeyser)

In november 1970, nu 55 jaar geleden, scoorde John Terra een hit met “Parking Rosie”.

Het nummer was een cover van “Cracklin’ Rosie” van Neil Diamond en behaalde destijds de achtste plaats in de Vlaamse Top 10.

De muziek van Neil Diamond is duidelijk een rode draad in zijn carrière gebleven.

Maar liefst 46 jaar later, in 2016, bracht Terra namelijk een volledig album uit gewijd aan de nummers van de Amerikaanse zanger.

Opvallend detail: “Cracklin’ Rosie” stond opnieuw op dat album, maar ditmaal kreeg het een nieuwe vertaling en de titel “Welkom Rosie”.

Het was dit album uit 2016 dat John Terra eindelijk de brede erkenning in Vlaanderen opleverde.

De Franse actrice, dichter en theaterdirecteur Cora Laparcerie

Cora Laparcerie was een opmerkelijke en veelzijdige vrouw in het Parijse culturele leven van de late negentiende en vroege twintigste eeuw.

Geboren in 1875 als Marie-Caroline Laparcerie, maakte ze naam als een gevierd actrice, een gevoelig dichteres en, misschien wel het meest indrukwekkend, als een van de eerste vrouwelijke theaterdirecteuren van haar tijd.

Haar podiumcarrière begon in 1896 in het prestigieuze Théâtre de l’Odéon, waar ze al snel opviel.

Ze had een krachtige aanwezigheid en speelde met evenveel gemak in de grote klassieke tragedies als in de moderne stukken van haar tijd, waaronder producties als “Quo vadis?”.

Haar ambitie reikte echter verder dan alleen acteren.

Ze nam de leiding over verschillende belangrijke theaters in Parijs, waaronder het Théâtre des Bouffes-Parisiens en het Théâtre de la Renaissance.

Dit was een buitengewone prestatie voor een vrouw in die periode.

Als directeur had ze een scherp oog voor succes.

Een van haar grootste triomfen was de productie van de revue “Mepisto” in 1920.

Een nummer uit die show, “Mon homme” – met muziek van Maurice Yvain (die later succes had op Broadway) en tekst van Albert Willemetz én de regisseur Jacques Mardochée Charles – zou later in oktober 1920, gezongen door Mistinguett, uitgroeien tot een wereldberoemde klassieker.

Naast haar drukke theaterleven vond ze ook de tijd om zich te uiten als dichteres, en ze publiceerde meerdere bundels, zoals “J’aime”.

In 1926 ontving ze het Legioen van Eer.

Haar vernieuwende geest bleek ook later in haar carrière, toen ze in 1935 het concept van radiotheater omarmde.

Privé was ze getrouwd met de dichter en toneelschrijver Jacques Richepin, met wie ze twee kinderen kreeg.

Cora Laparcerie overleed in Parijs op 28 augustus 1951 op 75-jarige leeftijd.

Noor van Jordanië

Het leven van de Amerikaanse Lisa Najeeb Halaby, geboren op 23 augustus 1951 in Washington D.C., nam een sprookjesachtige wending toen ze in Jordanië aan het werk was.

Terwijl ze als architect meewerkte aan de luchthaven van Amman, leerde ze koning Hussein kennen.

De vonk sloeg over. Ze trouwden op 15 juni 1978, waarop Lisa zich bekeerde tot de islam en de naam aannam waaronder de wereld haar zou kennen: koningin Noor van Jordanië.

Het paar kreeg samen vier kinderen: prins Hamzah (1980), prins Hashim (1981), prinses Iman (1983) en prinses Raiyah (1986).

Aan hun huwelijk kwam abrupt een einde toen koning Hussein in 1999 op 64-jarige leeftijd overleed aan de gevolgen van lymfeklierkanker.

Na de dood van haar man veranderde de positie van Noor aan het hof.

Koning Hussein had al acht kinderen uit drie eerdere huwelijken, waaronder Abdullah, de huidige koning.

Omdat Noor zijn stiefmoeder is, kreeg zij niet de titel van koningin-moeder.

De band met de huidige koninklijke familie is sindsdien bekoeld.

De relatie raakte naar verluidt vertroebeld nadat Noors eigen zoon, prins Hamzah, in 2004 zijn positie als kroonprins verloor.

Er wordt gefluisterd dat de koninginnen Noor en Rania niet goed met elkaar overweg kunnen.

Dit leek pijnlijk duidelijk te worden toen Noor vorig jaar geen uitnodiging ontving voor de bruiloft van kroonprins Hussein en prinses Rajwa.

Tegenwoordig verdeelt koningin Noor haar tijd tussen haar woningen in Washington D.C. en Londen.

Ze is echter niet uit het koninklijke leven verdwenen. Ze staat internationaal bekend als een bemiddelaar tussen Arabische, islamitische en westerse landen.

Met haar eigen stichting zet ze zich vurig in voor onder meer vrouwenrechten, vluchtelingenwerk en ontwapening.

Ze ontving hiervoor een onderscheiding voor haar inzet voor vrede in het Midden-Oosten, waarbij ze vaak benadrukt dat vrouwen de sleutel tot vrede en veiligheid zijn.

Daarnaast onderhoudt ze warme banden met andere koningshuizen.

Zo zou Noor goed bevriend zijn met de voormalig Koningin der Nederlanden Beatrix.

Ze was ook aanwezig bij de uitvaart van de Griekse koning Constantijn en een jaar later bij diens herdenkingsdienst.

In 2018 was ze te gast op de tachtigste verjaardag van de Spaanse koningin Sofia.

Naast haar drukke agenda is de moeder van vier inmiddels ook de trotse grootmoeder van een groeiende schare kleinkinderen.

65 jaar geleden, dokter Ogino spreekt tot u en dit betreft de Ogino-methode en met de steun van de Paus Pius XII.

Kyusaku Ogino, een Japanse gynaecoloog, is de ontwikkelaar van de kalendermethode.

Met deze methode kon de vruchtbare periode van een vrouw worden ingeschat op basis van de lengte van haar voorgaande menstruatiecycli.

De methode werd later verfijnd door de Oostenrijkse arts Hermann Knaus, die haar combineerde met de temperatuurmethode.

Hierdoor kon de methode niet alleen worden gebruikt om de kans op een zwangerschap te vergroten, maar ook om een zwangerschap te voorkomen.

Juist deze toepassing als “natuurlijke” anticonceptie leverde steun op uit onverwachte hoek. In 1951 sprak Paus Pius XII zijn goedkeuring uit over de methode Ogino-Knaus.

De reden hiervoor was dat de methode de natuurlijke cyclus respecteert en geen gebruikmaakt van “kunstmatige” middelen.

Hierdoor werd het voor katholieken die om serieuze redenen een zwangerschap wilden uitstellen de enige kerkelijk toegestane vorm van gezinsplanning.

Kyusaku Ogino overleed op 1 januari 1975, en liet een methode na die niet alleen medisch, maar ook maatschappelijk en religieus een grote impact had.

De Amerikaans actrice Catherine Hicksmag vandaag 74 kaarsjes uitblazen

Foto van 45 jaar geleden, toen speelde Catherine Hicks in de film Marilyn.

De televisiefilm Marilyn: The Untold Story uit 1980 was een succes voor zijn tijd.

Onder regie van John Flynn en Jack Arnold kreeg de productie veel lof van critici, wat vooral tot uiting kwam in de prestigieuze Emmy Award-nominatie voor hoofdrolspeelster Catherine Hicks.

Haar vertolking van Marilyn Monroe werd alom geprezen.

Naast Hicks bestond de cast uit een reeks bekende namen, waaronder Richard Basehart als haar zaakwaarnemer Johnny Hyde, Frank Converse als honkballegende Joe DiMaggio, Jason Miller als toneelschrijver Arthur Miller en Viveca Lindfors als haar acteercoach Natasha Lytess.