
90 jaar geleden, sfeerfoto’s carnaval in Aalst, Ieper, Genk en Lokeren.

Foto's, en reportages en voor 95 % niet terug te vinden op Google uit ons ver verleden, over Gent, Vlaanderen, film, muziek, sport, politiek en zoveel meer uit tijdschriften en kranten en jaarboeken. Vanaf de jaren 1900 tot en met gisteren. Meer foto's en artikelen terug te vinden op onze Fb groep Gisteren nog vandaag en de Fb groep Weetjes over popmuziek

Ik leerde Francis in de jaren negentig van de vorige eeuw kennen, als een warm en tedere man.
De eerste ontmoeting zal ik nooit vergeten, het was in de ochtend toen hij zijn gevel aan het opkuisen was.
Want voor de zoveelste keer was zijn gevel terug beklad met hakenkruisen en scheldwoorden.
De waardige manier hoe hij daarmee omging, was het begin van een wederzijdse waardering voor elkaar.
Ondanks verschillende achtergronden, leerde ik via Francis een andere kant kennen over Vlaanderen en vooral dat hij een warm hart had voor alle mensen. Dus zeker niet de racist, zoals sommige hem durfde te noemen.
Later werden we dan ook vrienden, zoals we dat noemen in Fb termen.
Zijn liefde voor folkmuziek en Ierland kwam vaak aan bod tijdens onze gesprekken.
Van den Eynde zetelde twintig jaar lang in de Kamer en het Vlaams Parlement, maar was bovenal het boegbeeld van Vlaams Blok en later Vlaams Belang in Gent.
Daar zetelde hij tussen 1988 en 2012 in de gemeenteraad.
Van den Eynde doorliep een parcours dat vrij klassiek is voor oudere VB’ers: hij startte zijn carrière bij de Volksunie en stapte na het Egmontpact uit de partij om onder leiding van Karel Dillen het Vlaams Blok te helpen uitbouwen.
Hij was ook actief bij radicale bewegingen als Were Di en Voorpost.
Het bezorgde hem een parlementaire carrière van twintig jaar, en even – tussen 1999 en 2001 – was hij ook ondervoorzitter van de Kamer. Toen echter bleek dat hij aanwezig was geweest op een bijeenkomst van het Sint-Maartenfonds – een organisatie van voormalige Oostfrontstrijders en ex-nazi’s – moest hij die functie neerleggen.
Het was dezelfde vergadering die Johan Sauwens (toen VU, later CD&V) bijwoonde, en waardoor hij moest opstappen als Vlaams minister.
Ook het einde van Van den Eyndes carrière bij Vlaams Belang was tumultueus.
Hij koos de kant van voormalig partijvoorzitter Frank Van Hecke en Marie-Rose Morel in hun pogingen om de partij een minder radicale koers te laten varen.
En dat zorgde voor spanningen met partijvoorzitter Bruno Valkeniers en Filip Dewinter.
Ook in Gent waren er problemen: samen met vier andere gemeenteraadsleden scheurde Van den Eynde zich af van de moederpartij om de Belfortgroep op te starten.
Uiteindelijk schorste het partijbestuur hem in, en in 2011 werd hij uit de partij gezet.
Bij de gemeenteraadsverkiezingen van 2012 riep hij op om voor de N-VA te stemmen.


Blog Gisteren nog vandaag
Het verhaal van de Bonneterie Bosteels – De Smeth NV is een verhaal van succes, innovatie en tegenslag.
Het begon allemaal in 1880, toen Gustaaf Bosteels een kleine breigoedwinkel opende in de Zonnestraat in Aalst.
Hij specialiseerde zich in gebreide handschoenen, die al snel populair werden bij de klanten.
In 1922 besloot hij om een grotere fabriek te bouwen in de Erembodegemstraat in Aalst, waar hij ook dameskousen en sokken ging produceren.
Hij veranderde de naam van zijn bedrijf naar ‘Bonneterie Bosteels – De Smeth NV’, naar zijn vrouw en zakenpartner.
In 1933 nam hij ook de concurrent ‘Labor’ over, waardoor hij zijn assortiment nog verder kon uitbreiden.
In 1953 lanceerde hij het merk ‘du Parc’, dat een verwijzing was naar het stadspark van Aalst, waar de fabriek naast lag.
Dit merk werd een groot succes, vooral in de jaren zestig, toen de panty’s, kousen en sokken van ‘du Parc’ marktleider werden in België.
In de jaren zeventig kwam er ook nog het merk ‘Minouche’ bij, dat zich richtte op de jongere doelgroep.
Maar in de jaren tachtig begon het tij te keren voor de Bonneterie Bosteels – De Smeth NV.
De mode veranderde, de loonkosten stegen en de concurrentie van grote winkelketens nam toe.
De vierde generatie van de familie Bosteels stond voor een moeilijke keuze: stoppen of internationaliseren?
Ze kozen voor de tweede optie en vormden hun bedrijf om tot de ‘Bosteels Group’.
Ze sloten hun fabriek in de Zonnestraat en openden nieuwe vestigingen in Roemenië en Polen, waar ze goedkoper konden produceren.
Ze behielden hun distributiecentrum in Aalst, waar ze hun producten verdeelden over de Belgische markt.
Maar ook deze strategie bleek niet voldoende om het hoofd boven water te houden.
De Belgische markt was namelijk te klein om de investeringen te rechtvaardigen en de kwaliteit van de producten leed onder de lagere productiekosten.
In 2001 moest de ‘Bosteels Group’ faillissement aanvragen en kwam er een einde aan een lange geschiedenis van breigoed.
De merknaam “du Parc” werd echter niet vergeten.
Het werd overgenomen door Mimosa Textiel NV, die het op zijn beurt verhuurde aan het Nederlandse bedrijf Nedac Sorbo.
Onder de naam Sorbo Fashion wordt het merk “du Parc” nog steeds verkocht in Nederland en België, als een eerbetoon aan het verleden.
Het voormalige industrieterrein, dat lange tijd verlaten was, is sinds 2017 getransformeerd tot een multifunctionele locatie waar sport, cultuur, wonen en horeca samenkomen in een groene setting.(Diverse bronnen en de website du Parc)



Hugo De Pot is geboren in Aalst, op 19 november 1942.
Hij studeerde aan het Sint-Maarten Instituut in Aalst en aan de Katholieke Universiteit van Leuven.
Op 15 december 1965, na zijn studies Licentiaat en aggregaat Lichamelijke Opvoeding en Kinesitherapie, aan de KUL, aanvaarde Hugo De Pot een contract als leraar aan het Instituut voor Lichamelijke Opvoeding “Yvan Coutu” in Montréal, zonder te vermoeden dat hij niet 5 jaar, maar meer dan 50 jaar in Canada zou verblijven.
In 1967 werd hij leraar L.O. aan het departement “Loisirs et Sports” van het CEGEP van Montreal en in 1970 professor L.O. aan de Université du Québec.

Twee maanden na zijn aankomst in Montreal, richtte hij kunstgroep “Ars Gymnastica” op met zijn beste studenten Lichamelijke Opvoeding.
Vijf jaar experimenteren met lichaamsexpressie, doen zijn groep evolueren van ritmische gymnastiek naar acrobatische gymnastiek, en van contemporaine dans naar modern ballet.
De vele aanvragen voor optredens in theaters en op televisie waren de reden dat hij, samen met een twintigtal dansers, besloot zich voltijds te wijden aan de dans en hij richt “Les Ballets modernes du Quebec” op in 1970.

In 1973 vraagt de stad Longueuil aan Hugo om zich daar te vestigen met zijn balletgroep, en hij wordt door de burgemeester een gebouw aangeboden aan een interessante aankoopprijs.
Dit zette hem aan om “Ecole de danse Hugo Depot” op te richten en duizenden jonge mensen de kans te geven om danslessen te volgen.
Van 1971 tot 1975 waren vijf fantastische jaren van rondreizen met zijn “Ballets Modernes du Québec” in Canada en Europa.
Tijdens hun verblijf in Québec waren er tientallen optredens voor televisie en choreografieën voor culturele programma’s.
Zijn werk werd bekroond in 1975 op het Internationaal Dansfestival van Parijs, met een derde prijs als groep, en voor Hugo een eerste prijs voor moderne choreografie voor zijn ballet “La guerre pour la Paix”.
In 1974 werd Hugo De Pot door het Canadees Olympisch Comité benoemd tot artistiek directeur en choreograaf voor de Opening- en Sluitingsceremonies van de Olympische Spelen van Montréal in 1976.
Bijgestaan door zijn 12 dansers en 75 leraars L.O. trainde hij 5000 jonge dansers voor deze twee spektakels.
Toen een aanvraag voor een verzekerde jaarlijkse toelage aan zijn Ballets Modernes du Québec door de Canadese regering werd geweigerd, niettegenstaande een dik dossier van positieve perskritieken in zes talen, besloot Hugo De Pot zijn balletgroep te ontbinden, vermits het onmogelijk werd om hetzelfde artistieke niveau te behouden zonder gouvernementele steun.

Hugo besliste terug in Aalst te gaan wonen.
Maar, in 1977, op vraag van de Canadese regering, keerde hij terug naar Canada, om een massa spektakel te realiseren ter bevordering van de sport, met meer dan 2500 figuranten, in het Olympisch stadium van Montréal.
Dit was het begin van een nieuwe succesvolle periode voor Hugo De Pot.
Hij richtte “Hugo De Pot Productions” op waarmee hij bij vele nationale en internationale evenementen betrokken was als producer en/of als regisseur en choreograaf.
Alleen al in het Olympisch Stadium van Montréal realiseerde hij 14 spektakels die rechtstreeks op internationale televisie werden vertoond.
In 2004 , tijdens een rondreis in Cambodja, was Hugo erg onder de indruk van de penibele levensomstandigheden van die arme mensen en hij besloot gedurende de volgende jaren van zijn leven iets terug te geven aan de maatschappij.
In 2007 werd de vzw “Smilin Kids” opgericht. Hugo gaat er drie maal per jaar als vrijwilliger werken in zijn weeshuis en de school voor arme kinderen.(Diverse bronnen, Blog Hugo De Pot en De Post 28 november 1971)


















