90 jaar geleden, de verbazende bloei van de gemeente Anderlecht

Aan het einde van de negentiende eeuw kampte Brussel met zijn gemeentelijk slachthuis.

De verouderde installaties veroorzaakten ernstige hygiënische problemen en de lozing van afval in de Zenne vervuilde de rivier.

Daarom werd in 1887 besloten om het gebouw te vervangen.

De oplossing kwam een jaar later, in 1888, toen de gemeente Anderlecht een concessie verleende voor de bouw en uitbating van een nieuw slachthuis met een veemarkt. Hiervoor werd de vennootschap “Abattoirs et Marchés d’Anderlecht-Cureghem” opgericht, waarin naast banken ook industriëlen en handelaars investeerden.

Architect Emile Thiron kreeg de opdracht en liet zich voor zijn ontwerp inspireren door de beroemde “Grande Halle de la Villette” in Parijs.

Op een drassig terrein van zo’n twintig hectare, dat eerst opgehoogd moest worden, verrees een indrukwekkende overdekte markthal van 100 bij 100 meter.

De constructie is een parel van industriële architectuur, met een gebogen staalstructuur die rust op gietijzeren pilaren.

Zelfs vandaag nog wordt de hal overeind gehouden door 218 ton gietijzer en 640 ton ijzer.

De monumentale hoofdingang, ontworpen door architect Henri Rieck, werd in 1901-1902 toegevoegd en wordt gesierd door twee iconische bronzen stieren van de hand van Isidore Bonheur.

In 1920 nam de gemeente Anderlecht de leiding over.

Na een periode van economische moeilijkheden werd het domein in 1980 verkocht aan een coöperatieve vereniging van handelaars en slachters die de renovatie op zich namen.

Hieruit ontstond in 1983 de vennootschap die we vandaag kennen als Abattoir.

Vandaag is de site veel meer dan enkel een slachthuis. De historische hal is een levendige overdekte markt voor voeding en een populaire rommelmarkt.

Op het terrein bevinden zich ook de Kelders van Kuregem, die sinds een renovatie in 1992 dienstdoen als evenementenlocatie voor beurzen en tentoonstellingen.

Daarnaast herbergt het domein ook een ijskelder en een paddenstoelenkwekerij.

De oorspronkelijke functie van de site loopt echter op zijn einde.

De slachtlijn, die vandaag vooral voor rituele slachtingen wordt gebruikt, zal na het aflopen van de milieuvergunning in 2028 definitief sluiten.

Hiermee komt een einde aan een belangrijk tijdperk voor het slachthuis van Anderlecht.

90 jaar geleden, te gast in Anderlecht, de drukke nijverheids gemeente uit Brussel

De Sint-Pieter-en-Sint-Guidokerk vormt al eeuwenlang het religieuze en historische middelpunt van Anderlecht.

De oorsprong van haar faam ligt bij Guido van Anderlecht, een lokale boerenzoon die na zijn dood rond 1012 heilig werd verklaard vanwege de vele mirakels die aan hem werden toegeschreven.

Zijn graf maakte van de kerk een belangrijk bedevaartsoord. De kerk zelf vindt haar institutionele oorsprong in 1046, toen de adellijke familie van Aa er een kapittel stichtte.

De kanunniken bouwden eerst een romaanse kerk, waarvan de tiende-eeuwse crypte vandaag de dag nog steeds een van de oudste en waardevolste van België is.

Vanaf de veertiende eeuw onderging de kerk een ingrijpende transformatie naar de gotische stijl. Dit project, dat duurde tot 1527, werd geleid door een reeks prominente bouwmeesters zoals Jan van Ruysbroeck en Lodewijk van Bodegem, die elk hun stempel drukten op onderdelen als het koor en het portaal.

Vlak naast de kerk bevindt zich het Begijnhof, dat in 1252 werd opgericht en daarmee tot de oudste van het land behoort.

Het bood een thuis aan een gemeenschap van begijnen die, onder leiding van een ‘Grote Juffrouw’, een relatief vrij leven leidden.

Ze legden geen eeuwige geloften af, maar speelden een cruciale rol in de lokale samenleving door zich te wijden aan ziekenzorg, stervensbegeleiding en het onderwijzen van arme kinderen.

Aan het actieve leven van het begijnhof kwam een einde na de Franse Revolutie, toen het in 1794 werd opgeheven en de bezittingen werden geconfisqueerd.

De historische gebouwen bleven echter bewaard en werden in de twintigste eeuw omgevormd tot een beschermd museum.

Na een periode van restauratie wordt verwacht dat het museum in 2025 heropent, maar tot vandaag is het nog steeds gesloten (ABC 25 augustus 1935).

Anderlecht had rond het jaar 1800 ongeveer 2000 inwoners, in 1900 was dit al bijna 48000 inwoners. In 2000 waren er bijna 88000 inwoners en vandaag zijn er bijna 129000 inwoners.

Daarvan gingen 48764 mensen naar de stembus in oktober 2024, goed voor bijna een opkomst van 77,26 %. Wat veel hoger is dan in Vlaanderen, zo gingen er in Gent maar 64,9 % naar de stembus, in Antwerpen was dat 60.7 % en in Brugge 60,6 %.

Als we dan kijken naar Brussel, een opkomst van 76,87%, Luik 79,79 %, Charleroi 77,99 % en Namen 82,66 %.

Wat mij ook opvalt, is dat van de mensen die geweest gaan kiezen zijn, nog altijd 6,44 % blanco heeft gestemd, bij de vorige verplichte verkiezing was dit 7,33 %. Dus niet zo een groot verschil.

Dit terug vergelijken met Vlaanderen, in Gent stemde er maar 1.8 % blanco, bij de vorige verkiezing was dat 4.3 %, in Antwerpen 0.7 % en bij de vorige verkiezingen 2.7 % en in Brugge 0.5 % en bij de vorige verkiezing 2.8 %. In Brussel stemde er zelfs 0.2 % meer Blanco stemmen dan de vorige verkiezing.

Als we dan naar Wallonië gaan, zien we dat in Luik 8.45 % blanco stemde, bij de vorige verkiezingen was dat 8.14 %, in Charleroi 11,12 %, bij de vorige verkiezing was dat 11.99 % en in Namen waren er 6,93% blanco stemmers, bij de vorige verkiezingen was 7.10 %.

Dus in Vlaanderen gingen er veel minder mensen naar de stembus en was het aantal blanco stemmen bijna verdwenen. In de rest van het land een veel grotere opkomst om te stemmen, maar daalde bijna niet de Blanco stemmers.

Zou dit komen omdat er in Vlaanderen meer partijen, waar de kiezer zich kan mee verzoenen dan in Wallonië?

35 jaar geleden, te gast bij Eddy en Axel Merckx (Story 8 oktober 1985)

35 jaar geleden, te gast bij Eddy en Axel Merckx (Story 8 oktober 1985)
35 jaar geleden, te gast bij Eddy en Axel Merckx (Story 8 oktober 1985)

Axel Merckx behaalt een medaille (brons) op de Olympische Spelen van Athene. Iets waar zijn vader Eddy nooit in slaagde.

35 jaar geleden, te gast bij Eddy en Axel Merckx (Story 8 oktober 1985)

De Nederlandse voetballer Gerard Bergholtz die we beter kennen onder zijn bijnaam Pummy mag vandaag 81 kaarsjes uitblazen.

Gerard Bergholtz was een aanvaller die zijn professionele voetbalcarrière begon bij het Nederlandse MVV, in 1957.

Na vier seizoenen maakte Bergholtz de overstap naar Feyenoord.

Ook daar bleef hij vier seizoenen en speelde hij 102 competitiewedstrijden.

In 1962 en 1965 werd hij landskampioen met Feyenoord.

In 1965 trok de Nederlander naar België en ging er bij RSC Anderlecht spelen.

Daar werd hij landskampioen in 1966, 1967 en 1968. In zijn laatste seizoen bij Anderlecht speelde hij maar 4 competitiewedstrijden en dus trok hij dat jaar naar een andere Brusselse club, nl. Racing White AC.

Bij Racing White bleef hij drie seizoenen, want in 1973 veranderde deze club in RWDM. Voor die club speelde hij nog één seizoen.

In 1974 trok Bergholtz naar de Belgische Tweede Klasse, waar hij voor RAEC Mons ging spelen.

In 1976 zette Bergholtz een punt achter zijn carrière als voetballer.

Bergholtz speelde ook 12 keer voor de nationale ploeg van Nederland.

Na zijn carrière als voetballer ging Bergholtz aan de slag als trainer van enkele kleine Belgische clubs zoals Lanaken en Bilzen.

Later volgden Sint-Truidense VV, Patro Eisden, KFC Diest en AA Gent.

De Nederlandse voetballer Gerard Bergholtz met de bijnaam Pummy mag vandaag 81 kaarsjes uitblazen
De Nederlandse voetballer Gerard Bergholtz met de bijnaam Pummy mag vandaag 81 kaarsjes uitblazen