In november 1980 gingen Benny Andersson en Anni-Frid Lyngstad, het tweede echtpaar van de wereldberoemde popgroep ABBA, al feitelijk uit elkaar.
Enkele maanden later, eind februari 1981, werd officieel bekendgemaakt dat hun huwelijk definitief was beëindigd en dat er een scheiding zou volgen.
Deze breuk vond plaats twee jaar na de scheiding van de andere helft van de groep, Björn Ulvaeus en Agnetha Fältskog.
Ondanks deze nieuwe persoonlijke crisis bleef de boodschap vanuit het hoofdkwartier duidelijk: de groep zou in elk geval blijven bestaan en de muzikale samenwerking werd niet beïnvloed door de privéproblemen.
Benny en Frida verklaarden dat hun besluit weloverwogen en in alle sereniteit was genomen.
Ze benadrukten dat het een persoonlijke kwestie betrof en dat zij als volwassenen tot een onderlinge oplossing waren gekomen.
Hoewel het voor de buitenwereld een grote schok was, gaven de groepsleden aan dat de eerdere breuk tussen Björn en Agnetha de werkrelatie binnen de band juist had verduidelijkt, omdat spanningen en wrijvingen uit de weg waren geruimd.
De geschiedenis leek zich nu te herhalen, waarbij de focus volledig op de professionele toekomst van het imperium kwam te liggen.
Tegelijkertijd deden er verschillende geruchten de ronde over de achtergrond van de breuk.
Er werd gespeculeerd over de rol van de Zweedse tv-journaliste Mona Nörklit, met wie Benny een nieuwe relatie zou zijn gestart.
Hoewel intimi aangaven dat deze romance niet de directe aanleiding was voor de scheiding met Frida, zorgde het nieuws voor veel beroering in de media.
Te midden van alle persoonlijke veranderingen bleven de artistieke plannen ongewijzigd, met vooruitzichten op een nieuwe televisieshow voor de Amerikaanse markt en de opname van een nieuwe single in de studio.
Ondanks de breuk bleven ze samenwerken binnen ABBA en brachten ze later in 1981 het album The Visitors uit.
Na de scheiding hertrouwde Benny Andersson al snel in 1981 met Mona Nörklit.


Gisteren nog vandaag






