
Vanavond 35 jaar geleden, André Hazes te gast in de Koningin Elisabethzaal in Antwerpen

Foto's, en reportages en voor 95 % niet terug te vinden op Google uit ons ver verleden, over Gent, Vlaanderen, film, muziek, sport, politiek en zoveel meer uit tijdschriften en kranten en jaarboeken. Vanaf de jaren 1900 tot en met gisteren. Meer foto's en artikelen terug te vinden op onze Fb groep Gisteren nog vandaag en de Fb groep Weetjes over popmuziek




Acteur, regisseur en toneelschrijver Ruud De Ridder (68) is bekend van populaire komedies op televisie, zoals ‘Bompa’, ‘Drie mannen onder één dak’ of ‘Chez Bompa Lawijt’.
Hij speelde bij het Koninklijk Jeugdtheater van de stad Antwerpen en richtte in 1981 het Echt Antwaarps Teater (EAT) op, dat een begrip werd in Vlaanderen.
In 1987 opende hij zijn eigen zaal in de Arenbergstraat, waar hij eind 2019 al afscheid van nam.
In 2018 nam zijn zoon Sven De Ridder na 36 jaar afscheid van het Echt Antwaarps Teater.
In maart van 2018 richtte Sven met zijn boezemvrienden Brik Van Dyck en Marc Punt een eigen theatergezelschap op.
Toen zijn zoon vertrok uit het gezelschap, was Ruud De Ridder niet mals betreft commentaar over zijn zoon.
Dat de ruzie tussen beide niet alleen ging over het Echt Antwaarps Teater.
Vernemen we in zijn autobiografie en tijdens interviews voor de pers.
Met ‘Een nieuwjaarskind van ne vriend’ keerde Ruud en zijn Echt Antwaarps Teater voor het eerst terug naar de Arenberg, de plek waar het destijds allemaal begon voor Ruud. Dat stuk speelde in januari 2020.
Met het stopzetten van het Echt Antwaarps Teater verliest Antwerpen een iconisch gezelschap waar menig Antwerpenaar en ver daarbuiten ooit wel eens binnenstapte en ongetwijfeld prachtige herinneringen aan overhield.
In totaal schreef Ruud De Ridder meer dan 140 stukken.
De komische stukken van het EAT werden onsterfelijk door hilarische titels als ‘Alarm in mijnen darm’, ‘Mijne gebuur heeft het zuur’, ‘Mijne Maat Staat Op Straat’ of bijvoorbeeld ‘De Facteur Is Ne Charmeur’.
Zelf noemde Ruud De Ridder zijn voorstellingen ‘een huwelijk tussen boulevard- en volkstheater, met een heel eigen saus.’
Van de stichters bleef bij de stopzetting in 2020 enkel Ruud De Ridder over.(Diverse bronnen, Maaike Floor en Wikipedia



De National Bell Telephone Company werd gesticht in Schotland door Graham Bell in 1877.
In 1880 splitste de American Bell Telephone Company zich van het bedrijf af.
De International Bell Telephone Company startte in 1882 zijn eerste buitenlandse vestiging in Antwerpen onder de naam Bell Telephone Manufacturing Company.
Het nieuwe bedrijf had zijn administratieve zetel in de Dambruggestraat gedelegeerd bestuurder was Francis Welles.
Nog datzelfde jaar werden de eerste eigen gebouwen met kantoren, magazijn en atelier, opgericht aan de noordzijde van de Boudewijnsstraat naar ontwerp van J.L. Hasse.
Hij gebruikte daarbij een baksteenarchitectuur met eclectische, neorenaissance- of neotraditionele stijlelementen.
In 1887 werd aan de zuidzijde van de Boudewijnsstraat een terrein gekocht voor de verdere uitbreiding van het complex.
Hasse bleef de vaste architect van de firma en zorgde voor de uitbouw van de succesvolle fabriek aan beide zijden van de Boudewijnsstraat.
In 1896-1897 werd aan de zuidzijde van de Boudewijnsstraat, op de huidige locatie van de gebouwen, een nieuwe fabriek gebouwd met bijhorende ateliers en een smidse.
Dit is het oudste nog bewaarde deel van de fabriek, in de zuidoostelijke hoek van het bouwblok.
De uitbreidingen, wijzigingen en vernieuwingen volgden elkaar in hoog tempo op.
In 1909 werd de eerste brug over de Boudewijnsstraat geslagen tussen de verschillende bouwblokken.
Het pronkstuk van het bedrijf is de opvallende, 58 meter hoge toren uitkijkend over de Bresstraat, opgetrokken rond 1953.
Het gebouw herbergde burelen en een administratief centrum van de firma en is een belangrijke realisatie van architect Hugo Van Kuyck.
Hij realiseerde ook het in de Sint-Laureisstraat tegen de toren aangebouwde kantoorgebouw, aansluitend bij de stijl en de bouwhoogte van de bestaande gebouwen.
Begin jaren ’70 werkten er ongeveer 15.000 mensen.
In 2006 kocht de stad Antwerpen het complex en liet het renoveren als centraal administratief centrum van de stad Antwerpen.(Diverse bronnen, Wikipedia en De Post 25 juni 1950)

Hänsel werd in 1949 geboren in Marseille, maar groeide op in Antwerpen om daarna de hele wereld rond te reizen, vaak met de camera in de aanslag.
Met haar film “Dust”, een bewerking van “In the heart of the country” van Nobelprijswinnaar J.M. Coetzee, won Hänsel op het Filmfestival van Venetië in 1985 de Zilveren Leeuw.
Geen enkele Belgische regisseur heeft haar dat sindsdien nagedaan. In de film waren onder meer Jane Birkin en Trevor Howard te zien.
Zij regisseerde onder meer Between the Devil and the Deep Blue Sea, die draaide op het Filmfestival van Cannes van 1995.
Haar laatste film was La tendresse van 2013.(Diverse bronnen, Frank Segers en Wikipedia)








Vanaf 1915 tot en met 1960 was hij toneelspeler bij de K.N.S in Antwerpen.
Hij speelde ook in verschillende films, zoals in de eerste film van De Witte van Sichem van Ernest Claes met toen in de hoofdrol Jef Bruyninckx als de Witte(1934).
Ook speelde hij in de film Met den helm geboren (1939) en zijn laatste film was De zaak M.P. (1960)
In datzelfde jaar kreeg hij ook de cultuurprijs de Victor Driessensring. (De naam van deze toneelprijs is een eerbetoon aan de toneelspeler Victor Driessens die in 1853 de oprichter was van het Nationael Tooneel, het eerste professionele Nederlandstalige toneelgezelschap in Vlaanderen. Zeg maar de voorloper van het K.N.S in Antwerpen.
Hij was ook de eerste directeur van dit toneelgezelschap.
Remy Angenot zijn vrouw stierf in 1958 en zes jaar later op 5 december 1964 overleed hij in Antwerpen op de leeftijd van 70 jaar.(Diverse bronnen, De Post van 5 maart 1960)

Gisteren nog vandaag






Een van de eerste acties waarmee Dolle Mina naar buiten trad, was de bezetting van een verzekeringskantoor in Antwerpen.
Vrouwelijke werknemers mochten niet roken op het werk, in tegenstelling tot hun mannelijke collega’s.
Dolle Mina eiste ‘het recht op longkanker, ook voor vrouwen’.
Daarnaast klaagde ze de verschillen in lonen en promotiekansen binnen het bedrijf aan.
De actie was typerend voor de nieuwe, meer radicale, stijl die het feminisme in de jaren 1970 zou hanteren.
Op ludieke wijze trok men de aandacht van de pers, om het dan over de daadwerkelijke eisen te kunnen hebben.(Diverse bronnen, Wikipedia en De Post van 15 maart 1970)



