De naam ‘Bijloke’ verwijst naar een omsloten, moerassig gebied waar ooit een kronkelende Leie-arm liep.
Het huidige Bijlokevaardeken herinnert nog aan die verdwenen waterloop.
De bouwgeschiedenis start begin 13de eeuw toen Ermentrude Uten Hove haar Mariahospitaal noodgedwongen vanuit de binnenstad naar deze meersen verhuisde.
Om de zorg te garanderen, werd naast het hospitaal een nieuwe cisterciënzerinnenabdij gesticht.
De site breidde al snel uit met een voor die tijd enorme ziekenzaal (1251-1255), een kapel en het ‘Craeckhuys’ (ca. 1511) voor ernstig zieken.
Na zware verwoestingen tijdens de calvinistische republiek (1577-1584) volgde in de 17de eeuw herstel.
De Franse annexatie in 1797 zorgde voor een nieuwe breuk: de abdij werd afgeschaft.
Later keerden de zusters terug in een deel van de gebouwen, terwijl de rest dienstdeed als oudemannenhuis.
Vanaf 1817 drukte de universiteit haar stempel op de site: de middeleeuwse ziekenzorg maakte plaats voor medisch onderwijs.
Omdat de oude gebouwen niet voldeden, bouwde architect Adolphe Pauli tussen 1863 en 1880 een nieuw neogotisch ziekenhuiscomplex.
Sinds de jaren 80 onderging de Bijloke een gedaanteverwisseling van zorg- naar cultuursite.
De kunstacademie (nu KASK) nam er haar intrek en de middeleeuwse ziekenzaal werd in 1988 omgevormd tot concertzaal.
In 2010 opende het STAM (Stadsmuseum) zijn deuren.
Met de recente komst van de Kunstenbibliotheek en de aanleg van het open park ‘Bijlokeveld’ is de site nu een groene campus waar historisch erfgoed, onderwijs en cultuur samenkomen.


