De Britse zangeres Petula Clark, geboren als Sally Olwen Clark, viert vandaag haar 93ste verjaardag.

Het nummer “This Is My Song” werd oorspronkelijk gecomponeerd door Charlie Chaplin voor zijn film “A Countess from Hong Kong” (1966), die op 5 januari 1967 in première ging.

De hoofdrollen waren voor Marlon Brando, Sophia Loren, Sydney Chaplin en Tippi Hedren.

Het scenario was losjes gebaseerd op het leven van de Russische artieste Moussia Sodskaya, die Chaplin ooit in Frankrijk had ontmoet.

Het was Chaplins laatste film als regisseur, en hij verscheen zelf nog een laatste keer in een kleine cameo als steward aan boord van het schip.

Voor de vocale versie van het titelnummer dacht Chaplin meteen aan Petula Clark.

Hij kende haar als buurvrouw – ze had net als hij een huis in Zwitserland – en vroeg haar om het nummer op te nemen.

Het project stuitte echter op de nodige weerstand. Haar vaste arrangeur, Tony Hatch, vond het lied niet geschikt voor haar.

Petula Clark zelf had ook grote moeite met de ouderwetse tekst, maar Chaplin weigerde er ook maar iets aan te veranderen.

Omdat Hatch afhaakte, werd het arrangement uiteindelijk gemaakt door Ernie Freeman.

De productie was in handen van Sonny Burke en de instrumentale begeleiding werd verzorgd door The Wrecking Crew, een bekende Amerikaanse groep sessiemuzikanten.

Clark was wel bereid het nummer op te nemen voor haar album, maar toen platenmaatschappij Pye Records besloot het als single uit te brengen, probeerde ze dat nog te blokkeren.

Tevergeefs, want het nummer werd toch uitgebracht en groeide, tegen haar eigen verwachtingen in, uit tot een wereldhit.

Het behaalde de eerste plaats in de hitparades van zowel Vlaanderen als Nederland.

Petula Clark zong later ook succesvolle versies in het Frans (C’est ma chanson), Duits (Love, so heisst mein Song) en Italiaans (Cara felicità).

Het succes van het lied stond in schril contrast met de ontvangst van de film.

“A Countess from Hong Kong” was een flop in de VS (waar het slechts 2 miljoen dollar omzette) en de rest van Europa.

De enige uitzondering was Italië, waar de film wel een succes werd. Uiteindelijk was het dankzij het enorme succes van de filmmuziek dat de film toch nog uit de kosten kwam.

95 jaar geleden, uit het leven van de Amerikaanse actrice Alice White.

Alice White groeide op in New Haven, Connecticut, waar ze een opleiding tot stenografie volgde.

Toen haar grootouders naar Californië verhuisden, zette ze haar studie voort aan Hollywood High School.

Daar was Mary Brian, de latere bekende actrice, een van haar medeleerlingen.

Na haar opleiding had ze verschillende banen, waaronder typiste, telefoniste, verkoopster en etaleur.

Een vriendin van haar, die bij Universal werkte, wees haar op een auditie.

Regisseur Joseph Von Sternberg zag direct haar levendigheid, maar vond haar lach ‘zowel vreselijk als meeslepend’.

Hij bood haar een contract aan bij de publiciteitsafdeling en later als zijn persoonlijke secretaresse.

Een kantoorbaan was echter niet genoeg voor Alice, want ze droomde van een filmcontract.

Na een conflict met Von Sternberg stapte ze over naar Charlie Chaplin, die haar uiteindelijk een rol voor de camera gaf.

Ze speelde met succes rollen als ‘flapper’ – een zelfbewuste vrouw die zich niets aantrok van de gangbare normen – of als geldgierige vrouw.

Hiermee trok ze de aandacht van regisseur Mervyn LeRoy, die veel potentieel in haar zag.

Door haar opvallende persoonlijkheid werd ze vaak vergeleken met actrice Clara Bow.

Met de opkomst van de geluidsfilm werd White populairder dan ze in de periode van de stomme film was.

Haar carrière raakte echter beschadigd door een schandaal: ze had een relatie met haar vriend Jack Warburton en haar toekomstige echtgenoot Sidney Bartlett tegelijk.

Dit leidde ertoe dat ze geen hoofdrollen meer kreeg en genoegen moest nemen met bijrollen.

Haar laatste film was ‘Flamingo Road’ uit 1949.

Alice White overleed in 1983 aan een beroerte.

De Amerikaanse actrice Paulette Goddard (januari 1935)

Goddard werd geboren als Marion Levy in Whitestone Landing, Queens, New York.

Haar ouders, Joseph Russell Levy en Alta Mae Goddard, hadden een instabiel huwelijk.

Na de scheiding van haar ouders bracht ze een groot deel van haar jeugd door met haar moeder, die haar achternaam Goddard gaf.

Ze ging naar verschillende scholen in New York City, maar verliet de school vroeg om een carrière in de showbusiness na te streven.

Ze begon haar carrière als model en Ziegfeld Girl.

Ze maakte haar filmdebuut in 1929 in een kleine rol.

Haar doorbraak kwam met de film “Modern Times” (1936) van Charlie Chaplin, met wie ze destijds ook getrouwd was.

Ze speelde vervolgens in vele succesvolle films, waaronder “The Women” (1939), “The Great Dictator” (1940), samen met Fred Astaire in de film “”I Ain’t Hep To That Step But I’ll Dig It” (1940), “Hold Back the Dawn” (1941) (waarvoor ze een Academy Award-nominatie ontving voor Beste Actrice), en “Kitty” (1945).

Goddard was vier keer getrouwd:

Edgar James (1927-1932)

Charlie Chaplin (1936-1942)

Burgess Meredith (1944-1949)

Erich Maria Remarque (1958-1970)

Goddard was een fervent verzamelaar van kunst en juwelen.

Ze was een goede vriendin van Marlene Dietrich en Greta Garbo.

Na haar filmcarrière bracht Goddard veel tijd door in Europa, waar ze een meer teruggetrokken leven leidde.

Goddard overleed op 23 april 1990, op 79-jarige leeftijd, in Ronco sopra Ascona, Zwitserland, aan hartfalen.

Vandaag is het 70 jaar geleden dat de Amerikaanse auteur Eugene O’Neill is overleden.

Vandaag is het 70 jaar geleden dat de Amerikaanse auteur Eugene O’Neill is overleden.

De pers schreef toen het volgende, zijn grootste drama was zijn eigen leven.

Zijn toneelstukken, die vaak autobiografisch waren, verkenden de donkere kanten van het menselijk bestaan, zoals verslaving, familieconflicten en dood.

O’Neill had zelf een tragisch leven, dat werd getekend door ziekte, verlies en vervreemding.

Hij verbrak het contact met zijn dochter Oona, die op jonge leeftijd trouwde met de veel oudere Charlie Chaplin.

Hij rouwde om zijn zoon Eugene Jr., die zelfmoord pleegde in 1950.

Hij had een moeilijke relatie met zijn vader James, een bekende acteur van Ierse afkomst, die hem weinig aandacht gaf in zijn jeugd.

O’Neill bracht zijn kinderjaren door in hotels, treinen en theaters, waar hij zijn vader zag optreden.

Hij ging naar verschillende kostscholen en studeerde kort aan de universiteit van Princeton, waar hij werd weggestuurd na een incident met een bierfles.

Daarna begon hij te werken bij een groothandel in kruiden en specerijen.

In 1910 trouwde hij met Kathleen Jenkins, met wie hij een zoon kreeg, Eugene Jr.

Het huwelijk duurde echter niet lang en hij verliet zijn gezin om samen met zijn vriend Stevens naar Honduras te gaan.

Ze hadden geen idee wat ze daar konden verwachten en raakten verdwaald in de jungle.

Na vijf maanden van ontberingen en ziekte gaven ze hun avontuur op en keerden ze terug naar de beschaving.

O’Neill ging vervolgens als matroos aan boord van een schip naar Buenos Aires.

In 1911 was hij weer in New York, waar hij zich overgaf aan drank en het nachtleven.

In 1912 werd hij gediagnosticeerd met tuberculose en moest hij naar een sanatorium.

Daar kwam hij in contact met de literatuur en begon hij zelf te schrijven.

Hij verhuisde naar Provincetown, waar hij onderdak vond bij een Engelse familie.

Hij schreef daar zijn eerste toneelstukken, vooral eenakters, maar ook langere werken en gedichten.

Hij sloot zich ook aan bij de artistieke en politieke beweging van Greenwich Village in New York, waar hij veel vrienden en invloeden vond.

In 1918 trouwde hij voor de tweede keer, nu met Agnes Boulton, een jonge Engelse schrijfster.

Ze kregen twee kinderen, Shane en Oona.

O’Neill werd steeds succesvoller als toneelschrijver en won vier keer de Pulitzerprijs en in 1936 de Nobelprijs voor Literatuur.

Hij reisde veel met zijn gezin, onder andere naar Bermuda, Europa en het Midden-Oosten.

Hij experimenteerde met verschillende stijlen en thema’s in zijn drama’s, die vaak autobiografisch waren.

In 1929 scheidde hij van Agnes Boulton en trouwde hij voor de derde en laatste keer, met Carlotta Monterey, een voormalige actrice.

Ze vestigden zich eerst in een kasteel bij Tours in Frankrijk, later in San Francisco en New York.

O’Neill schreef in deze periode zijn meest bekende en gewaardeerde werken, zoals The Iceman Cometh, Long Day’s Journey into Night en A Moon for the Misbegotten.

Hij leed echter ook aan de ziekte van Parkinson, die zijn vermogen om te schrijven steeds meer aantastte.

Hij stierf op 27 november 1953, op 65-jarige leeftijd, in Boston (foto Wikipedia)

Vandaag 60 jaar geleden, de geboorte van Christopher Chaplin, de jongste zoon van Charlie Chaplin en zijn vrouw Oona O’Neill (6 juli 1962)

Christopher James Chaplin is later een componist en auteur geworden.

Christopher Chaplin vader stierf in 1977, toen hij 15 jaar oud was.

Vandaag 60 jaar geleden, de geboorte van Christopher Chaplin, de jongste zoon van Charlie Chaplin en zijn vrouw Oona O’Neill (6 juli 1962)

60 jaar geleden, te gast op de reünie van de The Keystone Cops (De Post juni 1962)

60 jaar geleden, te gast op de reünie van de The Keystone Cops (De Post juni 1962)

60 jaar geleden, te gast op de reünie van de The Keystone Cops (De Post juni 1962)

60 jaar geleden, te gast op de reünie van de The Keystone Cops (De Post juni 1962)

60 jaar geleden, te gast op de reünie van de The Keystone Cops (De Post juni 1962)

Vandaag 50 jaar geleden, Charlie Chaplin krijgt een Academy Honorary Award voor zijn hele oeuvre. (13 april 1972)

Hij kreeg toen ook de langste staande ovatie in de geschiedenis van de Oscars.

Oona O’Neill was de dochter van de Nobel- en Pulitzerprijs winnende toneelschrijver Eugene O’Neill en van de schrijfster Agnes Boulton.

Opgevoed door haar moeder, na de scheiding met haar vader, die ze nog zelden zag, woonde ze hoofdzakelijk aan de Oostkust van de VS.

Al van in haar schooltijd (Brearley School in New York) in 1940-1942, ging ze tot de jetset behoren, met vriendinnen zoals Carol Marcus en Gloria Vanderbilt, langs wie ze ook bevriend werd met Truman Capote.

Toen ze in de Stork Club verkozen werd tot “The Number One Debutante” voor het seizoen 1942–1943 wekte ze volop de aandacht op van de media.

Dit bracht haar tot de beslissing te gaan acteren en weldra trok ze naar Hollywood.

In deze tijd had ze ook een relatie met de schrijver J.D. Salinger.

In 1942 trad Salinger opnieuw in militaire dienst en dat betekende ook het einde van hun relatie.

In Hollywood werd ze voorgesteld aan Charlie Chaplin die voor haar een rol in een volgende film voorzag.

Er kwam echter niets van nadat ze verliefd werden op elkaar en in juni 1943 trouwden.

Zij was net 18, hij was 54 en het was zijn vierde huwelijk.

De weinige contacten die Oona met haar vader had, werden als gevolg van dit huwelijk compleet en definitief afgebroken.

Een huwelijk van Chaplin was op zich nieuws, de jeugdige leeftijd van zijn partner en het leeftijdsverschil, maakte er een gebeurtenis met aanzienlijke mediabelangstelling van.

De jonge vrouw gaf elk idee van een filmcarrière op.

Doorheen moeilijke jaren en tot aan zijn dood in 1977 bleven ze zeer met elkaar verbonden en ze kregen acht kinderen, drie jongens en vijf meisjes.

Vanaf hun huwelijk woonden ze in Beverly Hills.

Het waren moeilijke jaren voor Chaplin die achtervolgd werd als mogelijke communist door senator MacCarthy.

In september 1952 bevond het echtpaar zich met de kinderen op de Queen Elisabeth, onderweg naar Londen voor de première van Limelight toen hen het nieuws bereikte dat Chaplins visum voor terugkeer naar de VS was ingetrokken.

Ze beslisten toen permanent in Europa te blijven wonen.

Ze liquideerden alles wat ze bezaten in de VS en kochten een domein aan, de Manoir de Ban in het Zwitserse Corsier-sur-Vevey.

Kort daarop verzaakte O’Neill aan haar Amerikaans staatsburgerschap en werd ze Brits onderdaan.

Na het overlijden van Charlie Chaplin woonde ze opnieuw deeltijds in New York.

Ze was, zoals destijds haar vader, aan alcohol verslaafd en ze leefde stilaan toch vooral een zeer teruggetrokken leven in Vevey.

Ze overleed er aan pancreaskanker in 1991 en was toen 66.

(foto samen met zijn vrouw Oona O’Neill)