In november 1969 kreeg de Friese scheepskapitein Jan de Vries in Apeldoorn bezoek van de landelijke krant Het Vrije Volk.
De aanleiding was opmerkelijk: hij liet zijn zestienjarige dochter Doetie, ook bekend als Doetje, halfnaakt optreden en volledig naakt mocht wat hem betreft ook.
Boven het artikel stond toen de titel: ‘Doetje mixt muziek en seks tot show’.
Verslaggever Theo Koopman tekende met verbazing het verhaal op van een vader die er alles aan deed om zijn dochter als de zangeres Edith Queen te lanceren.
De Vries vond dat je in de showbusiness niet kinderachtig moest zijn, al eiste hij wel dat zaaleigenaren en televisieproducenten financieel over de brug kwamen voor een naaktoptreden.
Hij toonde de journalist daarbij foto’s die hij zelf van het halfnaakte meisje had gemaakt.
De uiteindelijke doorbraak van Doetje kwam er echter niet door haar vader, maar dankzij haar jongere zus Alie, ook wel Aaltje genoemd.
Vanaf 1971 vormden de zussen diverse formaties.
Ze begonnen als The Swanson Sisters, traden vervolgens op als De Karina’s en The Lady Pop’s, en maakten deel uit van de countryband Colt 45.
Hoewel grote successen tien jaar lang uitbleven en ze in de marges van de muziekwereld bleven hangen, gaven ze de moed nooit op.
Het tij keerde definitief met hun terugkeer naar het Friese Uitwellingerga en een grondige gedaanteverwisseling.
Alie nam de artiestennaam Alice May aan, Doetje werd Caren Wood, en samen doopten ze zich om tot Maywood.

Een leuk weetje over die groepsnaam is dat Alice en Caren de naam simpelweg prikten uit een Zweedse telefoongids, puur omdat het lekker internationaal en makkelijk in het gehoor klonk.
Die internationale uitstraling wierp al snel vruchten af.
Maywood scoorde een reeks grote hits, bracht platen uit in meer dan vijftig landen en toerde door landen als Japan, Zuid-Korea, Indonesië en zelfs de voormalige Sovjet-Unie.
Begin jaren tachtig sloeg het duo genadeloos toe met wereldhits als ‘Late at Night’ en ‘Rio’, een ode aan de gelijknamige Braziliaanse stad.
Beide composities kwamen volledig uit de pen van Alice May.
Voor de kenmerkende, aanstekelijke productie tekende Pim Koopman, voormalig drummer van Kayak.
In september 1981 ging het Maywood voor de wind.
De charmante zusjes Alice en Caren, die naar Friesland waren verhuisd, brachten die maand een nieuw album uit waarvan ze hoopten dat het de deuren naar internationaal succes definitief zou openen.
De vooruitzichten waren uitstekend, want zowel in Europa als in de Verenigde Staten was er grote interesse voor het duo.
Tijdens een kort werkbezoek aan Zweden in de voorgaande maand hadden ze bovendien al een gouden plaat in ontvangst mogen nemen, wat zorgde voor een vliegende start van het nieuwe seizoen.
Wie in die periode naar het automatische antwoordapparaat van Maywood luisterde, hoorde de stem van hun zaakwaarnemer Aad Oud, die bellers verzocht contact op te nemen voor informatie over deze succesvolle formatie.
Hij had dan ook alle reden om trots te zijn. Binnen een jaar tijd hadden Alice en Caren zich met sterke, zelfgeschreven nummers naar de absolute top van Nederland gewerkt.
Het leek een bliksemsnelle doorbraak, maar daaraan waren vijftien jaar van hard werken, bloed, zweet en tranen voorafgegaan.
Op de vraag hoe lang ze het nog hadden volgehouden om tegen gesloten deuren aan te lopen, gaf Alice aan dat ze vermoedelijk nog wel een tijdje waren doorgegaan.
Na zoveel jaren keek men immers niet meer op een jaartje meer of minder, en beide zussen waren altijd vastberaden geweest om door te zetten tot het zou lukken.
Hun vader speelde eveneens een belangrijke rol in de uitbouw van hun loopbaan.
Hij stimuleerde hen volop, al waren Caren en Alice uit zichzelf al enorm ambitieus en hadden ze nooit iets anders gewild.
Vader hielp waar mogelijk door hen voornamelijk naar optredens te rijden en waar nodig advies te geven. Intussen werd het project Maywood echter zeer professioneel en zakelijk aangestuurd.
Alice hield ervan om precies te weten wat er speelde, ook al werkten er zeer bekwame mensen aan hun carrière.
Voor de korte termijn lag de focus op optredens in eigen land, vooral in discotheken, waarbij de telefoon roodgloeiend stond zodra ze een hit in de Top 40 hadden.
Voor de langere termijn richtten ze hun blik nadrukkelijk op het buitenland.
Er liepen onderhandelingen met partijen in Amerika om hun platen daar uit te brengen, een proces dat veel tijd en inzicht vergde.
Waar iemand als Herman Brood zijn eigen pad had gekozen, verwachtte Maywood in een ander circuit terecht te komen.
Een eerder aanbod om al naar Amerika te gaan hadden ze afgeslagen, omdat Alice het zinloos vond om daar op te treden zolang er nog geen plaat op de markt was gebracht.
De verwachtingen rond de nieuwe lp waren destijds hooggespannen.
Alice besefte dat het publiek rekende op vakmanschap en dat het album kritischer zou worden beoordeeld dan het debuut.
Daardoor hadden ze ook zelf onder hogere druk gewerkt en de lat aanzienlijk hoger gelegd; een nummer dat een jaar eerder nog als goed werd beschouwd, zou de selectie nu niet meer hebben gehaald.
Die strenge blik had alles te maken met de wens om internationaal door te breken en over de grenzen heen te denken.
Het album werd opgenomen met een sterk muzikantencollectief, waaronder gerenommeerde namen als Ton Scherpenzeel en Rein van den Broek.
Het resultaat was een strakke, commerciële sound. Terwijl producer Pim Koopman ervan overtuigd was dat de plaat meerdere hits bevatte, hield Alice zelf liever nog even een slag om de arm.
Ondanks de grote toewijding waren de zussen niet van plan om het behaalde succes zomaar op te geven om huismoeder te worden; daarvoor hadden ze niet vijftien jaar lang gezwoegd.
Tegelijkertijd zorgden ze voor voldoende ontspanning, want het was niet de bedoeling om overwerkt te raken in deze drukke tijden.
Alice waakte ervoor dat de muziek een gezonde passie bleef.
De recente ervaringen in Zweden hadden hen bovendien al laten proeven van internationale faam.
Alice omschreef het als een adembenemende belevenis die al hun verwachtingen overtrof.
Dat mensen in de meest exclusieve discotheken hun nummers woord voor woord meezongen, maakte diepe indruk.
Na jarenlang in stilte te hebben gedroomd van de stap van Sneek naar het wereldtoneel, was Alice vastbesloten om met volle teugen te genieten van alles wat zou lukken

Daarna volgde onder meer Mano, een typisch verhaallied over een Mexicaans aandoende gitarist met sombrero en een onbeantwoorde liefde die na een emotioneel afscheid niets meer van zich laat horen.
Helaas liep het tussen de zussen zelf op relationeel vlak eveneens mis. Aan het einde van de jaren tachtig begon het succes te tanen.
Hun deelname aan het Eurovisiesongfestival in 1990 met het nummer ‘Ik wil alles met je delen’ eindigde op een teleurstellende vijftiende plaats.
Tijdens het optreden werkte het geluid tegen: een microfoon stond niet open, waardoor de kenmerkende bastrompet nauwelijks te horen was, terwijl Toto Cutugno dat jaar met de overwinning ging lopen.
Het songfestival luidde het einde van Maywood in.
De zussen raakten verwikkeld in een bittere strijd en wisselden achttien jaar lang geen woord meer met elkaar.
Die ruzie draaide deels om geld, maar was vooral een optelsom van zakelijke, artistieke en persoonlijke spanningen.
Doordat Alice alle liedjes schreef en componeerde, ontving zij aanzienlijk meer auteursrechten en inkomsten dan Caren, die vooral als het gezicht en de leadzangeres op de voorgrond trad.
Deze scheve verdeling leidde tot grote frustraties, zeker toen de gouden jaren voorbij waren en de inkomsten terugliepen.
Alice hield de touwtjes strak in handen, terwijl Caren zich tekortgedaan en ondergewaardeerd voelde.
Het dieptepunt volgde in 1999, toen Alice een rechtszaak aanspande tegen haar zus over het exclusieve gebruiksrecht van de naam Maywood, een zaak die Alice won.
In 2013 leek het wonder alsnog te gebeuren: op uitnodiging van Gerard Joling stonden ze tijdens een reünie in de Ziggo Dome weer samen op het podium.
Ze vielen elkaar geëmotioneerd in de armen en spraken af om opnieuw te gaan optreden, maar achter de schermen liep het al snel weer stuk op contracten, vergoedingen en controle, waardoor de vete weer in alle hevigheid oplaaide.
In augustus 2020 dook op de Facebookpagina Fans van Maywood plotseling een artikel uit de jaren zeventig op met een naaktfoto van een minderjarige Caren.
Alice reageerde in weekblad Story geschokt en verklaarde dat het een onschuldige fanpagina betrof met lieve berichten, maar dat deze foto van haar zus, die destijds vermoedelijk pas veertien of vijftien jaar oud was, daar absoluut niet thuishoorde.
Ze zocht direct contact met de plaatser om het beeldmateriaal te laten verwijderen.
Beide zussen zaten destijds op één lijn over de kwestie en Alice sprak haar opluchting uit voor Caren dat de opname verdwenen was.
Hoewel fans even hoopten op een toenadering, bleef een verzoening uit.
Ondanks het feit dat ze amper drie kilometer bij elkaar vandaan wonen, is er tot op de dag van vandaag geen enkel contact meer tussen de twee.

Mijn favoriet van Maywood en de vele internationale gezichten van Give Me Back My Love
Give Me Back My Love uit het najaar van 1980 is zonder twijfel mijn persoonlijke favoriet van het Nederlandse zussenduo Maywood.
Het nummer werd zoals gewoonlijk geschreven door Alice May (Alie de Vries), die vrijwel het hele repertoire van het duo op haar naam zette, met een herkenbare productie en arrangement van Pim Koopman.
Inhoudelijk draait het nummer om puur liefdesverdriet en het gevoel van leegte na een relatiebreuk.
De zangeres voelt zich na het vertrek van haar geliefde emotioneel leeg en vraagt vertwijfeld om haar liefde, energie en levensvreugde terug.
Het nummer bleef ook bij andere artiesten niet onopgemerkt en leidde tot heel wat uiteenlopende covers.
Al snel na het origineel volgden internationale bewerkingen: zo bracht de Duitse zangeres Marianne Rosenberg in 1981 haar Duitstalige versie Hab’ ich dich verloren uit, en waagde Miami Sound Machine zich in 1982 aan een Spaanse vertaling onder de titel Devuélveme el amor.
Jaren later, in 1995, nam ook Demis Roussos het nummer op, terwijl Songfestivalwinnares Linda Martin er in 2018 een hedendaagse versie van maakte en het geheel voorzag van een stevige beat.
Daarnaast was Maywood immens geliefd in Zuid-Afrika, waar eveneens verschillende opvallende covers verschenen.
Kurt Darren en Patricia Lewis namen een eigen Engelstalige versie op, terwijl de groep Back 2 Basics het nummer vertaalde naar het Afrikaans als ‘Gee Jy Net Jou Hart’.
Tot slot brachten Viva Ora en Andy Jonas een mooie, ingetogen versie van het nummer, waarin de kracht van de tijdloze melodie van Alice May prachtig overeind blijft.

Het leven na Maywood: solopogingen, nieuwe liedjes en vervlogen roem
Beide zussen hebben na de breuk van Maywood geprobeerd om muzikaal actief te blijven, al verliep dat voor ieder op een heel eigen manier en behaalde geen van beiden meer het gigantische succes van weleer.
Caren Wood deed in de jaren negentig een poging om als soloartieste een doorstart te maken.
Ze bracht enkele singles uit, waaronder liedjes als ‘Once More’ en ‘My Love’, maar die wisten de hitparades nauwelijks te bereiken.
Naast haar solosingles ging ze destijds ook een muzikale samenwerking aan met het orkest van Frank Valdor en trad ze op in kleine zalen en bij evenementen.
Uiteindelijk trok ze zich grotendeels terug uit de schijnwerpers en het hectische artiestenleven om een meer teruggetrokken bestaan te leiden.
Alice May bleef hardnekkig vasthouden aan haar muzikale carrière en trad na het winnen van de rechtszaak in 1999 zelfs op als Maywood met een andere zangeres aan haar zijde, al sloeg die formule niet echt aan bij het grote publiek.
Als soloartieste bracht ook zij losse nummers uit.
Wat het schrijven voor anderen betreft, heeft Alice zeker geprobeerd haar talent als songwriter en componist te gelde te maken.
Ze schreef en produceerde in de jaren tachtig en negentig materiaal voor diverse Nederlandse en buitenlandse acts, met name in het schlager- en popgenre.
Een bekend voorbeeld uit de hoogtijdagen was haar werk voor de Friese zangeres Lori Spee, en later componeerde ze onder meer voor artiesten uit het Duitstalige circuit en jong talent dat ze zelf probeerde te begeleiden.
Desondanks blijft het fenomeen Maywood haar grootste prestatie, aangezien geen enkele compositie voor derden de wereldwijde impact van ‘Late at Night’ of ‘Rio’ evenaart.

