30 jaar geleden, wat verdienen de sterren van Hollywood

De honoraria liepen dertig jaar geleden al duchtig de spuigaten uit, maar wat staken de grote sterren van Hollywood in die tijd nu eigenlijk in hun zak?

Het bleef toen al een heerlijk tijdverdrijf: even binnengluren in de portefeuille van de groten der aarde.

Destijds, midden jaren negentig, werd er volop gefluisterd over de duizelingwekkende inkomsten over het jaar 1995, en het loonde zeker de moeite om die toenmalige loonbrieven eens van naderbij te bekijken.

Aan de top van die rangschikking stonden toen Steven Spielberg, die 150 miljoen dollar (circa 131,3 miljoen euro) binnenhaalde, en Oprah Winfrey, die afklokte op 171 miljoen dollar, zowat 149,7 miljoen euro.

Michael Jackson haalde in datzelfde jaar vlot 90 miljoen dollar binnen, goed voor ongeveer 78,8 miljoen euro.

Het was destijds al een hele poos haasje-over spelen tussen Oprah Winfrey en Steven Spielberg.

Oprah wist Steven dat jaar dan ook vlotjes van de eerste stek te wippen.

Zij mocht op haar belastingbrief over 1995 een bruto-inkomen van 171 miljoen dollar invullen, zowat 149,7 miljoen euro.

Dat was maar liefst 21 miljoen dollar, of circa 18,4 miljoen euro, meer dan Spielberg, die het jaar voordien nog met de kroon was gaan lopen.

Op de derde plaats stonden The Beatles, die dankzij een reeks heruitgaven en heropgevist oud materiaal zomaar even 130 miljoen dollar, circa 113,8 miljoen euro, wisten op te strijken.

De rest van de toenmalige top tien mocht er evenzeer wezen: Michael Jackson ving 90 miljoen dollar (ongeveer 78,8 miljoen euro), The Rolling Stones haalden 77 miljoen dollar (omgerekend 67,4 miljoen euro) op en The Eagles deden het haast even goed met 75 miljoen dollar, oftewel 65,6 miljoen euro.

Arnold Schwarzenegger en goochelaar David Copperfield klokten beiden af op 74 miljoen dollar, wat neerkwam op 64,8 miljoen euro.

Jim Carrey streek 63 miljoen dollar (ongeveer 55,1 miljoen euro) op, terwijl auteur en scenarioschrijver Michael Crichton, de man achter kaskrakers als Jurassic Park en de hitserie E.R., de tiende plek deelde met komiek Jerry Seinfeld, elk goed voor 59 miljoen dollar of circa 51,6 miljoen euro.

Ook elders vielen er toen aardige bedragen te rapen: de heren van R.E.M. verdienden in een jaar tijd 44 miljoen dollar (zo’n 38,5 miljoen euro) en tekenden bovendien een kersvers platencontract van 80 miljoen dollar, oftewel 70 miljoen euro.

Zelfs met stevige metal viel er toen goud te scheppen, want zowel Kiss met 35 miljoen dollar (circa 30,6 miljoen euro) als Metallica met 28 miljoen dollar (ongeveer 24,5 miljoen euro) beleefden een bijzonder lucratief jaar.

De grootste verrassing zat hem op de zestiende plaats, waar het illusionistenduo Siegfried & Roy met hun vertrouwde witte tijgers toch weer eventjes 48 miljoen dollar, goed voor 42 miljoen euro, bijeen wist te sprokkelen.

Waarnemers trokken toen al aan de alarmbel: de vergoedingen rezen werkelijk de pan uit.

Waar vijf miljoen dollar (een slordige 4,38 miljoen euro) kort daarvoor nog gold als een vorstelijke gage voor een hoofdrol, kwamen de grote kleppers hun bed al niet meer uit voor minder dan twintig miljoen dollar, zowat 17,5 miljoen euro.

Op het kleine scherm bleven de gages op het eerste gezicht wat bescheidener, al mochten de wekelijkse bedragen er absoluut zijn.

Heather Locklear zag voor elke aflevering van Melrose Place 100.000 dollar op haar rekening verschijnen, goed voor 87.500 euro, terwijl Teri Hatcher in Lois & Clark 75.000 dollar per episode incasseerde, oftewel 65.600 euro.

Dat leek al een aardige stuiver, maar Ted Danson streek in het slotseizoen van Cheers zowaar een half miljoen dollar per aflevering op, zo’n 438.000 euro.

Daarmee deed hij zelfs beter dan Kelsey Grammer, die voor een weekje draaien aan Frasier 250.000 dollar (circa 219.000 euro) opstreek.

De absolute uitschieter was Roseanne Barr, die per aflevering van haar sitcom 600.000 dollar (ongeveer 525.000 euro) mocht noteren.

Dat was overigens nog klein bier vergeleken met haar aandeel in de winst van de reeks.

Ook David Hasselhoff wist de kassa op die manier flink te laten rinkelen.

Als acteur kreeg hij net zoals Pamela Anderson een standaardvergoeding van 60.000 dollar per aflevering, pakweg 52.500 euro, maar als uitvoerend producent mocht hij jaarlijks ettelijke tientallen miljoenen dollars in zijn rode zwembroek proppen.

Restte natuurlijk de vraag wanneer men opslag mocht vragen en wanneer men zich beter gedeisd hield.

Een insider uit Hollywood gaf destijds al de gouden raad mee: wie ook maar enigszins vervangbaar was, zweeg maar beter over loonsverhoging, hoe vlot de serie ook liep.

Actrice Suzanne Somers had die les aan den lijve ondervonden.

Toen zij voor de populaire sitcom Three’s Company een verdrievoudiging van haar wedde én tien procent van de winst eiste, werd haar personage prompt uit het script geschreven.

Ze vertrok in de volgende aflevering halsoverkop om voor haar zieke moeder te zorgen, en kwatongen beweerden toen schertsend dat ze daar nog altijd aan het bed zat te waken.

Als we die cijfers uit 1996 nu vergelijken met de situatie van vandaag, valt pas op hoe ontzettend hard het Hollywood-landschap geëxplodeerd is.

Wat destijds als onwaarschijnlijk royale jaarinkomens werd gezien, bleek achteraf slechts het begin te zijn van gigantische miljardenfortuinen en een heel nieuwe economie rond streaming en rechten.

Steven Spielberg en Oprah Winfrey voeren ook vandaag nog de lijstjes aan, al spreken we bij hen niet langer over tientallen miljoenen op jaarbasis, maar over miljardenvermogens.

Waar Spielberg in 1995 nog 150 miljoen dollar opstreek, bezit hij nu een vermogen van meer dan zeven miljard dollar, mede dankzij een percentage op elk verkocht pretparkticket bij Universal Studios dat hij al die jaren bleef innen.

Oprah Winfrey liet haar jaarlijkse gage van 171 miljoen dollar achter zich door een eigen media-imperium uit te bouwen, waardoor haar totale bezit nu op meer dan drie miljard dollar geraamd wordt.

In de muziekwereld is de vergelijking even treffend.

Michael Jackson, die toen 90 miljoen dollar binnenhaalde, overleed in 2009, maar zijn nalatenschap boert vandaag zakelijk gezien nog steviger dan tijdens zijn hoogdagen dankzij streaming, een Broadway-musical en monsterdeals voor zijn rechten.

The Rolling Stones en de overgebleven leden van The Eagles en The Beatles trekken nog altijd moeiteloos langs uitverkochte stadions, waar tegenwoordig met één enkele wereldtournee vlot meer dan honderd miljoen dollar omgezet wordt.

Hardrockbands als Metallica en Kiss zagen hun miljoenen van 1995 verbleken bij de hedendaagse inkomsten uit wereldwijde merchandising en tournees, waarbij Kiss zijn voltallige catalogus en merknaam recent zelfs voor honderden miljoenen van de hand deed.

Bij de acteurs en komieken wisten Jerry Seinfeld en Arnold Schwarzenegger, die toen respectievelijk 59 en 74 miljoen dollar verdienden, de sprong te maken naar het kransje van de officiële miljardairs.

Seinfeld deed dat door de rechten op zijn serie decennialang te blijven verzilveren, met streamingdeals die de toenmalige miljoenen in de schaduw stelden.

Schwarzenegger deed hetzelfde door zijn toenmalige filmgages slim in vastgoed en bedrijven te pompen, waardoor hij vandaag als investeerder veel meer overhoudt dan hij indertijd op een filmset kon opstrijken.

David Copperfield wist zijn 74 miljoen dollar van weleer om te zetten in een reusachtig resort- en vastgoedbezit en staat nog steeds in Las Vegas voor uitverkochte zalen.

Het contrast met het verleden is het meest merkbaar in de televisiewereld.

De halve miljoen dollar van Ted Danson en de zeshonderdduizend dollar van Roseanne Barr per aflevering deden destijds monden openvallen.

Later werd die lat echter verlegd naar één miljoen dollar per aflevering voor de casts van Friends en The Big Bang Theory, en vandaag tellen streamingdiensten als Netflix, Walt Disney, Prime en Apple TV+ voor prestigieuze miniseries zonder verpinken één tot twee miljoen dollar per enkele aflevering neer voor een hoofdrolspeler.

Het grote verschil met toen is wel dat de gulle, levenslange royalty’s bij klassieke herhalingen op televisie, waar de sterren uit 1996 decennia op konden teren, door het streamingmodel bijna volledig zijn weggevallen.

Deze week 40 jaar geleden: André van Duin kreeg zijn eigen stripverhaal

Begon striptekenaar Toon van Driel toen aan een opvallend nieuw project voor het Veronica-blad.

Nadat de komische avonturen van Guust Flater jarenlang de voorlaatste pagina van het tijdschrift hadden gesierd, nam hij het stokje over van de legendarische Franquin.

Samen met André van Duin wilde hij dan ook het publiek aan het lachen krijgen.

De toen 41-jarige tekenaar, die vooral bekendheid genoot met F.C. Knudde, wilde graag voortborduren op het type van de sympathieke schlemiel, zoals Guust.

In Van Duin vond hij de ideale opvolger: televisiekijkend Nederland kende André al als de ultieme brokkenpiloot bij wie vrijwel alles in het honderd liep.

Toen Van Driel op het idee kwam om een strip rond de komiek te bouwen, maakte hij eerst een paar schetsen en legde die aan hem voor.

Van Duin, zelf een groot stripliefhebber, reageerde meteen enthousiast.

In de verhalen speelde André de hoofdrol, steevast vergezeld door zijn twee honden: de bassethond Wibo en de Engelse bulldog Gorp.

Net als op televisie wisselde het personage voortdurend van baan en belandde hij wekelijks in de gekste situaties.

Op papier kon Van Driel veel verder gaan dan een televisieprogramma toeliet.

Zonder torenhoge productiekosten stuurde hij André net zo makkelijk naar het Amazonegebied in Zuid-Amerika voor een spannend avontuur, iets wat voor een tv-uitzending onbetaalbaar zou zijn geweest.

In een aflevering nam André pianoles op een muziekschool, waar elke student zijn eigen instrument moest meebrengen.

De lezer zag hem vervolgens door de straten sjouwen met een loodzware vleugel op de schouders.

Eenmaal aangekomen bleek dat op de begane grond slechts blokfluitles werd gegeven, en André met zijn instrument naar de derde verdieping de trap op moest lopen.

Aan iedere aflevering besteedden Van Driel en zijn vrouw samen zo’n vijfentwintig uur, want het visuele plaatje moest perfect kloppen.

Terwijl hij de verhalen bedacht en uittekende, nam zijn vrouw het nauwkeurige inkleurwerk voor haar rekening.

Naast deze serie leverde hij toen ook dagelijks vier tekeningen aan voor het Algemeen Dagblad en tekende hij wekelijks een strip voor Panorama.

De allereerste aflevering van de André van Duin-strip, die zich afspeelde in de duinen, verscheen in week 39 van 1986.

De populaire reeks zou vervolgens ongeveer vijf jaar lang in het Veronica-blad te zien zijn, tot eind september 1991.

Gisteren nog vandaag

Gisteren nog vandaag

Maywood: van halfnaakt optreden tot wereldhits en een onverzoenlijke zustertwist

In november 1969 kreeg de Friese scheepskapitein Jan de Vries in Apeldoorn bezoek van de landelijke krant Het Vrije Volk.

De aanleiding was opmerkelijk: hij liet zijn zestienjarige dochter Doetie, ook bekend als Doetje, halfnaakt optreden en volledig naakt mocht wat hem betreft ook.

Boven het artikel stond toen de titel: ‘Doetje mixt muziek en seks tot show’.

Verslaggever Theo Koopman tekende met verbazing het verhaal op van een vader die er alles aan deed om zijn dochter als de zangeres Edith Queen te lanceren.

De Vries vond dat je in de showbusiness niet kinderachtig moest zijn, al eiste hij wel dat zaaleigenaren en televisieproducenten financieel over de brug kwamen voor een naaktoptreden.

Hij toonde de journalist daarbij foto’s die hij zelf van het halfnaakte meisje had gemaakt.

De uiteindelijke doorbraak van Doetje kwam er echter niet door haar vader, maar dankzij haar jongere zus Alie, ook wel Aaltje genoemd.

Vanaf 1971 vormden de zussen diverse formaties.

Ze begonnen als The Swanson Sisters, traden vervolgens op als De Karina’s en The Lady Pop’s, en maakten deel uit van de countryband Colt 45.

Hoewel grote successen tien jaar lang uitbleven en ze in de marges van de muziekwereld bleven hangen, gaven ze de moed nooit op.

Het tij keerde definitief met hun terugkeer naar het Friese Uitwellingerga en een grondige gedaanteverwisseling.

Alie nam de artiestennaam Alice May aan, Doetje werd Caren Wood, en samen doopten ze zich om tot Maywood.

Een leuk weetje over die groepsnaam is dat Alice en Caren de naam simpelweg prikten uit een Zweedse telefoongids, puur omdat het lekker internationaal en makkelijk in het gehoor klonk.

Die internationale uitstraling wierp al snel vruchten af.

Maywood scoorde een reeks grote hits, bracht platen uit in meer dan vijftig landen en toerde door landen als Japan, Zuid-Korea, Indonesië en zelfs de voormalige Sovjet-Unie.

Begin jaren tachtig sloeg het duo genadeloos toe met wereldhits als ‘Late at Night’ en ‘Rio’, een ode aan de gelijknamige Braziliaanse stad.

Beide composities kwamen volledig uit de pen van Alice May.

Voor de kenmerkende, aanstekelijke productie tekende Pim Koopman, voormalig drummer van Kayak.

In september 1981 ging het Maywood voor de wind.

De charmante zusjes Alice en Caren, die naar Friesland waren verhuisd, brachten die maand een nieuw album uit waarvan ze hoopten dat het de deuren naar internationaal succes definitief zou openen.

De vooruitzichten waren uitstekend, want zowel in Europa als in de Verenigde Staten was er grote interesse voor het duo.

Tijdens een kort werkbezoek aan Zweden in de voorgaande maand hadden ze bovendien al een gouden plaat in ontvangst mogen nemen, wat zorgde voor een vliegende start van het nieuwe seizoen.

Wie in die periode naar het automatische antwoordapparaat van Maywood luisterde, hoorde de stem van hun zaakwaarnemer Aad Oud, die bellers verzocht contact op te nemen voor informatie over deze succesvolle formatie.

Hij had dan ook alle reden om trots te zijn. Binnen een jaar tijd hadden Alice en Caren zich met sterke, zelfgeschreven nummers naar de absolute top van Nederland gewerkt.

Het leek een bliksemsnelle doorbraak, maar daaraan waren vijftien jaar van hard werken, bloed, zweet en tranen voorafgegaan.

Op de vraag hoe lang ze het nog hadden volgehouden om tegen gesloten deuren aan te lopen, gaf Alice aan dat ze vermoedelijk nog wel een tijdje waren doorgegaan.

Na zoveel jaren keek men immers niet meer op een jaartje meer of minder, en beide zussen waren altijd vastberaden geweest om door te zetten tot het zou lukken.

Hun vader speelde eveneens een belangrijke rol in de uitbouw van hun loopbaan.

Hij stimuleerde hen volop, al waren Caren en Alice uit zichzelf al enorm ambitieus en hadden ze nooit iets anders gewild.

Vader hielp waar mogelijk door hen voornamelijk naar optredens te rijden en waar nodig advies te geven. Intussen werd het project Maywood echter zeer professioneel en zakelijk aangestuurd.

Alice hield ervan om precies te weten wat er speelde, ook al werkten er zeer bekwame mensen aan hun carrière.

Voor de korte termijn lag de focus op optredens in eigen land, vooral in discotheken, waarbij de telefoon roodgloeiend stond zodra ze een hit in de Top 40 hadden.

Voor de langere termijn richtten ze hun blik nadrukkelijk op het buitenland.

Er liepen onderhandelingen met partijen in Amerika om hun platen daar uit te brengen, een proces dat veel tijd en inzicht vergde.

Waar iemand als Herman Brood zijn eigen pad had gekozen, verwachtte Maywood in een ander circuit terecht te komen.

Een eerder aanbod om al naar Amerika te gaan hadden ze afgeslagen, omdat Alice het zinloos vond om daar op te treden zolang er nog geen plaat op de markt was gebracht.

De verwachtingen rond de nieuwe lp waren destijds hooggespannen.

Alice besefte dat het publiek rekende op vakmanschap en dat het album kritischer zou worden beoordeeld dan het debuut.

Daardoor hadden ze ook zelf onder hogere druk gewerkt en de lat aanzienlijk hoger gelegd; een nummer dat een jaar eerder nog als goed werd beschouwd, zou de selectie nu niet meer hebben gehaald.

Die strenge blik had alles te maken met de wens om internationaal door te breken en over de grenzen heen te denken.

Het album werd opgenomen met een sterk muzikantencollectief, waaronder gerenommeerde namen als Ton Scherpenzeel en Rein van den Broek.

Het resultaat was een strakke, commerciële sound. Terwijl producer Pim Koopman ervan overtuigd was dat de plaat meerdere hits bevatte, hield Alice zelf liever nog even een slag om de arm.

Ondanks de grote toewijding waren de zussen niet van plan om het behaalde succes zomaar op te geven om huismoeder te worden; daarvoor hadden ze niet vijftien jaar lang gezwoegd.

Tegelijkertijd zorgden ze voor voldoende ontspanning, want het was niet de bedoeling om overwerkt te raken in deze drukke tijden.

Alice waakte ervoor dat de muziek een gezonde passie bleef.

De recente ervaringen in Zweden hadden hen bovendien al laten proeven van internationale faam.

Alice omschreef het als een adembenemende belevenis die al hun verwachtingen overtrof.

Dat mensen in de meest exclusieve discotheken hun nummers woord voor woord meezongen, maakte diepe indruk.

Na jarenlang in stilte te hebben gedroomd van de stap van Sneek naar het wereldtoneel, was Alice vastbesloten om met volle teugen te genieten van alles wat zou lukken

Daarna volgde onder meer Mano, een typisch verhaallied over een Mexicaans aandoende gitarist met sombrero en een onbeantwoorde liefde die na een emotioneel afscheid niets meer van zich laat horen.

Helaas liep het tussen de zussen zelf op relationeel vlak eveneens mis. Aan het einde van de jaren tachtig begon het succes te tanen.

Hun deelname aan het Eurovisiesongfestival in 1990 met het nummer ‘Ik wil alles met je delen’ eindigde op een teleurstellende vijftiende plaats.

Tijdens het optreden werkte het geluid tegen: een microfoon stond niet open, waardoor de kenmerkende bastrompet nauwelijks te horen was, terwijl Toto Cutugno dat jaar met de overwinning ging lopen.

Het songfestival luidde het einde van Maywood in.

De zussen raakten verwikkeld in een bittere strijd en wisselden achttien jaar lang geen woord meer met elkaar.

Die ruzie draaide deels om geld, maar was vooral een optelsom van zakelijke, artistieke en persoonlijke spanningen.

Doordat Alice alle liedjes schreef en componeerde, ontving zij aanzienlijk meer auteursrechten en inkomsten dan Caren, die vooral als het gezicht en de leadzangeres op de voorgrond trad.

Deze scheve verdeling leidde tot grote frustraties, zeker toen de gouden jaren voorbij waren en de inkomsten terugliepen.

Alice hield de touwtjes strak in handen, terwijl Caren zich tekortgedaan en ondergewaardeerd voelde.

Het dieptepunt volgde in 1999, toen Alice een rechtszaak aanspande tegen haar zus over het exclusieve gebruiksrecht van de naam Maywood, een zaak die Alice won.

In 2013 leek het wonder alsnog te gebeuren: op uitnodiging van Gerard Joling stonden ze tijdens een reünie in de Ziggo Dome weer samen op het podium.

Ze vielen elkaar geëmotioneerd in de armen en spraken af om opnieuw te gaan optreden, maar achter de schermen liep het al snel weer stuk op contracten, vergoedingen en controle, waardoor de vete weer in alle hevigheid oplaaide.

In augustus 2020 dook op de Facebookpagina Fans van Maywood plotseling een artikel uit de jaren zeventig op met een naaktfoto van een minderjarige Caren.

Alice reageerde in weekblad Story geschokt en verklaarde dat het een onschuldige fanpagina betrof met lieve berichten, maar dat deze foto van haar zus, die destijds vermoedelijk pas veertien of vijftien jaar oud was, daar absoluut niet thuishoorde.

Ze zocht direct contact met de plaatser om het beeldmateriaal te laten verwijderen.

Beide zussen zaten destijds op één lijn over de kwestie en Alice sprak haar opluchting uit voor Caren dat de opname verdwenen was.

Hoewel fans even hoopten op een toenadering, bleef een verzoening uit.

Ondanks het feit dat ze amper drie kilometer bij elkaar vandaan wonen, is er tot op de dag van vandaag geen enkel contact meer tussen de twee.

Mijn favoriet van Maywood en de vele internationale gezichten van Give Me Back My Love

Give Me Back My Love uit het najaar van 1980 is zonder twijfel mijn persoonlijke favoriet van het Nederlandse zussenduo Maywood.

Het nummer werd zoals gewoonlijk geschreven door Alice May (Alie de Vries), die vrijwel het hele repertoire van het duo op haar naam zette, met een herkenbare productie en arrangement van Pim Koopman.

Inhoudelijk draait het nummer om puur liefdesverdriet en het gevoel van leegte na een relatiebreuk.

De zangeres voelt zich na het vertrek van haar geliefde emotioneel leeg en vraagt vertwijfeld om haar liefde, energie en levensvreugde terug.

Het nummer bleef ook bij andere artiesten niet onopgemerkt en leidde tot heel wat uiteenlopende covers.

Al snel na het origineel volgden internationale bewerkingen: zo bracht de Duitse zangeres Marianne Rosenberg in 1981 haar Duitstalige versie Hab’ ich dich verloren uit, en waagde Miami Sound Machine zich in 1982 aan een Spaanse vertaling onder de titel Devuélveme el amor.

Jaren later, in 1995, nam ook Demis Roussos het nummer op, terwijl Songfestivalwinnares Linda Martin er in 2018 een hedendaagse versie van maakte en het geheel voorzag van een stevige beat.

Daarnaast was Maywood immens geliefd in Zuid-Afrika, waar eveneens verschillende opvallende covers verschenen.

Kurt Darren en Patricia Lewis namen een eigen Engelstalige versie op, terwijl de groep Back 2 Basics het nummer vertaalde naar het Afrikaans als ‘Gee Jy Net Jou Hart’.

Tot slot brachten Viva Ora en Andy Jonas een mooie, ingetogen versie van het nummer, waarin de kracht van de tijdloze melodie van Alice May prachtig overeind blijft.

Het leven na Maywood: solopogingen, nieuwe liedjes en vervlogen roem

Beide zussen hebben na de breuk van Maywood geprobeerd om muzikaal actief te blijven, al verliep dat voor ieder op een heel eigen manier en behaalde geen van beiden meer het gigantische succes van weleer.

Caren Wood deed in de jaren negentig een poging om als soloartieste een doorstart te maken.

Ze bracht enkele singles uit, waaronder liedjes als ‘Once More’ en ‘My Love’, maar die wisten de hitparades nauwelijks te bereiken.

Naast haar solosingles ging ze destijds ook een muzikale samenwerking aan met het orkest van Frank Valdor en trad ze op in kleine zalen en bij evenementen.

Uiteindelijk trok ze zich grotendeels terug uit de schijnwerpers en het hectische artiestenleven om een meer teruggetrokken bestaan te leiden.

Alice May bleef hardnekkig vasthouden aan haar muzikale carrière en trad na het winnen van de rechtszaak in 1999 zelfs op als Maywood met een andere zangeres aan haar zijde, al sloeg die formule niet echt aan bij het grote publiek.

Als soloartieste bracht ook zij losse nummers uit.

Wat het schrijven voor anderen betreft, heeft Alice zeker geprobeerd haar talent als songwriter en componist te gelde te maken.

Ze schreef en produceerde in de jaren tachtig en negentig materiaal voor diverse Nederlandse en buitenlandse acts, met name in het schlager- en popgenre.

Een bekend voorbeeld uit de hoogtijdagen was haar werk voor de Friese zangeres Lori Spee, en later componeerde ze onder meer voor artiesten uit het Duitstalige circuit en jong talent dat ze zelf probeerde te begeleiden.

Desondanks blijft het fenomeen Maywood haar grootste prestatie, aangezien geen enkele compositie voor derden de wereldwijde impact van ‘Late at Night’ of ‘Rio’ evenaart.

Van kaskraker tot karikatuur: hoe Barbra Streisand met Yentl geschiedenis schreef en spot oogstte

In de film Yentl kroop Barbra Streisand in de huid van een Joods meisje dat zich als man verkleedde om te kunnen studeren.

Die situatie bracht flink wat obstakels met zich mee, waardoor ze hevig verlangde naar het advies van haar overleden vader.

Dat leidde tot een scène waarin Barbra Streisands personage onder de sterrenhemel het nummer ‘Papa, Can You Hear Me?’ zong.

Tijdens de opnames in de studio raakte Streisand overmand door emoties bij de zinnen waarin ze zong hoe hard ze haar vader en zijn nachtzoen miste.

Het inzingen werd die dag meteen stilgelegd.

Ze gaf destijds ook aan dat ze tijdens twijfels over een filmlocatie in gedachten haar vader om raad vroeg.

Toen het plotseling begon te regenen, zag ze dat als een teken dat ze moesten verhuizen en dat haar vader over haar waakte.

De productie van de film kostte destijds ongeveer 12 miljoen dollar.

Bij de release waren de reacties van de filmcritici sterk verdeeld.

Sommige recensenten vonden het geheel wat te zoetsappig of stoorden zich aan het feit dat de film wel heel erg rond Streisand zelf draaide, terwijl anderen juist vol lof waren over haar regiedebuut en de meeslepende, krachtige muziek.

Ook over het centrale nummer ‘Papa, Can You Hear Me?’ liepen de meningen uiteen; critici noemden het theatraal en vergeetbaar, en vonden dat het bij lange na niet de herkenbaarheid bezat van filmklassiekers zoals ‘Hello Dolly’

Het grote publiek en de prijsjury’s dachten daar echter anders over.

Wereldwijd bracht de film tussen de 40 en 68 miljoen dollar op.

Het project werd bovendien bekroond met prestigieuze prijzen, waaronder de Golden Globe voor Beste Film in de categorie Komedie of Musical en de Golden Globe voor Beste Regie voor Streisand zelf, waarmee ze als eerste vrouw ooit die regieprijs won.

Hoewel Papa, Can You Hear Me? ook een Oscarnominatie in de wacht sleepte, greep de single uiteindelijk naast het beeldje door de overwinning van Flashdance… What a Feeling van Irene Cara.

Ondanks het uitblijven van een gigantische hitsingle bleek het soundtrackalbum commercieel een enorm succes.

Binnen twee maanden na de release behaalde de plaat in de Verenigde Staten al de platina-status voor een miljoen verkochte exemplaren, met een uiteindelijke piek op nummer negen in de Billboard 200.

Ook in Europa deed de muziek het uitstekend; zo werd het album in Nederland met goud bekroond en bereikte het een mooie zesde plaats in de LP Top 50.

Wereldwijd gingen er uiteindelijk tussen de 3,5 en 4 miljoen exemplaren van over de toonbank.

In de jaren daarna groeide het nummer ‘Papa, Can You Hear Me?’ alsnog uit tot een waar cultuurfenomeen.

Talloze latere bioscoopfilms en series pikten het nummer op, soms als oprecht eerbetoon, maar net zo vaak om ermee te spotten.

Zo dook het op in reeksen zoals Glee, The Simpsons en Will & Grace, vormde het een afleveringstitel in Keeping Up with the Kardashians, klonk het tijdens de uitreiking van de Emmy Awards en zat het op komische wijze verwerkt in de film Austin Powers in Goldmember.

Dat de pers en critici enkele jaren later echter opvallend neerbuigend over het project begonnen te schrijven, had alles te maken met een kantelende publieke perceptie en een veranderende tijdgeest.

In de eerste plaats werd Yentl met terugwerkende kracht steeds vaker geframed als een extreem ijdelheidsproject.

Omdat Streisand optrad als regisseur, producent, coscenarist én hoofdrolspeelster, en bovendien alle liedjes voor haar rekening nam, zagen spotters het als het ultieme bewijs van zelfoverschatting.

Het feit dat een veertiger een tienerjongen speelde en elk emotioneel moment opeiste, maakte het een makkelijk doelwit.

Daarnaast raakten de bombastische orkestraties en het onverholen theatrale sentiment aan het einde van de jaren tachtig en in de vroege jaren negentig hopeloos uit de mode bij journalisten, die de voorkeur gaven aan ironie en nuchterheid.

Ook de complexe verstandhouding tussen Streisand en het conservatieve filmestablishment speelde mee; haar perfectionisme werd door roddelbladen graag neergezet als divagedrag.

Toen een Oscar-nominatie voor Beste Regie ondanks haar eerdere winst uitbleef, grepen critici dat aan om te beweren dat de film artistiek gezien zwaar overschat was.

De aanhoudende stroom aan persiflages in populaire komedies deed de rest, waardoor het ooit zo gerespecteerde passieproject in de mediaherinnering jarenlang werd gereduceerd tot een symbool van potsierlijk melodrama.

Brits supermodel, actrice en zangeres Twiggy, geboren als Lesley Hornby, mag vandaag 77 kaarsjes uitblazen

Het Britse supermodel, de actrice en zangeres Twiggy, geboren als Lesley Hornby, mag vandaag 77 kaarsjes uitblazen.

Zij werd op 19 september 1949 geboren in Neasden, een wijk in het noordwesten van Londen.

Ze groeide op in een arbeidersgezin en brak in 1966 op zestienjarige leeftijd plotseling door in de modewereld.

Haar kenmerkende uiterlijk ontstond nadat kapper Leonard of Mayfair haar haar in een korte, jongensachtige coupe knipte en fotograaf Barry Lategan een reeks portretten van haar maakte, waarna ze werd uitgeroepen tot The Face of 1966.

Met haar tengere postuur, androgyne stijl en opvallend opgemaakte ogen met getekende wimpers werd Twiggy het visuele boegbeeld van de Swinging Sixties en de opkomende jeugdcultuur.

Ze sierde de covers van toonaangevende modebladen en reisde de wereld rond voor modeshows en fotoshoots.

Ondanks haar immense succes besloot ze in 1970, na slechts vier jaar op het hoogste niveau, te stoppen met fulltime modellenwerk, omdat ze niet haar hele leven als paspop wilde fungeren.

Vervolgens bouwde ze een veelzijdige carrière op in de amusementsindustrie.

In 1971 maakte ze haar filmdebuut in The Boy Friend, geregisseerd door Ken Russell.

Voor deze rol won ze twee Golden Globe Awards, zowel voor beste actrice in een komedie of musical als voor meest veelbelovende nieuwkomer.

In september 1976 stelde Twiggy dat een kind mooier was dan een carrière.

Dat had men overigens toen erg slim aangepakt.

Voor haar allereerste concert werd namelijk de Royal Festival Hall afgehuurd.

De voltallige jetset uit Londen was daar uitgenodigd.

Het ging bovendien om een benefietconcert voor kinderen met een beperking.

Het getuigde van een enorme dosis moed, zelfvertrouwen en gezonde sterallures om je debuut als zangeres in zo’n setting te maken.

Popsterren, miljonairs, tv-persoonlijkheden en scherpe journalisten zaten klaar om haar af te serveren.

Maar eenmaal in de schijnwerpers stond daar een charmante vrouw, stijlvol gekleed en zelfs een tikkeltje voller.

De tijd was voorbij waarin Twiggy als een wandelende tak of kapstok werd weggezet.

Later verklaarde ze daarover dat haar eigen magere figuur haar bleef achtervolgen.

Ze werd er gek van en kon het niet verkroppen dat ze geen borsten had.

Uiteraard had ze met haar uiterlijk miljoenen binnengehaald, maar als vrouw had ze plots genoeg van dat lichaam.

Ze had daarom een hormoonbehandeling ondergaan, waardoor ze wat zwaarder was geworden en vormen had gekregen, iets waar ze toen bijzonder trots op was.

Haar binnenkomst in de Royal Festival Hall was daarmee een feit.

Toen brak het moment van de waarheid aan: kon ze echt zingen? Het orkest zette in en de verbazing sloeg opnieuw toe bij de trendgevoelige Londenaren.

Met een zekere en aangename stem bewoog ze zich vlot door een flink aantal fijne nummers, meestal met een subtiel, vlot countrytintje. Haar debuutsingle “Here I Go Again” bleek goed voor een reprise. Het verwende publiek ging overstag; Twiggy was een ster.

Ze spreidde in die periode haar vleugels uit naar het Europese vasteland.

Eerst stond een optreden in Toppop op de planning en daarna zou ze wel zien. Haar single “Here I go again” was in het Verenigd Koninkrijk in elk geval al aangeslagen.

Twiggy kwam over als een innemende vrouw.

Ze was toen smoorverliefd op de Amerikaanse acteur Michael Whitney, die ze op een filmset had leren kennen.

Ze wilden trouwen, al voelde Whitney zich wat gekrenkt door het plotselinge succes van zijn aanstaande.

Hij stond als acteur immers in haar schaduw, iets waar ijdele mannen steeds moeite mee hebben.

Twiggy wilde dolgraag trouwen. Ze gaf aan dat ze te veel levens tegelijk had geleid.

Als internationaal topmodel werd je over de aardbol gesleept tot je nauwelijks nog besefte waar je was of wat er met je gebeurde.

Het was een aaneenschakeling van kleding wisselen en achter jezelf aan hollen.

Nu verlangde ze in 1976 naar een gezin.

Ze vond dan ook een kind krijgen, mooier dan een carrière.

Dat liet zich makkelijk zeggen wanneer je al een glansrijke loopbaan achter de rug had, maar ze meende het oprecht.

Ze werd toentertijd nog steeds gecoacht door Justin de Villeneuve, haar ontdekker en voormalige partner.

Hij trad op als haar vaste steun en toeverlaat. De Villeneuve herinnerde zich dat hij haar ooit aantrof in een kapsalon waar ze als scholiere wat bijverdiende.

Hij zag meteen haar blik en voelde de kracht in dat jonge meisje, en daarin had hij zich niet vergist.

De pers vroeg zich toen af of Twiggy een vrouw was of een merkproduct.

Wellicht probeerde ze van haar vrouwelijkheid een product te maken.

Dat kon best, want ze bezat genoeg persoonlijkheid om zich niet te laten reduceren tot een stuk handelswaar in de handen van gladde zakenlui.

Daarvoor had ze simpelweg te veel klasse.

Twiggy had die zeldzame sterrenkwaliteit; je bezit die nu eenmaal of niet, en zij had die in overvloed.

Een bestaan als topmodel volstond niet voor haar. Ze had films gemaakt en sinds enkele weken werd ze in Engeland erkend als volwaardig zangeres.

Dat was een grote prestatie. Kosten noch moeite waren gespaard om het voormalige fotomodel aan een nieuwe muzikale carrière te helpen.

Haar platenlabel had kapitale bedragen geïnvesteerd om de kritische Britse muziekliefhebber ervan te overtuigen dat Twiggy daadwerkelijk kon zingen.

Er moest immers eerst een berg scepsis worden overwonnen om dat geloofwaardig over te brengen.

Waar De Villeneuve zich destijds wel in had vergist, was haar stem.

Hij herinnerde zich dat ze destijds klonk als een hese kraai, maar tien jaar later blies ze de zaal van de Royal Festival Hall omver.

Wat bezielde een jonge vrouw met zo’n achtergrond om dergelijke risico’s te nemen?

Twiggy verklaarde dat dit puur haar stijl en karakter was.

Er leefde in haar een sterke drang om zich telkens opnieuw te bewijzen.

De frustratie van elk topmodel was volgens haar dat je jezelf op den duur beu raakte. Uitsluitend intens in de camera staren vond ze hersenloos werk: hoe langer je ermee doorging, hoe zinlozer het voelde.

Daardoor ontstond de noodzaak om aan de buitenwereld, maar vooral ook aan zichzelf, te tonen wat ze werkelijk in haar mars had.

Ze was die avond met lood in de schoenen het podium opgestapt.

De zenuwen gierden door haar keel, maar diep vanbinnen hield een stem haar voor dat dit het doel was waar ze jarenlang naar had uitgekeken en dat ze nu moest leveren.

Dus begon ze te zingen. Aanvankelijk verliep het nog verkrampt, maar geleidelijk hervond ze haar rust.

Het besef van eigenwaarde dat haar daartoe dreef, kwam terug, en zo’n kentering voelde de zaal meteen feilloos aan.

Het werd een prachtige ervaring en de rest van het concert verliep vlekkeloos.

Twiggy profileerde zich overigens niet alleen als zangeres; er verscheen destijds tevens een autobiografie van haar die in het Verenigd Koninkrijk als zoete broodjes over de toonbank ging.

Ze bleek geen alledaagse schrijfster en leverde hele passages af in het Cockney-dialect om het net even anders aan te pakken.

Daarin was ze geslaagd: Twiggy bleef onvermoeibaar zoeken naar manieren om haar publiek te verrassen, al was die constante bewijsdrang ronduit slopend.

Ze bleef acteren in films, televisieseries en theaterproducties.

In 1983 maakte ze haar debuut op Broadway in de musical ‘My One and Only’, wat haar een nominatie voor een prestigieuze Tony Award opleverde.

Naast acteren bracht ze diverse muziekalbums uit in genres variërend van pop en country tot musicalrepertoire.

In latere decennia bleef ze actief in de publieke belangstelling.

Tussen 2005 en 2007 zat ze vier seizoenen lang in de jury van het televisieprogramma America’s Next Top Model.

Rond dezelfde periode keerde ze terug in de modewereld als het gezicht van een grote Britse winkelketen, waarmee ze bewees ook op rijpere leeftijd een breed publiek aan te spreken.

Daarnaast zette ze eigen kleding- en cosmeticalijnen op.

Op persoonlijk vlak trouwde ze in 1977 met acteur Michael Witney, met wie ze een dochter kreeg; Witney overleed in 1983.

In 1988 trad ze in het huwelijk met acteur Leigh Lawson.

Voor haar decennialange verdiensten voor de mode, de kunsten en liefdadigheid werd ze in 2019 benoemd tot Dame Commander of the Order of the British Empire.

Vandaag de dag brengt ze veel tijd door met haar man, kinderen en kleinkinderen.

Ondanks dat haar laatste album Romantically Yours al van 2011 dateert, zit ze op muzikaal vlak zeker niet stil: ze werkt nog steeds aan muziekprojecten en neemt nieuwe nummers op.

Daarnaast presenteert ze haar eigen podcast. De jarige Twiggy is daarmee nog altijd volop actief, verschijnt af en toe opnieuw voor de camera en blijft tot op de dag van vandaag een tijdloos stijlicoon.

Gisteren nog vandaag

30 jaar geleden, Laura Pausini met haar nieuwe kunstwerkje Le Cose Che Vivi

In september 1996 verbleef Laura Pausini in Milaan om haar nieuwe album Le Cose Che Vivi te promoten.

Terwijl het buiten toen zomers warm was met temperaturen rond de vijfendertig graden, zocht zij verkoeling in een hotelkamer waar de airconditioning op volle toeren draaide om de pers te ontmoeten.

Een tolk stond haar bij, aangezien haar beheersing van het Engels destijds nog beperkt was.

Van haar debuutalbum met de doorbraakhit ‘La Solitudine’ waren wereldwijd zo’n twee miljoen exemplaren verkocht, en de opvolger Laura bereikte zelfs nog meer succes.

Toch bleef Pausini nuchter onder alle aandacht. Ze was dankbaar voor haar muzikale loopbaan, al grapte ze dat ze anders wellicht lerares keramiek was geworden, de kunstvorm waarin ze eerder was opgeleid.

In de voorafgaande twee jaar was het in Vlaanderen en Nederland wat stiller rond haar geweest, maar internationaal had ze een enorme ontwikkeling doorgemaakt.

Ze toerde intensief door Europa en Latijns-Amerika, waardoor ze de muziek steeds meer als een volwaardig beroep ging beschouwen.

Die reizen verbreedden haar blikveld aanzienlijk. Ze maakte kennis met uiteenlopende culturen en levensstijlen, wat haar inspireerde om verder te kijken dan het traditionele beeld van Italië.

Die artistieke groei klonk duidelijk door op Le Cose Che Vivi.

Waar haar eerdere werk vooral draaide om jeugdige onschuld en opgroeien, bracht haar nieuwe plaat een volwassener geluid.

Ze schuwde maatschappelijke thema’s niet langer, getuige een nummer als ‘Il Mondo Che Vorrei’, waarin ze pleitte voor solidariteit.

Om haar internationale publiek te bedienen, nam ze haar werk ook op in het Spaans en Portugees, en dacht ze na over Engelstalige versies.

Ook op muzikaal vlak zette ze in die periode flinke stappen.

Voor de opnames werkte ze samen met gerenommeerde sessiemuzikanten, onder wie bassist Nathan East en drummer Steve Ferrone.

Bovendien leerde Pausini beter met haar stem omgaan. In plaats van haar bereik te forceren, bouwde ze bewust rustdagen in om haar stembanden te sparen.

Haar privéleven en carrière waren in die nazomer van 1996 nauw met elkaar verweven via haar relatie met haar toenmalige manager en producer Alfredo Cerruti.

Hoewel ze toen vol liefde over hem sprak, hield ze de boot af wat betreft een huwelijk, omdat ze daar vanuit haar geloofsovertuiging uiterst weloverwogen mee wilde omgaan.

Voor Pausini markeerde september 1996 zo het moment waarop ze definitief uitgroeide van een jong Italiaans talent tot een zelfbewuste, volwassen wereldster.

Haar relatie met Cerruti eindigde rond 2002.

Sinds 2005 vond ze het geluk bij de Italiaanse gitarist en muziekproducent Paolo Carta.

Samen kregen zij in 2013 een dochter, Paola, en in maart 2023 stapten de twee officieel in het huwelijksbootje.

Met Io Canto 2 op zak: Laura Pausini klaar voor nieuwe wereldtournee

Vandaag is de inmiddels 52-jarige zangeres nog altijd volop actief in de internationale muziekwereld.

Zo bracht ze in februari 2026 een nieuw album uit onder de titel Io Canto 2, een maand later, op 13 maart 2026, gevolgd door de Spaanstalige editie.

Op dit album staat onder meer de klassieker ‘Por qué te vas?’, bekend van zangeres Jeanette uit 1975.

Dit nummer werd geschreven door José Luis Perales voor de film Cría cuervos van regisseur Carlos Saura.

In tegenstelling tot de melancholische pop van het origineel kreeg Pausini’s lezing een moderne productie met een subtiele eigentijdse drumbeat, vergezeld van een opvallende videoclip.

Op beide albums zingt ze daarnaast het duet ’16 Marzo’ samen met Achille Lauro.

Begin september 2026 verschenen bovendien ‘Siamo soli nell’immenso vuoto che c’è’ als single en video, een nummer dat eveneens op beide versies staat.

Dit nummer was oorspronkelijk een hit van de Italiaanse singer-songwriter Raf uit 1991.

Pausini, die al jarenlang bewondering koestert voor zijn werk, bracht deze bewerking uit als eerbetoon vlak voor de aftrap van haar nieuwe Europese tournee.

Op het Italiaanse album nam ze tevens een eigen versie op van Madonna’s ‘La Isla Bonita’.

Daarnaast staat haar diepe, jarenlange band met Brazilië centraal in het kader van haar wereldtournee.

Voor haar album bracht ze dan ook Ana Carolina en Ferrugem, twee sterren van verschillende generaties en genres, samen voor het nummer ‘Quem de nós dois’.

Ferrugem vertegenwoordigt de modernere generatie in het trio. Met zijn kenmerkende, soepele stem brengt hij een warme, typisch Braziliaanse sound in het duet, waardoor de ballad een unieke mix krijgt van Italiaanse dramatiek en Braziliaans gevoel.

Een andere single uit beide albums is het nummer ‘La mia storia tra le dita’, opnieuw een cover en dit keer van Gianluca Grignani uit 1994.

Hij bracht destijds zelf in 1995 een Spaanse versie uit onder de titel ‘Mi historia entre tus dedos’, wat in heel Latijns-Amerika en Spanje een gigantische hit werd.

Dit nummer bracht Pausini tevens uit in het Frans als ‘Mon histoire entre les doigts’ en in het Portugees als ‘Quem de nós dois’.

Het publiek in de Lage Landen krijgt binnenkort volop de gelegenheid om haar weer live aan het werk te zien.

Op zondag 25 oktober 2026 staat Laura Pausini op het podium van Vorst Nationaal in Brussel, en op woensdag 24 november 2027 geeft ze voor het eerst in vijftien jaar weer een concert in Nederland, in de Ziggo Dome in Amsterdam.

Wil Hoebee en José Wijdeven gaan naar Amerika

In het najaar van 1981 liep het stel wel degelijk met het idee rond om naar Californië te reizen en daar in alle rust en stilte in het huwelijksbootje te stappen.

De plannen bevonden zich al in een vergevorderd stadium, maar het artikel liet tegelijkertijd al de nodige twijfel zien.

Zowel Wil als José vonden het pijnlijk dat de ouders van beiden de verre reis naar Amerika niet konden maken en daardoor niet aanwezig zouden zijn op hun grote dag.

Een bruiloft zonder hun naaste familie vonden ze uiteindelijk toch wat al te stil.

Mede om die reden zijn de plannen voor een Amerikaans huwelijk afgeblazen en kozen ze ervoor om gewoon in Nederland te trouwen.

Het paar trad uiteindelijk op 12 december 1981 in het huwelijk in het Noord-Brabantse Best, de geboorte- en woonplaats van José, in het bijzijn van hun dierbaren.

Ze bleven getrouwd tot aan het overlijden van Wil Hoebee in 2012