Fox, verloor zijn streken niet

De band werd opgericht door de Amerikaanse songwriter en producer Kenny Young, die eerder al successen had geboekt met hits voor andere artiesten.

Om zijn eigen muzikale visie tot leven te wekken, verzamelde hij een groep getalenteerde muzikanten om zich heen, waaronder de gerenommeerde bassist Herbie Flowers.

Het absolute boegbeeld van de groep werd echter de Australische zangeres Susan Traynor, die de artiestennaam Noosha Fox aannam.

Met haar unieke, zwoele stemgeluid, theatrale uitstraling en karakteristieke zangstijl gaf zij de band een volstrekt eigen gezicht.

In 1975 brak Fox door bij het grote publiek met aanstekelijke nummers als Only You Can en Imagine Me, Imagine You.

Het grootste commerciële succes liet echter niet lang op zich wachten.

Tijdens een vakantie in Portugal schreef Young het nummer ‘S-S-S-Single Bed’.

In het voorjaar van 1976 bracht de band de single uit, afkomstig van hun tweede album Tails of Illusion.

Toen de single verscheen, kwam er geen enkele reactie, noch van de pers, noch van de radio.

Kenny Young krabde zich achter de oren, haalde Fox opnieuw naar de studio, paste het nummer aan en nam het nogmaals op.

Drie weken later stond het op de eerste plaats in de Engelse hitparade.

Het nummer viel meteen nu op door de speelse, licht stotterende zang van Noosha Fox in het refrein en een ontspannen, groovy arrangement dat perfect aansloot bij de tijdsgeest.

S-S-S-Single Bed groeide uit tot een internationale hit.

In het Verenigd Koninkrijk bereikte de single de vierde plaats in de hitlijsten, terwijl het nummer in Australië zelfs de absolute nummer één-positie wist te veroveren.

Ook in diverse Europese landen werd de single warm onthaald en veelvuldig op de radio gedraaid.

Ondanks het grote succes van de single bleek het een van de laatste grote stappen van de groep te zijn; niet lang daarna viel het doek voor Fox en ging Noosha Fox solo verder.

Kenny Young werd op 14 april 1941 geboren als Shalom Giskan in Jeruzalem.

Op jonge leeftijd verhuisde hij met zijn familie naar New York, waar hij opgroeide op de Lower East Side van Manhattan.

Rond zijn tweeëntwintigste nam hij de artiestennaam Kenny Young aan en ging hij aan de slag als liedjesschrijver in het legendarische Brill Building in New York, het bruisende centrum van de Amerikaanse popmuziek in die tijd.

Zijn doorbraak kwam er in 1964, toen hij samen met Arthur Resnick het nummer ‘Under the Boardwalk’ schreef.

Het werd een enorme hit voor The Drifters en groeide uit tot een tijdloze klassieker die later door talloze grote namen werd gecoverd, onder wie The Rolling Stones, The Beach Boys en Bruce Willis.

In de jaren zestig volgden nog meer succesvolle liedjes van zijn hand, waaronder ‘Just a Little Bit Better’ voor Herman’s Hermits, ‘Arizona’ voor Mark Lindsay en ‘Captain of Your Ship’ voor Reparata and the Delrons.

Toen hij ter promotie van dat laatste nummer naar het Verenigd Koninkrijk reisde, besloot hij zich daar definitief te vestigen.

Hij boekte succes met zangeres Clodagh Rodgers en niet veel later formeerde hij de groep Yellow Dog, die in 1978 scoorde met het nummer ‘Just One More Night’.

Aan het begin van de jaren tachtig schreef hij samen met Chaz Jankel het nummer ‘Ai No Corrida’, dat in de bekende uitvoering van Quincy Jones een wereldwijde danshit werd.

In de latere fase van zijn leven richtte Young zich steeds meer op milieubescherming.

Hij bracht zijn muzikale netwerk en zijn maatschappelijke betrokkenheid samen in initiatieven zoals het Earth Love Fund en Artists Project Earth.

Via benefietprojecten en het nummer ‘Spirit of the Forest’, waaraan talloze internationale artiesten meewerkten, haalde hij aanzienlijke bedragen op voor het behoud van de regenwouden en klimaatacties.

Voor die inspanningen werd hij geëerd door het milieuprogramma van de Verenigde Naties.

Hij overleed op 14 april 2020 op negenenzeventigjarige leeftijd.

Gisteren nog vandaag

Noosha Fox, geboren als Susan Traynor in het Australische Brisbane, verwierf in de tweede helft van de jaren zeventig grote bekendheid als de opvallende frontvrouw van de Britse popgroep Fox.

Met haar excentrieke verschijning, theatrale uitstraling en heel herkenbare, ietwat lome en zwoele stemgeluid wist ze een onuitwisbare indruk achter te laten.

Samen met songwriter en producer Kenny Young scoorde de band grote successen met nummers als S-S-S-Single Bed en Imagine Me, Imagine You.

Toen de groep Fox eind 1976 uit elkaar ging, zette ze haar muzikale pad voort als solozangeres.

In 1977 bracht ze haar debuutsingle ‘Georgina Bailey’ uit, eveneens geschreven en geproduceerd door Kenny Young.

Het nummer sloot naadloos aan bij de elegante stijl die ze met haar eerdere band had opgebouwd: een mengeling van cabaretachtige pop, verfijnde instrumentatie en haar karakteristieke zangstijl.

‘Georgina Bailey’ bereikte de Britse hitlijsten, terwijl de single ook in de Benelux veelvuldig op de radio te horen was.

Na dit succesvolle solodebuut bracht Noosha Fox in 1979 een titelloos soloalbum uit en verschenen er nog enkele singles, waaronder ‘More Than Tomorrow’ en ‘Skin Tight’.

Hoewel haar latere werk de hoge hitparadeposities van haar beginjaren niet meer wist te herhalen, bleef ze een geliefde en stijlvolle cultfiguur binnen de popmuziek.

Na haar actieve periode in de jaren 70 en vroege jaren 80 koos Noosha Fox bewust voor een gezinsleven buiten de muziekwereld.

Ze is getrouwd met arts Michael Goldacre en het koppel kreeg vier kinderen.

Een van hun kinderen is de bekende Britse wetenschapsjournalist en auteur Ben Goldacre.

In 2022 verscheen haar comebackalbum ‘Back Here in England’ onder haar oude artiestennaam.

De nu 81-jarige zangeres leidt nu een teruggetrokken bestaan in Engeland en geniet van haar pensioen.

Dizzy Man’s Band, wij zijn echte meelbieten

De Nederlandse Dizzy Man’s Band werd in 1968 opgericht door zanger Jacques Kloes en leden van de voormalige band The Fellows.

De band heette toen Take Five en coverde muziek van Blood, Sweat & Tears en Chicago.

In 1970 wordt de groepsnaam veranderd in Dizzy Man’s Band.

Tijdens de liveoptredens speelt Bob Ketzer, hun percussionist en tevens roadmanager, op toneel een clowneske figuur.

In de nazomer van datzelfde jaar is ‘Tickatoo’ de eerste hit, goed voor n°2 in Vlaanderen en n°6 in Nederland.

Volgens sommigen is dit nummer (niet onterecht) een doorslagje van ‘Down On The Corner’ van Creedence Clearwater Revival.

Tot 1978 scoort Dizzy Man’s Band 15 hits in Nederland, waaronder ‘The Show’, ‘Everday In Action’ en ‘Money The Phoney’.

Met ‘The Opera’ staan ze in de zomer van 1975 opnieuw op n°2 in de Ultratop.

Deze keer is het succes in Nederland even groot.

Het nummer stond ook 16 jaar lang in de Nederlandse Radio 2 Top 2000.

Van de acht bandleden zijn er nog slechts vier in leven.

Zanger Jacques Kloes overleed op 2 april 2015 op 67-jarige leeftijd.

Ook gitarist Dirk van der Horst, organist/pianist Herman Smak en Bob Ketzer zijn reeds overleden.

Gisteren nog vandaag

Vader Abraham, 13 dingen dat je nog niet van me weet

Oorspronkelijk had Vader Abraham geen echte volle baard, maar droeg hij enkel een zwarte sik in combinatie met een opplakbaard.

Pas in de loop der tijd liet hij zijn eigen baard groeien, die hij voor optredens steevast grijs spoot.

Tijdens een live-uitzending van de NCRV-actie Geven voor Leven in 1974 liet hij zijn befaamde gezichtsbeharing afscheren, nadat de opbrengst boven de vijftig miljoen gulden was uitgekomen, precies zoals hij van tevoren had beloofd.

Nadat de tondeuse eroverheen was gegaan, gaf de zanger toe toch niet heel blij te zijn met het verdwijnen van zijn handelsmerk.

Om die reden trad hij tot zijn eigen baard weer volledig was aangegroeid tijdelijk op met een nepbaard.

Achter deze kenmerkende look schuilt Pierre Kartner, die al voor zijn doorbraak als Vader Abraham enorm actief was in de muziekwereld als zanger, liedjesschrijver en producer.

Zo ontdekte hij onder andere Corry Konings en Mieke en schreef hij talloze hits voor bekende Nederlandse artiesten.

Het personage Vader Abraham ontstond in 1971 bij het schrijven van de carnavalshit Vader Abraham had 7 zonen, waarvoor hij spontaan een bolhoed en nepbaard opzette.

Met Het kleine café aan de haven en vooral ’t Smurfenlied behaalde hij gigantische internationale successen.

’t Smurfenlied verkocht wereldwijd miljoenen exemplaren en bracht hem zelfs tot op de Engelse televisie bij Top of the Pops.

Kartner stond bekend als een ongekende werkarchitect die duizenden nummers schreef, en hij bleef tot op hoge leeftijd optreden en componeren.

Op 8 november 2022 overleed Pierre Kartner op 87-jarige leeftijd in Breda.

De uitvaart vond in besloten kring plaats op 11 november 2022, geheel in lijn met zijn privacywensen.

Van beeldbuis tot smart-tv: de evolutie van de breedbeeldtelevisie sinds 1991

In 1991 veranderde het televisielandschap ingrijpend met de introductie van de allereerste breedbeeldtelevisie op de consumentenmarkt.

Tot die tijd keek de wereld op vierkante schermen met een beeldverhouding van 4:3, wat betekende dat speelfilms in het bekende bioscoopformaat vaak werden afgesneden of onaantrekkelijke zwarte balken boven en onder het beeld vertoonden.

Met de komst van de 16:9-beeldverhouding haalden pioniers zoals Philips de bioscoopbeleving naar de huiskamer.

De eerste generatie breedbeeldtelevisies maakte nog steeds gebruik van een traditionele kathodestraalbuis.

Het waren zware, kolossale meubelstukken die tientallen kilo’s wogen en diep de kamer in staken, maar de panoramische ervaring die ze boden legde het fundament voor een nieuwe standaard.

In de zomer van 1991 kwam de bioscoop thuis zo een stapje dichterbij door de introductie van de eerste breedbeeld 16:9 televisietoestellen en het begin van de eerste tv-uitzendingen per satelliet volgens dit nieuwe, grotere beeldformaat.

Deze eerste stappen op weg naar volledige high-definition-tv waren nog voorzichtig, de uitzendingen vonden mondjesmaat plaats en de toestellen waren behoorlijk prijzig, want voor een nieuw tv-toestel moest bijna 4.500 euro worden neergeteld.

Daar kreeg de kijker wel een zichtbare verbetering voor terug.

Een van de eerste demonstratietoestellen van de nieuwe 16:9-tv’s van Philips stond opgesteld voor de pers.

Het was een mooi, maar groot apparaat.

Wanneer het toestel werd aangezet, verscheen er een vertrouwd testbeeld op het scherm in de normale 4:3-verhouding, wat het beeldformaat was van de toenmalige televisies waarvoor alle camera’s, studio-apparatuur, tv-zenders en ontvangers waren ingericht.

Omdat de beeldbuis van deze nieuwe televisie een stuk breder was, waren er zwarte balken links en rechts op het beeld te zien.

Dat zou veranderen als er daadwerkelijk tv-uitzendingen volgens het 16:9-beeldformaat plaatsvonden, wat mogelijk werd gemaakt door de nieuwe Europese uitzendnorm D2-MAC.

Tijdens de Berlijnse Funkausstellung, eind augustus van dat jaar, zouden de eerste breedbeeld-tv-uitzendingen plaatsvinden.

De Duitse satellietzender 1 Plus had toen reeds aangekondigd dagelijks via de TV-Sat minstens één speelfilm in het brede formaat uit te zenden. Andere zenders zouden volgen, zoals de abonnee-tv-kanalen van BSkyB in Engeland.

Begin 1992 zou waarschijnlijk ook het Nederlandse D2-TV volgen, waarbij de publieke omroepen per satelliet eveneens breedbeeld-uitzendingen zouden verzorgen.

In Vlaanderen werd D2-TV echter niet op grote schaal ingezet door de eigen openbare omroep (toen de BRTN) of commerciële zenders zoals VTM.

België beschikte toen al over een van de meest dekkende kabelnetwerken ter wereld.

Omdat D2-MAC primair was ontworpen voor directe satellietuitzendingen en doorgifte via specifieke kabeldecoders, verkozen de Vlaamse omroepen en kabelbeheerders een andere route voor breedbeeld.

Voor de overgang naar het 16:9-formaat maakten zij in de jaren negentig voornamelijk gebruik van uitzendingen in letterbox en later de PALplus-techniek, die direct compatibel waren met het bestaande analoge kabelnet en de traditionele televisietoestellen.

Vlaamse kijkers kwamen wel in aanraking met D2-MAC wanneer ze beschikten over een eigen schotelantenne of wanneer de lokale kabelmaatschappij buitenlandse satellietkanalen doorgaf, aangezien Duitstalige en Franstalige zenders wel via D2-MAC uitzonden.

Aangezien de benodigde decoders en televisies erg duur waren en de technologie al snel werd ingehaald door de opkomst van de volledig digitale DVB-standaard, is D2-TV in Vlaanderen nooit een volksstandaard geworden.

Omdat er toen nog niet zo heel veel van dergelijke uitzendingen waren, hadden de technici een aardig foefje bedacht.

Een druk op de knop movie expand zorgde ervoor dat het testbeeld plotseling beeldvullend werd en als het ware werd opgeblazen om tot de volle breedte te reiken.

Daarbij ging een stuk van de boven- en onderkant van het beeld verloren.

Bij een testbeeld stond dat heel raar, maar bij gewone tv-programma’s viel het beeldverlies enorm mee.

Men gaf aan dat degenen die het toestel thuis hadden staan, al snel vrijwel uitsluitend naar het uitgerekte beeld keken.

Deze functie kwam pas echt goed tot zijn recht als er een speelfilm in de volle breedte werd uitgezonden in het zogenaamde letterbox-formaat, met een zwarte balk boven en onder in het beeld.

Met de movie expand-knop verdwenen de beide zwarte balken en vulde de film het volledige scherm.

Daarbij kon via een speciale tilt-functie het beeld op en neer worden bewogen, zodat de ondertiteling goed leesbaar bleef.

Met deze knop zorgde zelfs een gewone tv-uitzending voor een uitstekende breedbeeld-sensatie.

Dat gold niet alleen voor tv-uitzendingen, maar ook voor het afspelen van voorbespeelde videobanden en Laserdisc-beeldplaten die als letterbox waren uitgevoerd.

Helaas werden destijds niet alle films zo uitgezonden of op band gezet en werd er veelal gebruikgemaakt van de zogenaamde pan-and-scanmethode.

Hierbij werd van het oorspronkelijke 16:9-filmbeeld een uitsnede gemaakt, waardoor een gedeelte van het oorspronkelijke beeld verloren ging.

Wanneer er in D2-MAC zou worden uitgezonden, kon ook dit probleem worden opgelost.

Bij deze nieuwe tv-norm bestond namelijk de mogelijkheid om pakketjes met digitale informatie mee te sturen.

Zo kon in D2-MAC een speelfilm op tv-toestellen van het beeldformaat 4:3 met de pan & scan-methode worden getoond, terwijl bezitters van 16:9-toestellen van de volle beeldbreedte konden genieten.

Voor het einde van dat jaar brachten verschillende Europese fabrikanten dergelijke breedbeeld-tv-toestellen op de markt.

Het getoonde model van Philips zou in de winkels verkocht worden voor net iets minder dan 4.500 euro.

De tv-toestellen van de nieuwe 16:9-generatie waren nog geen high-definitiontoestellen, want hoewel het beeld groter was, werd er nog gebruikgemaakt van het toenmalige systeem van 625 beeldlijnen.

Tv-toestellen die 1250 beeldlijnen toonden, bestonden nog niet, omdat de beeldbuistechniek nog niet zo ver gevorderd was dat er zoveel lijnen op een buis getoond konden worden.

Daarom kon men destijds echte HDTV uitsluitend via een projectiesysteem zien,

Het maken van echte HDTV-beeldbuizen vormde de volgende grote uitdaging.

De gaatjes in het scherm moesten daarvoor nog kleiner worden dan de toenmalige 0,75 millimeter bij high-end toestellen, tot theoretisch 0,35 millimeter.

Toch kon met de nieuwe 16:9-toestellen al een bijzonder goede beeldkwaliteit worden bereikt, onder andere door toepassing van de 100 Hertz-techniek waarmee een rustiger beeld werd verwezenlijkt.

Daarnaast paste men alle andere foefjes toe die in de high-end tv-toestellen het PAL-beeld zo mooi hadden gemaakt, inclusief de mogelijkheid om bij klaarlichte dag een haarscherp en duidelijk beeld te bieden.

De vraag was natuurlijk wie de nieuwe 16:9 tv-toestellen zou kopen.

De nieuwe 16:9 tv-toestellen waren met hun 4.500 euro beslist niet goedkoop, en Philips en collega Thomson, die een soortgelijk apparaat op de markt brachten, rekenden op een bescheiden markt van enkele duizenden toestellen in het eerste jaar.

Men dacht daarbij aan de aantallen die toen verkocht werden van de extra grote tv-toestellen met een beeldbuis van tachtig centimeter of meer, die eveneens bijzonder duur waren.

Als de verkochte aantallen omhoog zouden gaan, zou de prijs vanzelf zakken.

De nieuwe Philips breedbeeld-tv, de 36 ML8906, werd toen uitsluitend geleverd als drie-eenheid: in de eerste plaats het toestel zelf met het grote beeldbuisformaat in de verhouding 16:9, daarnaast het Cinema Sound System waarmee de cd-geluidskwaliteit optimaal tot zijn recht kwam en flink kabaal gemaakt kon worden bij spektakelfilms en concerten, en tenslotte een aparte tuner.

Daarbij kon gekozen worden uit een satelliet-tuner voor bezitters van een eigen schotelantenne, of een kabel-MAC-tuner voor aansluiting op een kabelnet waarop D2-MAC-signalen werden doorgegeven.

Na deze 16:9 breedbeeldtoestellen met D2-MAC zou de volgende stap HD-MAC zijn, de echte high-definitiontelevisie met 1250 beeldlijnen.

Philips kondigde toen aan dat dergelijke toestellen al in het voorjaar van 1994 verkrijgbaar zouden zijn, wat in tegenstelling was tot eerdere berichten die spraken van 1995.

Philips Nederland gaf toen aan in het begin geen grote aantallen te verwachten, maar dacht dat het zichtbaar grotere beeld een aantrekkingskracht zou uitoefenen op de trendsetters.

Met de introductie van de breedbeeld 16:9 tv-toestellen ging de televisie een nieuwe fase in. Technisch gesproken was het uiteindelijk de consument die zou bepalen of deze extra uitbreiding van het tv-beeld ook werkelijk de moeite en het geld waard was, terwijl de Europese elektronische industrie met grote belangen op het spel de vingers gekruist hield.

Voor de televisieomroepen bracht deze verschuiving van 4:3 naar 16:9 een enorme operationele en technische uitdaging met zich mee.

In de beginjaren beschikte het overgrote deel van de kijkers immers nog over een oude, vierkante beeldbuis.

Zenders moesten daardoor gedurende een lange overgangsperiode dubbel werk verrichten of creatieve oplossingen bedenken, zoals het uitzenden in letterbox (zwarte balken) of het toepassen van zogenaamde PALplus-signalen.

Ook de cameramensen, regisseurs en decorbouwers moesten hun manier van werken volledig herzien.

Bij het kadreren van beelden moesten regisseurs rekening houden met de safe zone: cruciale informatie, zoals nieuwslezers of spelscores, moest in het midden van het beeld blijven staan, zodat kijkers met een oud toestel het niet misten, terwijl het volledige 16:9-beeld werd benut door bezitters van een breedbeeld-tv.

Pas toen de consumentenmassa massaal overstapte, schakelden zenders definitief over naar een volledig digitale 16:9-productieketen.

Vandaag de dag sturen omroepen hun programma’s op een geheel andere manier de wereld in.

De analoge ether- en kabelsignalen van vroeger zijn volledig verdwenen en vervangen door digitale distributie.

Zenders zenden nu voornamelijk uit in High Definition (1080i of 1080p) via glasvezel, digitale kabel, satelliet en het internet.

Daarnaast is de lijn tussen traditionele lineaire televisie en online distributie vervaagd.

Omroepen maken gebruik van geavanceerde compressietechnieken zoals H.264 en HEVC (H.265) om hoogwaardige beelden efficiënt te streamen.

Naast de traditionele live-uitzendingen bieden zenders hun content simultaan of on demand aan via eigen apps en streamingplatforms, waarbij het signaal zich automatisch aanpast aan de schermgrootte en de internetsnelheid van de gebruiker.

In de decennia die volgden, maakte de televisietechnologie een stormachtige ontwikkeling door.

De zware beeldbuis maakte in het eerste decennium van de 21e eeuw plaats voor platte plasmaschermen en lcd-televisies, waardoor het beeldscherm voortaan aan de muur kon worden opgehangen.

Samen met de vorm veranderde ook de beeldkwaliteit razendsnel.

De overstap van standaarddefinitie naar HD en later Full HD zorgde voor een revolutie in scherpte, gevolgd door 4K en 8K, waarbij pixels voor het menselijk oog vrijwel onzichtbaar werden.

Tegelijkertijd evolueerden de schermtechnologieën naar OLED en QLED, wat resulteerde in ongeëvenaard contrast, diepe zwartwaarden en spatzuivere kleuren.

Met de opkomst van het internet transformeerde het scherm bovendien van een passief ontvangsttoestel tot een slimme hub.

De moderne smart-tv biedt direct toegang tot streamingdiensten, games en apps, waarmee de traditionele grens tussen tv, computer en bioscoop definitief is vervaagd.

Kijkend naar de toekomst staat de tv-industrie opnieuw aan de vooravond van een fascinerende transformatie.

Een van de belangrijkste technologische doorbraken is MicroLED, een technologie die de voordelen van OLED combineert met een extreem hoge helderheid en een lange levensduur, opgebouwd uit modulaire panelen die op termijn schermen van elk denkbaar formaat mogelijk maken.

Schermen worden bovendien flexibeler en integreren beter in het interieur.

In de toekomst zullen oprolbare, transparante en opvouwbare displays steeds gangbaarder worden, waardoor het zwarte vlak in de woonkamer verdwijnt wanneer het toestel niet wordt gebruikt.

Ook kunstmatige intelligentie gaat een steeds grotere rol spelen door beelden in realtime te herstellen, scherper te maken en aan te passen aan het omgevingslicht.

Daarnaast wordt geëxperimenteerd met ruimtelijke weergave en brillenvrij 3D, waarbij beelden diepte krijgen en vanuit verschillende hoeken realistisch ogen.

De televisie van de toekomst wordt zo minder een fysiek apparaat op een dressoir en steeds meer een naadloos, interactief venster op de wereld.

35 jaar geleden: nieuwe kans voor de laserdiscs

In de Verenigde Staten waren er destijds overal gespecialiseerde Laserdisc-winkels te vinden, en men verwachtte dat er tegen het einde van dat jaar meer dan drieduizend verkooppunten zouden zijn, terwijl de hardware ook op Europees niveau beschikbaar was.

Japan was op dat moment het enige land met een volwassen markt voor de beeldplaten.

Men verwachtte er in dat jaar meer dan een miljoen spelers te verkopen, geproduceerd door alle elektronicafabrikanten met uitzondering van JVC, wat het totale aantal spelers in Japanse huishoudens voor het einde van het jaar ruim over de vier miljoen zou brengen.

De keuze aan software was daar erg groot met meer dan tienduizend beschikbare titels van acht verschillende fabrikanten.

Ondertussen begon ook in Amerika de cd-video van de grond te komen, waar toen ongeveer een half miljoen spelers bij de mensen thuis stonden.

Die markt zou dat jaar nog verder groeien met rond de 300.000 exemplaren.

Het Amerikaanse aanbod omvatte meer dan vijfduizend titels en groeide maandelijks met ongeveer 140 nieuwe releases, waardoor er tegen het einde van het jaar ongeveer zevenduizend verschillende platen te koop zouden zijn.

Het voorgaande jaar was in Europa het startsein gegeven voor een derde poging om de beeldplaat aan de man te brengen.

De plaat werd toen van CD-video omgedoopt in Laserdisc en de European Laserdisc Association, afgekort als ELDA, werd opgericht om de Europese zaken gecoördineerd aan te pakken.

Dat was hard nodig, want in de oude wereld waren er in het begin van dat jaar slechts 85.000 spelers in gebruik, waarvan er ongeveer de helft in Frankrijk stond.

In Nederland lag dat aantal naar schatting tussen de zeven- en achtduizend.

Hoewel de derde lancering van de beeldplaat op een cynisch onthaal van de pers stuitte, kon niemand eromheen dat de Laserdisc technisch gezien een fenomenaal product was dat verreweg de beste kwaliteit bood voor zowel beeld als geluid.

Robert van Eck, de voorzitter van de ELDA, legde uit dat de consument nog moest leren om video’s te kopen.

Daarom werkte de organisatie met lokale comités die inspeelden op de specifieke behoeften per land, zoals wetgeving, ondertiteling, dubbing en de lokale smaak.

In Frankrijk was die aanpak al aardig geslaagd; het was niet alleen het land met de grootste Laserdisc-penetratie, maar de markt voor koopvideo’s was er in drie jaar tijd ook gestegen van nul procent naar meer dan de helft van de totale markt.

Wie een kijkje nam in een winkel als de Virgin Megastore op de Champs-Élysées in Parijs, begreep meteen waarom, want daar stond een groot aanbod aan platen opgesteld naast diverse demonstratiemodellen van spelers.

Een van de redenen waarom Laserdiscs tot dan toe nog niet echt aansloegen, was het feit dat de gemiddelde koper zich er geen voorstelling van kon maken wat zo’n systeem precies presteerde.

Een nauwe samenwerking tussen de aanbieders van hardware en software was dus van levensbelang.

Volgens Van Eck zorgde de ELDA er in veel gevallen voor dat deze partijen voor het eerst met elkaar rond de tafel gingen zitten.

Een volgend probleem was dat beide aspecten ook in dezelfde winkel te zien moesten zijn, iets wat op een enkele uitzondering na nog vaak ontbrak. In Nederland leverden op dat moment drie fabrikanten Laserdisc-spelers, te weten Philips, Sony en Pioneer.

Vooral Pioneer was van plan om zich extra in te spannen voor het medium en zou binnenkort starten met een speciale Laserdisc-roadshow om de voordelen van de beeldplaat persoonlijk aan het publiek te tonen.

Op het gebied van software was het aanbod in Europa destijds nog niet zo groot, met naar schatting zo’n zes- tot zevenhonderd beschikbare titels.

Ongeveer vijfhonderd daarvan waren muziekplaten, variërend van klassiek tot pop, met onder andere concerten en clipcollecties.

Daarnaast waren er speelfilms beschikbaar, waarvan zo’n zeventig in Duitsland en al meer dan honderd in Frankrijk.

In het Nederlandse taalgebied toonden RCA Columbia Video, Warner Home Video en Cascar zich actief. RCA was toen het meest actief met een aardig aanbod aan films zoals Red Heat, My Stepmother Is An Alien, La Bamba, Robocop, Ghostbusters en Karate Kid III, die voor een prijs van 59,95 gulden, omgerekend 27,20 euro, over de toonbank gingen.

Bij Warner Home Video viel op dat moment vooral de titel Batman op. Het label Cascar, een dochter van Super Club en Philips, bracht films uit van Vestron, Cinema International en natuurfilms van National Geographic, wat goed was voor zo’n zestig titels.

Daarnaast zou er binnenkort ook materiaal van Disney verschijnen via Buena Vista Home Entertainment.

De Laserdisc bood echter meer dan alleen een concert of film op een plaat, want men was in de Verenigde Staten volop bezig met het toevoegen van extra dimensies aan het beeld. In de eerste plaats waren veel films verkrijgbaar in twee verschillende formaten.

Allereerst was er de gewone, beeldvullende variant via de zogenaamde pan-and-scan-methode.

Omdat het volle beeld van een bioscoopfilm niet helemaal op een traditioneel televisiescherm paste, koos men bij deze methode een nieuwe uitsnede, waardoor er steeds een gedeelte van het oorspronkelijke beeld wegviel.

Dit gold als een nachtmerrie voor elke filmliefhebber en menig regisseur.

Daarom kwamen er in Amerika veel films uit op het zogenaamde letterbox-formaat, waarbij de hele film wordt getoond met een zwarte balk boven en onder het beeld, zodat het volledige breedbeeld zichtbaar bleef voor de echte cinefielen.

Voor de toekomst bood dit brievenbusformaat extra mogelijkheden, aangezien de toekomstige breedbeeldtelevisies de optie zouden hebben om dergelijke beelden op te blazen tot de volle hoogte en breedte van het grotere scherm.

De kwaliteit vormde daarbij geen enkel probleem, want de beeldplaat had een oplossend vermogen van 400 lijnen, vergeleken met slechts 240 lijnen voor de gemiddelde videorecorder.

Een andere mogelijkheid die speciaal op filmgekken was gericht, was het aanbieden van extra informatie.

Het Amerikaanse merk Criterion Collection specialiseerde zich in zulke cinefiele edities van bioscoopfilms.

Bij titels als Raging Bull en Taxi Driver kreeg de koper naast de film bijvoorbeeld een documentaire over het maken van de productie en de originele promotiefilmpjes.

Bovendien gaf regisseur Martin Scorsese op een apart geluidsspoor commentaar bij de film.

Voordat zulke extra’s in Nederland beschikbaar zouden zijn, was men naar verwachting wel weer een paar jaartjes verder.

Wie destijds een Laserdisc-speler wilde aanschaffen, had nog niet zo heel veel keuze.

Er waren drie fabrikanten waarvan de apparaten ruim verkrijgbaar waren: Philips, Sony en Pioneer.

De prijzen begonnen bij ongeveer 1200 gulden, wat omgerekend neerkwam op circa 544,54 euro.

Voor dat bedrag kocht men een speler die niet alleen laserdiscs van alle formaten kon afspelen, maar ook geschikt was voor gewone audio-cd’s.

Het verdient daarom aanbeveling om de speler niet alleen op de televisie, maar eveneens op de hifi-installatie aan te sluiten.

Alleen Sony had op dat moment een multisysteemspeler op de markt waarmee ook Amerikaanse en Japanse Laserdiscs konden worden afgespeeld.

Deze buitenlandse platen werkten volgens de NTSC-kleurennorm en konden daardoor niet op alle gangbare Europese televisies worden aangesloten.

Naar alle waarschijnlijkheid zou ook Pioneer later dat jaar met een eigen multisysteemspeler op de proppen komen.

In de Noord-Hollandse plaats Huizen hield Ron Exalto zich destijds bezig met zijn speciaalzaak Elvic.

Hij was al jaren bezeten van het medium en had van zijn hobby zijn werk gemaakt, waarmee hij de enige winkel in Nederland bezat die zich exclusief toelegde op beeldplaten.

Exalto had in zijn zaak zowel de spelers als de discs overzichtelijk naast elkaar uitgestald, zodat hij klanten die nog niet bekend waren met het medium direct kon tonen wat er allemaal mogelijk was.

Wat ooit was begonnen als een klein postorderbedrijfje, was uitgegroeid tot een van de grootste collecties Laserdiscs in het land, met een sterke specialisatie in speelfilms en popmuziek.

Klassieke muziek was er op bestelling leverbaar en hij bood regelmatig speciale acties aan.

Zo had hij destijds een partij Nederlandse Laservision-kinder-video’s opgekocht en importeerde hij platen uit Engeland en de Verenigde Staten. De winkel was gevestigd aan de Haardstedelaan 2 in Huizen.

Laserdiscs werden destijds gezien als het mooiste videomedium dat men zich kon bedenken, dankzij een fantastische beeldkwaliteit en volledig digitaal geluid dat via de hifi-installatie voor een echte bioscoopervaring in de huiskamer zorgde.

Toch was de Laserdisc in Nederland toen nog steeds niet het grote succes dat het feitelijk had moeten zijn, terwijl het medium in Japan en de Verenigde Staten wel een redelijk succes genoot.

De geschiedenis van de beeldplaat was toen ongeveer tien jaar daarvoor begonnen. Met de introductie van de compactdisc bleek destijds dat dit medium ook uitstekend geschikt was voor de opslag van beelden.

Onder de naam Laservision werden de eerste beeldplaten op een formaat van 30 centimeter uitgebracht, maar dat werd destijds geen doorslaand succes.

De videorecorder was toen net aan een sterke opmars begonnen en iedereen riep dat men met een Laservision-speler niet zelf programma’s kon opnemen.

Bovendien was het in die tijd nog onduidelijk welk beeldplaatsysteem de toekomst zou gaan worden.

Uit Amerika kwam destijds het CED-systeem van RCA, dat nog met een conventionele naald werkte, terwijl JVC het VHD-systeem voor beeldplaten ontwikkelde.

Hoewel Laservision technisch het meest geavanceerde systeem van de drie was, hield het destijds in Europa en Amerika evenmin gemakkelijk stand.

Alleen in Japan zette men destijds door op de ingeslagen weg. Ondertussen evolueerde de techniek en in 1987 werd ook in Europa en Amerika een nieuwe versie van Laservision geïntroduceerd onder de naam CD-video.

Hierbij werd het geluid voortaan digitaal opgeslagen in plaats van analoog. Bovendien werden de nieuwe spelers geschikt gemaakt voor alle soorten compact discs, zodat zowel de audio-cd als de nieuwe CD-video en de oudere Laservision-platen erop konden worden afgespeeld.

Maar ook na deze tweede introductieronde bleef het grote succes in Europa aanvankelijk uit, terwijl de markt in Japan juist wel goed begon aan te trekken.

Men was daar inmiddels tien jaar bezig met het medium en aan het begin van dat jaar stonden er volgens Robert van Eck al zo’n 3,2 miljoen spelers bij de Japanse consumenten thuis.

De voornaamste reden dat het systeem uiteindelijk nooit doorbrak bij het grote publiek, lag in de harde concurrentie met de VHS-videoband.

De consument gaf massaal de voorkeur aan het gemak van de videorecorder, waarmee men zelf televisieprogramma’s en films van de televisie kon opnemen. Een Laserdisc-speler bood die opnamemogelijkheid niet en was puur een afspeelmedium.

Daarnaast bleven de aanschafkosten voor zowel de spelers als de grote, kwetsbare disc-platen erg hoog in vergelijking met de goedkope magneetbanden.

Ook het feit dat men een film halverwege handmatig moest omdraaien, omdat de disc twee kanten had, werd door velen als onpraktisch ervaren.

Hoewel filmliefhebbers en cinefielen bleven zweren bij de superieure beeld- en geluidskwaliteit, bleef die Laserdisc daardoor een nicheproduct voor de fijnproever.

Het definitieve einde van het systeem werd ingeluid aan het einde van de jaren negentig met de komst van de DVD.

Dit nieuwe digitale medium bood dezelfde hoge kwaliteit, maar dan op een handzaam, kleiner schijfje dat goedkoper te produceren was en bovendien wél moeiteloos een volledige film op één zijde kon tonen.

De productie van de Laserdisc-spelers en de platen werd hierna wereldwijd afgebouwd, tot Pioneer in het begin van de 2000-jaren de fabricage van de allerlaatste spelers definitief stopzette.

40 jaar geleden, Anita Heilker, ik ben in vertrouwde handen

Zes jaar lang was Anita Heilker (geboren als Antoinetta Johanna Margaretha Blanker) de opvallende zangeres van The Dolly Dots.

Met haar debuutsingle “You’ve got me keyed up” liet ze in 1986 horen dat ze ook buiten de groep kan schitteren.

In een openhartig gesprek met Veronica destijds, vertelt Anita over haar afscheid van de Dolly Dots, haar nieuwe uitdagingen, haar privéleven en haar plannen voor de toekomst.

Eind vorig jaar, in 1985, stond Anita nog één keer met de Dolly Dots op het podium.

Daarna was het definitief afgelopen.

Ze zong onder andere “She’s a liar” en “Doowahdidday” en nam emotioneel afscheid van het publiek. “Ooit hoopte ik toch weer een keer met de groep te zingen,” geeft ze toe, “maar diep vanbinnen wist ik dat het moment was gekomen om solo verder te gaan.”

De echte reden voor haar vertrek was haar dochter Robin.

Anita koos er bewust voor om haar zangcarrière tijdelijk op een lager pitje te zetten. “Uit liefde voor Robin gaf ik de Dolly Dots op,” vertelt ze openhartig.

Ze wilde geen afwezige moeder zijn en koos ervoor om meer tijd met haar kind door te brengen.

“Ik kon het niet opbrengen om mijn kindje avond na avond alleen te laten,” bekende ze toen.

“Mijn vroegere collega’s en ik zijn nog steeds goede vriendinnen.

Daarom haal ik behoorlijk van de roddels als ze uit de Dolly Dots zijn gezet.

Ik ben volledig uit vrije wil opgestapt. Enkel uit liefde voor mijn baby gaf ik mijn zangcarrière op!”

Het management van de groep had gehoopt dat Anita na drie maanden weer zou terugkeren, maar Anita hield voet bij stuk.

Er kwam geen groots afscheidsconcert. “Anita’s ex-collega’s hebben geen tijd voor een afscheidsconcert,” legt ze uit. De planning liet het simpelweg niet toe.

Anita werkte hard aan haar solodebuut. Ze trainde haar stem, werkte aan haar uiterlijk en zocht de beste mensen om mee samen te werken.

Haar eerste single “You’ve got me keyed up” is een fris, dansbaar nummer dat direct laat horen dat Anita ook als soloartieste een sterke stem heeft.

Ze werkte voor dit project opnieuw samen met vertrouwde krachten uit de Dolly Dots-periode, zoals producer Peter van Asten en tekstschrijvers Richard de Bois en Richard Curiale.

“Ik ben in vertrouwde handen,” zegt Anita lachend. “Dat geeft me een veilig gevoel.

Tegelijkertijd werk ik ook met nieuwe mensen en dat maakt het extra spannend.”

Momenteel is Anita druk bezig met de voorbereidingen van haar nieuwe elpee.

Daarnaast heeft ze onlangs een nieuw huis betrokken met haar man Ton.

“Eindelijk is ze dan toch met haar man en manager Ton uit het verre Spijkenisse in het Gooi komen wonen,” vertelt ze.

Anita en Ton beginnen daar een nieuw leven.

Het huis is nog niet helemaal klaar, maar ze is er erg blij mee. “Ja, nu is het wel gelukt,” zegt ze. “We wonen nu op een plek die ideaal is, dat moet je zien.”

Vooral de kinderkamer had toen veel aandacht gekregen.

Anita is dolgelukkig dat de kinderkamer nu helemaal is ingericht.

Samen met Ton heeft ze de kamer sfeervol en praktisch gemaakt, klaar voor dochter Robin.

Ze geniet van de rustige momenten thuis en heeft een ideale manier gevonden om werk en moederschap te combineren.

“Ik moest wel eventjes slikken toen ik mijn vijf collega’s van Barbados zag vertrekken,” bekent ze, verwijzend naar de laatste Dolly Dots-opnames.

In 1984 trouwden Anita en Ton Blanker in het geheim.

Het was een bijzondere dag die ze lange tijd voor zichzelf hielden. “Niemand wist ervan,” vertelt Anita.

De bruiloft vond plaats in besloten kring en Anita droeg een prachtige witte bruidsjurk.

Het koppel koos voor een intieme ceremonie, omdat ze de druk van de publiciteit wilden vermijden.

Anita benadrukte toen dat Robin altijd op de eerste plaats komt.

Alles wat ik doe, doe ik met haar in mijn achterhoofd.

Gelukkig heb ik goede opvang, zodat ik mijn werk als zangeres en mijn rol als moeder goed kan combineren.

Anita keek toen met vol vertrouwen naar de toekomst.

Al was ze wel toen realistisch over de muziekwereld, maar ze was vooral ontzettend gemotiveerd.

“Ik heb er enorm veel zin in. Dit is wat ik wil. Ik voel me klaar voor dit nieuwe hoofdstuk.”

Hoewel ze in 1984 met veel media-aandacht met Ton Blanker trouwde, liep het huwelijk begin jaren 90 op de klippen.

Samen kregen zij in 1985 één dochter, Robin. De breuk volgde na een turbulente periode.

Ton Blanker kwam na zijn actieve voetbalcarrière negatief in het nieuws en werd in de jaren negentig veroordeeld tot een gevangenisstraf wegens wapen- en drugshandel.

De inmiddels 65-jarige Ton Blanker werd in 1994 veroordeeld tot een gevangenisstraf van vijf jaar vanwege wapenbezit en drugshandel.

Deze straf heeft hij destijds volledig uitgezeten.

Toen de Dolly Dots in 1988 besloten definitief te stoppen, keerde Anita eenmalig terug op het podium om tijdens het afscheidsconcert in de Amsterdamse discotheek Escape nog een aantal nummers mee te zingen.

Exact tien jaar na het stoppen van de groep kwamen de meiden in de voltallige, originele bezetting (inclusief Anita) weer bij elkaar.

Ze traden op in het televisieprogramma Laat De Leeuw van Paul de Leeuw en gaven een reeks concerten voor fabrikant Princess.

In 2007 maakte Anita haar grote comeback bij de groep tijdens De Vrienden van Amstel LIVE!.

Vanwege dit enorme succes volgden er drie uitverkochte reünieconcerten in Ahoy Rotterdam en in 2008 de Goodbye For Now-tournee.

Na het overlijden van groepslid Ria Brieffies (in 2009) dachten de overgebleven Dots nooit meer op te treden.

Toch kwamen ze in 2020 (met Anita) weer bij elkaar voor een gastoptreden bij Symphonica in Rosso.

Daarna startten ze hun officiële, grootschalige Sisters on Tour-afscheidstournee, die wegens corona doorliep tot eind 2022.

De nu 65-jarige Anita Heilker is nog steeds actief.

Op liefdesgebied is Anita single, maar ze focust zich volop op haar vriendschappen en werk.

Ze treedt nog altijd veel op met haar beste vriendin en mede-Dolly Dot Esther Oosterbeek onder de naam Just A Little Bit More.

De twee hartsvriendinnen hebben recent zelfs plannen gedeeld om samen te gaan wonen.

Gisteren nog vandaag

Doris D And The Pins, winnaar Veronica Award week 24 van 1981

Debbie Jenner werd als kind gekenmerkt door een bijna ziekelijke verlegenheid, een eigenschap die haar in haar geboorteplaats Skegness vaak tot doelwit van pesterijen maakte.

Op school ervaarde zij het als een ware marteling om voor de klas te staan; vaak kreeg ze een brok in haar keel en kon ze geen woord uitbrengen wanneer een leraar haar een vraag stelde.

Zelfs haar eigen danslerares zag aanvankelijk geen toekomst voor haar en adviseerde haar moeder om haar een opleiding tot secretaresse te laten volgen.

Ondanks deze moeilijke start wist Debbie vanaf haar tiende al zeker dat ze danseres wilde worden, een droom die zij uiteindelijk verwezenlijkte bij het ballet van Maria Moore.

Samen met de andere danseressen van dit ballet, Ingrid de Goede, Yvonne Mehagnoul, Irene Verhoeven en Donna Baron, trad zij regelmatig op in AVRO’s TopPop wanneer er geen videoclips beschikbaar waren van artiesten in de hitparade.

Een cruciaal moment was mei 1980, toen de volledige groep in het programma playbackte en danste op het nummer Funkytown van Lipps Inc. playbackte en danste.

Lipps Inc. was een studioband van de Amerikaanse producer en componist Steven Greenberg, met Cynthia Johnson als zangeres.

Johnson was ook bekend van de band Flyte Tyme, waar de producers Jimmy Jam en Terry Lewis deel van uitmaakten.

Enkele jaren later produceerden zij het succesvolle album Control van Janet Jackson, met hits als Control, Nasty en What Have You Done For Me Lately.

Omdat de oorspronkelijke zangeres Cynthia Johnson hoogzwanger was en niet kon reizen, dachten veel kijkers dat deze balletgroep de werkelijke formatie van Lipps Inc. was.

Het nummer Funkytown bereikte de eerste plaats in zowel de Vlaamse BRT Top 30 als de Nederlandse Top 40.

Vanwege de enorme populariteit op de Europese radio was er een gezicht nodig voor de promotie in Europa.

Terwijl de hele groep in Nederland te zien was, werd Debbie Jenner door de platenfirma en de originele groep gekozen om voor dit nummer het gezicht voor Europa te worden, waarbij zij het nummer playbackte tijdens optredens.

Producenten Hans van Hemert en Piet Souer zagen het potentieel van de danseressen en benaderden hen om zelf een plaat op te nemen.

Debbie Jenner nam de artiestennaam Doris D. aan en vormde samen met haar vier Nederlandse danseressen de formatie Doris D. & The Pins.

De passie voor het dansen hielp Debbie uiteindelijk haar enorme verlegenheid te overwinnen; op het podium raakte zij in een soort trance, waardoor zij de mensen om haar heen vergat.

Hun eerste single ‘Shine Up’ werd een groot succes en bereikte op 28 februari de eerste plaats in de BRT Top 30.

Ook in de Nederlandse Top 40 stond de groep hiermee twee weken lang op de hoogste positie.

Snel na dit succes ontstonden er echter spanningen binnen de groep.

De Pins voelden zich gereduceerd tot een dansgroepje op de achtergrond, terwijl zij wel degelijk op een aantal platen hadden meegezongen.

Dit leidde ertoe dat de groep uiteenviel.

De oorspronkelijke Pins gingen verder onder de naam Risqué en scoorden nog twee noemenswaardige internationale hits met The Girls Are Back in Town en Burn It Up Mr. D.J.

Bij Doris D. & The Pins werden de oorspronkelijke leden vervangen door vier Engelse danseressen.

In deze nieuwe samenstelling behaalde de groep in 1982 nog een kleine hit met Jamaica.

De samenstelling van de formatie bleef de jaren daarna regelmatig veranderen, waarbij ‘Starting at the End’ uit 1984 de laatste hitparade-notering markeerde.

In 1985 gingen Doris D. & The Pins definitief uit elkaar. Enkele jaren later verscheen Debbie Jenner weer regelmatig op de Nederlandse televisie, ditmaal als aerobics-instructrice die reclame maakte voor haar eigen videobanden.

Doris D., die nu 67 jaar oud is, werkt nog steeds als choreografe en dansdocente in Nederland.

Hoewel ze af en toe nog wel eens opduikt in nostalgische tv-programma’s, zingt of treedt ze niet meer op.

Britney Spears: van tieneridool tot overlever en creatieve kracht

Als er iemand was die zowel de fraaie als de inktzwarte kanten van de roem kende, dan was het Britney wel.

Ze genoot van enorm succes, maar kreeg ook keiharde klappen te verwerken.

Met het nummer Baby One More Time werd ze op haar zeventiende wereldberoemd; een hit waarin ze zowel onschuld als ontluikende seksualiteit uitstraalde, verpakt in onweerstaanbare bubblegumpop.

Ze verkocht er miljoenen platen mee, meisjes imiteerden haar looks, jongens waren verliefd op haar en ze groeide uit tot een publiekslieveling.

Ze had destijds een relatie met boyband-idool Justin Timberlake, die al net zo braaf leek als zijn toenmalige vriendin.

Haar kuise imago stond echter mijlenver af van haar eigen persoonlijkheid, omdat ze simpelweg niet kon omgaan met de dubbele boodschap die ze uitstraalde.

Aan de ene kant werd haar maagdelijkheid zeer hard ingezet als verkoopstunt door zich voortdurend uit te spreken tegen seks voor het huwelijk, terwijl de wereld aan de andere kant een meisje zag dat steeds meer moeite kreeg om zich zo te gedragen en totaal doorsloeg.

Het werd bijna haar ondergang.

Na een in stomdronken toestand afgesloten bliksemhuwelijk, nog een huwelijk, een scheiding, het kaalscheren van haar hoofd, vechtpartijen en aanrijdingen met paparazzi, drugsgebruik, een opname in een psychiatrische kliniek, ontelbare foute vriendjes en een ondercuratelestelling bij haar eigen vader, ging het in de zomer van 2011 gelukkig weer de goede kant op met de gevallen muziekengel.

Aan die ellendige jaren hield ze wel twee mooie kinderen over die ze koesterde.

Ze had zich herpakt, volgde haar eigen weg in plaats van het pad dat voorheen door anderen voor haar werk was uitgestippeld, en rekende met haar album Femme Fatale definitief af met haar gecompliceerde verleden.

Het meisje was vrouw geworden en met haar nieuwe werk richtte ze zich op een ouder, extravaganter en eigenzinniger publiek. Zingen was nog steeds niet haar allersterkste punt, maar als performer bleef ze onovertroffen.

Het kon dan ook niet anders dan dat het een waanzinnige show zou worden.

Het was geleden van 2004 dat Britney Spears voor het laatst in Vlaanderen en Nederland optrad, maar met haar Femme Fatale-tour was ze eindelijk weer helemaal terug.

De Femme Fatale Tour uit 2011 was commercieel gezien een succes, met een wereldwijde opbrengst van ongeveer 68,7 miljoen dollar.

Haar carrière begon bij Disney, waar ze in haar vroege tienerjaren toetrad tot The Mickey Mouse Club.

Ze had er op haar achtste al auditie gedaan, maar werd in eerste instantie afgewezen omdat ze te jong was.

Barry Manilow raakte door Britney’s breakdown geïnspireerd voor zijn eigen album 15 Minutes.

Britney verkocht meer cd’s dan welke andere tienerpopster ooit: voor haar twintigste gingen er wereldwijd meer dan 37 miljoen over de toonbank.

Op zaterdag 8 oktober 2011 stond ze in het Sportpaleis in Antwerpen en op woensdag 19 oktober 2011 was ze te zien in de Rotterdamse Ahoy.

Haar laatste wereldtournee, met de naam Piece of Me, toerde in de zomer van 2018 door Noord-Amerika en Europa.

Op 15 augustus 2018 gaf ze een volledig uitverkocht concert in het Sportpaleis in Antwerpen.

Er werden die avond 16.787 tickets verkocht. Hoewel Nederlandse fans hoopten op een show in bijvoorbeeld de Ziggo Dome of Rotterdam Ahoy, waar ze in 2011 nog stond, werd Nederland niet opgenomen in het tourschema van 2018.

Veel Nederlandse fans reisden daarom af naar Antwerpen of Berlijn om haar te zien.

Na het beëindigen van haar curatele in 2021 heeft Britney Spears in 2023 haar succesvolle autobiografie The Woman in Me uitgebracht.

Momenteel is ze nauw betrokken bij de ontwikkeling van een verfilming van dit boek door Universal Pictures, onder regie van Jon M. Chu, bekend van de recente bioscoophit Wicked en Crazy Rich Asians.

Liz Meriwether, bekend als bedenker van de hitserie New Girl en haar werk aan The Dropout, is officieel aangesteld om het script te schrijven.

Haar komst brengt een sterke balans tussen emotie en humor naar het project.

Regisseur Jon M. Chu heeft aangegeven dat Britney Spears zelf een grote en actieve rol krijgt binnen het creatieve proces om ervoor te zorgen dat haar verhaal correct wordt verteld.

Interessant is dat Britney Spears via sociale media heeft gedeeld dat de film mogelijk geen standaard, zware biografische dramafilm wordt, maar dat er gekeken wordt naar een fictieve musicalvorm waarin ze zelf ook een rol zou kunnen spelen.